Varkenshouderij Denemarken, een van de grootste varkensexporteurs ter wereld, wil dat de varkenshouderij zich juist minder op export gaat richten. Op een boerderij boven in Jutland is boer Erik Pedersen sceptisch. „Ik doe fucking hard mijn best.”
Erik Pedersen met zijn varkens.
Plots draagt Erik Pedersen alleen nog een zwarte boxershort. Hij gebaart dat ook de journalist van NRC zich moet ontkleden, „behalve je onderbroek”. Een standaardprocedure om zijn varkensstal binnen te mogen. „De kans bestaat dat je via je kleding infecties binnenbrengt”, zegt de 35-jarige varkensboer bij Vrå, een dorp boven in Jutland, de noordelijkste uithoek van Denemarken. Zijn trouwring houdt Pedersen wel om, die krijgt hij na elf jaar huwelijk niet meer van z’n vinger, zegt hij met een lach.
De buitendeur van zijn varkensstal gaat alleen open als een sensor de vingerafdruk herkent van Pedersen of een van zijn zeven medewerkers. Zij komen uit Nepal, uit Oekraïne. Denen, „met hun negen-tot-vijf-mentaliteit”, hoeft Pedersen niet. In het halletje naar de stal, voorzien van drie douches met gordijntjes en een stel wasmachines, trekt Pedersen een groen shirt, een zwarte overall en rubberen klompen aan. De verslaggever krijgt dezelfde plunje, en moet op een aanwezigheidslijst aangeven de voorbije 24 uur niet in een andere varkensstal te zijn geweest. Pedersen smeert zijn telefoon in met desinfectiemiddel. Dan zijn alle procedures doorlopen en opent de boer de deur naar ‘zijn’ 1.257 zeugen en duizenden biggen.
Denemarken is een varkensland – op een abri in Vrå promoot een varken dat gitaar speelt zelfs het plaatselijke muziekfestival. Het 6 miljoen inwoners tellende land huisvest ruim 12 miljoen varkens, volgens het Deense statistiekbureau. Zo’n 90 procent van de productie van de ruim 5.000 varkenshouderijen is voor export – volgens de landbouwbranchevereniging is Denemarken een van de grootste exporteurs van varkens en varkensvlees ter wereld. Ter vergelijking: Nederland telt volgens CBS-cijfers ruim 2.500 bedrijven waar alles samen bijna 9,8 miljoen varkens worden gehouden – ook vooral voor export.
Maar inmiddels worstelt Denemarken met zijn varkens. Intensieve varkenshouderij draagt bij aan verontreiniging van het drinkwater en de stikstofuitstoot. Bovendien worden de leefomstandigheden van varkens als zo problematisch gezien dat partijen van links tot rechts bij de parlementsverkiezingen van afgelopen maart beloofden het dierenwelzijn in de varkensstallen te willen verbeteren. Media maakten zelfs gewag van ‘de varkensverkiezingen’.
De contouren van een nieuwe omgang met de varkenshouderij tekenen zich in Denemarken af. Begin juni presenteerde premier Mette Frederiksen haar nieuwe regering als „de groenste ooit”. De minderheidscoalitie van sociaaldemocraten, socialisten, sociaal-liberalen en gematigden, die gedoogsteun krijgt van de Rood-Groene Alliantie, wil de varkenshouderij „ingrijpend hervormen”.
Uitgerekend de grootschalige export van levende varkens wil Frederiksen aanpakken. De sector moet zich voortaan „primair” richten op varkens die de Denen zelf opeten, of die in eigen land worden geslacht en daarna worden geëxporteerd, staat in het regeerakkoord. Onder meer de lonen liggen hoog in Denemarken – varkens in het buitenland laten slachten is veelal goedkoper.
Premier Frederiksen wil ook ingrijpen in de stallen. Zo moet een al geldend verbod op het afknippen (couperen) van varkensstaarten „daadwerkelijk” worden nageleefd tegen 2030. Vijf jaar daarna moeten ook „extreme fokmethoden” worden verboden. Het vastzetten van zeugen tussen ijzeren stangen (‘kraamkooien’) wil de regering „afbouwen”. En gemeenten kunnen de bouw van nieuwe varkensstallen voortaan afwijzen op grond van consequenties voor natuur, milieu en omwonenden.
Verder moeten boeren-, natuur- en dierenrechtenorganisaties en sociale partners het eens worden over „een nieuwe richting en visie” voor de Deense varkenshouderij – waarbij onder meer dierenwelzijn meer aandacht krijgt. Een beetje naar analogie van het (mislukte) Nederlandse Landbouwakkoord. De regering geeft ze een halfjaar, anders neemt ze zelf „stappen”.
Dat Denemarken minder varkens moet krijgen, staat niet expliciet in het regeerakkoord. Toch wordt geschat dat de maatregelen tot een kwart minder varkens leiden, meldde omroep DR woensdag. Vakbond Danske Svineproducenter is zo „bezorgd” over de „beperkingen” die „tot sluitingen zullen leiden”, dat woensdag zelfs „crisisoverleg” werd gehouden.
Vanuit zijn woonkamer op de boerderij, met veel kunst aan de muur en een uitgebreide wijncollectie – daar handelt hij naast varkens in – volgt Erik Pedersen de veranderingen met afgrijzen. Hij had premier Frederiksen op tv horen zeggen dat in Denemarken dagelijks 25.000 varkens sterven, en dat dat moet stoppen. „Desinformatie”, vindt Pedersen. „Ze telt ook doodgeboren varkens mee.”
Op sociale media discussieert hij graag met ’tegenstanders’. „Ik geef ze de feiten, velen zijn nooit op een boerderij geweest.” Al is Pedersen zelf ook niet vies van provocatie. „Ik schreef op Facebook dat de nieuwe regering achteraan moet aansluiten bij het uitdelen van voedsel als door hun plannen hongersnood uitbreekt – beetje controversieel, weet ik.”
Als alle nieuwe plannen doorgaan, voorziet Pedersen dat hij moet stoppen. „Hadden we hier maar een uitkoopregeling zoals in Nederland”, verzucht hij.
Op een bakplaat boven een vuur in zijn tuin – hij „houdt niet van fornuizen” – bakt Pedersen hamburgers als middagmaal. Die zijn gemaakt van koeien uit de buurt, lokale productie vindt hij belangrijk. Evenwel gaan zijn eigen varkens na negen weken de vrachtwagen in, negen uur rijden naar een boer in Duitsland, die ze gereedmaakt voor slacht. Pedersens varkens belanden als ‘Danish bacon’ in Britse supermarkten.
Hij is de achtste generatie boer, in de tuin slingeren traptrekkers van zijn kinderen. Pedersens ouders hebben een varkensbedrijf in het nabijgelegen Brønderslev. Hij wilde in eerste instantie smid worden, maar vond dat toch „te eentonig”. Negen jaar geleden kocht Pedersen een varkensboerderij. ‘Est. 2017’, staat op de kaki bodywarmer met bedrijfslogo die hij over zijn geruite overhemd draagt. Bij de verkiezingen stemde hij op het liberale Venstre, die tegen al te ingrijpende maatregelen is maar wel vindt dat boeren die de regels overtreden strenger zouden moeten worden gestraft.
In Pedersens varkensstal valt, meer dan de mestgeur, de relatieve stilte op. In een hoek is wat jolijt als een medewerker enkele varkens natspuit. De rest staat of ligt wat. Dat zijn dieren een saai bestaan hebben, beaamt Pedersen. Kijk, wijst Pedersen naar een groepje, „daar staan de varkens die worden gepest”. Varkens zijn intelligente dieren. Uit verveling pesten ze elkaar. „De gepeste varkens kunnen vaak goed met elkaar opschieten”, zegt Pedersen. Hij loopt naar een box waar een briefje boven hangt met ‘ziekenhuis’. Dit varken heeft een ontstoken gewricht, wijst hij. „Als activisten in mijn stal zouden komen, zouden ze alleen dit varken eruit pikken”, zegt hij, terwijl het met zijn andere vee „goed gaat”.
Zeug nummer 5.071 ligt ‘gekooid’ – door een ijzeren stang kan ze niet overeind komen of zich omdraaien. Zo is er controle over de manier waarop de zeug ligt, stelt Pedersen, en neemt het risico af dat biggen worden geplet onder de zeug. Dierenrechtenorganisaties zijn fel tegen ‘kooien’. „Ik zou die stang graag weghalen”, zegt Pedersen. Dat zorgt waarschijnlijk voor meer dode biggen, maar het welzijn van de zeug vindt hij belangrijker. Waarom verwijdert hij die stangen dan niet? „De bank ziet me aankomen, ik heb een lening afgesloten en kan niet ineens mijn businessplan veranderen.” Hij aait zeug 5.071.
In zijn stal zijn de varkensstaarten afgeknipt. „Ik wil het liever niet, maar mijn leverancier vraagt het”, zegt Pedersen. Onder meer door stress gaan varkens elkaars staart afbijten. De boer verzekert dat ook genetica een rol spelen. Bij wijze van „experiment” laat Pedersen soms staarten hangen.
Pedersen legt zijn hand op de deurknop. Hij wordt emotioneel. Zijn moeder, zegt hij, vindt het vooral belangrijk dat varkens vet genoeg zijn. En hij haar maar uitleggen dat leefomstandigheden „tegenwoordig” ook belangrijk zijn. „Natuurlijk houd ik van mijn varkens. Ik doe fucking hard mijn best voor ze, maar het is voor de radicalen in Kopenhagen nooit genoeg!” Zij zien varkens „als huisdieren”. Het blijft wel gewoon een bedrijfstak, vindt Pedersen, varkens eindigen in het abattoir.
Experts benadrukken dat de plannen nog weinig concreet zijn. Neem het tegengaan van export. „Het lijkt me onwaarschijnlijk dat dit mogelijk is binnen de Europese interne markt”, zegt landbouweconoom Henning Otte Hansen van de universiteit van Kopenhagen. Jens Peter Nielsen, professor dierenwelzijn aan dezelfde universiteit, denkt dat extreme fokpraktijken stoppen „lastig” wordt. „Denemarken staat juist bekend om intensieve veredeling: een zeug heeft hier gemiddeld veertien tepels en krijgt twintig biggen per worp.” Nielsen is het meest benieuwd naar handhaving van het coupeerverbod. „Dan moet je varkens meer aandacht en ruimte geven. Niet iedere boer zal dat kunnen, die moeten dan misschien stoppen.”
Hoe werd de varkenshouderij eigenlijk zo’n belangrijk politiek thema in de Deense politiek? Rune Stubager, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Aarhus, wijst op de effectieve lobby van enkele milieu- en dierenorganisaties. „Zij weten het lobbyspel precies te spelen, jarenlang waren dierenwelzijn of drinkwaterverontreiniging echt niet zo’n onderwerp.”
Stubager kijkt vooral naar Danmarks Naturfredningsforening. „Deze grootste natuurorganisatie heeft zich jarenlang enigszins apolitiek opgesteld, maar is zich onder aanvoering van enkele oud-politici feller gaan uitspreken.” De leider van de natuurorganisatie is de nieuwe milieuminister geworden. De organisatie is „hoopvol” over de maatregelen. „Als samenleving kunnen we ethisch noch ecologisch leven met varkenshouderij met zo’n slecht dierenwelzijn en zulke enorme milieukosten.” De Deense dierenbescherming noemt het „een confrontatie met de status quo”. „Voor het eerst zien we een regering die de kern van de problemen in de varkenshouderij wil aanpakken.”
In het noorden van Jutland biedt Erik Pedersen aan om de verslaggever naar het treinstation van Vrå te brengen. In de auto, tussen het koolzaad, de egale percelen grasland en de varkensstallen, grijpt hij plots naar zijn telefoon. Hij weet dat dat niet mag achter het stuur, maar is te nieuwsgierig naar de nieuwe landbouwminister, die zo bekend wordt gemaakt. Pedersen is even stil. Dan roept hij verbaast: „De minister van Landbouw wordt volledig geschrapt! In plaats daarvan krijgen we een minister van Natuur en Dierenwelzijn! Zijn ze gek geworden in Kopenhagen?”
De auto slingert een beetje.