Home

Verhalen uit de grote wereldsteden en griezelig suggestieve sprookjes

Verhalenbundels De verhalen van Isa Davids en Alex van Warmerdam verschillen in stijl hemelsbreed van elkaar, maar gaan inhoudelijk over hetzelfde: wat er woekert in en tussen mensen.

Daar ligt de man. Bewegingloos. Is hij gewond, is hij dood en wiens schuld is het? In ‘De slaapwandelaar,’ een van de verhalen uit het debuut Yenta van Isa Davids (1994), velt Philip zijn vriend Aaron met een vuistslag na een licht provocerende opmerking over zijn vrouw. Hij is ontdaan. Nooit eerder sloeg hij iemand: „Nee, hij had zijn instinctieve driften altijd weten te beheersen. Er school geen pugilist in hem. […] Hysterisch greep hij naar zijn gezicht. IJselijke kreten doemden op in de verte, landden tussen de hersenmist in zijn hoofd. Dit kon iedereen overkomen. De bakker, de kinderjuf, de meneer die bij het tolpoortje zijn dagen zat te slijten, maar hem niet. Waarom Philip, God! Waarom hij?”

Alex van Warmerdam: Geen zorgen, ik hou van je. Thomas Rap, 120 blz. € 21,99

Ook Alex van Warmerdam (1952) beschrijft een dergelijke situatie in zijn eerste verhalenbundel, getiteld Geen zorgen, ik hou van je. Aan een slome (schijn)student is door een minnares onverwacht een baby toevertrouwd. Of hij het kind alsjeblieft niet aan iemand mee wil geven, luidt het verzoek. Bij nacht staat er ineens een „kleine man in een motorjack” in de kamer die hem aankijkt „alsof hij een ei kwam lenen”. De student aarzelt niet. Hij steekt de man neer, die tegen een kast valt en jawel, met een „droge tik” zijn nek breekt. Onthutst kijkt de student toe. Eventjes. „Godverdomme. Ik, die nota bene een wesp nog red uit een glas Fanta, zat opgescheept met een lijk”, heet het dan.

Isa Davids: Yenta. Querido, 264 blz. € 22,99

Verhalenbundels kunnen haast niet meer van elkaar verschillen dan die van Davids en Van Warmerdam. Davids schrijft onstuimig, overvloedig, Van Warmerdam beheerst en ingekookt. Grappig genoeg zouden de bundels toch van titel kunnen ruilen. ‘Yenta’ is een Jiddisch woord en betekent zoiets als ‘iemand die roddel en achterklap verspreidt’. Davids geeft in negen verhalen een beeld van verschillende generaties van een Joods-Amerikaanse familie en hun geworstel met anderen, uit hun eigen tijd en uit het verleden. Van Warmerdams verhalen gaan net zo goed over wat er woekert in en tussen mensen.

Ambitie

Isa Davids, een journalist die onder meer voor deze bijlage schrijft, schuwt het grote gebaar niet. Haar prozadebuut barst van de ambitie. Ze wil veel vertellen, veel tonen, van details uit individuele levens tot grote politieke en maatschappelijke bewegingen aan toe, waar die vandaan komen, hoe die doorwerken in individuele levens. Het eerste verhaal gaat over de aankomst van een meisje genaamd Hannah Simons in New York in 1950: „Het was uiteraard bloedgeld dat haar in de oversteek had voorzien.” Ze moet een nieuwe taal leren (Engels in plaats van Jiddisch) en zich gaan hechten aan en zien te verbinden met de toekomst. Om te beginnen kiest ze een kat. Van de kat komt een man, van de man komt een kind, vanaf daar gaat het voort.

