Nederland kan juridisch zelf een minimumleeftijd van vijftien jaar instellen voor sociale media, concluderen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in een adviesrapport aan het kabinet. Zo’n leeftijdsgrens staat in het regeerakkoord en zou gelden voor apps die als onvoldoende veilig voor kinderen worden beoordeeld. De onderzoekers benadrukken dat de wet zo’n maatregel toestaat, ook als Europese afspraken nog ontbreken.
In het regeerakkoord spreekt het kabinet de voorkeur uit voor een Europese minimumleeftijd, maar Nederland hoeft volgens de UvA niet te wachten tot alle lidstaten meebewegen. Landen als Frankrijk, Spanje, Denemarken en Griekenland werken ondertussen ook aan eigen regels om jongeren van sociale media weg te houden of hun gebruik te beperken. Daarmee ontstaat een lappendeken aan nationale maatregelen binnen de Europese Unie.
De UvA-onderzoekers raden het kabinet wel aan om nauwer samen te werken met andere Europese landen. Nederland kan namelijk wel een verbod instellen voor minderjarigen, maar niet zelfstandig optreden tegen grote internationale platforms als Facebook, TikTok of Instagram. De formele bevoegdheid om die bedrijven aan te pakken ligt bij de Europese Commissie, waardoor gezamenlijke afspraken volgens de onderzoekers effectiever zijn.
Het grootste knelpunt ligt bij de digitale leeftijdscontrole, schrijven de onderzoekers. Om een minimumleeftijd te kunnen handhaven, hebben platforms extra gegevens nodig om de leeftijd van gebruikers te controleren of in te schatten. Dat brengt volgens het rapport duidelijke privacyrisico’s met zich mee, terwijl bestaande controlemechanismen vaak onbetrouwbaar zijn en makkelijk te omzeilen.
De onderzoekers wijzen op Australië, waar sinds eind vorig jaar een vergelijkbaar verbod geldt. Daar blijkt een meerderheid van de veertien- en vijftienjarigen nog steeds actief op sociale media. Jongeren die wel stoppen, doen dat meestal omdat ze hun account uit eigen beweging sluiten of omdat hun ouders daarop aandringen, niet omdat de leeftijdsgrens technisch streng wordt gehandhaafd.
Daarnaast vraagt de UvA om heldere kaders van het kabinet over welke apps precies als onveilig moeten gelden. Er is nog onduidelijkheid over de criteria die bepalen wanneer een platform te risicovol is voor jongeren. Volgens de onderzoekers is zo’n duidelijke definitie nodig om zowel gebruikers als bedrijven duidelijkheid te geven over de gevolgen van een minimumleeftijd voor sociale media.
Afbeelding: Grok AI / FOK.nl
Source: Fok frontpage