Stefan Paas In zijn nieuwe boek, een kleine bestseller, geeft deze populaire theoloog een „rondleiding” door het christelijk geloof. „Voor mij is de uitdaging om die poëtische en visionaire taal van de Bijbel serieus te nemen.”
Soms wordt hij op straat zowaar herkend of aangeklampt. Willen mensen hem aanspreken. Of een selfie met hem maken. „Voor een theoloog toch best een bijzondere ervaring.”
Zó gek ook weer niet, want Stefan Paas (56), hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan de Theologische Universiteit Utrecht, is een vakman maar geen studeerkamergeleerde. Hij schrijft toegankelijke, veel gelezen boeken over het christelijk geloof en is sinds 2019 co-presentator van De Ongelooflijke Podcast, een EO-podcast over geloof, politiek en samenleving die online, maar ook op YouTube, radio en televisie honderdduizenden luisteraars en kijkers trekt.
Stefan Paas: De weg van vrede. Een rondleiding door het christelijk geloof. KokBoekencentrum, 287 blz. €22,99
Zijn jongste boek, De weg van vrede, beleefde een vierde druk, ook vrij ongewoon voor een theologisch werk. In Vlaanderen kreeg het de Prijs voor het Beste Christelijke Boek. Het boek geeft een „rondleiding” door het christelijk geloof, bedoeld voor mensen „die niet gemarineerd zijn in christelijke taal” of die „afknappen” op korte overzichten van de christelijke leer. Dicht op de tekst van de Bijbel werkt Paas een „theologie van de vrede” uit die hij ziet als kern van de christelijke boodschap, met drie elementen: recht, gemeenschap en vreugde. De stijl is persoonlijk, theologisch onderbouwd en met een didactische strekking (na elk hoofdstuk volgen vragen en opdrachten). Achterin staat apart een theologische bijlage met literatuurverwijzingen en een register van de in het boek gebruikte Bijbelteksten (twaalf pagina’s).
Het succes van het gelovige boek is opmerkelijk. Al past Paas voor de schreeuwerige laudatio ‘bestseller’. „Het is geen Susan Smit hoor, maar het loopt heel aardig”, zegt hij nuchter, thuis in Baambrugge. „Ik weet niet in één zin waarom het goed verkoopt. Er zal van alles meespelen. Mensen leren je kennen van je eerdere boeken en hopelijk vertrouwen. Ook De Ongelooflijke Podcast zal een rol spelen. Ik hoop dus maar dat ik mensen niet teleurstel, dit is wel echt een ander boek geworden. Mijn vorige, Vrede op aarde, had ik laten meelezen door mijn collega’s, theologen, dit keer heb ik het eerst voorgelegd aan mijn kinderen. Twintigers en dertigers. Is dit iets, is het een publiek dat ik zo kan bereiken? Want er is wel iets aan de hand, dat merk ik ook. Mensen zijn niet meer per se zo negatief over het geloof als eerder.”
„Nou, het is ook wel serieuze theologie. Geen bekende kost die ik heb herkauwd voor de kinderen als een soort theologisch Olvarit. Ik wilde dicht bij het taalregister van de Bijbel blijven, met name de taal van de profeten. Van huis uit ben ik ook exegeet, geen systematisch theoloog, dus in die zin is dit boek mijn terugkeer naar een oude liefde.”
„Ik bedoel dit niet schamper, maar soms krijg je bij theologen de indruk dat ze de Bijbel maar een onhandig boek vinden. Al die bloemrijke taal, al die beeldspraak. Kan dat niet wat strakker of efficiënter? Dat past ook wel bij onze cultuur, het vragen om begripsverheldering. Ik wil daar niet neerbuigend over doen, maar voor mij is de uitdaging juist om die poëtische en visionaire taal van de Bijbel serieus te nemen. The medium is the message, zeggen we toch ook? En ja, het is verleidelijke taal, die aanspreekt, dingen oproept en in beweging zet.”
„Je hoort daar nu in elk geval veel over. Er is onderzoek dat ook wel op een zekere trend wijst, een lichte opleving onder jongeren. Katholieke kerken rapporteren groei, ook in Frankrijk en België. Ik herken het zelf ook wel in mijn omgeving en bij mijn studenten. Jongeren groeien tegenwoordig vrij onbevangen op, met weliswaar weinig kennis van het geloof, maar ook met weinig vooroordelen. Het echt antireligieuze is er wel een beetje af, ook bij jouw eigen krant. De tijd is er kennelijk rijp voor. Maar dat is niet dé reden waarom ik dit boek heb geschreven. Zo werk ik niet, vanuit marktoverwegingen, er moet altijd een drang van binnen zijn. Ik was er zelf aan toe.”
„Ze missen de spirituele reservoirs die wij ooit hadden, ze moeten die zelf weer ontdekken. Maar ze zijn oprecht op zoek, dat is mijn indruk. Ze zijn ook vaak wat conservatiever dan hun ouders. Maar goed, veel progressiever kun je in Nederland ook niet worden. Als je nu tegen je ouders wilt rebelleren, moet je naar een kerk gaan. Ik heb geprobeerd een boek te schrijven dat ook die jongeren of niet-gelovigen helpt begrijpen waarom het christendom mensen aanspreekt.”
