Home

Opinie: Zie mentale gezondheid niet als kostenpost, maar als investering in jongeren

Structureel investeren in mentale gezondheid op school rendeert voor de hele samenleving. Want de rekening van niets doen volgt later, in de zorg, de arbeidsmarkt, maar vooral in de ontwikkelkansen voor jongeren.

Stel, iemand spreekt u op straat aan met een investeringsvoorstel: leg één euro in en u krijgt er vier voor terug. De meeste mensen zouden doorlopen. Te mooi om waar te zijn. Toch is dat precies hoe we naar mentale gezondheid zouden moeten kijken. Niet als kostenpost, maar als investering in jongeren, onderwijs en de samenleving als geheel. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) levert elke euro die wordt geïnvesteerd in mentale gezondheid gemiddeld 4 euro aan maatschappelijke en economische opbrengsten op.

Tegelijkertijd kosten psychische aandoeningen Nederland jaarlijks naar schatting 18,8 miljard euro, blijkt uit Trimbos-onderzoek op basis van de NEMESIS-studie. Dat gaat niet alleen over zorg, maar ook over werk, onderwijs, uitval en meedoen.

Woensdag 24 juni spreekt de Tweede Kamer over de mentale gezondheid van scholieren en studenten. Dat debat komt op een belangrijk moment. De afgelopen jaren is veel in gang gezet. Dankzij tijdelijke middelen en programma’s konden scholen van basisonderwijs tot universiteiten werken aan mentale gezondheid, preventie en ondersteuning. Nu is het tijd om deze kennis te borgen.

Over de auteur

Peter van Dijken is directeur van het Trimbos-instituut.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Veerkracht en verbondenheid

Mentale gezondheid is niet los te zien van onderwijs. Jongeren leren beter wanneer zij zich veilig, gezien en verbonden voelen. De Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hbo en wo 2025 laat zien dat er ruimte blijft om te investeren in onder meer veerkracht en verbondenheid. Dat betekent niet dat scholen zorginstellingen moeten worden. De kracht van onderwijs ligt juist in de dagelijkse omgeving waarin jongeren leren, oefenen, relaties opbouwen en ontdekken wie zij zijn.

Daar hoort aandacht bij voor prestatiedruk, eenzaamheid, middelengebruik en sociale veiligheid. Daarbij komt dat de leefwereld van jongeren niet na school of college stopt. Sociale media kunnen steun en verbinding bieden, maar ook vergelijking, prestatiedruk, slaapproblemen en het gevoel altijd ‘aan’ te moeten staan versterken. Veerkracht en verbondenheid, online en offline, zorgen voor een betere mentale gezondheid, maar dan moeten we ons daar wel voor blijven inzetten.

Er gebeurt al veel. Landelijke programma’s als Welbevinden op School en Stijn, gericht op het welzijn van scholieren en studenten, helpen scholen en onderwijsinstellingen om structureel en integraal te werken aan mentale gezondheid en middelengebruik. Zij slaan een belangrijke brug tussen wetenschap en onderwijspraktijk. Professionals krijgen toegang tot betrouwbare kennis, praktische handvatten en ondersteuning bij het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangende aanpak.

Daarnaast is de afgelopen jaren een rijk en divers landschap ontstaan van initiatieven die bijdragen aan het welzijn van jongeren. Dat is positief. Tegelijkertijd brengt dit ook uitdagingen met zich mee. Zonder voldoende samenhang, coördinatie, monitoring en kennisdeling dreigt versnippering. En zonder een sterke wetenschappelijke kennisbasis die bewaakt wat werkt, voor wie het werkt en onder welke voorwaarden het succesvol kan worden toegepast, bestaat het risico dat inspanningen hun effect missen.

Meer dan tijdelijke impulsen

Wanneer overzicht en afstemming ontbreken, zien scholen door de bomen het bos niet meer en gaat waardevolle kennis verloren. Daarom vraagt deze langetermijnopgave om meer dan tijdelijke impulsen en projectsubsidies. Als financiering stopt, verdwijnen niet alleen projecten, maar ook expertise, ervaring en samenwerkingsverbanden die jaren kosten om op te bouwen.

Dat is geen kritiek op eerdere investeringen; integendeel. Juist omdat deze investeringen zoveel hebben opgeleverd, is het belangrijk om voort te bouwen op wat er al is ontwikkeld. Alleen zo voorkomen we dat scholen en onderwijsinstellingen steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden en kunnen we de opgedane kennis duurzaam verankeren in de praktijk.

Op 24 juni ligt er een duidelijke keuze voor. De druk op jongeren neemt niet vanzelf af. We kunnen wachten tot meer jongeren uitvallen. Daarom moeten we vasthouden aan wat werkt, meer samenhang creëren en mentale gezondheid duurzaam verankeren in en rondom het onderwijs. Dat vraagt om structurele aandacht voor preventie, ondersteuning van professionals en een sterke kennis- en netwerkinfrastructuur. De rekening van niets doen volgt later: niet alleen in de zorg of op de arbeidsmarkt, maar vooral in de ontwikkelkansen voor de jongeren van nu.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next