Luchtvaart De Maatschappelijke Raad Schiphol kan de belangen van omwonenden van de luchthaven ,,onvoldoende” behartigen, vinden twee van de tien leden. Ze maakten vrijdagmorgen bekend hun taken neer te leggen.
Een KLM-vliegtuig zet de landing in op de Buitenveldertbaan van Schiphol.
Twee gekozen leden van de raad die namens omwonenden de wettelijk verplichte inspraak leveren op het Schipholbeleid, leggen per direct hun taken neer. Dit hebben ze vrijdagochtend meegedeeld tijdens een plenaire vergadering van de tienkoppige Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), een wettelijk vastgelegd adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de minister, die verplicht is daarop te reageren.
Het besluit komt op een gevoelig moment, omdat het kabinet de komende maanden nieuwe regels voor onder meer de geluidsoverlast en veiligheid van Schiphol wil vaststellen. Volgens het kabinet komt er zo een eind aan de jarenlange illegale maar gedoogde geluidshinder van de luchthaven. Maar volgens omwonenden legaliseert het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit vooral de bestaande hoge geluidshinder en geeft het Schiphol ook nog ruimte om verder te groeien.
De twee leden vinden dat zij de belangen van omwonenden via de MRS „onvoldoende” kunnen behartigen, zeggen zij in gesprek met NRC. Adviezen van de raad worden door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat niet serieus genomen, de MRS wordt nauwelijks bij besluitvorming betrokken en raadsleden worden tegen elkaar uitgespeeld, zeggen zij. Ook hun twee plaatsvervangers leggen hun taken neer.
Naar verwachting zal dit besluit geen directe invloed hebben op de voortgang van het Luchthavenverkeerbesluit van het kabinet. Wel laat het zien hoeveel kritiek er is op dit besluit – eerder noemde de toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport het besluit „niet handhaafbaar” en „niet uitvoerbaar”. De commissie voor de milieueffectrapportage, die de milieustudie beoordeelde, had felle kritiek en oordeelde dat het nieuwe besluit „veel ruimte aan de luchtvaart” biedt en voor méér geluidsoverlast.
„We worden door het ministerie enkel als een stempelmachine gezien”, zegt Wouter Looman, een van de twee leden die hun taken neerleggen. „We krijgen kant-en-klare besluiten waar we voor de vorm nog een zegje over mogen doen”, zegt hij. „Maar het ministerie gaat niet in op fundamentele kritiek.”
„Het ministerie kan een vinkje zetten als het de raad om advies heeft gevraagd, dan is er inspraak geleverd”, zegt het tweede raadslid, Jeroen Wester. „We worden gebruikt om het beleid te vergoelijken.”
In 2024 concludeerde de rechtbank Den Haag dat het kabinet omwonenden beter moest beschermen tegen overlast van de luchthaven, en de belangen van omwonenden meer moest meewegen bij besluiten over Schiphol.
Maar volgens de twee leden is de positie van de MRS juist verslechterd sinds de komst van minister Barry Madlener (PVV), een paar maanden na die rechterlijke uitspraak. Zijn voorganger Mark Harbers (VVD) nam de overlast van omwonenden serieus en beloofde die te verminderen. Madlener zwakte die doelen weer af na intensieve lobby van de luchtvaartsector.
Ook onder de huidige minister Vincent Karremans (VVD) is de inspraak volgens de twee leden niet verbeterd. De minister sprak sinds zijn aantreden eind februari al zeker zes keer met Schiphol en luchtvaartmaatschappijen, en speechte eind mei nog bij een receptie op Schiphol, blijkt uit zijn openbare agenda. In die maanden is hij één keer bij de MRS geweest.
Volgens Looman en Wester lukt het de MRS op dit moment niet om zijn eigen positie te versterken, omdat „deelbelangen prevaleren boven het algemeen belang”, zegt Wester.
Dat komt volgens de twee omdat elke bewonersvertegenwoordiger in de MRS wordt gekozen namens de omwonenden van één van de vijf start- en landingsbanen van Schiphol. „Sommigen vatten hun taak zo op dat zij alleen moeten opkomen voor hun eigen achterban, de mensen onder hun eigen start- of landingsbaan”, zegt Looman.
Wester: „We zijn vooral bezig met het verschuiven van hinder [van de ene baan naar de andere], in plaats van het verminderen van de overlast. Terwijl de overlast voor sommige omwonenden echt ondraaglijk is, het bederft hun levens. Daarom moeten we één front vormen.”
De MRS heeft dit voorjaar voor het eerst geen unaniem advies uitgebracht. De leden werden het in hun advies over het Luchthavenverkeerbesluit niet eens over hoe de verschillende start- en landingsbanen op Schiphol moeten worden ingezet.
De minister wil het al jaren gehanteerde ‘preferent baangebruik’ vastleggen in de wet. Hierbij wordt het vliegverkeer zo afgehandeld dat start- en landingsbanen dicht bij dichtbevolkt gebied zo min mogelijk worden gebruikt. Hoewel dat in theorie de geluidshinder vermindert, is daar in de praktijk nauwelijks sprake van. Het aantal vluchten is zo groot dat ook op de minder gunstige banen veel wordt gevlogen.
Volgens Looman lukt het niet om over dit stelsel binnen de MRS een „open en eerlijk gesprek” te voeren. Daarnaast toepen MRS-leden elkaar soms af, zeggen de twee. „Als een nieuwe minister aantreedt staan er leden op die zeggen: ‘Je moet bij ons komen kijken, daar is het zó erg’. En iemand anders die zegt: ‘Nee, kom bij ons kijken, bij ons is het óók heel erg.’ Hierdoor maken we onszelf zwak.”
De achtergebleven Raadsleden reageren vrijdag tijdens de vergadering geschrokken. „Dat dingen niet goed gaan zien we allemaal”, zegt MRS-lid Cees Steur. Maar hij noemt het „absurd” dat Wester en Looman hun taken neerleggen. „Dit is slecht voor de MRS”, zegt MRS-lid Matt Poelmans. De leden besluiten de kritiek van de vertrokken leden later te bespreken. „Laat het een nieuwe start zijn”, zegt Cees Steur.
De MRS werd in 2023 opgericht omdat binnen zijn voorloper, de Omgevingsraad Schiphol (ORS), de verhoudingen waren verstoord. Een deel van de leden zette toen de voorzitter af omdat die akkoord wilde gaan met verdere groei van Schiphol. Ambtenaren van het ministerie van I&W spraken in interne mails van een „coup” en een ambtenaar schreef dat het ministerie „zo min mogelijk” een beroep moest doen op de ORS en steun van bewoners „niet tot ultiem criterium [moest] verheffen”.
Op de vraag of ze bang zijn dat het ministerie de crisis in de MRS nu aangrijpt om de adviesraad opnieuw te negeren, reageren Looman en Wester gelaten. „Dat doen ze allang. Ze nemen ons nu ook al niet serieus.”
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is vrijdagochtend gevraagd om een reactie, maar heeft nog niet gereageerd.
Reageren? onderzoek@nrc.nl