Haar verhaal en de verhalen van haar nazaten zijn inkijkjes, uitsneden uit hun leven. Ze spelen zich af in allerlei jaren tussen 1950 en 2001 en op allerlei plekken, vooral in wereldsteden, zoals New York, Parijs, Rome en Amsterdam. Ze hebben een verrassend wisselende invalshoek: een bejaarde man wil alsnog een groot tennisspeler worden, een gay stel in Tel Aviv overweegt een verhuizing. Joods zijn speelt steeds een rol, als algehele achtergrond, soms op de voorgrond tredend: „‘Stomme goj’, zei ze met een automatisme dat huis uit had meegekregen. Het conservatisme van haar moeder, dat ze lang geleden dacht te hebben begraven.”

De tijds- en plaatsbepalingen zijn uiterst precies. De lezer wordt geregeld als in een negentiende-eeuwse roman bij de hand genomen: „U moet begrijpen, beste lezer, dat de omslag naar 1960 een ideologische grens markeerde die de hoofden van de Amerikanen deed oplaaien […].” En Davids speelt met nog veel meer genres, stijlen en registers.

Tussen de verhalen door staan (naar later blijkt er toch mee verknoopte) flarden uit het dagboek van een getrouwde niet-Joodse journalist die correspondent in Jeruzalem wordt in 2000, als de Tweede Intifada losbarst. Hij lijkt daar niet heel erg mee bezig te zijn, hij meiert vooral maar door over Evie, een jonge vrouw met wie hij een affaire had. Over het land waar hij terecht is gekomen, merkt hij wel op: „Ik vraag me af of ik er goed aan heb gedaan om mijn kinderen naar een plek als deze te brengen, een plek waar vrede slechts een drogbeeld is, een perverse grap waar niemand zich meer aan durft te wagen, een parodie op de werkelijkheid. Het leven hier is als een macabere tango, waarin alleen de dood de slotbuiging maakt.”

Yenta imponeert, maar is alles bij elkaar te duizelingwekkend, te vol. Je bent te veel tijd kwijt aan begrijpen wie wie is, aan hoe alles en iedereen samenhangt. De hoeveelheid perspectieven, maar zeker ook de hoeveelheid beschrijvingen, vergelijkingen en bijvoeglijke naamwoorden doen suizebollen. Het gaat in de weg zitten, je raakt de draad kwijt, terwijl de verhalen los van elkaar van inhoud sterk zijn. Af en toe staat er plotseling, kernachtig, helder en geestig, een aforisme in Yenta: „Zelfmoord was net zoiets als een roman schrijven: het kon altijd nog.” Isa Davids heeft overduidelijk veel talent en kan een volgende keer met veel minder woorden toe.

Meester van de suggestie

Alex van Warmerdam beheerst daarentegen de kunst van het weglaten tot in de puntjes, hij is een meester van de suggestie. Net als zijn werk voor film en toneel zijn de verhalen in Geen zorgen, ik hou van je al snel een beetje griezelig, een tikje grimmig, verontrustend: „Karl zag haar voor het eerst in de zandbak van de basisschool. Ze zat op haar knieën en vulde een plastic vormpje met zand. Ze was alleen, had zilverwit haar en droeg een vaal winterjasje. Enkele van haar boventanden stonden scheef. De dag was koud begonnen, maar nu was het warm.”

Alles staat in dienst van de sfeer en is veelzeggend. Slechts hier en daar voegt de schrijver de interpretatie vast toe: „Hij is mollig en heeft lang vettig haar dat op een onsmakelijke manier combineert met wat hij komt brengen: de toast met zalmsalade.” Vaak is het maar een woord, een korte vergelijking die je licht doet rillen: „Haar benige hoofd ziet grauw als zult.”

De verhalen van Van Warmerdam zijn, anders dan die van Davids, juist niet plaats- of tijdgebonden. Ze hebben zelfs iets weg van sprookjes, alsof ze zich overal kunnen afspelen, een algemene geldigheid hebben. Maar welke? Dat blijft gissen. Van Warmerdam blinkt uit in het je doen raden naar dingen die je liefst niet verzint.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next