Cuba De Cubaanse regering presenteerde donderdag de grootste economische hervormingen sinds 1959. President Miguel Díaz-Canel sprak van door de „barbaarse” Amerikaanse sancties afgedwongen veranderingen.
Straatbeeld van de Cubaanse hoofdstad Havana eerder deze maand.
De Cubaanse regering heeft donderdag ingrijpende hervormingen van de economie aan het parlement gepresenteerd. Het parlement stemde unaniem in met de maatregelen, die de staatsgeleide economie van de Caribische eilandstaat moeten liberaliseren. Gesteund door de invloedrijke voormalige leider Raúl Castro, wil de Communistische Partij de socialistische economie privatiseren en ondernemerschap in het land vergemakkelijken. Daarmee hoopt de regering van premier Manuel Marrero Cruz Amerikaanse sanctieverlichting te bewerkstelligen.
De Communistische Partij opent onder meer de deur voor privébanken, die voorheen niet waren toegestaan. De landbouwsector wordt geliberaliseerd en het staatsapparaat verkleind: het aantal ministeries gaat terug van 27 naar 21. Verder krijgen gemeenten meer vrijheid om hun eigen economische beleid te voeren, bijvoorbeeld door zelf zaken te doen met private ondernemingen. En prijscontroles, bijvoorbeeld voor voedselproducten, worden geleidelijk losgelaten. Eerdere, meer voorzichtige hervormingspogingen kwamen niet of nauwelijks van de grond, vanwege de moeilijke omstandigheden om bedrijvigheid buiten de staat om te stimuleren.
De hervormingen zijn de meest fundamentele aanpassing van het communistische project in Cuba, waar de Communistische Partij sinds de revolutie van 1959 de scepter zwaait. Premier Marrero toont zich nu aanpassingsgezind, maar wil tegelijkertijd trouw blijven aan de staatsideologie. „Deze transformaties vormen geen afwijking van ons socialistische project. Integendeel, ze komen tegemoet aan de ontwikkeling ervan”, zei Marrero. „De modernisering van het economische en sociale model heeft als doel de levenskwaliteit van onze landgenoten te verbeteren.”
Cuba verkeert in een diepe economische crisis met enorme gevolgen voor de ongeveer tien miljoen inwoners. Hyperinflatie heeft de waarde van salarissen en pensioenen van Cubanen doen instorten. Belangrijke oorzaak daarvan is het Amerikaanse olie-embargo dat de Trump-regering in januari invoerde. Landen die olie aan Cuba leveren, kunnen rekenen op Amerikaanse sancties. Daarmee willen de VS, met de in een Cubaans gezin geboren minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio voorop, het regime in Havana de duimschroeven aandraaien. De blokkade heeft geleid tot schaarste van alles. Het dagelijks leven van Cubanen is door de energietekorten ontwricht geraakt en de gezondheidszorg zucht onder een tekort aan medicijnen en continue elektriciteitsuitval.
Bij een vergadering van het centraal comité van de Communistische Partij refereerde de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel aan de sancties als een „barbaarse, onverdiende en ondraaglijke straf”. Hij verdedigde verder de aangekondigde maatregelen op vergelijkbare wijze als premier Marrero: „Als het leven van mensen zo moeilijk wordt”, dient de regering te „veranderen wat veranderd moet worden”, aldus Díaz-Canel.
De Amerikaanse vicepresident JD Vance hield zich voorafgaand aan de stemming in het Cubaanse parlement op de vlakte over de plannen, maar hintte wel naar een mogelijke mildere opstelling van de VS. „Als ze slimme besluiten nemen, gaan we een veel betere relatie met dat eiland hebben”, zei de vicepresident. Of de aangekondigde hervormingen de Amerikaanse regering van president-Trump ook echt zullen bewegen tot sanctieverlichting, blijft de vraag.