Home

Hoe het Colombiaanse voetbaltenue een politieke lading kreeg. ‘Het suggereert een natuurlijke band met het volk’

Gelijktijdig met het WK vinden in Colombia presidentsverkiezingen plaats, en de extreemrechtse presidentskandidaat Abelardo de la Espriella moedigt zijn aanhangers aan het Colombiaanse voetbalshirt te dragen. Tot ergernis van linkse kiezers, die nu hun eigen versies van het shirt maken.

schrijft voor de Volkskrant over sport en media. Eerder was hij nieuwsverslaggever.

Achter gepantserd glas en geflankeerd door twee lijfwachten die grote schilden omhooghouden, staat de Colombiaanse presidentskandidaat Abelardo de la Espriella hand in hand met zijn running mate, José Manuel Restrepo. ‘Abelardo presidente’, staat er op het petje van De la Espriella. Hij draagt het boven het gele shirt van de Colombiaanse voetbalselectie, dat eveneens wordt gedragen door zijn compagnon. Ook de aanschouwende menigte heeft gehoor gegeven aan de oproep om het shirt aan te trekken; op een foto van bovenaf zijn de gele plukken in de massa duidelijk te zien.

Het optreden in de Colombiaanse stad Barranquilla was een van de laatste campagnebijeenkomsten van de extreemrechtse advocaat De la Espriella. Twee weken geleden won hij de eerste ronde van de Colombiaanse presidentsverkiezingen. Maar omdat geen enkele kandidaat meer dan 50 procent van de stemmen behaalde, moet een tweede ronde op zondag 21 juni de doorslag geven. Hierbij zal De la Espriella het opnemen tegen Iván Cepeda, een linkse senator die geldt als een bondgenoot van de huidige president Gustavo Petro.

Bestemd voor ‘alle Colombianen’

Tegen de achtergrond van het WK – het Colombiaanse elftal won donderdag zijn eerste wedstrijd met 3-1 van Oezbekistan – klaagde Cepeda over het toe-eigenen van het nationale voetbaltenue door zijn politieke rivaal en diens aanhangers. Volgens hem hoort het shirt niet gebruikt te worden voor ‘verkiezingsdoeleinden’ omdat het ‘een nationaal symbool’ is, bestemd voor ‘alle Colombianen’. Hij noemde het daarom ‘een duidelijk opportunistische daad, waarvan de juridische gevolgen moeten worden onderzocht’.

En zo geschiedde: een aantal dagen later verbood een rechter in Bogotá De la Espriella en aanhangers van zijn beweging Defensores de la Patria het officiële shirt nog langer te dragen tijdens campagnegerelateerde activiteiten. De extreemrechtse kandidaat reageerde vrijwel onmiddellijk via een videoboodschap op Instagram, waarin hij zich beriep op zijn burgerlijke vrijheden. ‘Wie zijn zij om ons te vertellen of we onze nationale symbolen wel of niet mogen eren en met trots mogen dragen?’, vraagt De la Espriella zich af. Hij kreeg vooralsnog gelijk; het verbod werd door een andere rechter teruggedraaid.

Band met ‘het volk’

Het is opvallend dat De la Espriella zo gretig gebruikmaakt van het Colombiaanse tenue, zeker omdat hij in een eerder interview heeft gezegd een hekel te hebben aan voetbal. Er spelen hier dus andere motieven, zegt Harm Kaal, historicus aan de Radboud Universiteit met als specialisatie de relatie tussen sport en politiek. ‘Sport staat voor kracht, succes en glorie’, zegt Kaal. ‘Door zich zo te verbinden met de nationale ploeg kan hij meesurfen op het succes of de populariteit ervan.’ Daarnaast vergroot het De la Espriella’s zichtbaarheid. ‘Voetbal wordt eerder geconsumeerd dan politiek, dus door zich daarmee te associëren wordt ook hij zichtbaarder.’

De situatie in Colombia doet denken aan de presidentsverkiezingen in Brazilië in 2018 en 2022. In die verkiezingsjaren moedigde de voormalige extreemrechtse president Jair Bolsonaro zijn aanhangers aan om in het kanariegele shirt van het Braziliaanse elftal naar campagnebijeenkomsten en de stembus te gaan. Door deze politisering verloor het shirt zijn status als neutraal symbool en werd het een teken van steun aan Bolsonaro. ‘Het is eigenlijk een soort claim op de natie’, aldus Kaal. ‘Populisten zoals Bolsonaro suggereren hiermee dat ze een natuurlijke band met het volk hebben.’

De laatste Braziliaanse presidentsverkiezingen vonden plaats vlak voor het WK in Qatar, waardoor sommige progressieve Brazilianen zich tijdens dat toernooi niet prettig voelden in het nationale tenue. Waar een deel van hen koos voor Braziliaanse clubtenues, kwamen anderen met een nieuwe versie van het nationale shirt op de proppen. Daarop stond het gezicht van de linkse presidentskandidaat Lula afgebeeld, met op de achterkant nummer 13, zijn kandidatennummer van destijds.

Eigen afbeeldingen op de shirts

Iets soortgelijks gebeurt nu in Colombia, waar sympathisanten van de linkse kandidaat Cepeda het voetbalshirt heroveren door er eigen quotes of afbeeldingen op te laten drukken. Populair zijn de gezichten van wijlen nationale iconen zoals de inheemse leider Quintín Lame, journalist Jaime Garzón en zangeres Totó la Momposina. ‘Het shirt is een symbool dat ons altijd heeft vertegenwoordigd’, zegt een Colombiaanse vrouw over de actie tegen de omroep Deutsche Welle. ‘Het kan niet zo zijn dat iemand dat van ons afneemt.’

Het is overigens een misvatting om te denken dat shirts van het nationale voetbalteam alleen worden geïnstrumentaliseerd door extreemrechtse politici. Zo herinnerde een X-gebruiker Cepeda aan het feit dat de linkse president Petro het Colombiaanse shirt droeg tijdens de vorige presidentscampagne, die door de vierjarige cyclus meestal samenvalt met het WK. Het politieke gebruik van het tenue is haast een traditie geworden in Colombia. Ook de Braziliaan Lula verscheen overigens onlangs nog in het shirt van de nationale selectie om de spelers succes te wensen.

Claim op de vlag

In Europa zijn er weinig voorbeelden van politici die het nationale voetbaltenue zo doelbewust inzetten voor politiek gewin. Wel gebruiken extreemrechtse partijen, zoals het Spaanse Vox, het Franse Rassemblement National en de Nederlandse PVV, hun nationale vlag expliciet in hun politieke uitingen. In reactie daarop was de Nederlandse vlag prominent te zien bij de laatste D66-campagne. ‘Wij eisen die vlag, onze nationale trots en normen en waarden, gewoon weer op’, zei D66-leider Rob Jetten daarover bij radiozender BNR.

Op de dag dat Nederland tegen Japan speelde, verscheen Jetten in een AI-video die PVV-leider Geert Wilders op zijn Instagram had geplaatst. In de video scoort Wilders, gehuld in een Oranje-shirt, een doelpunt bij keeper Jetten, die een groen D66-shirt draagt. ‘De PVV roept: Nederland op 1’, zo klinkt de jingle eronder. Mogelijk is het een signaal dat de Latijns-Amerikaanse trend met dit WK is overgewaaid naar Nederland.

Historicus Kaal denkt dat dat wel meevalt. ‘Waar de Nederlandse vlag tegenwoordig geassocieerd kan worden met extreemrechts, is die associatie bij het oranje voetbalshirt afwezig’, aldus de hoogleraar. ‘Dat komt doordat het oranje shirt al een sterke apolitieke betekenis heeft en vooral wordt geassocieerd met Koningsdag en sportwedstrijden.’ Het moet volgens hem gek lopen wil het shirt van Oranje eenzelfde politieke lading krijgen als de gele tenues van Colombia en Brazilië. ‘Dan zou de PVV die kleur helemaal moeten gaan omarmen, wat ik onwaarschijnlijk acht, aangezien ze vooral de Nederlandse driekleur gebruiken in hun branding. Bovendien zou je je dan moeten verhouden tot de SGP en VVD, die ook al oranje gebruiken.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next