(lacht) „Ja, wel zo duidelijk. Als je dat aandurft. Maar ik wilde laten zien wat de positieve boodschap is, ik ben al een tijdje bezig met ’theologie van de vrede’, met Jezus als vredesvorst. Ook weer niet heel strategisch of zo, zo’n boek als dit ontwikkelt zich al schrijvend.”
„Toch wel, maar pas in het slothoofdstuk. Je kunt lezers natuurlijk ook eerst inprenten hoe ellendig ze er aan toe zijn en hoe verderfelijk de wereld is, en dán met het goede nieuws komen, de redding door Jezus. Zo gaat het in de Bijbel helemaal niet, maar in de praktijk kom je die benadering nog steeds vaak tegen. Je ziet het ook wel in discussies over racisme en ‘witte onschuld’. Mensen heel erg opschudden zodat ze tot inkeer komen, een beetje shocktherapie-achtig. Ik probeer het anders. Eérst het goede verhaal vertellen, waar dat ons brengt en waar we voor bestemd zijn. Pas dan kun je begrijpen wat zonde eigenlijk is. Namelijk alles wat vrede in de weg staat of actief tegenwerkt. Vijandigheid, bitterheid, plezier om te kwetsen, allereerst heel alledaagse dingen. De Bijbel spreekt daarnaast ook wel van ‘machten’, wat je daar verder ook van moet denken. Waar de vrede aankomt in de persoon van Jezus, daar steekt ook altijd weerstand op.”
„De Bijbelse profeten spreken geen exact beschrijvende, laat staan wetenschappelijke taal. Ze spreken over wat er ligt aan de andere kant van de waterval, maar daar zijn ze zelf ook nog nooit geweest. Ze hebben iets vernomen wat ons aanspreekt, dat geopenbaard wordt vanuit de toekomst. Trouwens, we wéten toch ook heel veel niet, ook buiten godsdienstige taal? Als natuurkundigen het hebben over de snaartheorie of over kwantumfysica, weten ze dan precies wat ze zeggen? Bovendien, we leven nu in een land van minderheden. Niemand kan meer de pretentie hebben het geheel te overzien en een verhaal te hebben dat geldt voor alles en iedereen. Toen ik in Amsterdam woonde, zei een buurvrouw van me, toen ze hoorde dat ik als pastor werkte: oh, maakt niet uit man, we zijn allemaal gek hier.”
„Aan de vrede die het christendom belooft, zit ook een emotionele kant, daar heb ik bij het werken aan dit boek meer aandacht voor gekregen. Op een gegeven moment laat je als mens je anker neer waar het goed voelt. Waar je weet dat recht gedaan wordt en mensen verzoend worden. Die rechtvaardige gemeenschap schept vreugde, dat is het derde element van het verbond van God met de mensen.’’
„Ik hoop dat jongeren die mijn boek in handen krijgen, wegblijven van het idee dat het geloof een wapen is in de cultuurstrijd. Je kunt daar vanuit de geschiedenis van het christendom natuurlijk veel meer over zeggen, maar in de kern is het een boodschap van vrede en verzoening. Die laat zich niet zomaar inpassen in rechtlijnige politieke posities of tegenstellingen. De vroege christenen in het Romeinse Rijk keerden zich tegen gladiatorengevechten, dan zou je best links kunnen noemen. Maar ze waren ook tegen abortus.”
„Nou ja, christendom is geen beschermde titel, iedereen kan zich christen noemen. En geloof je het allemaal écht? Tja, ik denk dat veel van onze voorvaderen dat ook niet zo’n gemakkelijke vraag hadden gevonden. Maar ik vind het heel belangrijk dat Jezus niet tot symbool of instrument wordt gemaakt van de cultuurstrijd, dan wordt hij een kartonnen figuur of een online meme. Als je het christendom enigszins serieus neemt moet je toch inzien dat Jezus een persoon was met, laat ik het maar zo zeggen, een eigen agency. Ik heb ook een hekel aan de vraag die mensen in actuele kwesties graag stellen, ‘wat zou Jezus doen?’. Zou hij alle vluchtelingen verwelkomen of de grenzen sluiten? Dat weten we niet en daar gaat het ook niet om.”
„Je moet oppassen het geloof te vertalen naar politieke agenda’s. Al helemaal in een democratische samenleving waarin je te maken hebt met burgers die geen christen zijn. Je kunt die niet dwingen naar jouw richtlijnen te leven. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Ik kan me geen christelijke politiek voorstellen die bijvoorbeeld de zorg voor armen niet hoog in het vaandel zou hebben. Dat is zó consistent christelijk door de eeuwen heen. Dus niet beweren, zoals de Amerikaanse vice-president JD Vance: onze barmhartigheid houdt op bij de Amerikaanse grens. Of zoals Geert Wilders: dan hebben ze maar een beetje meer honger in Afrika. Dat is niet de christelijke boodschap.”