Home

Op zoek naar een superjacht tijdens de Monaco Yacht Show. ‘Je vergeet gewoon dat dit een boot is’

Superrijken op zoek naar een superjacht verzamelen zich bij de Monaco Yacht Show, voor niet-superrijken een evenement om met superveel verbazing gade te slaan. ‘Mensen kopen een jacht om de maatschappij te ontvluchten. Maar aan boord komen ze terecht in de mini-maatschappij die ze zelf hebben gecreëerd.’

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

Met zijn mouw poetst kapitein Mike Ebsworth nog snel een ongerechtigheid van de buitenbar en kijkt dan uit over het achterdek, althans, over een van de achterdekken van zijn superjacht. ‘Kijk nou naar deze prachtige patio’, zegt hij tegen de mannen die op blote voeten na hem de trap zijn opgeklommen, en zwaait met een breed gebaar over de bar, de loungebanken, het zwembad met rubberen eendjes en alle ruimte die dan nog overblijft op de houten vloer. ‘Je vergeet gewoon dat dit een boot is.’

Hmm, knikt een van de mannen, met baardje en pilotenzonnebril, die alles met zijn telefoon filmt. ‘Het is meer een platform’, constateert hij met Duits accent.

‘De ontwerper ziet het als een strandhuis’, gaat Ebsworth door, en wijst binnen op de hoge plafonds die volgens hem ‘echt het verschil’ maken. ‘Een drijvend strandhuis.’

‘Ah zo’, zegt de man. ‘Dat vindt mijn vrouw leuk. Maar hoe ver komt dit huis op een volle tank?’

Het is eind september in Monaco. De haven ligt barstensvol met jachten zoals deze, soms wat kleiner, soms nog veel groter. De jaarlijkse Monaco Yacht Show, de grootste beurs van superjachten ter wereld, biedt miljonairs aller landen een blik op het aanbod. Superjachten te koop, superjachten te huur en superjachten die al verkocht zijn, maar door de bouwers worden tentoongesteld als voorbeeld voor een volgend exemplaar. Er liggen 120 boten, met een totale waarde van 4,5 miljard euro.

De grootste is net verkocht: de Breakthrough, een door de Nederlandse werf Feadship gebouwd waterstofjacht voor Bill Gates. Die heeft in de zeventien maanden sinds de oplevering nooit een voet aan boord gezet. Nu is het gekocht door de Canadese oud-ijshockeykeeper en vuilnistycoon Patrick Dovigi (46), die het voor 3,5 miljoen euro per week verhuurt.

Gedurende vier dagen, in de haven van een van de rijkste nederzettingen op aarde, ziet de wereld er smetteloos en gestroomlijnd uit. Superjachten (minimaal 30 meter lang, professionele bemanning) vormen dankzij de groeiende ongelijkheid een enorme groeimarkt. In 2010 waren er nog geen duizend, nu al meer dan zesduizend – en de komende jaren komen er volgens marktprognoses weer duizenden bij.

Een andere fucking categorie

Het is een van de weinige statussymbolen waarmee superrijken zich écht kunnen onderscheiden, citeert de Amerikaanse journalist Evan Osnos in zijn boek The Haves and Have-Yachts (2025) een anonieme rijkaard. ‘Het is de enige plek waar ik kan laten zien dat ik echt in een andere fucking categorie zit dan jij.’

Zie die glimmende witte rompen op een rijtje in de ochtendzon, als bodybuilders op het strand, ingesmeerd met zonnebrand. Perfecte lichamen. Ze doen misschien wat grotesk aan, met hun helikopters en uitschuifbare balkons en onderzeeërs aan boord, maar er zit tijd en moeite en aandacht in, en dat maakt een jacht een beetje menselijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Als in: hier zitten (ook) hardwerkende mensen achter.

Gedurende vier dagen persen de botenliefhebbers zich in Monaco over de steigers. De mannen in lichte jasjes en met dikke horloges, de vrouwen in chique jurkjes, al dan niet met hoed. De eerste dag is gereserveerd voor bezoekers die echt op zoek zijn naar een jacht, eventuele hondjes onder de arm, eventuele kinderen met nette kapsels in het kielzog. De andere dagen mogen ook gewone stervelingen naar binnen (725 euro per persoon). De hotels in Monaco kosten deze dagen duizenden euro’s per nacht.

Lang niet iedereen mag aan boord. Er is een klassenverschil, ook hier op de steigers. Jonge vrouwen in korte rokjes, de zogeheten greeters, bewaken met één oogopslag de toegang tot de loopplank. Nee, helaas, helemaal volgeboekt, zeggen ze dan. Wat ze niet zeggen: jij hebt hier het geld niet voor.

Wie kopen deze jachten? Wie maken ze? Wat is dit voor wereld?

De ontwerper

De steigers van Monaco vormen een toren van Babel waar opvallend veel Nederlands te horen is, van plat Brabants tot Fries. Nederland is groot in superjachten. Niet alleen zijn er werven op onverwachte plekken, leuk voor surrealistische plaatjes van boten die door poldervaarten naar de vrije zee varen, ook is er daaromheen een heel ecosysteem van ontwerpers en toeleveranciers. Nederland, een land dat zo plat en doe-maar-gewoon lijkt, weet heel goed hoe het de superrijken naar de zin moet maken.

‘Onze klanten kunnen nogal veeleisend zijn’, zegt Niels Moerke, een van de twee directeuren van Van Oossanen Naval Architects, in een van de puntige circustentjes die langs de kades in Monaco staan opgesteld. ‘Het zijn mensen die niet vaak te horen krijgen dat iets niet kan. Ze willen soms onmogelijke dingen. Maar je kunt gewoon niet de hele tijd nee verkopen.’

‘Je moet ze soms de natuurkundewetten uitleggen’, zegt Gilles Vernhet, de Franse hoofdontwerper van Oceanco uit Alblasserdam, de werf die het jacht van Jeff Bezos bouwde waarvoor de Koningshavenbrug, beter bekend als de Hef, in Rotterdam bijna ontmanteld werd. ‘Natuurkunde is het enige argument waar ze naar luisteren.’ De werf kreeg in 2024 een boete van 150.000 euro voor het gebruik van mogelijk illegaal gekapt teakhout uit Myanmar.

Ontwerpers zijn er grofweg in twee soorten. Je hebt de naval architects, de scheepsbouwers die de vorm tekenen en de constructie berekenen, en je hebt de interieurontwerpers. Nederland heeft vooral de eerste soort – Hoek, Van Oossanen, De Voogt (onderdeel van scheepsbouwer Feadship), ingenieurs die zich laten voorstaan op hun ambacht. Van Oossanen verkoopt in zijn stand in Monaco dikke, zelfgeschreven technische handboeken vol formules over krachten en stromingen (10 procent Monaco-korting!) en geeft folders mee over het spiraalvormige ontwerpproces, dat bij voorbaat bedoeld lijkt om uit te leggen waarom niet alles wat de klant wil gaat lukken.

Zo is er altijd het klotsprobleem. Bij een bepaalde golfslag op zee gaat het water in het zwembad zo klotsen, dat het hele jacht kan gaan slingeren. Om die reden moet het bad tijdens het varen meestal worden leeggepompt – iets wat eigenaren maar niet willen accepteren. Zelfs voor anker is het vanwege de deining soms niet mogelijk in het bad te zwemmen.

‘Dan willen ze tóch een infinitypool, zo eentje zonder rand, zonder dat de golven eruit spatten tijdens het varen’, zegt Moerke. Een ander: ‘Sommigen accepteren nog wel dat ze onderweg niet in het zwembad kunnen, maar ze willen wél meteen kunnen zwemmen zodra het jacht stil ligt. Het zijn niet altijd even geduldige mensen.’

Maar wat is onmogelijk? Bij de stand van Feadship liggen brochures waarin ze hun gepatenteerde counterklotssysteem aanprijzen, een ingenieus antigolfslagbad dat is uitgetest bij het Wageningse scheepvaartinstituut Marin. ‘No more splashes!’, belooft de brochure.

Andere opdrachtgevers bemoeien zich vooral met de indeling van hun jacht. Vernhet laat het laatste pronkstuk van Oceanco zien, de Leviathan, een schip van 111 meter dat nog op de werf in Alblasserdam wordt afgebouwd, maar dat hier al honderd keer zo klein in een vitrine staat. ‘Deze eigenaar vond het leuk om deel te zijn van het ontwerpproces’, zegt Vernhet met de gebruikelijke discretie van jachtenbouwers om de koper niet bij naam te noemen, ook al weet inmiddels iedereen wie het is.

In dit geval is het de Amerikaanse gameontwerper Gabe Newell (63). ‘Hij was zeer betrokken bij het ontwerp’, zegt Vernhet. Dat heeft geleid tot een zwembad dat diep genoeg is voor duiktraining, een professioneel duikcentrum, een lab voor onderzoek naar diepzeedieren en voor de bemanning een zaal met vijftien gamestations en een basketbalveld op het achterdek. Ook is er een gemeenschappelijke eetzaal, waar Newell en zijn gasten met de 38 bemanningsleden eten. ‘Hij leeft het hele jaar aan boord van zijn schip, en wil ook met de bemanning leven’, zegt Vernhet.

Newell vond het proces zo leuk, dat hij vorig jaar de hele werf heeft gekocht.

Hij heeft vervolgens een ander Oceanco-jacht laten verbouwen om als ‘ondersteuningsvaartuig’ te dienen voor de Leviathan, zodat de gasten geen last hebben van logistiek gedoe. Dat is een trend: naast het jacht een ander jacht dat de vuile klusjes opknapt en meestal iets sneller is, zodat dat schip alvast vooruit kan om een goede ankerplek te zoeken en alvast de toys klaar te leggen voor de gasten van het moederschip: jetski’s, paddleboards, een opblaasbaar waterpark.

‘Dat werkt ongelooflijk goed’, zegt Matthew d’Offay tegen het Duitse magazine Boote. Hij is de kapitein van het jacht Emotional, dat hier in Monaco veel bekijks trekt. Het dek staat vol met de speeltjes en een hijskraan om alles te water te laten. ‘Als het moederschip arriveert, ligt alles klaar. Dat spaart niet alleen tijd, maar zo hebben de gasten ook geen last van het lawaai van het opblazen.’

En als de gasten weer verder willen, varen ze gewoon weg. ‘Dan pakken wij alles in, en halen het moederschip onderweg weer in.’

Het lijkt misschien loom en onthaast, zo’n jacht. Maar het ongeduld van de eigenaren is een van de drijvende krachten voor de jachtontwerpers. ‘Snelheid is enorm belangrijk’, zegt Moerke. ‘Een paar knopen harder maakt een enorm verschil. Dat betekent dat je misschien net een half uurtje eerder in een haven kunt zijn. Dan heb je een betere plek. Dichter bij het centrum, dichter bij het vermaak, beter zichtbaar.’ Zo is er meer tijd om te doen wat sommige opvarenden het liefst doen: niet varen.

De koper (1)

‘Wat ik zoek? Een manier om te kunnen blijven doen wat we altijd hebben gedaan’, zegt Seth Williams (56). ‘Een manier om op het water te kunnen blijven.’

De Amerikaanse bouwondernemer stapt met zijn vrouw Linda net van een jacht af dat rond de 45 miljoen euro moet kosten. Hij checkt goedkeurend de metalen haken van de loopplank en hoe die in de gaten in het dek passen. Hij komt uit Tulsa, Oklahoma, een van de van zee verstoken staten van Amerika, maar zeilt al jaren in de Florida Keys en het Caribisch gebied. Hij ‘wil die avontuurlijke levensstijl behouden’, zegt hij.

Alleen: dat gedoe met zeilen en lijnen werd steeds lastiger. ‘We zijn wat ouder en wat breekbaarder’, zegt Linda. ‘We zijn niet lui, maar wilden wat minder werken in onze vrije tijd.’ Dus is een bemanning handig. Bijkomend voordeel is dat ze aan land kunnen gaan en de boot veilig kunnen achterlaten. ‘En dat ze op de hond kunnen passen.’

De bemanning is ‘een van de moeilijkste onderdelen’ van een jacht, zegt Williams. ‘Hoe ga je elkaar niet in de weg zitten?’

Het is een delicate balans tussen respect en hiërarchie, zal superjachtadvocaat Jonathan Watson een dag later zeggen, tijdens de paneldiscussie ‘Becoming an Owner’, in een conferentietent op de kade. ‘Hoe houd je het gezellig? Dat is een belangrijke vraag, want alleen met een blije bemanning word je een blije eigenaar. Behandel ze met respect, maar word niet te vriendelijk, want op een gegeven moment luisteren ze niet meer.’

En dan kan het helemaal misgaan. ‘Je kunt op nog zo’n fantastische bank van roggenleer liggen, op het zonnedek van je superjacht, maar dan moet je toch opstaan om zelf je water te gaan halen.’

Het is een van de ironische eigenschappen van het superjacht. Er mogen maar twaalf gasten aan boord, volgens de internationale regels, terwijl het aantal bemanningsleden onbeperkt is. Met het groeiende formaat van de jachten, de afgelopen twintig jaar, is het aantal dekken, salons, bioscopen en sauna’s sterk toegenomen, en daarmee ook het aantal personeelsleden die alles moeten bedienen en schoonhouden. De exclusieve wereld van het jacht moet de eigenaar met steeds meer andere mensen delen.

‘Mensen kopen een jacht om de maatschappij te ontvluchten’, zegt een Nederlandse adviseur die de superrijken bij hun aankoop begeleidt. ‘Maar aan boord komen ze terecht in de mini-maatschappij die ze zelf hebben gecreëerd. Dat beseft niet iedereen.’

Het Amerikaanse echtpaar Williams ziet hun toekomstige jacht om die reden niet per se als ultieme vrijheid. ‘Hoe kunnen we het bubbelbad in als we weten dat de bemanning alles kan zien op de camera’s?’, zegt Linda. Seth: ‘We kunnen de camera’s uitzetten.’ Linda: ‘Dat is nog erger. Dan weten ze precies wat we aan het doen zijn.’

Om de kosten te dekken willen ze hun jacht gaan ‘charteren’. ‘We zijn niet superrijk’, vindt Williams. ‘Met een jacht van 45 miljoen hebben we al gauw 4,5 miljoen per jaar aan operationele kosten. Als we het voor 200.000 per week kunnen verhuren, zestien weken lang, dan is het te doen.’

‘Maar we weten dat dit geen belegging is. Een boot is een groot gat waar je geld in gooit dat in het water verdwijnt. We zullen misschien een beetje zuinig moeten doen.’

De fiscalist

Het eerste wat je moet doen als je een jacht hebt aangeschaft, zegt superjachtadvocaat Watson aan het begin van zijn praatje ‘Becoming an Owner’, is besluiten wie de eigenaar wordt. ‘Meestal wil je dat niet zelf zijn.’

In de haven is te zien wat hij bedoelt. Aan veel van de achterstevens wapperen de vlaggen van de Marshall Eilanden en de Kaaimaneilanden. De ‘sweet spots’, noemt Watson die. In die tropische paradijzen staan honderden bedrijven geregistreerd die formeel de eigenaar van de jachten zijn. Watson heeft het over het ‘structureren van het eigendom’ en ‘BTW-optimalisatie’.

Want wie zijn in Europa gekochte jacht daar registreert, hoeft geen belasting te betalen over de aankoop. Dat scheelt al snel zo’n 20 procent, en dus al snel tientallen miljoenen. Het jacht mag dan weliswaar niet permanent in de EU rondhangen, maar anderhalf jaar is toegestaan. ‘Dus vaar je even naar Noorwegen of Albanië en daarna beginnen de anderhalf jaar opnieuw’, zegt Watson.

Ook de vlag van Malta is veelvuldig te zien, een populair EU-lid vanwege de lage btw.

‘Maar het is aan het veranderen’, zegt Nadine Gerace van Rosemont Yacht Services, een adviesbureau in Monaco dat gespecialiseerd is in ‘yacht owning structures’, belastingontwijking voor privé-eigenaren. ‘Regeringen zien jachten net als privévliegtuigen als symbolen van rijkdom, waardoor ze doelwit worden van fiscaal beleid en milieuregulering.’

Zo heeft Malta zijn btw-tarief meer in lijn gebracht met de rest van Europa en gaan fiscale opsporingsdiensten vaker achter de eigenaren aan die verstopt zitten achter de brievenbusfirma’s in de belastingparadijzen. ‘Maar we vinden altijd een oplossing voor onze klanten’, zegt Gerace.

Zijn er überhaupt jachteigenaren die onder de vlag van hun eigen land varen, en dus geen belastingontwijkroutes laten uitstippelen? ‘Alleen om reputatieredenen’, zegt Gerace. ‘Tenminste, dat is de enige reden die ik kan bedenken.’

Het is een andere ironie van de superjachtenwereld: de kopers geven zonder al te veel moeite tientallen of honderden miljoenen euro’s uit aan een van de meest overbodige dingen die er bestaan, maar hebben er bijna nooit geld voor over om te doen wat elke arme sloeber doet die zich eens in de maand een bosje bloemen veroorlooft: belasting betalen op de aankoop.

Ook de Leviathan van Gabe Newell, de man die zo egalitair is dat hij dagelijks met zijn bemanning eet, voert de vlag van de Marshall Eilanden. Gelijkheid heeft zijn grenzen.

Het bemanningslid

Dagenlang hebben ze moeten poetsen, zegt de Zweedse My Nilsson (21), die op het jacht Reduce de drankjes inschenkt. ‘We waren net op tijd klaar voor de show.’

Nilsson staat achter de bar op het jacht van kapitein Mike Ebsworth, die zijn Duits sprekende klant aan het rondleiden is. Ebsworth had het al verteld: hij had het jacht naar Algerije gevaren, het België van de Middellandse Zee voor jachtkapiteins. Een liter diesel kost maar 60 cent in plaats van 2 euro. Als je 40 duizend liter moet tanken bespaart dat nogal wat, ook al is het twee dagen varen.

Alleen: naast het tankstation in de haven van Algiers staat een grote zwavelfabriek, en die stootte die nacht iets uit. Of de wind stond verkeerd. Hoe dan ook, de volgende dag zat het hele jacht onder het stof. ‘Het zat overal’, zegt Nilsson. ‘Elk dek, elke stoel, elk randje. We zijn er dagen mee bezig geweest.’

Zo vergaat het de superjachten, voor ze glanzend in Monaco liggen.

Poetsen is sowieso een dagelijkse sisyfusklus aan boord van de jachten – zonder zorg worden de miljoeneninvesteringen rap aangetast door het zoute zeewater en al het leven dat daarin zit. Het bedrijf Baudoin Ocean Wash-Systems uit Waalwijk demonstreert in Monaco een drone om de romp schoon te spuiten, eventueel nog voordat het jacht de haven binnenvaart. ‘Je wilt toch dat je boot mooi is, al is het maar voor de foto’s’, aldus eigenaar Erik van Liempd.

Nilsson verdient zo’n 3000 euro per maand. Prima, vindt ze: ze krijgt daarnaast kost en inwoning, en ziet wat van de wereld. Een huis in Zweden heeft ze niet. ‘Ik zie wel waar ik heen ga als ik hier klaar mee ben. Ik kan overal heen.’

De koper (2)

Ebsworth laat zijn klant intussen de salon zien. Ontworpen door Espen Øino, een Noorse interieurontwerper die in Monaco woont en populair is onder jachtenbouwers. Beige en wit met een azuurblauw streepje, een kleur die terugkomt in de bekers, de strikken om de servetten en het backgammon bord – ze denken dat potentiële kopers en huurders dit mooi vinden. Op alle banken en bedden eindeloos veel kussens, een onduidelijke gewoonte in deze sector, alsof de meubels van zichzelf niet comfortabel genoeg zijn. Het heeft alles bij elkaar de gezelligheid van een hotellobby.

Dat is een andere ironie van het superjacht. Je zit min of meer alleen op zee, op een exclusieve plek op aarde, op een schip dat bijna niemand kan betalen – en toch voelt het alsof er elk moment een wildvreemde kan binnenkomen om in te checken.

‘Voor hoeveel kan ik hem verhuren, denk je?’, vraagt de klant.

‘Ongeveer 160.000 euro per week’, zegt Ebsworth.

