Tbs wordt vooral opgelegd aan mannen; van alle tbs-patiënten in Nederland is maar 6 procent vrouw. In de Van der Hoeven Kliniek worden van oudsher ook vrouwen behandeld. ‘Tbs heeft me meer geholpen dan de gesloten jeugdzorg. Dat hoort natuurlijk niet zo.’
Die middag was Lilly zo boos dat ze een stanleymes uit de la pakte, haar huis uit rende en de eerste de beste fietser wilde neersteken. Het werd een oudere vrouw. Lilly’s dreigende beweging was voor de vrouw genoeg om haar fiets los te laten. Waarop Lilly, zonder te steken, de fiets pakte, wegfietste en even later in een park werd gearresteerd. Ze zat twee weken in de gevangenis en deed direct na vrijlating iets soortgelijks – dit keer met een passer. De rechter gaf haar 4 maanden cel en tbs.
Eindelijk hulp, dacht ze. ‘Ik kan niet geloven dat ik zo gek ben geweest’, zegt ze nu, drie jaar later.
Sinds twee jaar verblijft Lilly (49) in de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht. Een tbs-kliniek die in tegenstelling tot andere klinieken geen hekken met prikkeldraad heeft en waar medewerkers zonder piepers rondlopen. Wel is er bij de ingang een detectiepoort, en door het hele gebouw heen deuren die alleen met pasjes opengaan. Van oudsher worden hier ook vrouwen behandeld. Op dit moment verblijven er twaalf, omringd door zo’n honderd mannen. De meeste vrouwen, waaronder Lilly, wonen op een individuele afdeling voor kwetsbare patiënten, een enkeling in een groep waar meer samengeleefd wordt. Altijd gemengd.
Op dit moment verblijven in Nederland honderd vrouwen met een tbs-maatregel in een kliniek, slechts 6 procent van alle tbs’ers. Een aantal van hen wordt behandeld in een van de twee tbs-klinieken die vrouwen opnemen. Hoe is het voor die vrouwen om zich tussen mannen te begeven? Gaat het weleens mis? En hoe verschilt hun problematiek van die van mannen? Drie vrouwen uit de Van der Hoeven Kliniek vertellen aan Volkskrant Magazine hoe ze daar zijn beland, hoe ze aan hun herstel werken en hoe ze het leven daar ervaren.
Lilly vindt het spannend om haar verhaal te delen, maar doet dat in heldere en gedetailleerde bewoordingen. Ze heeft een zachte uitdrukking op haar gezicht, kleurrijke oorbellen bewegen heen en weer als ze praat. ‘Gekregen van mijn dochter’, zegt ze bijna fluisterend.
‘Ik was zo blij met mijn zwangerschap’, vertelt ze, ‘maar na ruim vijf maanden werd de roze wolk plotseling gitzwart. Ik had geen energie meer en kon alleen maar huilen. Als ik in de spiegel keek, zag ik een vrouw die ik niet herkende.’ Een postnatale depressie leidde tot haar eerste opname op een psychiatrische afdeling in een ziekenhuis. ‘Ik mocht mijn kindje alleen zien in het bijzijn van anderen. Alsof ik haar iets aan zou doen.’
Het was het begin van vijftien jaar ellende. Ze verhuisde van kliniek naar kliniek. De ene suïcidepoging na de andere. Thuis kwam ze niet meer, haar ex-man zorgde voor hun dochtertje. Borderline, werd gezegd. Later kwam daar autisme bij. En seksueel misbruik in haar jeugd. Toen de instanties het ook niet meer wisten en haar met zachte dwang richting een zelfstandige woning loodsten, ging het mis. ‘Ik kon mezelf niet redden’, blikt ze nu terug. ‘Ik belde de politie elke dag om te zeggen dat ik niet meer wilde leven. Net zo vaak belde ik 112 dat ik iemand wilde neersteken. Mijn hulpverleners kwamen nog maar twee uur per week langs, terwijl de afspraak was dat ze elke dag zouden komen. Uiteindelijk kwamen ze helemaal niet meer.’
Opgebouwde frustraties, over alle opnames en vooral over het niet kunnen vervullen van haar moederrol, leidden ertoe dat ze op een nacht door het lint ging en weer naar een kliniek werd gebracht. Toen ze de volgende ochtend radeloos op straat werd gezet en in een sloot sprong, werd ze door politieagenten naar huis gebracht. Die draaiden voor de zekerheid de deur op slot, niet wetende dat Lilly het draaislot ook van binnen kon openen. Toen was er de woede, het stanleymes en de oudere dame op de fiets.
‘Vrouwelijke tbs-patiënten hebben meestal complexere problematiek dan mannen’, vertelt Vivienne de Vogel, die als onderzoeker in de Van der Hoeven Kliniek werkt en gespecialiseerd is in vrouwelijke tbs-patiënten ‘Ze hebben vrijwel altijd meerdere diagnoses die op elkaar inwerken. De meeste vrouwen zijn erg kwetsbaar, en hebben diagnoses als borderline, depressie en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Anderen zijn, of lijken, minder kwetsbaar door een persoonlijkheidsstoornis als psychopathie.’
Psychopathie uit zich bij vrouwen anders dan bij mannen, zegt De Vogel. ‘Terwijl mannen zichzelf opblazen en intimiderend zijn, zijn vrouwen vooral manipulatief. Ze spannen anderen voor hun karretje, ook mannen met wie ze hier samenleven. Na een gesprek kun je denken: wat gebeurde hier nou eigenlijk? Je weet dat het niet oké was, maar je kunt er de vinger niet op leggen.’
Ze vertelt over de vrouw die een handeltje had opgezet in de kliniek, maar de boel liet opknappen door mannelijke medepatiënten, waardoor zij gepakt werden. Of vrouwen die flirtend gedrag vertonen richting mannen, waardoor de man in de problemen komt en de vrouw buiten schot blijft. ‘Natuurlijk voelen we dit soort heimelijk gedrag steeds beter aan, maar het blijft opletten’, aldus De Vogel.
Vrouwen met een hoge mate van psychopathie lijken meer op mannen als het om hun delicten gaat. Het delict wordt vaker vanuit een winstmotief of dominantie gepleegd dan vanuit wanhoop. Levensdelicten, ook richting eigen kinderen, komen bij vrouwen in tbs-klinieken vaker voor dan bij mannen. Bij de zeer kwetsbare vrouwen met psychiatrische problematiek, zoals de drie vrouwen in dit artikel, uit hun complexe problematiek zich vooral in heftig zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag.
‘Deze kwetsbare vrouwen hebben een lang verleden in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) of jeugdzorg, met vele mislukte behandelingen’, zegt Ester Robbe, hoofd behandeling en gz-psycholoog. ‘De delicten die ze plegen – vaak brandstichting of mishandeling – hoeven niet per se in een tbs-kliniek behandeld te worden, omdat er niet altijd sprake is van een hoog recidiverisico. Maar de problematiek is soms zo complex dat andere psychiatrische klinieken zeggen: wij kunnen dit niet aan. Dan kan de rechter niet anders meer dan tbs opleggen.’
Vlinder (28) kreeg tbs opgelegd nadat ze haar kamer in een ggz-instelling meerdere keren in brand had gestoken. De laatste keer was zo heftig dat ze anderen in gevaar bracht en alles ontruimd moest worden. ‘Ik wilde gewoon dood’, zegt ze nu. Ze draagt een grijze trui boven een legging. Af en toe worden de vele littekens op haar armen zichtbaar. Hoewel ze zacht praat, verraden haar ogen felheid.
Tot haar 11de was er weinig aan de hand. Vlinder was een vrolijk, onbezorgd en optimistisch meisje dat van hiphop hield. Nog steeds danst ze als het even niet lekker gaat, of dan zingt ze hard mee met Nick & Simon. Nadat Vlinder op haar 11de werd aangerand, veranderde alles, vertelt ze. Ze begon zichzelf te snijden, ontwikkelde een eetstoornis en had stemmen in haar hoofd die haar vertelden dat ze niets waard was, dat ze beter dood kon gaan en dat ze anderen zou lastigvallen als ze om hulp zou vragen. Ze zag meerdere ggz-instellingen en deed een aantal serieuze suïcidepogingen.
Toen ze drie jaar geleden de Van der Hoeven Kliniek binnenkwam, slikte ze zoveel medicatie, dat ze haar hoofd niet rechtop kon houden. ‘Ik weet eigenlijk helemaal niets meer van die periode. Ik was een hoopje ellende. Ik moest alles opnieuw leren omdat ik na de zoveelste suïcidepoging in coma had gelegen.’ De zoveelste? ‘Eigenlijk was het mijn dagelijkse bezigheid, al jarenlang. Snijden, vaak erg diep, lichaamsdelen in brand steken, dingen inslikken.’
Haar laatste suïcidepoging, in de Van der Hoeven Kliniek, leidde tot een ommekeer. Terwijl ze daarvoor nergens aan wilde meewerken, en zelfs al een euthanasieaanvraag had gedaan, ging er in het ziekenhuis een knop om. ‘Mijn behandelteam was er om afscheid te nemen. De chirurg die me met spoed ging opereren, vertelde me dat ik misschien niet meer wakker zou worden. Maar dat wil ik helemaal niet, dacht ik toen. Ik wil wél leven, zet dat euthanasietraject maar stop.’
Ze vertelt het droogjes, zonder veel emotie. Als dat opgemerkt wordt, moet ze lachen. Ze straalt een kracht uit die in schril contrast staat met haar verhaal. ‘Ik ben zo dankbaar dat ik er nog ben.’
‘Soms zijn deze vrouwen met complexe psychiatrische problematiek beter af in de tbs’, aldus Robbe. ‘Er zijn zoveel behandelingen mislukt, ze slikken zoveel medicatie om rustig te blijven. Als ze dan hier komen, moeten we veel uit de kast halen om nog iets te verbeteren.’
Waarom zijn de behandelingen in de ggz niet gelukt bij deze vrouwen? De Vogel: ‘Een trauma, zoals seksueel misbruik of emotionele verwaarlozing, is vaak de kern van het probleem. Om dat goed te kunnen behandelen, moet iemand enigszins stabiel zijn. In een ggz-instelling komen ze vaak niet op dat punt, omdat patiënten letterlijk en figuurlijk voor hun problemen kunnen weglopen. Hier kunnen ze niet weg en moeten ze hun problemen aangaan. Ons doel is niet om iemand te stabiliseren, zoals in de ggz, maar om het recidiverisico te verlagen.’
Dat doen ze met zorg en aandacht, zegt Robbe. En met een vol programma. Van therapiesessies tot creatieve activiteiten, van sport tot eventueel een paar uur per dag werken. Tussendoor is er tijd om samen te eten of om je even terug te trekken. Rust en regelmaat doen de rest. Wie toe is aan een stap buiten de muren van de kliniek, doorloopt een strikt stappenplan van verlof met twee begeleiders, via verlof met één begeleider naar onbegeleid verlof. De vervolgstap is voor deze vrouwen meestal een beschermde of begeleide woonvoorziening. Een enkeling gaat zelfstandig wonen.
Is een verblijf in een tbs-kliniek te voorkomen als de ggz meer zou investeren in deze vrouwen? De Vogel wil dat niet direct beamen. ‘Wel is het zo dat hun delicten vaak uitingen zijn van wanhoop, een cry for help. Het zou zeker goed zijn als er meer wordt geïnvesteerd in de ggz en jeugdzorg. En er zou een tussenvoorziening moeten zijn: intensiever dan ggz, minder heftig dan tbs. Want hoe dan ook blijft een tbs-kliniek een heftige omgeving.’
