Niet vrouwen, maar mannen laten zich juist meevoeren door emotie zodra het over voetbal gaat, ziet Cécile Koekkoek, die op aandringen van collega Willem Vissers over het WK voetbal schrijft.
Als vrouw is het lastig opereren in de voetbalwereld (m). Onder druk van Willem Vissers, die zijn negende WK verslaat en nog altijd evenveel van voetbal houdt als toen hij een klein jongetje was, ben ik bezweken en schrijf ik mijn eerste column over het WK. Willem vindt dat er meer vrouwen over voetbal moeten schrijven en gelijk heeft hij.
Waar ga je dan over schrijven, werd mij vervolgens meerdere keren (door mannen) gevraagd. Ik neem aan een doorwrochte tactische analyse over de looplijnen van de rechtsback van Haïti wanneer ze wisselen van 4-3-3 naar 5-3-2?
De ochtend na Nederland-Japan zag ik ze op de redactie samendrommen, mannen die tactische analyses uitwisselden. Ik ving woorden op als drukzetten, omschakeling en dubbele dekking.
Zelf had ik een Japanse coach, keurig met zijn toegangspas om zijn nek, aan het werk gezien, die in mijn ogen veel slimmer was dan Koeman en een studie had gemaakt van het Nederlands elftal en daarom zo goed kon anticiperen op het Nederlandse spel. Maar ik zweeg.
Een jaar of tien geleden schoof ik nog weleens aan in talkshows om over voetbal te praten. ‘Waarom vind jij Piqué zo’n lekker ding?’, was dan bijvoorbeeld een vraag. Ten eerste vind ik Gerard Piqué geen lekker ding en ten tweede zou ik iets komen vertellen over zijn betekenis voor FC Barcelona en de Catalaanse identiteit.
Vandaar dat ik goed moest nadenken over het verzoek van Willem. Waar moest deze column over gaan? Moest ik uitleggen waarom ik (als vrouw) van voetbal hou? Waarom ik graag kijk naar een door mannen gedomineerde sport? Moest het gaan over de misstanden in het voetbal en de ontwikkelingen in Amerika? Moest ik inderdaad iedereen de mond snoeren met een doortimmerde analyse over het positiespel van het Nederlands elftal? Moest ik juist over vrouwenvoetbal schrijven?
Eerder schreef ik in een essay voor deze krant over hoe mijn leven tot ver na mijn studententijd grotendeels werd bepaald door mannen en hoe ik toch altijd zo leuk had meegedaan met wat men / de mannen / het patriarchaat van me verwachtte: ‘tof wijf’, ‘testosteronvrouw’, ‘one of the guys’. Een punt dat ik graag maak is dat ik nooit een man heb horen zeggen ‘one of the girls’ te (willen) zijn.
In dat essay haalde ik uiteraard schrijver en filosoof Susan Sontag aan, die in de jaren zeventig schreef dat vrouwelijke kennis als intuïtief en emotioneel werd gedefinieerd (en minderwaardig), en mannelijke kennis als competent, autonoom en beheerst. Haar reactie op die ongelijkheid was zichzelf te voegen naar de mannelijke norm en zich te ontdoen van haar ‘vrouwelijke vermomming’. Overigens moet ik hierbij aantekenen dat mannen, als het over voetbal gaat, zich dan juist weer vaak laten meevoeren door emotie – zie de lyrische reacties op het optreden van Messi tegen Algerije eerder deze week.
Ik besloot deze column de komende weken in mijn vrouwelijke vermomming te schrijven. Mijn mening over het WK voetbal tot nu toe (met de nadruk op voetbal) is ondanks mijn aanvankelijke weerzin tegen het megalomane door geld gedomineerde toernooi: hartverwarmend. ‘Kleine’ voetballanden storten zich met hart en ziel in de strijd, ze zijn fit en tactisch slim. Daarmee weten ze ‘grote’ landen te verrassen en maken ze voelbaar hoe allesverzengend voetbal is (zelfs voetbalhaters appen me over Vozinha, de niet te passeren keeper van Kaapverdië). En wat zitten er veel vrouwen op de tribune!
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant