Brexit Tien jaar geleden koos een meerderheid van de Britten ervoor de EU te verlaten. De verwachtingen waren hooggespannen, hoorde toenmalig correspondent Titia Ketelaar in Meriden, een dorp in Midden-Engeland. Hoe is het nu met de dorpelingen? „Boris Johnson is een clown, maar wel een slimme man.”
Meriden.
Op het eerste oog is er weinig veranderd in Meriden. De green, met het zandstenen monument dat aangeeft dat je hier precies in het midden van Engeland staat, is net gemaaid. Keurig rechte maaistrepen lopen over de kleine dorpsweide naar het oorlogsmonument aan de andere kant. Het is het hart van het dorp, met de bibliotheek, twee Indiase restaurants, de fish and chips-afhaal, een broodjeszaak waar je ’s ochtends eieren met spek kunt bestellen en stevige koffie, een apotheek en twee kleine supermarkten, waaronder die van Kam Singh Nijjar (41).
Tien jaar geleden was ik hier ook, leunend op zijn toonbank. De Britten hadden net in meerderheid ervoor gekozen om de Europese Unie te verlaten, de zogenoemde Brexit. Sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1957 wilden landen – willen landen – vooral tóétreden tot het samenwerkingsverband. Uittreden was nooit eerder voorgekomen.
De voorstanders van een Brexit hadden met de slogan ‘take back control’ de Engelsen – meer nog dan de Welsh, Schotten en Noord-Ieren – ervan overtuigd dat het Verenigd Koninkrijk beter af was zonder de beperkingen die de Europese Unie het land decennialang zou hebben opgelegd. De Brexit voelde voor hen als een revolutie.
Winkelier Kam Singh Nijjar.
Los van de EU zou het VK weer een grootmacht zijn, die zelf zou bepalen met wie het handel dreef. Zonder Europa zou het land zelf kunnen uitmaken hoeveel en welke immigranten er binnenkwamen. Zonder Europa zouden knellende regels voor landbouw en visserij worden afgeschaft, zou overbodige wetgeving en bureaucratie verdwijnen, en kon geld worden gespendeerd aan de eigen gezondheidszorg in plaats van aan andere lidstaten.
In Meriden (ongeveer 3.200 inwoners) waren de verwachtingen van sommige dorpelingen hooggespannen. In zijn winkel zei Nijjar toen: „We zijn een van de machtigste landen ter wereld. Overal spreekt men Engels: wij kunnen wel op onze eigen benen staan. Andere landen zullen met ons willen blijven handelen.”
In de Queen’s Head, de pub van Caroline en Laurence O’Neill, die aan de andere kant van het dorp ligt, leek men ook uitermate tevreden met de stem voor een Brexit. Al wist toen, twee maanden na het referendum, niemand hoe dat eruit zou zien: wel toegang tot de Europese interne markt of niet? Open grenzen of visa voor Europeanen?
Dat was mijn eigen shock in de dagen na het referendum en in de jaren die zouden volgen. Niet dát de Britten uittraden; in de maanden voorafgaand aan de Brexit wezen de peilingen op een steeds kleinere marge tussen de zogenoemde Leavers en Remainers. Soms kwam ik in Londen terug na een bezoek elders in het land en zag pas in de hoofdstad de eerste pro-Europaposters van de dag.
Mijn ongeloof zat in het ontbreken van een plan. Want wat wás de Brexit? Met een groepje Europese collega’s hadden we daar in de maanden voorafgaand aan het referendum politici uit beide kampen steevast naar gevraagd. We kregen ontwijkende antwoorden, zelfs van aarts-eurosceptici die al sinds het Verdrag van Maastricht in 1992 ‘Singapore-on-Thames’ de droom: een op libertaire ideeën gestoelde economie, met zo min mogelijk regels. Anderen wilden juist wél regels, maar dan Britse regels. Hoe die anders zouden zijn dan de Europese bleef onduidelijk.
Vragen over hoe het zou gaan met de bloemen uit Aalsmeer die binnen een dag Britse winkels bereikten, met vakantiehuizen van Britten in de Portugese Algarve, met schoolreisjes van Britse kinderen naar Rome of met al die Europese burgers die in het VK woonden, werden afgedaan als gezeur. Terwijl de EU met haar 450 miljoen inwoners de dichtstbijzijnde buur zou blijven. De makkelijke toegang voor mensen, goederen en diensten zou door een Brexit echter verdwijnen.
Politici en wetenschappers die vragen stelden, werd verweten onderdeel te zijn van ‘Project Fear’. Na het referendum werden ze ‘Remoaners’ genoemd, mopperaars die de uitslag negeerden. Of erger: verraders die „de wil van het volk” negeerden. Zo werden de rechters door tabloid Daily Mail genoemd toen ze vonnisten dat niet het kabinet maar het parlement de scheidingsprocedure met de EU moest beginnen.
Maar een plan was er niet. De ochtend na het referendum vroeg de politiek verslaggever van Sky News aan een Brexiteer hoe het nu verder zou gaan. Die wees naar 10 Downing Street, de ambtswoning van de premier. David Cameron zou wel een plan hebben. Hij stapte echter een paar uur later op. Wie zijn afscheidsspeech goed beluistert, hoort dat hij zodra hij de camera de rug toekeert opgelucht neuriet.
Wat volgde, waren jaren van politieke chaos. Met Theresa May die manmoedig volhield dat „Brexit means Brexit”, maar geen enkel voorstel door het parlement kreeg. Met Boris Johnson die beloofde to get Brexit done. Maar zelfs toen de scheiding na vier jaar in 2020 was voltooid, keerde de stabiliteit niet terug. Liz Truss was veertig dagen premier, Rishi Sunak zou rust brengen, Keir Starmer ook – en is inmiddels zijn politieke toekomst niet zeker.
De Britse economische groei is ondertussen kleiner dan hij zonder Brexit zou zijn geweest, concludeerde begin deze maand Jonathan Portes, hoogleraar Economics and Public Policy aan King’s College in Londen. Er kwam geen onmiddellijke recessie, zoals sommigen hadden voorspeld. Maar volgens Portes is „het belangrijkste effect cumulatief”: er wordt minder gehandeld met de EU, er zijn minder investeringen, er is minder kennisoverdracht. De economische voordelen zijn „beperkt”, regelgeving is niet verminderd en wijkt tot dusver nauwelijks af van die van de EU.
En hoe verging het de inwoners?
Meriden had ik tien jaar geleden redelijk toevallig uitgekozen. Veel later zou pas blijken, dankzij de Wet open overheid waarmee de uitslag op wijkniveau kon worden ingezien in plaats van louter per kiesdistrict, dat Meriden stemde zoals het land als geheel: 51,9 procent van de dorpelingen was voor de Brexit, 48,1 procent voor Remain.
Ik was tijdens mijn correspondentschap steeds op zoek geweest naar wat de Engelsen bewoog, zeker na het Schotse onafhankelijkheidsreferendum van 2014, en schreef daar uiteindelijk een boek over. Voor een antwoord leek het middelpunt van Engeland, dat Meriden claimt te zijn, een mooie plek. Dat Meriden ook echt het middelpunt is, ontkrachtten overigens in 2002 de cartografen van de Ordnance Survey. Het middelpunt ligt elf mijl verderop.
De dorpsbibliotheek.
In de bibliotheek laat bibliothecaresse Keri Wills enthousiast een grote map met oude foto’s zien. Die hingen een dag eerder nog aan een waslijn tussen de boeken voor de tentoonstelling ‘Postcards from Meriden’. De bieb is een paar uur per week open – minder vaak dan de dorpelingen graag zouden willen – maar de tentoonstelling trok veel belangstelling, vertelt Wills.
Op basis van eerder werk van een lokale historicus zocht ze allerlei uit over Meriden. Het dorp lag in het centrum van het graafschap Warwickshire (nu West Midlands), dat weer het midden van Engeland was. „Toen men nog met paard en wagen reed, was dit het punt halverwege de King’s Highway van Londen naar Chester en Holyhead. Maar het kan ook zo zijn dat een achttiende-eeuwse pubeigenaar een mooie stunt bedacht met het middelpunt om klanten te trekken”, zegt Wills.
Op een zaterdagochtend trekt het dorp daarmee nog altijd talloze toeristen, meest wielrenners. Ze gaan op de foto met het oorlogsmonument, dat is gewijd aan fietsers, en met het middelpunt-monument. In The Hutch, de broodjeszaak, weten ze precies wie waar vandaar komt: wie uit de richting van Birmingham komt bestelt een ‘cob’, klanten uit Coventry vragen om een ‘batch’, die van verder uit het zuiden om een ‘bread roll’.
Een monument in Meriden geeft aan dat je hier precies in het midden van Engeland zou staan.
Aan de andere kant van de green, in de speeltuin aan de rand van het cricketveld, zit Edie Tustin (30), sieradenontwerper en gids in Stratford-upon-Avon, geboorteplaats van Shakespeare. Ze is in Meriden opgegroeid en woont sinds kort in het nabijgelegen stadje Solihull. Maar ze komt liever hier met de kinderen. Daar is het minder veilig in het park en sowieso onrustiger, vertelt ze. „Er wordt gedemonstreerd tegen de opvang van asielzoekers in een hotel. Dat zorgt voor tumult.” Op veel lantarenpalen in Solihull hangen Britse en Engelse vlaggen, een protest dat in Birmingham, 25 kilometer verder begon.
Een van de beloftes van de Brexiteers was om migratie te beperken. Dat lukte in eerste instantie niet. Europeanen vertrokken, maar immigratie uit ándere landen nam toe tot een piek van ruim 1,3 miljoen in 2023. Dat getal daalt inmiddels door een serie maatregelen.
Maar hoewel procentueel klein in aantal, blijven de bootjes met vluchtelingen op het Kanaal, en asielzoekers die in hotels worden ondergebracht, symbolisch van belang. De aanjager van het Brexit-referendum, Nigel Farage, belooft dat zijn Reform UK nog strengere migratieregels zal invoeren als de partij bij de landelijke verkiezingen de grootste wordt. Bij lokale verkiezingen begin mei won Reform al talloze zetels, ook in de gemeenteraad van Solihull, waar Meriden onder valt.
Edie Tustin heeft het maar even over de vlaggen. Langer gaat het over die ándere belofte van de Brexiteers: het geld dat werd ‘weggegeven’ aan de EU zou gebruikt worden voor de immer met wachtrijen kampende gezondheidsdienst NHS. „350 miljoen pond per week” zou er terugkomen, claimde de Vote Leave-campagne ten onrechte op de zijkant van een rode bus.
„De NHS heeft geen boost gekregen, gezondheidszorg blijft een enorm issue”, zegt Tustin. „Ik heb een auto-immuunziekte en wacht al enkele jaren op een afspraak. Nu krijg ik een telefoongesprek. Het lijkt wel of het slechter gaat met de NHS.”
Degenen in Meriden die voor de Brexit stemden, hebben evenmin het gevoel dat het beter gaat met het VK. In de volkstuintjes van de Independent Order of Oddfellows verzuchten John en Ann Butler (beiden 81) dat de kosten voor het levensonderhoud omhoog zijn gegaan. Ze nemen even pauze van het onkruid wieden voor een gesprek.
Die hoge prijzen liggen volgens de Butlers niet aan de Brexit, slechts ten dele aan wereldgebeurtenissen maar vooral aan het huidige Labour-kabinet. „Lichtgewichten”, zegt John. „Als zij niet zouden regeren, zouden we welvarender zijn.” Ann zegt: „Ze weten niet wat ze doen.” John: „Lees je de column van Boris Johnson wel eens in de Daily Mail? Hij is een clown, maar wel een slimme man.”
Hij wijst erop dat tijdens de coronapandemie, toen Johnson premier was, het VK „het snelste” was met vaccineren: „Europa was nergens. Ze moesten eerst met elkaar overleggen, wij konden het zelf.” Inderdaad had het Europees Geneesmiddelenbureau twintig dagen langer nodig dan het VK om toestemming te geven voor het Pfizer-vaccin. Maar die voorsprong had het VK óók als lidstaat kunnen hebben, in noodgevallen mogen landen afwijken als het om vaccinatie gaat.
Broodjeszaak The Hutch in Meriden.
Oversteekplaats.
Het is een van de dingen die opvalt als je met de dorpelingen praat. Wie voor de Brexit stemde, ziet in veel gebeurtenissen sindsdien het bewijs dat het de juiste keuze was. Als ze al het idee hebben dat hun leven is verslechterd, dan komt het door de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne of de wispelturige Amerikaanse president. Wie Remain stemde, noemt die wereldgebeurtenissen ook, maar vindt dat de Brexit alles heeft verergerd. Binnen de EU, vinden zij, stond het VK sterker.
De meest uitgesproken Remainers die ik spreek zijn de dominee en zijn echtgenote. Kevin (65) en Jane (63) Flanagan wonen pas drie jaar in Meriden, daarvoor was hij als anglicaanse vicar in andere dorpen benoemd en beiden waren eerder ontwikkelingswerker.
„Brexit maakt me nog altijd zó boos”, zegt Jane. „De EU, met al haar gebreken heeft na de Tweede Wereldoorlog landen bijeengebracht. We zijn allen gods kinderen.” Ze vertelt hoe ze na het referendum gingen demonstreren in Londen. Hoe hun kinderen hun Ierse paspoort koesteren, dat ze konden aanvragen omdat Kevin Ierse wortels heeft.
„We hadden aanzien als onderdeel van de EU. We zijn echt niet groot of rijk genoeg om het alleen af te kunnen in de wereld”, zegt Kevin. Hij verbergt zijn opvattingen niet voor zijn gemeenteleden. „We hadden bij de laatste verkiezingen als enige een Labour-poster in het raam hangen. Ik denk dat ze het wel weten.”
Politicologen zien dat de Brexit-keuze nog altijd beïnvloedt hoe mensen naar elkaar kijken, naar het nieuws, de politiek of de economie. In hun boek Tribal Politics beschrijven Sara Hobolt en James Tilley hoe de Britten tien jaar geleden een zwart-witkeuze moesten maken.
„Bij gewone verkiezingen spelen er altijd meerdere onderwerpen en ben je het nooit met helemaal eens met de partij waarop je stemt. Dat kan je dan later zeggen als het niet goed gaat. Hier werd je gedwongen één kamp te kiezen”, zei Tilley eind maart tijdens een onlinediscussie over hun onderzoek.
In Europa wordt vaak – met leedvermaak – gewezen op peilingen. De meerderheid van de Britten (56 procent) zou inmiddels voorstander zijn van hernieuwd lidmaatschap van de EU, onder wie nieuwe kiezers die in 2016 nog niet mochten stemmen. Waarbij moet worden aangetekend dat ze dan vaak wél alle uitzonderingen willen die het VK had, dus bijvoorbeeld geen euro. En dat sommige gepeilden „hun vingers nu in de oren steken” omdat ze genoeg hebben van de discussie.
Hobolt en Tilley schrijven echter dat de Brexit-stem vaak om meer ging dan wel of niet voorstander zijn van de Europese Unie: ook nationalisme en culturele kwesties speelden een rol. Omdat het vier jaar duurde voordat de scheiding een feit was, waarbij die elke dag in het nieuws was, bleven de Britten in hun Brexit-kamp. Zo werden volgens Hobolt en Tilley „duurzame” politieke identiteiten gevormd, die niet samenvallen met Labour of de Conservatieve partij: 60 procent van de Britten identificeert zich nog altijd als Leaver of Remainer.
Della Mannix (69) noemt zichzelf „een Europeaan”. Ze heeft mijn artikel van tien jaar geleden door Google Translate gehaald. Toen schreef ik hoe Caroline en Laurence O’Neill in de Queen’s Head „het gevoel dat we één gemeenschap zijn” roemden. Maar er is véél meer gemeenschapszin in Meriden dan de pub, zegt Mannix.
Ze neemt me mee naar het cricketveld waar in het paviljoentje de wekelijkse Warm Hub wordt gehouden, een warme maaltijd voor ouderen om eenzaamheid te voorkomen. Ze krijgen er ook informatie hoe ze oplichters kunnen herkennen, en er is stoelyoga. De groep kletst vrolijk terwijl er ranja wordt ingeschonken. Een weduwnaar vertelt dat hij hier pas woont en zo andere dorpelingen heeft leren kennen.
In het midden van het langgerekte dorp ligt ook de Village Hall, waar vrijwel iedere avond wat wordt georganiseerd. Daar is ook de huisartsenpraktijk, en bij de vijver vlakbij staat het prikbord met nóg meer activiteiten. Daarachter staat de Social Club, die toepasselijk Heart of England heet, de plek waar de working class van oudsher bijeenkomt.
Daarvoor neemt de belangstelling af, merkt manager Stephen Kibble (49). „De Engelse drankcultuur verandert, dat was al voor corona zo.” Het stuk land waarop het clubhuis staat, is ooit geschonken met als voorwaarde dat het voor de gemeenschap wordt gebruikt. Mocht de Social Club failliet gaan, dan wordt het weer een weiland.
Kibble is in gesprek met de Post Office, want sinds de eigenaresse van het postkantoor (aan huis) met pensioen ging, ontbreekt dat in het dorp. Vrijwel iedereen vertelt dát als ik vraag wat er de afgelopen tien jaar is veranderd in Meriden: er is geen postkantoor meer. De Brexit komt niet als eerste op.
„Politici verwijten elkaar van alles, maar geen van hen doet echt iets”, zegt Kibble. „Hier regelen we zelf wel wat relevant is voor Meriden.” Hij neemt me mee naar buiten: de helft van de beer garden wil hij gebruiken voor een gym, die is er nog niet in Meriden, en voor een kinderopvang. Kibble ziet kansen: er worden aan de rand van het dorp zeventig huizen gebouwd. Op de zaterdag dat ik er ben, is er een grote bijeenkomst over nog eens 185 nieuwe huizen.
Wat iedereen ook wil vertellen, is hoe het landschap rondom Meriden verandert. Het dorp ligt bij het traject van de hogesnelheidslijn HS2 tussen Londen en Birmingham. De groene heuvels hebben op sommige plekken plaatsgemaakt voor roodbruine aarden strepen en beton.
Optimistisch meldt een bord dat de trein in 2029 rijdt. Dat wordt op z’n vroegst 2036, het project kost inmiddels 102,7 miljard pond, het spoor wordt niet meer doorgetrokken naar Leeds, en áls de trein eenmaal rijdt „scheelt het uiteindelijk een kwartier reistijd”, zegt Steve Chance (69).
Hij en echtgenote Sue (68) stemden Remain. Steve zegt dat hij begrijpt waarom sommigen vonden dat de oorspronkelijke economische unie een „megastaat” was geworden: „Maar ik weet niet zeker of dat ons grootste probleem was.”
Ze wonen naast Saint Laurence Church. Aan de ene kant van het kerkhof heb je zicht op de skyline van Birmingham, de andere kant wordt geflankeerd door een vijftiende-eeuwse boerderij. Dit was de oorspronkelijke dorpskern, op een stevige tien minuten lopen van de green.
Als je de heuvel afloopt door de weilanden, kom je bij de Queen’s Head van Caroline (62) en Laurence (65) O’Neill. Het is een van de drie pubs: bij de Strawberry Bank staat de tv aan en worden WK-vlaggetjes opgehangen, in de Bull zijn de tafels gedekt met wijnglazen en bestek. In de Queen’s Head draait het nog altijd om een pint.
Ook de O’Neills merken dat de drankcultuur verandert. Laurence zegt: „Vroeger riep ik om elf uur ‘laatste ronde’. Nu is iedereen om half elf al vertrokken.” Ook zij hebben het over gestegen kosten. Ook zij wijten dat niet aan de Brexit. Caroline zegt: „Brexit heeft ons geen schade bezorgd.”
Maar dat is wel zo, vindt Maka Okropiridze (49). Ze was tot voor kort eigenaresse van de fish-and-chipsafhaal. Nog altijd staat ze met haar man regelmatig achter de frituur. Ze komt oorspronkelijk uit Georgië, is Britse geworden. Toen de BBC haar in 2019, een jaar voordat de Britten echt uit de EU vertrokken, vroeg hoe het ging zei ze dat de Brexit alles „duurder zou maken en het moeilijker voor mensen zou worden om rond te komen”.
Ze kreeg mails waarin mensen haar verweten dat ze geen respect toonde voor de referendumuitslag. Ze haalt haar schouders op. „Dat heb ik wel, maar kijk… de vis is duurder geworden. Kabeljauw was voor de Brexit 4,50 pond en nu tien.” Het goedkoopst op het menu is een potato scallop voor één pond, een soort geperste en gefrituurde aardappel.
Op de tegelvloer zijn grote stickers van bloemen geplakt. Ze lijken heel Engels. „De rij begint hier”, staat erop. Maar als ik goed kijk, zie ik hier de enige verwijzing in Meriden naar het feit dat het VK ooit tot de Europese Unie behoorde: een logo van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.