Fay (22) droomt van een beschermde woonplek én een hulphond. Ze weet dat een zelfstandige woning er voor haar niet in zit. Ook zij heeft een leven in diverse psychiatrische klinieken achter de rug. Ze heeft PTSS en kenmerken van een psychotische stoornis. Ook verbleef ze een tijd in een gesloten jeugdinstelling in Harreveld, waar ze ongeveer alles meemaakte wat afgelopen jaren veelvuldig in het nieuws kwam over de gesloten jeugdzorg. Fysieke en emotionele mishandeling, met als dieptepunt zeven maanden in een isoleercel – een maatregel die sinds 2022 verboden is.
‘Zelf was ik ook agressief, naar hulpverleners en mezelf. Omdat er veel onrust is in mijn hoofd, met stemmen, beschadigde ik mezelf om rust te krijgen. In Harreveld droegen de stemmen me op om iemand iets aan te doen. Ik ben toen met een tafelmes naar de groepsleiding gegaan en heb hen bedreigd.’ Dat was de druppel. De aanklacht: bedreiging en zware mishandeling.
Ze praat langzaam, moet soms lang nadenken over haar woorden. Dan kijkt ze haar begeleider vragend aan. De medicatie, 27 pillen per dag, maken haar soms suf. ‘Twee jaar lang moest ik in een gevangenis wachten op een tbs-plek. Ik leefde in een andere realiteit, ik weet er niets meer van. Maar het had nooit zo ver mogen komen. Tbs heeft me meer geholpen dan de gesloten jeugdzorg. Dat hoort natuurlijk niet zo.’
Fay vond het erg spannend, de tbs-kliniek. ‘Allemaal mannen die iets heftigs gedaan hebben, dacht ik, en ik ertussenin. Maar gelukkig blijkt het heel anders te zijn.’ Op Fays afdeling leven zeven mannen en twee vrouwen. ‘Ik zie iedereen als mens, we zitten hier allemaal omdat we iets gedaan hebben. Het is een fijne groep waar we naar elkaar luisteren, elkaar respecteren en helpen.’ Ze moet hard lachen als het woord ‘vrouwenafdeling’ valt. Haar stemvolume gaat voor het eerst omhoog. ‘Op de vrouwenafdeling in de gevangenis was het vreselijk, alleen maar geroddel en geruzie.’
Toch heeft ze wel behoefte aan af en toe iets typisch vrouwelijks. Daar probeert de kliniek zoveel mogelijk op in te spelen. Er is een maandelijkse ‘ladies night’, met cupcakes, maskertjes en nagellak, er zijn speciale sport- en zwemuurtjes voor vrouwen, in het winkeltje van de kliniek is vrouwendeodorant te vinden. Alles om vrouwen zich toch even vrouw te laten voelen in deze mannenwereld.
Of dat lukt? Vlinder heeft daar minder mee: ‘Ik ben liever one of the guys, daar voel ik me prettiger bij. Dan hoef ik niet over mijn gevoelens te praten. Ik voel me vooral vrouw als ik in de binnentuin lekker kan zitten huilen.’ Lachend: ‘En dat doe ik best vaak.’ Fay: ‘Ik durf mijn vrouwelijkheid wel te laten zien, ik voel me niet kwetsbaar.’ Uit haar handtasje pakt ze een pakje vochtige doekjes. ‘Mannen maken een rotzooi, ik maak alles schoon. Ik heb altijd drie pakjes op voorraad, als ik aan de derde begin, bestel ik een nieuwe.’ Lilly: ‘Ik kleed me vrouwelijk. Ik wil hier niet rondlopen in een joggingbroek en op slippers, ik wil me gewoon vrouw voelen.’
Lilly zat nog maar een paar maanden in de kliniek, toen een mannelijke medepatiënt op haar kamer kwam. Ze treedt liever niet in detail, maar hij dwong haar iets te doen wat ze niet wilde. In plaats van in verzet te komen, bevroor ze. Diezelfde dag vertelde ze het direct tegen de groepsleiding. Hoewel het haar woord tegen het zijne was, werd de man overgeplaatst naar een andere afdeling.
