Hoe ouder we als kind worden, hoe meer ons enthousiasme onder de oppervlakte verdwijnt, tot we volwassenen zijn die dingen ‘interessant’ vinden in plaats van ‘geweldig’.
Ik ben gek op koeien. Zo gek, dat ik voor mijn verjaardag een adoptiekoe cadeau kreeg. Ze heet Moppie en woont in Utrecht. Als ik langs een wei kom waar koeien staan, laat ik alles uit mijn handen vallen. Ik zet mijn fiets aan de kant en bewonder ze. Er gebeurt iets warms in mijn borst en ik stuur een foto naar mijn vrienden met de tekst: ‘KOEIEN!’
Mijn vrienden reageren vaak wat onverschillig. Ik begrijp die terughoudendheid. Enthousiasme is niet cool. Het is overdreven, kinderachtig, een beetje cringe. Een vriend zei het laatst: onze generatie is zo overtuigd van haar eigen gelijk dat niemand nog van zijn pad afwijkt. Ongemak aangaan om een ander verder te brengen, doen we niet meer. Enthousiasme is dat ongemak. Ik schreef er eerder al over: cringe smoort kwetsbaarheid in de kiem. Maar enthousiasme smoort je er ook mee. Want wie ergens vol van is, legt iets bloot.
Over de auteur
Maud Stamsnijder is student interdisciplinaire sociale wetenschap.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
En dus leren we het af. Laagje voor laagje. Tussen je 5de en 8ste levensjaar begint de sociale omgeving mee te bepalen hoe jij je emoties toont en ervaart. Zo krijgen we steeds meer enthousiasmeremmers in ons leven. Je kunt erop afgerekend worden. Je wordt niet serieus genomen. En zo verdwijnt het onder de oppervlakte, tot we volwassenen zijn die dingen ‘interessant’ vinden in plaats van geweldig.
Ik mis oprecht enthousiasme. Niet het neppe soort: de zoveelste LinkedIn-post die begint met ‘Trots om te delen dat...’, de influencers die alles ‘waanzinnig’ vinden of het ‘Ik kom zeker!’ waarvan je aan de toon al kunt horen dat iemand niet komt. Ik mis het enthousiasme dat ervoor zorgt dat ik op het puntje van mijn stoel wil zitten.
Want er zijn dingen die mij écht enthousiast maken. Koeien dus. Maar ook de trein, als hij op tijd rijdt en er iemand in zit met wie ik een leuk gesprekje kan aanknopen. Of boeken. Het is toch ongelofelijk dat er mensen zijn die een heel boek vol kunnen schrijven? Mensen die iets maken, iets vol overgave, dat is tegenwoordig zeldzaam en zo cool.
Helaas verstoppen die mensen zich. En dat snap ik. Mijn generatie (gen Z) heeft een verfijnde radar voor oprechtheid en tegelijkertijd een reflexmatige afkeer van alles wat te veel lijkt. Te veel gevoel, te veel zichtbaar plezier. Afstandelijkheid geldt als bewijs van intelligentie. Niets te erg vinden geldt als een vorm van bescherming. Maar waartegen? We zijn iets verloren op weg naar volwassenheid. Stiekem hoop ik dat we het zo diep hebben begraven dat we vergeten zijn hoe het voelt.
Want dat betekent dat we het kunnen opgraven. Enthousiasme is aanstekelijk. Het trekt mensen mee en verbindt ze. Rijn Vogelaar laat met zijn promotieonderzoek naar enthousiasme zien dat leiders die oprecht enthousiasme tonen, bijdragen aan een positievere werksfeer en de motivatie en betrokkenheid van hun collega’s vergroten.
Maar zodra enthousiasme als onecht wordt ervaren, of vooral wordt ingezet als norm – wees positief! toon passie! – verliest het juist zijn kracht. Dat is het probleem: niet het enthousiasme zelf, maar een cultuur op werkvloeren, in klassen en op tijdlijnen waarin het alleen mag bestaan als het gepolijst, productief, doordacht of grappig is. Daarbuiten wordt het weggehoond.
Daar valt iets aan te doen. Niet alleen doordat jij en ik ons moediger tonen, maar ook door de mensen met invloed: leidinggevenden, docenten en andere rolmodellen die de toon zetten. Als zíj ruimte maken voor het onhandige en kwetsbare enthousiasme van iemand die ergens van houdt en dat ook laat zien, wordt het voor anderen ook makkelijker. Dan wordt enthousiasme niet langer afgedaan als ‘cringe’ of ‘onprofessioneel’, maar als wat het is: betrokkenheid en passie. Door simpelweg te vragen waar de ander enthousiast van wordt, komen we samen verder.
Ik zal ’m aftrappen: ik ben gek op koeien. Ik heb er zelfs één geadopteerd. Ik juich als de trein op tijd rijdt en er iemand in zit met wie ik een gesprekje kan aanknopen. Ik hou van schrijven, boeken, kunst en van andere enthousiastelingen.
Stuur die foto. Zeg dat je iets geweldig vindt. Knoop dat gesprekje aan en stel de vraag. Wees de koe in de wei waar iemand zijn fiets voor aan de kant zet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant