Vivatech in Parijs, Europa’s grootste techbeurs, moet uitstralen dat Europa volop meedraait op het gebied van AI en andere tech. ‘Soevereiniteit’ is het buzzword. Maar hoe autonoom zijn Europese bedrijven als ze niet zonder Amerikaanse AI-modellen kunnen?
is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft over technologie. Speciale aandacht heeft hij voor de opmars van kunstmatige intelligentie.
Naast een van de duizenden stands op de beursvloer van Vivatech staat een oranje robot met een vossenkop voor zich uit te sputteren. ‘Ik ben slechts een taalmodel en daar kan ik niet mee helpen’, klinkt het keer op keer, tegen niemand in het bijzonder.
Miroka heet de vriendelijk ogende robot van de Franse start-up Enchanted Tools. Op een dag moet ze rondrijden in kinderziekenhuizen en andere zorginstellingen, om patiënten op te vrolijken en de verzorging te assisteren met sjouwen of het rondbrengen van eten. Maar momenteel heeft de robot vooral zelf assistentie nodig: een medewerker van Enchanted Tools drukt een knop op een gamecontroller in, waarna een passant een high five krijgt.
Deze week stikte het van techbedrijven als deze op Vivatech, de grootste techbeurs van Europa, gehouden in een enorm evenementencomplex in Parijs. Kwamen er bij de oprichting tien jaar geleden nog 45 duizend voornamelijk Franse bezoekers, dit jaar worden er bij het vierdaagse evenement 200 duizend uit de hele wereld verwacht. Onder hen prominente gasten als de Franse president Emmanuel Macron en de Indiase premier Narendra Modi.
Vivatech moet laten zien dat Europese techbedrijven meetellen op het wereldtoneel. De sector heeft de wind in de zeilen door een begrip dat overal op de beursvloer rond zoemt: soevereiniteit. Europa wil technologisch meer op eigen benen staan. Maar wie rondloopt in Parijs, voelt de ambities en de praktijk aan alle kanten wringen.
Niet ver van de Franse Miroka trekt een mensachtige robot van Unitree uit China beduidend meer publiek. Na een reeks opvallend soepele balletdanspassen, rent hij naar een van de toeschouwers die in een grote kring om hem heen staan, om een hand te geven.
François Bitouzet, directeur van Vivatech, moet toegeven dat Europa op veel vlakken achterloopt bij de Verenigde Staten en China. Maar, zo meent hij, Europa is volop in de race als het gaat om het bedenken van toepassingen van kunstmatige intelligentie. Zeker nu de politiek zijn gewicht erachter zet.
Deze maand nog presenteerde de Europese Commissie een pakket met voorstellen om de ‘techsoevereiniteit’ te bevorderen, waaronder het stimuleren van Europese cloud- en AI-bedrijven. ‘Tien jaar geleden werd hier alleen in de marge over gesproken, nu is het een prioriteit’, zegt Bitouzet.
Het pakket van de Commissie moet vooral de afhankelijkheid van Amerikaanse big tech verkleinen. Zelfs als zij datacenters in Europa neerzetten, zijn ze volgens de Amerikaanse wet verplicht gegevens die hier staan opgeslagen met de Amerikaanse justitie te delen als die dat eist.
Vorige week rinkelden in Europese hoofdsteden de alarmbellen toen het Amerikaanse Anthropic een exportverbod oplegde, uit veiligheidsoverwegingen. Anthropic mag een van zijn meest geavanceerde AI-modellen niet meer aan buitenlandse klanten leveren. Veel politici zagen dat als nieuwe waarschuwing dat Europa zich op AI-gebied dreigt uit te leveren aan de nukken van het Witte Huis.
Er is nog veel discussie over wat Europese soevereiniteit precies inhoudt, zegt Bitouzet. ‘De eerste stroming zegt: helemaal onafhankelijk proberen te worden – een erg Franse manier van denken. De tweede zegt: de afhankelijkheid van individuele leveranciers afbouwen door meer te diversifiëren. En prioriteiten stellen. Want misschien is het niet zo cruciaal welk land er achter je muziekstreamingdienst zit, maar dat is heel anders voor wie gegevens van defensie opslaat.’
De worsteling met het onderwerp is goed merkbaar op Vivatech, dat zelfs een speciale ‘soevereiniteitsarena’ heeft ingericht. Hier gaat een panelgesprek getiteld ‘Europese soevereiniteit begint met concurrentievermogen’ van start. Georganiseerd door het Amerikaanse Meta.
Volgens Markus Reinisch, vicepresident Europees overheidsbeleid bij Meta, loopt Europa hopeloos achter bij de VS door te dure energie, een tekort aan datacenters en een gebrek aan investeringskapitaal. Zet het zelf ontwikkelen van grote AI-modellen dus maar uit je hoofd, adviseert hij Europa.
Reinisch, zelf een Oostenrijker, ziet meer kansen in het bedenken van toepassingen voor andermans (lees: Amerikaanse) modellen. Wat hem betreft geeft het Franse brillenmerk Ray-Ban, dat een ‘slimme’ bril heeft ontwikkeld met een ingebouwde AI-assistent van Meta, het goede voorbeeld.
Alleen blijven Europese bedrijven zo wel afhankelijk van Amerikaanse technologie, waarschuwden AI-onderzoekers Frederike Kaltheuner en Leevi Saari deze week in een opiniestuk voor Tech Policy Press. Een groot deel van hun omzet vloeit dan bovendien terug naar de Amerikaanse bedrijven wier modellen ze gebruiken.
Europese investeringen in eigen techstart-ups kunnen zo onbedoeld Amerikaanse AI-bedrijven machtiger en rijker maken. Weinig zal de techgiganten ervan weerhouden om geslaagde Europese toepassingen te gaan namaken en de originelen weg te concurreren, vrezen de onderzoekers. ‘Een bloeiende Europese AI-start-upsector betekent niet automatisch een economisch voordeel voor Europa.’
De praktijk is dat veel Europese AI-start-ups niet om Amerikaanse technologie heen kunnen of willen, blijkt op de beursvloer. Op het gedeelte dat is afgehuurd door de Amerikaanse cloudgigant Amazon Web Services, staat een stand van de Duitse start-up Aily. Geen kleintje: het bedrijf heeft inmiddels dik 100 miljoen euro aan investeringen opgehaald.
Aily levert AI-assistenten voor intern gebruik aan grote bedrijven, om ze bijvoorbeeld tijdig te wijzen op voorraden die op dreigen te raken. Amazon Web Services biedt het bedrijf voor een vriendelijk prijsje toegang tot een keur aan AI-modellen en data-opslag, zegt AI-ingenieur Juan Abia van Aily.
De aandacht voor Europese soevereiniteit vindt hij goed, ‘gezien alle onzekerheid op geopolitiek gebied’. Maar risico’s voor zijn eigen bedrijf ziet hij niet zo. Volgens hem kan Aily diensten ook bij andere leveranciers dan Amazon afnemen als dat nodig is, ook uit Europa. Laatst nog was er een klant uit de retail die zijn data onder geen beding bij Amazon wilde onderbrengen, aangezien dat bedrijf ook een grote webwinkel omvat.
Twee verdiepingen boven Abia prijst Tom Vanderbauwhede, oprichter van de Belgische start-up ReplyFabric, zijn AI-assistent aan voor gedeelde bedrijfsmailboxen. De assistent deelt binnengekomen mails op onderwerp in, waarschuwt individuele medewerkers als er iets belangrijks is binnengekomen en geeft alvast een voorzet voor een geschikt antwoord.
En ja, ook dit draait grotendeels op Amerikaanse technologie. ReplyFabric gebruikt een platform van Google en krijgt zelfs gratis AI-rekenkracht van het bedrijf. Over de bedoelingen daarachter maakt Vanderbauwhede zich geen illusies: ‘Dat is vendor lock-in, hè?’ Oftewel: Google probeert met aantrekkelijke aanbiedingen jonge bedrijven aan zich te binden, om diep verweven te raken met de bedrijvigheid van de toekomst.
Die verwevenheid met Google is niet absoluut, maar overstappen naar een ander platform kan hem door technische hobbels zo een paar weken kosten, aldus Vanderbauwhede. ‘En stel dat president Trump beslist dat Google geen AI meer mag leveren aan ons, dan kan ik zo overstappen op Mistral, daar heb ik al rekening mee gehouden.’
Mistral, uit Parijs, is Europa’s belangrijkste troef voor het ontwikkelen van grote AI-modellen. Het is wel ernstig de vraag hoeveel capaciteit het kan vrijmaken als alle Europese bedrijven massaal willen overschakelen. Dit jaar verwacht Mistral 1 miljard euro om te zetten. Dat is een paar procent van wat veel grotere Amerikaanse concurrenten als OpenAI en Anthropic ieder voor zich verdienen.
‘Ik probeer pragmatisch te zijn. Als ik niet kies voor een Amerikaanse leverancier, zou mijn business uit de markt geprijsd worden’, zegt Vanderbauwhede. ‘Het leger moet dit misschien niet gebruiken. Maar ik bied dit aan voor de mkb-bedrijven die vandaag de dag geen toegang krijgen tot goede AI-oplossingen, waardoor mensen de hele dag onzinnige copy-paste-taken doen.’
Voor die toepassing acht hij de risico’s van Amerikaanse leveranciers ruimschoots te overzien. ‘Er is ook altijd vertrouwen geweest in de opslag van e-mail bij Outlook, van Microsoft.’
Start-ups die wél louter Europese datacenters en AI-modellen gebruiken, richten zich vaak op klanten met buitengewone veiligheidseisen. Het Franse Seedext bijvoorbeeld, dat een automatische samenvatter van onlinevideovergaderingen aanbiedt. Veel grote bedrijven en (overheids)organisaties vinden die informatie te gevoelig om bij Amerikaanse bedrijven te stallen, volgens stafchef Lylia Zouiche. Maar dat maakt het wel wat duurder, bevestigt ze.
Plotseling wisselt Miroka, het Franse vosachtige robotje, van Engels naar Frans, nadat een Franse passant haar heeft aangesproken. Dat wisselen van talen, daar is vooral Gemini van Google erg goed in, zegt ingenieur Cédric Diavorini, terwijl hij de robot vastpakt om te voorkomen dat ze te veel van haar plek rolt.
Zoals elke start-up heeft Enchanted Tools nog een lange weg af te leggen naar succes, en zonder Amerikaanse AI-modellen ziet hij dat pad voorlopig niet voor zich. ‘Over een maand kan een ander model dan Gemini weer beter zijn. De ontwikkelingen gaan voor ons te snel om te proberen eigen taalmodellen te programmeren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant