De angst voor halflege stadions door de hoge ticketprijzen is bij het WK voetbal in de VS, Canada en Mexico voorlopig ongegrond gebleken. In de eerste ronde van de groepsfase waren de arena’s voor meer dan 99 procent gevuld.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Groot was de verontwaardiging toen vorige week bij de tweede wedstrijd op dit WK voetbal, het treffen tussen Zuid-Korea en Tsjechië, op de tribunes rijen lege stoelen te zien waren. Voorafgaand aan het toernooi hadden de torenhoge ticketprijzen tot veel kritiek geleid. Veel fans zagen hun gelijk bevestigd: wereldvoetbalbond Fifa had de populariteit van zijn eindtoernooi in Mexico, Canada en de Verenigde Staten overschat.
Nu alle deelnemende landen hun eerste wedstrijd achter de rug hebben, blijkt het toch mee te vallen met die lege stadions. Volgens de officiële toeschouwersaantallen van de Fifa zaten in de eerste ronde van de groepsfase in totaal 1,57 miljoen mensen op de tribunes, oftewel 65,5 duizend per wedstrijd. Daarmee waren de stadions voor 99,4 procent gevuld.
Bij Zuid-Korea tegen Tsjechië bleken uiteindelijk bijna 700 tickets niet verkocht. De ontmoeting tussen Saoedi-Arabië en Uruguay was met ruim 1.700 onverkochte kaarten het minst populair. Ook de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal was relatief weinig in trek. Acht groepswedstrijden, waaronder die van gastlanden Mexico en de VS, waren volledig uitverkocht.
Historisch gezien zijn lege plekken op de tribunes bij WK-groepswedstrijden geen unicum. Zo waren vier jaar geleden in Qatar de tribunes tijdens de eerste fase van het toernooi voor slechts 94 procent gevuld. En bij het WK van 2006 in Duitsland, het laatste mondiale eindtoernooi in West-Europa, waren bij de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Servië maar iets meer dan 37- van de 43 duizend plaatsen bezet.
Wie nu nog een ticket voor een WK-wedstrijd wil bemachtigen, kan in het verkoopportaal van de Fifa niet meer terecht. Een paar weken voor de start van het toernooi stonden nog ruim 115 duizend tickets te koop. Rond de openingswedstrijd was dat aantal al gezakt tot ongeveer 15 duizend. Donderdagmiddag bood het officiële ticketplatform alleen nog een handjevol kaarten aan voor Ecuador - Curaçao en Noorwegen - Senegal.
Lange tijd deed de Fifa schimmig over het aantal kaarten dat nog te koop was. In februari suggereerde voorzitter Gianni Infantino dat alle wedstrijden waren uitverkocht, maar even later kwam hij daarop terug. In verschillende verkoopronden bracht de Fifa vervolgens steeds weer nieuwe tickets op de markt, ook eind mei nog. Zelfs een dag voor het toernooi kwamen nog duizenden tickets vrij, omdat supporters uit Iran plotseling niet meer welkom waren.
Om een WK-wedstrijd bij te wonen moeten fans deze zomer meer geld neertellen dan ooit, ook gecorrigeerd voor inflatie. In tegenstelling tot bij vorige eindtoernooien publiceerde de Fifa ditmaal geen prijsoverzicht. Uit onderzoek van de Amerikaanse sportwebsite The Athletic blijkt echter dat ieder ticket, voor iedere wedstrijd en in iedere prijscategorie, duurder was dan bij voorgaande edities. Vooral in de knock-outfase van het toernooi lopen de prijsverschillen op.
De ticketprijzen liggen ook fors hoger dan Mexico, Canada en de VS beloofden toen zij in 2018 het WK toegewezen kregen. In hun bidbook repten de organisatoren van finaletickets voor bijna 700 dollar, in de praktijk betaalden fans meer dan 4.000 dollar. Supportersvereniging Football Supporters Europe noemde die verhoging een ‘monumentaal verraad van de traditie van het WK’.
Met de hoge prijzen heeft de Fifa de tweedehandsmarkt buitenspel willen zetten, zegt sporteconoom Thomas Peeters, verbonden aan de Erasmus Universiteit. ‘Bij vorige WK’s werden tickets voor de finale misschien initieel voor enkele honderden euro’s verkocht, om vervolgens duurder doorverkocht te worden’, zegt hij. ‘Nu ligt de prijspiek al veel vroeger in het proces.’
Peeters wijst erop dat een WK nooit bedoeld is geweest voor ‘instap-voetbalsupporters’. Lokale voetbalclubs hebben er met het oog op de toekomst misschien baat bij om jonge, weinig vermogende supporters naar het stadion te trekken, een mondiaal eindtoernooi trekt vooral fans met meer geld. ‘Wie het vliegtuig neemt naar Vancouver of Los Angeles om daar twee weken te verblijven en drie wedstrijden mee te pakken, heeft sowieso al tienduizend euro opzij gezet’, zegt Peeters. ‘De ticketprijzen vormen in die begroting een vrij bescheiden deel.’
Dat er nog altijd vraag is naar WK-tickets, bewijst de situatie op de doorverkoopmarkt. Kort voor de aftrap kostten de goedkoopste tweedehandstickets gemiddeld bijna 950 dollar. De goedkoopste wedstrijd was Iran tegen Nieuw-Zeeland (vanaf 420 dollar), de duurste de openingswedstrijd van Mexico (vanaf 3.738 dollar). Bij vrijwel alle tot dusver gespeelde WK-wedstrijden liep de prijs in de week voor de aftrap nog op.
Nieuw bij dit toernooi is dat de Fifa ook de doorverkoop in eigen beheer probeert te houden. Het speciaal hiervoor gelanceerde verkoopplatform promoot de wereldvoetbalbond als het ‘enige officiële kanaal’ om tickets te verhandelen. Van zowel de koper als de verkoper vraagt de Fifa een commissie van 15 procent: als een ticket voor 1.000 dollar te koop staat, moet de koper 1.150 dollar afrekenen, terwijl de verkoper 850 dollar ontvangt. De overgebleven 300 dollar houdt de voetbalbond zelf.
Voor de Fifa dient de steeds sterkere greep op de kaartverkoop slechts één doel: zoveel mogelijk geld verdienen. In haar huidige vierjarige begroting – de Fifa leeft van WK tot WK – verwacht de wereldvoetbalbond 13 miljard dollar aan inkomsten, grotendeels afkomstig uit het WK voor landenteams. In de jaren voor het vorige eindtoernooi in Qatar bedroegen de inkomsten nog 7,6 miljard dollar. Volgens de begroting van Fifa stroomt 90 procent van de inkomsten terug naar nationale bonden of ontwikkelingsprojecten.
Vooral aan supporters die daadwerkelijk naar het stadion komen, verdient de Fifa de laatste jaren meer, blijkt uit de begrotingen van de wereldvoetbalbond. Tot en met het WK in Qatar vormde de kaartverkoop ruwweg 12 procent van de Fifa-inkomsten. De laatste vier jaar is dat aandeel gegroeid tot bijna 24 procent. Alleen uit de verkoop van televisierechten verdient de Fifa nog meer.
Volgens sporteconoom Peeters bestaat soms nog het idee dat de Fifa een soort liefdadigheidsinstelling is, maar dat is pertinent onjuist. ‘De Fifa is een monopolist op het gebied van voetbal’, zegt hij. ‘Het is een organisatie die maximale inkomsten wil genereren uit de dingen die ze doet. Dat de Fifa uit liefdadigheid zal beslissen om arme sportfans toegang te verlenen tot de wedstrijden, kun je vergeten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant