De tekst van het akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran leest als een duidelijke overwinning voor het Iraanse regime. En het valt nog maar te bezien of het standhoudt. Israëls Libanon-oorlog kan de overeenkomst zomaar in de prullenbak doen belanden.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Als er nog twijfels bestonden over de vraag wie de winnaar was van de Iran-oorlog en wie de verliezer, dan kunnen die van tafel. Het ‘memorandum van overeenstemming’ dat de Amerikaanse regering onder leiding van president Donald Trump getekend heeft met Iran, komt neer op een afgetekende overwinning voor het Iraanse regime. De raamovereenkomst werd woensdagavond van een krabbel voorzien door zowel Trump als zijn Iraanse collega Mahmoud Pezeshkian.
Van de veertien punten die de overeenkomst telt, vallen verreweg de meeste uit in het voordeel van Teheran. Het meest illustratief is de controle over de Straat van Hormuz die het regime vóór deze oorlog niet had. Trump zet met dit akkoord feitelijk zijn handtekening onder die controle.
Weliswaar zeggen de Iraniërs toe de komende zestig dagen geen tol te heffen, maar daarna krijgen ze verregaande zeggenschap over het ‘toekomstige bestuur’ van de Straat. Ze kunnen tol gaan heffen (al dan niet samen met buurland Oman), en krijgen er een belangrijke inkomstenbron bij. Als bovenliggende partij kan Iran in de toekomst besluiten, om welke reden dan ook, de Straat opnieuw te vergrendelen.
Ten tweede moet er liefst 260 miljard euro vrijgemaakt worden voor de wederopbouw in Iran, zonder dat duidelijk is waar dat geld vandaan gaat komen (niet uit de Amerikaanse staatskas, aldus Trump). Washington heeft daarnaast toegezegd zijn maritieme blokkade van de Straat binnen dertig dagen op te heffen, met als gevolg dat Iran zijn olie-export naar China kan hervatten. Daarmee verliest Trump een wezenlijk pressiemiddel aan de onderhandelingstafel.
Wat dik honderd dagen geleden begon als een Amerikaans-Israëlische bommencampagne om voor altijd met het Iraanse bewind af te rekenen, is als een boomerang teruggeslagen in het gezicht van Trump en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. De doelen waren aanvankelijk duidelijk: een einde aan het Iraanse atoomprogramma en het schrikbewind van de ayatollahs, plus een halt aan de Iraanse steun voor militante groeperingen (Hezbollah, Hamas, de Houthi’s) in de regio.
De daaropvolgende oorlog kostte ruim 3.600 Iraniërs het leven, en bracht de Iraanse economie forse schade toe. Andersom lieten Iraanse raket- en droneaanvallen een spoor van vernieling achter in de omringende Golfstaten. Trump gebruikte grote woorden, dreigde de Iraanse ‘beschaving’ van de kaart te vegen, maar moet nu zijn verlies nemen. Met uitspraken als ‘ik heb nooit een cent gegeven om regime change’ (dinsdag tijdens de G7 in Parijs) probeert hij dat verlies als een overwinning uit te venten. De Iraanse politieke leiders die hij in februari nog wegzette als terroristen, noemt Trump nu ‘slimme mensen’ die ‘hun land willen helpen’.
Een ander aspect is psychologisch. Toen president Obama in 2015 na maanden van onderhandelingen tot een nucleair akkoord kwam met Iran, had zijn team de dreiging van een Amerikaanse oorlog achter de hand. Trump kan daar nu niet meer op een geloofwaardige manier mee dreigen, met als gevolg dat Iran sterker staat aan de onderhandelingstafel.
Dit alles betekent niet dat de VS met lege handen staan. De overeenkomst bevat duidelijke (ofschoon voorwaardelijke) Iraanse toezeggingen over het verdunnen van hoogverrijkt uranium op Iraanse bodem, onder toezicht van het internationale atoomagentschap IAEA. Die toezeggingen moeten verankerd worden in een alomvattend akkoord, waarvoor de onderhandelingen vrijdag moeten beginnen.
Iran zegt ‘luid en duidelijk’ dat het geen atoomwapen zal ontwikkelen, jubelde Trump, maar het punt is: dat zegt het al langer, bijvoorbeeld in de openingsbepalingen van Obama’s akkoord. Het is laaghangend fruit, aangezien het regime sowieso ontkent dat het atoomwapens ontwikkelt.
De koppeling die het Witte Huis probeert te bewerkstelligen, is duidelijk: geen atoomwapen, in ruil voor sanctieverlichting. Dat klinkt als een aantrekkelijke wortel. Bij de hardliners in Teheran is het wantrouwen als gevolg van de oorlog echter immens, onderstreepte Iran-kenner Vali Nasr (Johns Hopkins University) in The Wall Street Journal. ‘In Iran gaat het belangrijkste debat tussen mensen die vinden dat je moet volhouden en die wortel moet bereiken, en mensen die zeggen: maak jezelf niets wijs, er is geen wortel.’
Dat wantrouwen heeft alles te maken met een derde, nog ongenoemde partij: Israël. Het land waar Israël sinds 2024 huishoudt, Libanon, wordt in de openingsbepaling van de deal driemaal genoemd. De ‘territoriale soevereiniteit’ van Libanon moet worden gerespecteerd, oftewel: Israël moet zijn troepen volledig terugtrekken. Voor Netanyahu is dat een blamage, waar hij indachtig de publieke opinie in Israël onmogelijk mee akkoord kan gaan. Voor de Iraniërs op hun beurt is ook dit een overwinning: deze bepaling legitimeert in zekere zin – via Hezbollah – hun omstreden bemoeienis in de regio.
Israëls bombardementen in Zuid-Libanon zijn in omvang weliswaar teruggeschroefd de voorbije dagen, maar stoppen niet. Daarmee zou dat front weleens de grootste lakmoesproef kunnen zijn voor de deal: gaat Trump Netanyahu de duimschroeven aandraaien? Tijdens de G7 gaf de president zelf het antwoord. ‘Nee’, zei Trump, ‘ik wil dat Israël zichzelf kan beschermen.’ Ietwat raadselachtig voegde hij eraan toe: ‘Maar ik wil wel dat ze hun gezond verstand gebruiken.’
Voor Teheran kan de koppeling met Libanon trouwens ook een vorm van overmoed blijken. Israël is er alles aan gelegen het akkoord op te blazen, waarna de oorlog hervat zou kunnen worden. Irans oorlogsdividend kan dan weer verdampen. En ook in het geval de Iraniërs ondanks Israëlische bommen op Zuid-Libanon wél vasthouden aan het akkoord, lijdt Israël voor het oog van de wereld gezichtsverlies. Of dit akkoord de afgesproken zestig dagen overleeft, blijft daarmee een vraagteken.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant