De opdracht immens, de uitvoering een mijnenveld. Voor een veel sterkere krijgsmacht moeten de bewindslieden van defensie op vele borden tegelijk schaken. En de Kamer worstelt om grip op de geldstroom te houden.
Zouden ze er zelf wel eens over nadenken? Dilan Yesilgöz en Derk Boswijk? Hoe ze voorkomen dat ze over een jaar of vijftien dezelfde teksten uitslaan als de getuigen die nu langskomen bij de parlementaire enquête over de coronacrisis?
‘Ja, voorzitter, u evalueert onze besluiten van toen met de kennis van nu. Maar destijds moesten we snel handelen en waren onze opties beperkt.’
Ik denk er in elk geval wel over na. Want Yesilgöz (VVD) en Boswijk (CDA) hebben als minister en staatssecretaris van Defensie een opdracht die zó groot en ingewikkeld is dat een toekomstige parlementaire enquête geen absurde gedachte lijkt.
Ze moeten een veel sterkere krijgsmacht uit de grond stampen. Ze moeten minder sterk leunen op de militaire macht van de Verenigde Staten en dus ook de Europese defensie-industrie veel groter maken. En dat moet allemaal snel, terwijl de manier waarop oorlogen worden gevoerd óók snel verandert, bijvoorbeeld door drones en AI.
Binnen tien jaar willen kabinet en Tweede Kamer 1,5 procent van het bbp méér uitgeven aan defensie. Dat is pakweg 19 miljard euro meer dan nu.
Op een zinnige manier overheidsgeld uitgeven is een onderschat vak. Zinnig heel veel extra geld uitgeven is ultramoeilijk. Denk maar even aan wat er mis ging bij de inkoop van mondkapjes en coronatesten door het ministerie van volksgezondheid. De financiële controle faalde.
Wat het ministerie van defensie moet gaan doen, vergt meer dan vakmanschap, het vergt meesterschap. En dus is het zorgelijk dat de Rekenkamer nu al kritisch is op het ministerie. Er is „geen beleid om fraude en corruptie te voorkomen, te ontdekken en te herstellen”, constateert die. „In een tijd waarin er snel veel extra geld wordt uitgegeven is het geen optie om te weinig aandacht voor fraude en corruptie te hebben.”
Dat geldt nog eens extra omdat Defensie opdrachten soms direct gunt aan bedrijven, zonder openbare aanbesteding. Dat mag bij uitzondering als de minister het goed onderbouwt. Volgens de Rekenkamer gebeurde dat in 2025 bij 3,6 miljard euro aan uitgaven onvoldoende.
Ook wordt Defensie minder open over zijn aankopen. Redenering: we moeten de vijand niet onnodig wijs maken. In 2021 werd 43 procent van alle materieelprojecten aangemerkt als ‘vertrouwelijk’, dit jaar was dat 76 procent, inventariseerde NRC. Er wordt minder ‘beleidsinformatie’ opgenomen in begrotings- en verantwoordingsdocumenten, constateert de Rekenkamer.
Hoe moet de samenleving dan goed controleren wat Defensie doet?
Nou kan je denken: ja, vriendin, als de krijgsmacht snel groots moet opschalen kan je geen risicomijdende boekhouder zijn. Bovendien wordt er volgens het ministerie nog evenveel verantwoording afgelegd aan de Kamer, alleen vaker vertrouwelijk.
Oké, ik snap dat. Als je snel veel wil, is geld morsen onvermijdelijk. Maar er wordt hier zo uitzonderlijk veel extra uitgegeven dat een brede discussie met de samenleving niet kan ontbreken. Het kabinet wil bezuinigen op de sociale zekerheid en belastingen verhogen voor een sterkere krijgsmacht. Het is essentieel om open en eerlijk te zijn over wat die offers opleveren.
Want we kunnen heel makkelijk 3,5 procent van het bbp uitgeven aan defensie zonder onafhankelijker te worden van de VS. Nederland koopt namelijk bijzonder veel van zijn defensiespullen in Amerika. Boswijk legde in de Kamer uit dat hij daar niet zomaar mee kon stoppen. Dat zou gaten in de toerusting van de krijgsmacht opleveren.
We kunnen zelfs 3,5 procent van het bbp uitgeven aan defensie zonder dat we een sterkere krijgsmacht krijgen. Stel dat alle lonen en prijzen van militairen en materieel vandaag verdubbelen. Dan heeft Nederland de Navo-norm glansrijk gehaald, maar onze krijgsmacht is nog even zwak.
Zo cynisch zal de werkelijkheid niet zijn. Maar dit illustreert dat een bbp-percentage nietszeggend is. We moeten andere vragen stellen. Bijvoorbeeld: hoeveel van die extra miljarden gaan naar duurder materieel in plaats van meer materieel? Als Europese landen samen inkopen, bieden ze niet tegen elkaar op en kunnen ze de prijsstijging dempen. Gebeurt dat?
Nog zo’n grote vraag: hoe onafhankelijk zijn we in 2035? Als je echt naar een soort Europese zelfstandigheid wil, moet je veel meer uitgeven, zei Geoffrey van Leeuwen, rechterhand van Navo-secretaris-generaal Mark Rutte, dit jaar bij WNL op Zondag. Die 3,5 procent is volgens hem gebaseerd op nog steeds op belangrijke onderdelen samenwerken met de VS.
Als dat zo is: beseffen Nederlanders dit?
„Rutte en Van Leeuwen blijven zeggen dat Europa niet zonder de VS kan, maar dat kan op termijn wel. We moeten echt oppassen dat Europa blijft geloven dat het hulpeloos is”, zegt Bart van den Berg, defensie-expert bij Clingendael.
Er moet meer gesprek zijn over waar we al dat geld het beste inzetten, vindt hij, over hoe de oorlog van de toekomst eruit ziet. „Beleid moet niet blijven hangen in de bureaucratische gedachte dat als je er meer geld inramt je meer veiligheid krijgt. Ons denken kan niet stoppen bij de versterkingen die de Navo nu van ons vraagt. Want dan maken we onszelf een onderaannemer. De maatschappelijke noodzaak dat deze opschaling lukt, is te groot om over te laten aan één ministerie. Het raakt ons allemaal.”
De EU als geheel heeft veel industriële specialiteiten in huis, concludeerde De Nederlandsche Bank (DNB) in een studie. Opschalen gaat sneller én goedkoper als landen zich specialiseren in waar ze al goed in zijn, en samenwerken. Voor Nederland is dat extra belangrijk, want personeel is schaars. Hier leiden de extra defensiemiljarden sneller tot inflatie volgens DNB.
Een kabinet dat zoveel mogelijk veiligheid wil kopen, moet dus ook nog eens oliemannetje zijn in Europa. Anders eindigen al die miljarden in een teleurstelling.