Nieuwe muziek Rapper Vince Staples klaagt Amerika aan op een plaat met keiharde rock en punk. Het nieuwe album van componist Ola Gjeilo ademt juist kalmte. En Jalen Ngondazoek zoekt naar de ultieme onweerstaanbare melodie én tekst.
„So the question is not whether we will be extremists, but what kind of extremists we will be.” Met die quote van Martin Luther King eindigt de videoclip voor ‘Blackberry Marmalade’, de leadsingle van Cry Baby, het nieuwe album van Vince Staples. Daarvoor heeft een minutenlange mass shooting plaatsgevonden in een Amerikaanse diner, gefilmd als een first-person-shooter videogame. Ook in de video voor ‘White Flag’ is de symboliek verre van subtiel: Staples verft een Amerikaanse vlag wit en schiet die daarna overhoop met een mitrailleur. Op zijn albumcover staat een dikke huilbaby met een blonde pluk haar en de Amerikaanse vlag als luier. Natuurlijk is dat Donald Trump, al ontkent Staples dat in een interview met Apple Music. Het zou de luisteraar zelf zijn.
Rock/rapVince Staples
Cry Baby
Hoe dan ook regeert de letterlijkheid op Cry Baby. Staples heeft geen tijd meer voor dubbelzinnigheid en dat klinkt door in zijn muziek. Waar hij op meer introverte albums als Dark Times de maatschappijkritiek nog impliciet bracht, klaagt de rapper uit Compton, Californië, Amerika nu frontaal aan door middel van keiharde rock en energieke punk. En dat lukt bij vlagen grandioos.
De bouncy drums van ‘Blackberry Marmalade’, de hoogst aanstekelijke cadans en zijn vlijmscherpe flow, klinken als een lijflied van de Compton Cowboys, die met vlaggen op paarden door de betonnen stad galopperen. Staples’ stem, vervormd door een vintage lo-fi microfoon, doet indie aan en klopt als een bus bij zijn nieuwe sound. Ook de tracks na de opening, ‘Go! Go! Gorilla!’, ‘White Flag’, ‘The Running Man’ en ‘TV Guide’, zijn rockrap of raprock van de hoogste plank. Laat er geen twijfel over bestaan: Vince Staples heeft besloten wat voor extremist hij wil zijn.
Maar de wielen van de bus draaien rond en rond, en het album eindigt iets minder sterk dan hoe het begint. De flow op ‘Cotton’ is simpel, het refrein wat gimmicky en eentonig. Afsluiter ‘7 in the Morning’ is dan weer best goed, opvallend genoeg omdat Staples afstapt van rock naar een kleine boom bap-beat. Maar ja, als je zo urgent begint is het moeilijk om met evenveel vuur te eindigen. Misschien is dat wel de geslaagde metafoor van Cry Baby: de volgorde van tracks belichaamt de uitputtingsslag van politiek engagement. De grens met cynisme is dun.
Jonasz Dekkers
Klassiek
Ola Gjeilo
ordinary moments
Muziek is, naast veel andere dingen, een vorm van verwachtingsmanagement. Je denkt dat er iets gaat gebeuren en als het dan ook gebeurt (ik had gelijk!) ervaar je dat als prettig. Of juist onprettig: muziek die zich ontvouwt zoals verwacht wordt al snel saai.
Qua verwachtingen: het nieuwe soloalbum van componist en pianist Ola Gjeilo (1978) is geen plaat om op te zetten als je hoog in je energie zit. Er bestaat muziek die je overrompelt met haar noodzakelijkheid, of die nu uitgeschreeuwd of gefluisterd wordt, maar ordinary moments is een album dat tegen een specifiek humeur aanschurkt: kalm, bespiegelend, tikje melancholisch. Het is muziek om bij uit een beregend raam te staren, een sprei over je knieën en handen om een mok hete thee gevouwen, terwijl je vrij van werkelijke problemen verzucht hoe wonderlijk het is, het leven.
Je hebt gelijk, het is ook wonderlijk.
De Noorse Gjeilo, woonachtig in Californië, bereikte een miljoenenpubliek met koormuziek voor groepen als Voces8. Zijn solopiano-albums worden aanzienlijk minder gestreamd, al staat er altijd wel een forse uitschieter op. In het neoklassieke genre onderscheidt Gjeilo zich door een ‘klassieke’ klank (Steinway in plaats van staande piano), verfijnd toucher en subtiele frasering.
Ordinary moments (alleen digitaal beschikbaar) componeerde hij als ‘intieme begeleiding’ bij alledaagse routines. De stukken zijn eenvoudig en voorspelbaar, en zonder menselijke stemmen boet Gjeilo’s palet in aan klankmagie. Maar de dromerige sfeer is goed getroffen en daarbinnen is er wel degelijk reliëf.
Openingstrack red letter days (Gjeilo schrijft zijn titels in onderkast) wordt even opgetild door een jazzy loopje. Through a rainy window heeft een goed geplaatste modulatie, het korte monday morning een relatief gejaagd tempo. Verder veel gebroken akkoorden en repeterende begeleidingsfiguren, steeds met een fijne melodie, als in een popballad. Je kunt vinden dat deze soundtrack van het gewone onder de streep wat gewoontjes uitpakt, maar misschien verwacht je dan te veel.
Joep Stapel
Jalen Ngonda
Doctrine of Love
Jalen Ngonda is een verwoed songschrijver. Hij gaat er altijd mee door, ook als net een nieuw album is verschenen. Hij traint en slijpt, zoals hij wellicht leerde op de door Paul McCartney gestichte muziekopleiding in Liverpool. Soulzanger Ngonda is op zoek naar de ultieme onweerstaanbare melodie én tekst, die zijn talent en ambitie volmaakt uitdrukken. Want uit zijn liedjes blijkt dat Ngonda de luisteraar wil inpakken. Hij fleemt, verleidt, behaagt, op zijn nieuwe tweede album Doctrine of Love. Of hij verovert? Dat is de vraag.
De in Amerika geboren, in Engeland wonende Ngonda opereert in een genre waarin verleiding centraal staat. In woord én in muziek. Alles is erop gericht dat de toehoorder wordt opgewarmd, of beter: smelt. Zoals Al Green met zijn stem je het zweet doet uitbreken, op een positieve manier, zo bundelt Ngonda zijn zang met heerlijk zwoele koorzang en een relaxt tempo. De gestileerde wanhoop van de liefdesbedes voert het publiek mee op een manier die weerstand moeilijk maakt.
Zijn falsetstem, die op dit album androgyn klinkt en Greens fluïde kwaliteit benadert, trekt op met de hoge gitaarklanken, orgeltonen en jubelende blazers. Het klinkt vederlicht en zwijmelig.
In liedjes als ‘Anyone In Love’ en ‘Burning Temptation’ zet hij zich samen met Michael Buckley en Vincent Chiarito, ooit werkzaam bij wijlen Charles Bradley, in om ‘klassiek’ en authentiek te klinken. Zelfs de teksten zijn even naïef als die van bekende soulhits uit de jaren zestig, zo echoot zijn ‘Mr. Train Conductor’ (‘Hey, hey, mister train conductor/ Can you get me to my baby’s arms again?’) het nummer ‘Please Mr. Postman’ van The Marvelettes (1961), waarin ook een buitenstaander om liefdeshulp wordt gesmeekt.
Toch blijft het verbazen dat Ngonda, die op 10 juli optreedt op North Sea Jazz, zichzelf zo inkadert. Wil deze 32-jarige zanger, fan van Arctic Monkeys, niet af en toe terug naar het heden?
Hester Carvalho