De klant slaat aan het rekenen.

Ebsworth wijst erop dat de Reduce, een catamaran van aluminium, licht en relatief zuinig is. Op een tafeltje staat een blauwe glazen sculptuur, die op de feestelijke openingsavond van de show in de tuinen van een chic hotel is uitgereikt. De Blue Wake Award, een duurzaamheidsprijs, ook al verstookt ook de boot nog altijd 125 liter per uur op kruissnelheid.

Sinds klimaatactivisten in 2023 in Ibiza het superjacht van een Amerikaanse supermarktmiljardair hadden beklad (‘You consume, others suffer’), weten superjachtverkopers dat ze er iets met duurzaamheid moeten. En ja, er is wel degelijk enige vooruitgang te bespeuren: er zijn jachten met hybride motoren, er wordt recyclebaar materiaal toegepast, er wordt gewerkt aan nucleaire aandrijving. Sommige charteragenten adviseren eigenaren om bij verhuur van hun superjacht naast de jetski’s ook een bioloog mee te geven, die dan met de gasten onderzoek kan doen naar bijvoorbeeld microplastics om de reis zo in een ‘transformatieve ervaring’ te veranderen.

Dus ja, de superjachtgemeenschap is ermee bezig. Maar om nou te zeggen, zoals show-directeur Gaëlle Tallarida in haar openingstoespraak deed, dat ‘onze collectieve actie onze planeet verder zal helpen, in vele generaties die komen gaan’, lijkt wat overdreven.

De klant heeft andere prioriteiten. ‘Hoe snel kan hij?’, vraagt hij. En: ‘Heeft-ie ook een helikopterdek?’

Even later hangt de man tegen de reling van het achterdek en praat enthousiast in zijn telefoon. ‘Richtig geil!’

Björn Paffrath, zoals de klant blijkt te heten, een in Zwitserland werkzame goud- en zilverspeculant, heeft klassieke redenen om zo’n ding te willen. Vrijheid, autonomie, ontsnapping – met existentiële uitroeptekens. De wereld gaat naar de kloten, zegt hij. ‘When the shit hits the fan, wil ik weg kunnen.’

En dat moet lukken. Het jacht haalt een topsnelheid van 24,5 knopen (44 km/u) en heeft een touch-and-go landingsplek voor helikopters.

Paffrath is een typische vertegenwoordiger van een bepaalde klasse superjachteigenaren. Schatrijk geworden, losgezongen, libertarisch tot op het bot en er nu van overtuigd dat het staketsel waar zij zo succesvol aan rammelen op instorten staat.

‘Je moet snel zijn’, zegt hij. ‘Het mondiale geldstelsel gaat omvallen. En intussen liegen politici ons voor over klimaatverandering, de grootste oplichterij aller tijden, om onze vrijheid af te pakken. Vergeet niet wat ze hebben gedaan met die mRNA-vaccins tijdens de coronapandemie.’

Langs die kronkelende lijnen voorziet hij vrij binnenkort een ‘derde wereldoorlog’. Drie maanden, zegt hij, dan barst het los. ‘Maar dan ben ik de dans ontsprongen.’ De vraag of hij tegen die tijd nog ergens kan tanken, wuift hij weg. ‘Wat de grote jongens in Silicon Valley kunnen, kan ik ook. De wereld achterlaten.’

Naschrift: Het echtpaar Williams kreeg in mei een jacht van 37 meter geleverd door de werf Moonen in Den Bosch, à 25.500.000 euro. ‘Wat kleiner dan de meeste jachten die we in Monaco hebben bekeken, maar het is een ongelooflijk mooie boot, Nederlandse kwaliteit’, mailt Linda Williams vanuit Hellevoetsluis, vanwaar ze richting Middellandse Zee varen. ‘Met maar acht bemanningsleden.’ Op verzoek van de kopers is op het zonnedek een jacuzzi geïnstalleerd.

Of Björn Paffrath al een jacht heeft gekocht, is onbekend. Hij geeft zijn beleggingsadviezen tegenwoordig vanuit Dubai.

Het jacht Reduce, winnaar van een duurzaamheidsprijs, is nog steeds te koop.

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Source: Volkskrant

Previous

Next