Vlinder kreeg hulp vanuit het team toen ze het contact met een andere patiënt te ingewikkeld vond worden. Het bewaken van grenzen is een van haar leerpunten. En Lilly mocht geen rondjes meer wandelen in de tuin met een medepatiënt vanwege het verleden van de laatste.
Is het wel verantwoord om vrouwen met vaak traumatische seksuele ervaringen samen te laten leven met mannen? Robbe: ‘We proberen hier de maatschappij zo goed mogelijk na te bootsen. Buiten de kliniek krijgen vrouwen ook te maken met mannen, dus kunnen we ze hier al weerbaarder maken in het contact. Daarbij maak ik me geen illusie dat dit gedrag niet voorkomt in een kliniek met alleen een mannen- of vrouwenafdeling. Natuurlijk kijken we heel goed wie we op welke afdeling plaatsen. Een man wiens problematiek te veel risico oplevert voor onze vrouwen, weigeren we. En is een vrouw te kwetsbaar, dan werken we op de individuele afdeling in kleine stapjes toe naar meer contact.’
Ook als er mogelijk een zedendelinquent op de afdeling woont, geven Lilly, Fay en Vlinder de voorkeur aan een gemengde groep. Lilly: ‘Ik wil niet weten welke delicten mijn medepatiënten hebben gepleegd. Op de meeste afdelingen moeten patiënten dat verplicht vertellen, maar bij ons niet. Zonder die informatie kan ik iemand makkelijker leren kennen en hem een tweede kans geven.’
Uit onderzoek van De Vogel onder 295 professionals die werken met vrouwen in de forensische zorg blijkt dat 85 procent van mening is dat gemengde groepen in de tbs-kliniek het best werken. De meeste patiënten die ze hierover spraken waren het hier mee eens. Robbe: ‘Vrouwen brengen een andere dynamiek mee, waardoor bijvoorbeeld antisociaal gedrag van mannen soms minder wordt. Aan de andere kant moet de vrouwelijke dynamiek het niet overnemen. Daarom hebben we idealiter minimaal twee vrouwen op een afdeling, en sowieso één minder dan de helft van de totale groep.’
De Vogel: ‘Patiënten zeggen: het wordt gezelliger met vrouwen erbij, met plantjes op tafel, en er wordt respectvoller met elkaar omgegaan.’ De Van der Hoeven Kliniek staat voor gemengde groepen, maar het is ook de realiteit dat er geen tbs-klinieken met aparte vrouwenafdelingen bestaan. Een andere optie is er dus niet.
Verliefdheden en relaties komen in de kliniek ook voor. En dat mag. Robbe: ‘We kunnen dat gebruiken om patiënten te leren hoe een goede relatie eruitziet en wat gelijkwaardigheid betekent. Relatietherapie is onderdeel van de relatie. Als er incidenten ontstaan, of als de relatie belangrijker wordt dan de behandeling, staan we de relatie niet meer toe.’
Een tbs-behandeling mislukt bij vrouwen vaker dan bij mannen. Niet alleen de complexe problematiek speelt hierbij een rol, maar ook het feit dat alles nog afgestemd is op de mannelijke patiënten. Van behandelprogramma’s tot instrumenten om risico’s in te schatten. Er is ook nog weinig bekend over het effect van vrouwelijke hormonen en iets als de menopauze op de werking van medicatie. Werken met vrouwelijke patiënten is dus pionieren, zeggen De Vogel en Robbe.
Opvallend is het hogere sterftecijfer na vertrek uit de kliniek. De Vogel: ‘Fysiek zijn deze vrouwen er meestal slecht aan toe. Zelfzorg is vaak naar de achtergrond verdwenen en trauma gaat in je lichaam zitten. Daarnaast hebben ze vaak van alles ingeslikt: van batterijen tot lepels, van scheermesjes tot afwasmiddel. En dan zijn er ook vrouwen die alsnog suïcide plegen.’
Hoe grillig het verloop van de tbs-behandeling meestal ook is, zowel Fay als Vlinder en Lilly hebben stappen gezet. Fay is van de individuele afdeling verhuisd naar een leefgroep voor kwetsbare patiënten. Lilly heeft haar eerste verloven met twee begeleiders achter de rug en Vlinder staat inmiddels op de lijst voor transmuraal verlof. Ze krijgt dan een woning van de kliniek waar ze onder begeleiding kan oefenen om zelfstandig te wonen.
Wat hen heeft laten groeien? ‘Ik word hier als mens behandeld’, zegt Fay. ‘Toen ik in Harreveld, of later in de gevangenis wachtend op een tbs-plek, mezelf pijn deed, werd ik direct naar de isoleercel gestuurd. Hier denken ze mee hoe ik op mijn kamer kan blijven zonder dat het onveilig wordt.’ Op haar kamer hangt een lijstje met wat ze kan doen als ze zichzelf pijn wil doen. Bellenblazen, heeft ze pas ontdekt, schrijven of familie bellen. ‘Er heeft in twee jaar tijd nog maar één incident plaatsgevonden’, zegt ze met voorzichtige trots.
Lilly: ‘Mijn vertrouwen in anderen was compleet weg. Langzaam heb ik dat een beetje teruggekregen waardoor ik nu eerder om hulp vraag. Eindelijk is er aandacht voor mijn autisme. Toen ik die diagnose in 2014 kreeg, negeerden hulpverleners dat gewoon. Met een weekschema en veel structuur heb ik veel meer houvast dan ik ooit gehad heb.’
Het gevolg: Lilly smijt niet meer met koffiekopjes als de spanning stijgt. ‘Ik voel beter dat de spanning stijgt, zodat ik op tijd om hulp kan vragen of zelf ontspanning zoek door bijvoorbeeld met mijn parkietjes te kletsen.’ Haar moederrol blijft een pijnpunt, het is een rode draad in haar verhaal. Met vochtige ogen: ‘Ik zou graag met mijn dochter de wereld over willen reizen, maar ik denk dat een beschermde woonvorm realistischer is.’
Voor Vlinder is haar wil om te leven een cruciale factor in haar behandeling. ‘Toen ik niet meer wilde leven, stond ik ook niet open voor welke behandeling dan ook. Nu wel. Na alles wat ik mijn lichaam heb aangedaan, heb ik besloten om er beter voor te gaan zorgen.’ Ze kijkt naar haar tattoo, een vlinder, een wereldwijd symbool van herstel. ‘Ik kijk ernaar uit om eindelijk eens gewoon te gaan leven.’
De namen Fay, Lilly en Vlinder zijn gefingeerd.
Mariëlle van Bussel werkt aan een boek waarvoor ze tbs’ers voor langere tijd volgt.
De Van der Hoeven Kliniek telt drie locaties. In totaal verblijven hier op dit moment dertig vrouwen met een tbs-maatregel. Het aantal mannen op deze drie locaties is gemiddeld 268.
De groep vrouwen met ernstige psychiatrische problematiek neemt toe. Op de wachtlijst voor de Van der Hoeven Kliniek staan nu veertien vrouwen met elk hun eigen complexe problematiek, waaronder zelfbeschadigend gedrag. Robbe en Vogel signaleren dat deze vrouwen steeds jonger zijn.
Van de zes tbs-klinieken (officieel: Forensische Psychiatrische Centra, FPC) nemen er twee vrouwen op: De Van der Hoeven Kliniek en de Oostvaarderskliniek in Almere. Daarnaast kunnen vrouwen met een tbs-maatregel verblijven in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of een Forensisch Psychiatrische Afdeling van een ggz-instelling (FPA). Hier is het beveiligingsniveau lager dan in een FPC. Ook worden hier patiënten zonder tbs-maatregel behandeld.
Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant