Koningshuis Het is hét hoogste diplomatieke middel dat een land heeft: een staatsbezoek. Een paar keer per jaar ontvangt Nederland daarom een buitenlands staatshoofd. Nu kwamen binnen twee weken de Duitse president én de Japanse keizer langs.
Koning Willem-Alexander, koningin Máxima, de Japanse keizer Naruhito en zijn echtgenote, keizerin Masako, de prinsessen Amalia, Ariane, Beatrix en Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven voorafgaand aan het staatsbanket in het Koninklijk Paleis op de Dam.
Het draaiboek: het Wilhelmus en een ander volkslied schallen over de Dam. Erewachten van marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee – op volgorde van anciënniteit – staan in het gelid. De koning en zijn gast groeten de vaandels, die neigen terug.
Daarna wordt de Dam snel omgebouwd: twee militairen spannen een touw en daarlangs worden bloemstukken en de erewacht in een kaarsrechte lijn van paleis naar monument geplaatst. Vergezeld door premier Jetten en burgemeester Halsema van Amsterdam loopt het buitenlandse staatshoofd met gevolg naar het Nationaal Monument en leggen daar hun krans.
Het is de tweede keer in twee weken dat Nederland zijn hoogste diplomatieke middel uit de kast haalt om de relatie met een ander land te bestendigen. Vorige week kwam de Duitse Bundespräsident Frank-Walter Steinmeier langs, deze week is de Japanse keizer Naruhito op bezoek.
De Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier tijdens een kranslegging bij het Nationaal Monument op de Dam tijdens zijn ontvangst door koning Willem-Alexander en koningin Maxima.
Twee staatsbezoeken zo dicht op elkaar gebeurt zelden, dit kwam in alle agenda’s het beste uit. Daardoor is goed te zien wát Nederland uit de kast haalt aan pracht en praal, waar Nederland een ander staatshoofd mee naartoe neemt, en wat hij of zij zelf wil zien.
Duitsland is de naaste buur en belangrijkste economische partner. Hoewel al snel opvalt dat – op de koning na – geen van de Nederlanders Duits spreekt, is ook duidelijk dat de bewindspersonen elkaar in Europese gremia al vaker hebben ontmoet. Minister van Defensie Boris Pistorius zegt dat ook als hij op de derde dag op de NAVO-basis in Brunssum naast zijn collega Dilan Yesilgöz staat.
Er wordt veel gegrapt. Koning Willem-Alexander begint zijn toespraak tijdens het staatsbanket met het jarenzeventig-nummer ‘Ich bin wie du’. President Steinmeier refereert aan campingvakanties met een frikandel speciaal. Maar de ondertoon van alle toespraken is drie dagen lang serieus: er wordt veel verwezen naar Europese veiligheid, naar het belang van een sterke rechtsstaat en naar „gezamenlijke waarden”.
De Japanse keizer Naruhito legt samen met zijn echtgenote, keizerin Masako een krans bij het Nationaal Monument op de Dam.
Met het Japanse keizerlijke paar zijn Willem-Alexander en Máxima al jaren bevriend, en daar wordt in alle toespraken veelvuldig naar verwezen. Op de zondag voor het staatsbezoek begint, logeert het keizerlijke echtpaar al op Kasteel ’t Loo in Apeldoorn en kijken ze samen Nederland-Japan. De koning maakt een selfie. Dat, én de voetbalsjaals die ze dragen, wekt onder meereizende Japanse journalisten verbazing.
Net als het moment dat het keizerlijk paar op de Dam schoolkinderen begroet. Ze staan met hun rug naar de media toe – dat gebeurt niet vaak. Het bezoek is verder formeel, strak geregisseerd en staat bol van de traditie. Vrijdagmiddag, als laatste agendapunt, plant de keizer bijvoorbeeld een kersenboom, symbool van het leven. Op het menu tijdens het staatsbanket zijn in het dessert kersen en kersenbloesemsap verwerkt. Op tafel staan boeketten met chrysanten, de nationale bloem van Japan.
Tijdens hun toespraken bij het staatsbanket hebben keizer en koning het kort over de Tweede Wereldoorlog. Dat leidde bij vorige Duitse staatsbezoeken al niet meer tot ophef, maar bij de Japanse wel. Toen Naruhito’s grootvader Hirohito in 1971 een persoonlijk bezoek aflegde, staken demonstranten Japanse vlaggen in brand. Voor voormalig geïnterneerden en dwangprostituees was hij een oorlogsmisdadiger. Ook bij het staatsbezoek in 2000 van Akihito, vader van de huidige keizer, werd er gedemonstreerd.
Nu weer: achter het raam van hotel Krasnapolsky, achter het Nationaal Monument, zitten demonstranten in stil protest. De Dam is aan de kant van het monument helemaal afgehekt, tijdens het hele Japanse bezoek zijn de veiligheidsmaatregelen hoog. Als Steinmeier en zijn echtgenote een krans leggen, staat langs de randen van de Dam een bescheiden publiek.
De Duitse president besteedt meer aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Op de eerste dag van zijn bezoek, meteen na de kranslegging, gaat hij naar het Holocaust Museum in Amsterdam. Dat wilde Steinmeier graag zelf.
In een van de laatste zalen, met daarin grote zwart-witbeelden van treinen die naar de vernietigingskampen rijden, krijgt hij onder meer uitleg over een vitrine met knopen. „Toen de Joden in Sobibor aankwamen, werden zij gedwongen zich snel uit te kleden om naar de gaskamers te gaan”, vertelt hoofdconservator Annemiek Gringold. „We wilden de knopen tentoonstellen als juwelen.”
Als de koning, koningin en Steinmeiers echtgenote de zaal al uit zijn gelopen, staat de president stil. Hij kijkt naar de muur. Daarop worden herinneringen van een overlevende van Auschwitz geprojecteerd. Willem-Alexander maant de rest van de groep dat Steinmeier nog even tijd nodig heeft.
Dát de president deze plek op de eerste dag bezoekt, zegt genoeg. Zo’n eerste dag heeft altijd hetzelfde ceremoniële format, ook als Nederland een staatsbezoek aflegt. Er is een welkomstceremonie, de erewacht wordt geïnspecteerd, er wordt een krans gelegd en de dag eindigt met een staatsbanket.
De Japanse keizer Naruhito wordt voor een regeringslunch door minister-president Rob Jetten ontvangen bij het Mauritshuis.
Keizer Naruhito gaat tussen kranslegging en staatsbanket naar Deltares in Delft, dat onder meer onderzoek doet naar waterveiligheid. Ook dat heeft betekenis: net als Willem-Alexander was Naruhito als kroonprins watermanager, de Japanner volgde de Nederlander op als VN-adviseur. In een grote hal waarin overstromingen worden gesimuleerd, krijgen ze uitleg. De keizer knikt veelvuldig, de koning zegt dat hij talloze vragen heeft – maar voor beantwoording is geen tijd. De experts vertellen later dat het ingewikkeld was om maanden onderzoek in een paar seconden uit te leggen. Maar dat het wel scheelde dat Naruhito en Willem-Alexander begrepen waar het over ging.
Hoe de agenda wordt bepaald, is een maandenlang spel van geven en nemen, vertellen zowel de Nederlanders als de Duitsers en Japanners. Nederland wil zich tonen als innovatief land – liever geen tulpen en kaas. Want in het gevolg van een staatshoofd komen er ook media mee. Bij Duitsland slechts vijf journalisten, maar bij Japan tachtig. Maar de gasten willen óók laten zien dat zij iets relevants voor hun land hebben bezocht. Als Willem-Alexander op staatsbezoek is, wil hij ook het liefst aandacht voor de inhoud en niet alleen de ceremonie.
President Steinmeier heeft de premier van Nordrhein-Westfalen en ministers mee, een delegatie van zo’n zestig man. Hij bezoekt plekken waar de economische samenwerking duidelijk wordt: een CO2-compressor op de Maasvlakte bijvoorbeeld, met het idee dat de Duitse uitstoot vanuit het Ruhrgebied hier afgevangen kan worden en waterstof via deze zelfde Delta-Rijncorridor naar Nederland kan komen.
Elke Büdenbender, prins Constantijn, de Duitse bondspresident Frank-Walter Steinmeier, Koning Willem-Alexander, prinses Amalia en koningin Máxima voorafgaand aan een staatsbanket in het Koninklijk Paleis.
Daarna gaan koning en president het water op. Willem-Alexander geeft zoveel uitleg dat een van de aanwezigen bij het aanmeren in Hoek van Holland zegt: „Wat fijn dat we een koning hebben die zo enthousiast over de haven kan vertellen.”
De keizer mag zich niet politiek uitlaten, dat is in de grondwet zo geregeld. In zijn gevolg zit alleen een oud-minister. Hij bezoekt onder meer het Rijksmuseum, en vrijdag het Máxima Centrum voor kinderoncologie.
Dag twee is in de ochtend wel iets politieker, met een bezoek aan de Staten-Generaal en een regeringslunch. In de monumentale ontvangstkamer van de Eerste Kamer in Den Haag kijken Kamervoorzitters Mei Li Vos en Thom van Campen toe hoe het gastenboek wordt ondertekend.
Als de Duitse president dat doet, grappen ze dat hij wel een recensie van het eten tijdens het staatsbanket mag opschrijven. Dat bestond uit een tomatensla met zeebaars, aspergesoep, kalfstournedos en chocoladetaart. Er is altijd ook een vegetarische variant – de lakeien herkennen dieetwensen aan piepkleine stickertjes op de stoelpoten. Bij de Japanse keizer zijn de Kamervoorzitters stil. Als de keizer vraagt of een handtekening volstaat, knikken ze ‘ja’.
De regeringslunch met de Japanse keizer, links, in het Mauritshuis, en met de Duitse president, in Kasteel Duivenvoorde.
Daarna luncht Naruhito met de regering in het Mauritshuis en bezoekt hij het Vredespaleis. Máxima gaat op dag twee met presidentsvrouw Elke Büdenbender, oud-rechter, naar het Internationaal Strafhof. En waar de Duitsers ’s middags aandacht hebben voor vrijwilligerswerk en met schort om helpen koken, bezoekt de keizer – net als zijn vader voor hem – Leiden.
Boven in het Academiegebouw is een kleine Japanse tentoonstelling ingericht met onder meer bijzondere brieven en een groot blauw-wit bord met olifanten. De expositie is bedoeld om de lange geschiedenis tussen Leiden en Japan te laten zien, de toekomst – enkele van de 450 studenten Japanse taal en cultuur ontmoet Naruhito buiten. De keizer is „heel belangstellend”, zeggen ze.
Hij knikt veel, ook in de Japanse tuin in de Hortus. De tuinmannen hebben het grind in golfjes geharkt, dat symboliseert de zee. Buiten de poorten langs het Rapenburg staan toeschouwers: er wordt gejuicht als keizer en koning zwaaien bij het afscheid. Zoveel publiek trok de Duitse president niet.
NRC-redacteur Merlijn Schoonenboom is voorzitter van de Duits-Nederlandse Journalistenuitwisseling. In die hoedanigheid was hij uitgenodigd voor het staatsbanket met de Duitse president.
Kan ik hier nog tegenop? Ik zie hoe het gezicht van de Nederlandse koning opklaart en de Duitse president begint te stralen. De beroemde voetballer voor me heeft de staatshoofden aan het bulderlachen gekregen, precies op het moment dat een hofdame achter me fluistert dat ik de kamer alvast in moet gaan. Ik ben de op een na laatste in het defilé, achter mij komt nog één oud-minister van Binnenlandse Zaken, een paar honderd gasten gingen ons bij het handenschudden voor. Wat zal ik zeggen; wat doe ik hier eigenlijk?
Toen de uitnodiging voor het staatsbanket in de brievenbus viel, begon het al, de confrontatie met protocollen en dresscodes die wel erg ver weg stonden van mijn gewone journalistieke leven. ‘Rokkostuum (met decoraties)’, stond er. Decoraties, welke decoraties?
„Drie mag je er opdoen”, vertelde de mevrouw van het rokkostuumverhuurbedrijf dat nog net een paar kostuums over had, overspoeld als ze werd door de vele aanvragen. Streng was ze, maar álles wist ze: dat ik geen kleurige sokken, geen horloge en geen schaatsmedailles behalve die van de Elfstedentocht mocht dragen, want dat doet de koning ook.
Op 9 juni, aan tafel in het Paleis, word ik verder bijgepraat. Een hofdame van Máxima vertelt me over het nieuwe Delftsblauwe servies. Een „vrouw van”, zoals ze zichzelf grinnikend omschrijft („dit is mijn vierde staatsbanket”), vertelt dat de sfeer losser is dan bij het bezoek van Oman, terwijl gedecoreerde kelners in livrei – „deze medaille kreeg ik omdat ik de Noorse koningin heb bediend”- ons aspergesoep, tournedos en Franse wijnen brengen.
Nog iets duidelijker wordt de avond als de andere tafelgenoten zich voorstellen: een 92-jarige overlevende van Westerbork, een 17-jarige scholier van de Duitse school in Den Haag, de baas van de bekende Duitse diepvriespizzafabriek, en verder in de zaal veel, heel veel gezichten die ik in twintig jaar leven en werken tussen Duitsland en Nederland al eens eerder ben tegenkomen; allemaal levens die gewild of ongewild verweven zijn met beide landen, nu aan zes lange tafels bij elkaar gebracht.
Maar het is pas ná het banket, bij de cognac in de gang, dat alles op zijn plek valt. Ik zie Boris Pistorius met Dilan Yesilgöz, twee ministers van Defensie met recordbudgetten, ik zie ambassadeurs subtiel richting staatshoofden opschuiven: glazen worden geheven en agenda’s getrokken – en ja, ook ik, uitgenodigd als bestuurslid van de Journalistenuitwisseling Duitsland Nederland, schuif mee en pak die agenda. Op het staatsbanket wordt gepronkt, maar er moet ook worden gewerkt, al is het in gala; die internationale betrekkingen lopen niet vanzelf.
Als het mijn beurt in het defilé is, aan het begin van de avond, is de keuze dan ook snel gemaakt. Een zwaar gedecoreerde kamerheer leest mijn naam voor, staatshoofdenhanden worden uitgestoken. Hoeveel heb ik: 20 seconden, een minuut? Het moet genoeg zijn. Snel gooi ik het eruit, iets over de uitwisseling, iets over het belang van goede berichtgeving voor beide landen. Een bulderlach wordt het niet, maar een glimp van belangstelling? Het lijkt te lukken.
Merlijn Schoonenboom