Home

Chaos? In Wim T. Schippers’ universum was niets wat het leek

Verdomd interessant Jammer maar helaas – Wim T. Schippers is dood. In zijn absurdistisch universum leek chaos te heersen, maar elke struikelpartij, elk verhaspeld woord stond vast.

Wim T. Schippers, Dolf Brouwers, Hans Leendertse en Clous van Mechelen bij opnamen van De lachende scheerkwast

Het is een blaag van nog maar 21, maar zijn verschijning heeft de leeftijdsloosheid die hem tot zijn dood zou kenmerken. We zien hem met een flesje limonade gazeuse bij Petten naar de Noordzee lopen en het daar leeggieten. De commentaarstem legt uit: „Wim T. Schippers maakt kunst voor alle zintuigen. De gazeuse bij Petten zouden wij het best een soort feitkunst kunnen noemen. In plaats van met verf en linnen werkt hij met feiten.”

Verdomd interessant, maar gaat u verder – een en ander voltrok zich, „onder belangstelling van de plaatselijke bevolking” en inderdaad is er een twintigtal mensen te zien dat Schippers richting branding vergezelt. Maar of er veel „plaatselijke bevolking” bij was? Je ziet vooral wat camera’s – en ook dat klopt, want feitelijk was dit „een voor pers en televisie herhaalde daad, die eerder plaatsvond op 29 oktober 1961”.

Zo zit de hele Schippers al in dit oerfragment. Want kunstenaars die verwarrende fratsen uithalen zijn op zich niet bijzonder. De vorige week overleden Schippers slaagde er bovendien in een zeer groot publiek aan zich te binden, wat ook blijkt uit de kleine Wim T.-tsunami die Nederland de afgelopen dagen overspoelde. De Amsterdamse krant Het Parool vroeg lezers om hun herinneringen aan Schippers te delen, wat legio reacties opleverde. Waaronder een anekdote waarin Schippers in een bar op dwingende wijze riep: „Mag ik allemaal uw aandacht?” En na de nieuwsgierige stilte: „Dank U.”

Onnavolgbaar programma

Aandacht interesseerde Schippers; publiek was essentieel. Vandaar ook dat hij goed gedijde bij de opkomst van het massamedium televisie, dat hij van harte omarmde. Daarbij kreeg hij een opkontje van het verzuilde Nederlandse omroepsysteem, dat voorzag in zendtijd voor alle gezindten. Toen de VPRO eenmaal overgenomen was door jonge honden, vond hun vernieuwingsdrang in één keer de weg naar alle televisietoestellen in het land: daar verscheen ineens een blote vrouw in beeld (Hoepla!) of een spruitjes schoonmakende koningin Juliana (Barend Servet Show). Niet dat álles mocht: een interview met God ging zelfs de VPRO te ver.

Kranten en Kamerleden wonden zich op, tijdens de klassieke Nederlandse familieverjaardagen – glaasjes met filtersigaretten op de salontafel – werd hartstochtelijk geruzied over Schippers’ werk. In 1986 bouwde hij precies zo’n burgerlijke woonkamer na in de Amsterdamse Stadsschouwburg om er voor een (bij aanvang) volle zaal zes herdershonden rond te laten scharrelen: Going to the dogs. De rest van de natie zag het in het Journaal.

Heel gewoon niet normaal. Zo werd Schippers een bevrijdingskunstenaar die zijn absurdisme de mainstream binnenbracht – tot aan het dagelijks leven van Amsterdammers die bij het aangaan van het burgerlijk huwelijk in een door hem ontworpen gemeentelijke trouwzaal (stoelen tegen de muur geplakt, draaiend podium) konden belanden.

Of ze zetten op woensdagmiddag nietsvermoedend de meest beluisterde radiozender Hilversum 3 aan (bestemd voor ‘populaire muziek’), waar Schippers zeven jaar lang een uur zendtijd koloniseerde met Ronflonflon avec Jacques Plafond: een onnavolgbaar programma vol georganiseerde chaos, waarin hij de door de zenderbazen geëiste minimale hoeveelheid ‘populaire muziek’ haalde door tijdens de platen gewoon dóór te praten of er twee tegelijk op te zetten. Jingles volgden elkaar in een razend tempo op, zonder dat noodzakelijkerwijs volgde wat er zojuist was aangekondigd. Terwijl een deel van de luisteraars het apparaat zuchtend zachter zette, luisterde een schare fans ademloos toe.

Lyrisch en woedend publiek

De enorme snelheid waarmee Schippers elementen elkaar liet opvolgen, maakte deel uit van het spel. Er zijn afleveringen van het tv-programma Plafond over de vloer waarin de schijnbaar onsamenhangende deelscènes elkaar zo snel opvolgen dat het TikTok-filmpjes lijken. Maar dan niet bepaald door een algoritme, maar door een uiterst precieze regisseur. Stelregel: „Wat iemand zegt, moet nooit gelijk zijn met wat er aan de hand is.” Want hoezeer de kijker of luisteraar de indruk kon hebben dat er in het universum van Schippers chaos heerste; in werkelijkheid hield hij alles bijzonder strak in de hand. Elke struikelpartij, elke verhaspelde uitdrukking („Iedereen belazert mijn kluit”) stond woord voor woord op papier. De ‘feitkunst’ waar het bij Petten al over ging was ook taalkunst, zoals beschreven in het voor de Wim T.-vorser onmisbare Verdomd interessant, maar gaat u verder… De taal van Wim T. Schippers van Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman.

Niet dat Schippers een groot leverancier was van nieuwe woorden die algemeen ingeburgerd raakten, al staat ‘gekte’ op zijn naam. „De taal is één en al cliché”, zei Schippers eens. „Ik geloof dat ik evenveel clichés gebruik als ieder ander. Ik ben me er wel beter van bewust dat het clichés zijn, en daarom laat ik ze ook als zodanig uitkomen.”

Jammer, maar helaas – het tijdperk van Wim T. Schippers is voorbij; al is het maar omdat het medialandschap zo versnipperd is dat er geen plek meer is waar alles samenkomt. De Nederlandse televisie lijkt volledig doorgebureaucratiseerd en daarbuiten zijn er geen plaatsen meer waar iedereen samenkomt: het samenbrengen van lyrisch en woedend (en totaal gedesoriënteerd) publiek zat in het hart van Schippers’ kunst.

Tot slot is er nog een creatie van Schippers – misschien wel zijn belangrijkste werk – waarmee hij bij de breedst denkbare groep een staat van verwondering wilde uitlokken: kleine kinderen. Klik online op een willekeurig Sesamstraat-filmpje met Bert en Ernie en je hoort vragen waar een mens een leven mee toe kan: „Bert, ik vroeg me af of het midden in de nacht is nadat we naar bed zijn gegaan, of midden in de nacht voordat we moeten opstaan.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next