Het leger traint voor het eerst in decennia voor een klassieke oorlog tussen staten, maar dan in het dronetijdperk. Dat betekent: camoufleren, verspreiden, bewegen, verwarren, verstoren, misleiden en jammen. Want wie de drones niet de baas is, is verloren.
is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Jan Swillens, de hoogste generaal van de Koninklijke Landmacht, staat naast een van de Leopard-tanks die net nog met veel geweld over het Duitse oefenterrein raasden. Nederland heeft nog ruim vijftig van deze ‘60 ton wegende monsters’ besteld, maar de miljoenenverslindende wapensystemen zijn alleen onder voorwaarden inzetbaar, erkent Swillens. ‘Als je hiermee het gevechtsveld op gaat zonder dat je zeker weet dat je de drone space beheerst, ben je gewoon dom bezig. Dan hebben deze voertuigen een overlevingskans van tien tot vijftien minuten.’
De drone heeft de oorlogsvoering radicaal veranderd. Dat is een terugkerend thema bij Fighter Lion, de grootste oefening van de Landmacht in decennia. Zo’n zevenduizend manschappen en tweeduizend voertuigen trainen in Nederland en op het 284 vierkante kilometer grote trainingsgebied in het Duitse Bergen-Hohne voor een grootschalige aanval door – in het geval van deze oefening – een coalitie van vier vijandige landen.
Decennialang waren de strijdkrachten gericht op relatief kleine vredesmissies, maar nu is de klassieke oorlog tussen staten helemaal terug in de instructieboekjes. Het meest voor de hand liggende scenario: Rusland dat Navo-bondgenoten in het oosten aanvalt.
‘Er zijn nu zo’n zes- tot zevenhonderdduizend Russen ontplooid aan de grens van Oekraïne’, zegt Swillens. ‘Bij een vredesbestand kan Rusland er zo drie- tot vierhonderdduizend losweken van die frontlijn. Daar houden wij natuurlijk al rekening mee. Vroeg of laat gaat het gebeuren.’
Bataljonscommandant Marcel Kerstens moest voor deze oefening met zijn zogeheten ‘Battle Group’ van de 13 Lichte Brigade in ijltempo de honderden kilometers tussen standplaats Oirschot en Bergen-Hohne afleggen om de vijandelijke aanval af te stoppen. Hij bezweert dat zijn troepen ongeveer net zo snel richting de Baltische landen kunnen afreizen. ‘Die route zit al in ons hoofd.’
Dit is de boodschap die Defensie via de uitgenodigde pers wil overbrengen aan het grotere publiek, en wellicht ook aan Rusland: de Nederlandse strijdkrachten bereiden zich samen met de Navo voor op iedere dreiging.
De militaire kopstukken vertellen over de finesses van Fighter Lion, over de complexe afwisseling tussen de brigades, over de ingezette voertuigen en het wapentuig, en over de logistieke operatie om munitie, brandstof en proviand over grote afstanden op de juiste plek te krijgen voor ‘voortzettingsvermogen’ in een lange oorlog.
Maar één vraag blijft terugkeren: zijn de Nederlandse troepen voorbereid op het tijdperk van de drone?
Het slagveld is ‘transparant’ geworden; niemand kan zich nog ongezien wanen. Camoufleren, verspreiden, bewegen en verwarren zijn van levensbelang om te ontsnappen aan de drone die alles ziet.
Zo heeft generaal Remco van Ingen van de 43 Gemechaniseerde Brigade (‘de zwaarste hamer in de gereedschapskist van de Landmacht’) de verschillende onderdelen van zijn commandopost verspreid over het bos, terwijl die vroeger in een kring van voertuigen bij elkaar stonden.
‘Een les uit Oekraïne’, zegt hij. ‘Je wilt niet dat als één voertuig wordt opgemerkt door een drone, meteen alle voertuigen zijn opgemerkt.’
Op het werkelijke slagveld is waarschijnlijk meer nodig om te overleven. In Oekraïne werken de commandoposten volgens Van Ingen tegenwoordig vaak in verlaten gebouwen of ondergrondse complexen, om beter bestand te zijn tegen droneaanvallen.
Verderop op het uitgestrekte oefenterrein, dat niet ver van het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen ligt, is in een paar dagen tijd een ondergronds veldhospitaal gebouwd, inclusief een rudimentaire operatiezaal en intensive care.
Het zorgpersoneel is zo beter beschermd tegen drones, maar dat geldt niet per se voor de militairen die de constructie hebben gemaakt. Ze moesten als oefening ’s nachts bouwen, soms in het pikdonker, om niet opgemerkt te worden. Toch werden ze ontdekt door een drone en was vluchten de enige optie.
Het ambulancepersoneel dat de gewonden moet aan- en afvoeren, is eveneens een kwetsbare schakel, ondanks de gepantserde Boxer-voertuigen waarmee ze rondrijden. Het rode kruis op de zijkant biedt geen enkele bescherming meer.
‘Dat wordt in Oekraïne door de Russen juist gezien als een mooi doelwit’, aldus een korporaal van de Geneeskundige Dienst, die niet met zijn naam in de krant wil. ‘In tactisch gebied verwijderen wij nu ook ons rode kruis. Ons werk is compleet veranderd.’
In Nederland wordt volgens het ambulancepersoneel geoefend met onbemande voertuigen om gewonden van het slagveld te halen, maar in Oekraïne bieden die nog maar beperkt soelaas. ‘Ze moeten daar vaak wachten op het korte moment waarop de drones die in de nacht werken worden vervangen door dagdrones’, zegt de bestuurder van een ambulance.
Dicht bij de frontlijn in deze oefening staan gloednieuwe voertuigen met grote antennes die zich bekwamen in zogenoemde cyber- en elektromagnetische oorlogsvoering, zoals het verstoren, misleiden en jammen van vijandelijke drones.
De hogere militairen hebben er hoge verwachtingen van. Maar de nieuwe apparatuur vraagt nog het nodige aanpassingsvermogen, zo valt op een lager niveau te horen. ‘Er is potentie’, klinkt het enigszins voorzichtig.
Enkele tientallen kilometers verderop staat, verscholen in de bossen, een gepantserde legertruck met een aanhanger van de nieuwe eenheid Technical Development (TechDev). In dit laboratorium op wielen moeten ter plekke aanpassingen worden gedaan aan drones en onbemande voertuigen.
Via een batterij 3D-printers worden drones geprint voor doelen waar op dat moment behoefte aan is. Ook wordt er gekeken of een met explosieven uitgeruste, veredelde speelgoedauto via een wildcamera geactiveerd kan worden door bewegingen van vijandelijke troepen.
De commandant van TechDev, die niet met zijn naam in de krant wil, staat versteld van de snelheid waarmee innovaties gaan (‘heel gaaf’). Maar angstaanjagend is het ook, erkent de kapitein. ‘Dit is een zieke manier van oorlog voeren, maar we zullen erin mee moeten gaan om de vijand te kunnen verslaan.’
Hoever is Nederland in die wedloop? Swillens durft niet te zeggen dat zijn troepen nu voldoende bestand zijn tegen drones. ‘Het is ingewikkeld om deze race bij te houden. De focus ligt nu mega op het counteren van drones, het detecteren, identificeren en uitschakelen. Als wij eenheden gaan ontplooien op het gevechtsveld, dan moet dat beschermd gebeuren.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Source: Volkskrant