Wandelend langs de oever hadden mijn vrouw en ik al enkele keren een knus eendengezin in het water waargenomen. Pa eend, ma eend en hun zeven koters van wie er één moeizaam het tempo kon bijhouden. Het was een vertederend gezicht, al zou ik graag het met zichzelf worstelende kuikentje een opkontje hebben gegeven.
Op elke wandeling zocht ik het water af om te zien of het gezin nog intact was. Pa liet, zoals gebruikelijk, nogal eens verstek gaan, ongetwijfeld was er in de buurt een eendencafé, maar ma waakte onvermoeibaar over haar kindjes. Op een dag viel het me op dat het er nog maar zes waren. Zou dat slechte zwemmertje zijn bezweken? Of was het opgepeuzeld door een reiger of andere roofvogel?
Reigers zijn dol op eendenkuikentjes, op internet had ik een filmpje gezien waarin een reiger een kuiken met één hap naarbinnen werkt. Ik had reigers soms leuke vogels gevonden, vooral als ze op het dak van een geparkeerde auto zaten te wachten op voedsel dat uit een van de aangrenzende huizen zou worden gegooid. In Amsterdam zie je steeds meer toeristen zulke taferelen fotograferen, maar voor mij was de lol er door dat filmpje af.
Het was een mooie zomermiddag toen we het gezin in een onvergetelijke positie op zijn vaste plek aan de oever aantroffen. Ik zag eerst iets dat op een grote baal bruine wol leek, maar dichterbij gekomen bleken het de zes kuikens te zijn die zich in elkaar verstrengeld hadden. Hier en daar zag je een kopje en een uitgestrekt pootje, maar wat vooral imponeerde was het wriemelende, licht piepende geheel, ogenschijnlijk gehuld in één donzige, bruine vacht. Ma eend zag op twee meter afstand tevreden toe.
Dit hadden we nog nooit gezien.
Gelukkig had ik de tegenwoordigheid van geest om onmiddellijk met mijn mobieltje een foto te maken. Het was dé manier om het voor mijn vrouw met haar haperende geheugen vast te leggen en ook kon ik nu eindelijk bij mijn kennissen de grote natuurvriend uithangen.
Ik was zó trots op die foto dat ik hem enkele dagen later liet zien aan een mij onbekende vrouw. Elders in de stad zag ik haar naast mij gelukzalig kijken naar een eendengezin in de vijver van een druk park. „Het is alsof je naar je eigen gezin staat te kijken”, zei ze. Iemand die zulke rake observaties in huis heeft, verdient een voorbeeld van mijn fotografische talent. Ze keek er argwanend naar. „Het is toch geen trucage?”, vroeg ze. Het werd een kort gesprek.
Het afgelopen weekend wilde ik weer met mijn vrouw een kijkje nemen bij ‘ons’ eendengezin. Maar tot onze schrik konden we niets vinden. Nou ja, één grote eend, vermoedelijk ma. Maar die weelderige kuikens waren er niet meer, hoe goed we de waterkant ook in alle richtingen afspeurden. We voelden ons ontredderd, als ik ook even namens mijn vrouw mag spreken. Ik haalde mijn mobieltje tevoorschijn om haar te laten zien wat er niet meer was.
In de verte vloog één grote vogel boven het water – een soort kaper op de kust.