Home

Slachtoffers van vergisexplosie helpen nu anderen: ‘Iedereen denkt meteen: die is crimineel’

Nederland telt jaarlijks meer dan duizend explosies en aanslagen. Wie helpt eigenlijk de slachtoffers daarna? Xavier Ottens en Suzan van Rutten ontdekten hoe ingewikkeld dat is, toen hun eigen woning door een vergisaanslag afbrandde. Nu begeleiden ze tientallen getroffen gezinnen.

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.

Toen Xavier Ottens wakker werd in het ziekenhuis, had hij geen huis meer om naar terug te keren.

De nacht ervoor, begin april 2024, lagen hij, zijn vrouw Suzan van Rutten en hun twee kinderen te slapen in hun woning in Vlaardingen. Rond kwart voor twee vloog een baksteen door het raam. Kort daarna werd een brandbom met een brandversnellende vloeistof naar binnen gegooid. Binnen enkele ogenblikken stond de benedenverdieping in lichterlaaie.

‘Het ging razendsnel’, zegt Van Rutten. ‘Het hele huis ging verloren.’

Pas later bleek dat het gezin nooit het beoogde doelwit was geweest. De 17-jarige dader had zich in het adres vergist.

Suzan wist met hun jongste dochter via het dakterras te ontkomen, Xavier sprong door een raam naar buiten. Hun zoon hing inmiddels aan de gevel van het brandende huis. ‘We konden hem niet bereiken’, zegt Xavier. ‘Het was te hoog en de muur was gloeiend heet geworden.’ Pas op het laatste moment wist de brandweer hem in veiligheid te brengen.

Een dag later kreeg Ottens in het ziekenhuis te horen dat hij naar huis mocht. Maar waarheen? De woning was afgebrand; zijn gezin in verschillende ziekenhuizen ondergebracht.

‘Het gordijntje ging open en de arts zei: je kunt gaan. Je moet je voorstellen: ik was nog zwart van de rook, mijn voeten waren verbrand en ik wist nauwelijks waar ik was. Daar stond ik dan, in mijn korte broek en T-shirtje. En niemand die zei: wij helpen je verder.’

Dat gevoel van ontreddering bleek bijna net zo ingrijpend als de aanslag zelf. De woning was weg, net als alle bezittingen van het gezin. Er moesten nieuwe identiteitsbewijzen komen, verzekeringszaken worden afgehandeld, tijdelijke huisvesting gevonden en juridische procedures opgestart. Psychologische hulp was weliswaar beschikbaar, maar voor praktische hulp bleek geen loket te bestaan.

‘We moesten het wiel helemaal zelf uitvinden’, zegt Xavier. ‘We verzopen in de wirwar van instanties.’

Praktische hulp

Die ervaring bracht Xavier en Suzan, allebei veertigers, ertoe om Sidekick op te richten. Die stichting ondersteunt slachtoffers van explosies kosteloos met praktische hulp en communicatie met de benodigde instanties. Inmiddels hebben ze al tientallen gezinnen bijgestaan: van een moeder en zoon die na een explosie in Purmerend dakloos raakten, tot aan slachtoffers van de gasexplosie in het centrum van Utrecht.

Vaak nemen Xavier en Suzan zelf contact op nadat ze over een incident in het nieuws hebben gelezen. Inmiddels weten ook gemeenten hen te vinden en verwijst Slachtofferhulp slachtoffers soms naar hen door.

‘Wij proberen eigenlijk alle praktische zaken van A tot Z te regelen’, zegt Xavier. ‘Contact met gemeenten, woningcorporaties, verzekeraars – noem maar op.’ Voor mentale hulp verwijzen zij door naar Slachtofferhulp.

De behoefte aan ondersteuning is groot, want het aantal explosies in Nederland blijft onverminderd groot. Vorig jaar werden 1.534 aanslagen en pogingen met explosieven geregistreerd. En ook in de eerste maanden van 2026 lag het aantal rond de honderd incidenten per maand, vergelijkbaar met dezelfde periode in het jaar ervoor.

Waar explosies vroeger vooral werden gekoppeld aan het drugsmilieu, heeft volgens de politie tegenwoordig nog maar zo’n 20 procent een verband met de georganiseerde misdaad. Conflicten in relaties of zakelijke vetes spelen eveneens een rol. Daarnaast zijn er de zogenoemde vergisaanslagen, waarbij het verkeerde adres wordt getroffen, zoals bij Xavier en Suzan.

‘Kale kop, grote gozer’

Zoals veel slachtoffers van explosies kregen Xavier en Suzan te maken met wantrouwen vanuit de omgeving. Mensen gingen ervan uit dat ze zelf ook niet helemaal zuiver op de graat waren. Zelfs een tijdelijk onderdak in de woning van vrienden ging niet door, omdat de omwonenden daar in opstand kwamen uit vrees voor nieuwe aanslagen. Ook een huurwoning vinden bleek lastig; een verhuurder vond het te ‘spannend’ om aan slachtoffers van een explosie te verhuren.

Slachtoffers van explosies krijgen niet snel het voordeel van de twijfel. ‘Je krijgt eigenlijk meteen een stempel op je hoofd’, zegt Xavier, ‘je bent crimineel en met jou willen we niet om de tafel.’ Hij kreeg er zelf ook mee te maken. ‘Ik heb alles voorbij horen komen in het geruchtencircuit: cocaïnebaas, afpersing.’ Hij lacht. ‘Bij mij zit natuurlijk alles tegen: kale kop, grote gozer.’ Hij begrijpt het ergens ook wel. ‘Voordat dit ons overkwam, dachten wij bij explosies ook vaak: daar zal wel iets achter zitten.’

En soms kloppen de vermoedens ook simpelweg. Bij Sidekick vragen ze slachtoffers daarom altijd openlijk naar mogelijke criminele betrokkenheid. ‘Wij zien dat mensen daar vaak eerlijk over zijn. Ze hebben van ons ook niets te vrezen’, zegt Xavier. ‘Maar als we merken dat iemand tegen ons liegt, dan stoppen wij direct met de hulp.’

Ook komt het weleens voor dat één gezinslid problemen heeft veroorzaakt. Xavier: ‘Dan doen we er alsnog alles aan om de andere gezinsleden te helpen. Die rotte appel in kwestie weet dan zelf ook dat we niet voor hem klaarstaan. Maar dat vervolgens het hele gezin dan wordt bestempeld als crimineel, daar moeten we echt vanaf.’

Sluiten van een woning

Xavier en Suzan zien bij veel instanties zeker geen onwil, maar vinden wel dat zij moeilijk benaderbaar zijn en slecht communiceren. Xavier: ‘Elke gemeente zou één aanspreekpunt moeten hebben voor explosies. Eén persoon, één telefoonnummer. Dat scheelt voor slachtoffers een verschrikkelijke berg werk.’

In de praktijk zien ze geregeld hoe ingrijpend de gevolgen van veiligheidsmaatregelen kunnen zijn. Zo werd een alleenstaande moeder na een explosie dakloos. Suzan: ‘Zij moest in de auto slapen. Terwijl de dader in dezelfde wijk mocht blijven wonen, in een huis van dezelfde woningcorporatie. Natuurlijk, hij heeft ook een recht om te wonen. Maar zíj kreeg geen andere woonvoorziening aangeboden.’

Over het sluiten van woningen hebben ze daarom gemengde gevoelens. Het is een zwaar middel, zeggen ze, waardoor gezinnen soms op straat belanden. Tegelijkertijd begrijpen ze waarom burgemeesters ertoe overgaan. ‘We zien niet vaak dat een burgemeester zomaar zo’n besluit neemt’, zegt Xavier. ‘Die hebben echt wel hun huiswerk gedaan.’ Bovendien speelt ook de veiligheid van omwonenden mee. ‘Het gaat niet alleen om die ene voordeur, ook om die tien voordeuren daarnaast.’

Ook lopen slachtoffers geregeld vast in hun contact met verzekeringsmaatschappijen. ‘Eén keer wilde een verzekeraar per se een gesprek voeren met een slachtoffer’, zegt Xavier. ‘Alleen lag die persoon in coma en was hij voor 80 procent verbrand. Maar zonder dat gesprek wilde ze niet uitkeren. Dat is toch schrijnend.’

Al haasten ze zich erbij te zeggen dat de verzekeringsmaatschappijen in deze explosiegolf natuurlijk ook slachtoffer zijn. ‘Voor hen is het natuurlijk óók een nachtmerrie.’

Civiele procedure

Des te meer reden om zorgvuldig en integer te werk te gaan. Toen een verzekeraar eens niet wilde uitkeren, wilde Xavier namens een slachtoffer ‘met gestrekt been’ verhaal gaan halen – totdat hij de boedellijst onder ogen kreeg. ‘Daar stonden zonnebrillen van 20 duizend euro op. Hartstikke ongeloofwaardig’, zegt hij. ‘Toen zei ik tegen die verzekeraar: jullie hebben helemaal gelijk.’

Ze hadden meer verwacht van het Offensief Tegen Explosies (OTE), het landelijke samenwerkingsverband onder leiding van de Rotterdamse burgemeester Carola Schouten. Volgens Xavier en Suzan wordt er veel gesproken over maatregelen, zoals strengere Europese regels voor zwaar explosief vuurwerk, maar zien zij in de praktijk nog weinig resultaat. ‘Ik vind het initiatief goed, er zitten heel goede ideeën bij’, zegt Xavier. ‘Maar ik zie weinig dat echt wordt opgepakt.’

Explosievenleggers kunnen zwaar gestraft worden. Gemiddeld krijgen volwassen daders een celstraf van twee jaar opgelegd. Maar in uitzonderingssituaties wordt zelfs meervoudige poging tot moord bewezen – en dan kan een dader 9 jaar cel krijgen.

Toch zijn veel verdachten jong en kunnen zij tot hun 23ste volgens het jeugdstrafrecht worden berecht. Voor Xavier en Suzan betekende dat dat de dader van de aanslag op hun woning, ondanks een veroordeling voor poging tot doodslag, wegkwam met 80 uur taakstraf. ‘De straf die dat ventje krijgt, is ongepast’, zegt Xavier. ‘Dat staat niet in verhouding tot wat hij heeft geflikt.’

Xavier ziet daarom meer in een civiele procedure, waarmee de dader ook financieel aansprakelijk kan worden gesteld. ‘Ook als signaal naar andere plegers: je komt hier niet zomaar mee weg’, zegt hij. Suzan twijfelt daarover. ‘Het kan dat een hoge schadeclaim een jonge dader juist veel verder de criminaliteit in duwt. Dat vind ik wel ingewikkeld.’

Babi pangang

Voor hun werk bij Sidekick krijgen Xavier en Suzan nauwelijks betaald. Subsidie ontvangen ze niet, al zijn sommige instanties bereid incidenteel een vergoeding te geven voor hun hulpverlening, zoals de gemeenten Almere en Rotterdam eerder deden.

Intussen is de spaarrekening van het stel sinds de aanslag vrijwel leeg. Om rond te komen werkt Xavier ook als vrachtwagenchauffeur. ‘Ik ben vanochtend om 4 uur opgestaan om een stukje te rijden’, omschrijft hij zijn dagelijkse ritme. ‘Dan ben ik op tijd terug om het werk voor de stichting op te pakken. En vanavond rijd ik opnieuw om brood te verdienen.’ Suzan werkt als administratief medewerker ernaast.

Volgens hen is structurele subsidie uiteindelijk noodzakelijk om Sidekick overeind te houden. ‘Het wordt drukker en drukker’, zegt Xavier. ‘En dat is ergens goed, want blijkbaar is het nodig. Maar dat gaan wij zo natuurlijk niet volhouden met zijn tweetjes.’

De dankbaarheid van slachtoffers maakt voor Xavier en Suzan veel goed. ‘Mensen bieden ons zelfs aan dat we bij een bepaald restaurant onbeperkt babi pangang kunnen eten’, zegt Xavier lachend. ‘En volgens mij kunnen we zelfs kosteloos op vakantie naar Turkije. Die waardering doet echt veel.’

Het meest betekenen de momenten waarop de betrokkenheid wederzijds wordt. ‘Er was een slachtoffer dat op een gegeven moment precies wist hoe het met onze eigen zaak stond’, zegt Suzan. ‘Die belde na een zitting om te vragen hoe het was gegaan. Dat is mooi: dat zij ook weer naar ons omkijken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next