Home

Dit gebeurt er als je alcohol drinkt: een reis langs de belangrijkste organen

De Gezondheidsraad brengt komende week een nieuw advies uit over alcohol. Elk glas dat je drinkt, brengt een reeks reacties in het lichaam op gang. Welke zijn dat? Van de mond tot de huid – en de hersenen, natuurlijk.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.

Voor veel lezers is het verhaal dat nu volgt niet per se fijn. U was misschien van plan om vanavond een glas rosé te drinken op een terras, of vooruit: twee. Of om aan het bier te gaan tijdens een van de WK-voetbalwedstrijden. Want alcohol is immers lekker en samen drinken is gezellig. Daar zit wat in, maar er is ook een keerzijde: alcohol is slecht voor ons lichaam, het laat geen orgaan ongemoeid.

Ruim driekwart van de volwassen Nederlanders drinkt weleens alcohol, wat neerkomt op elf miljoen mensen. Twee op de vijf scholieren tussen 12 en 16 jaar hebben ervaring met drank. Elk glas dat zij naar binnen klokken, brengt in hun lijf een cascade aan reacties op gang die cellen beschadigt, de stofwisseling ontregelt en de communicatie verstoort.

Vooruitlopend op het nieuwe advies van de Gezondheidsraad, dat deze week verschijnt, leggen we, aan de hand van deskundigen, uit wat alcohol doet in het lichaam, in een reis langs de belangrijkste organen. Daarbij is een disclaimer op zijn plaats. Onderzoek naar het effect van alcohol op de gezondheid gaat altijd over grote groepen mensen, de resultaten geven niet per se ons individuele risico weer. De biologie van ieder mens is anders, de effecten van alcohol ook.

Waarbij het niet uitmaakt of je bier, wijn of sterke drank consumeert. Het formaat van het glas is aangepast aan het alcoholpercentage, dus in een glas bier zit om en nabij evenveel alcohol als in een glas jenever.

Het huidige, ruim tien jaar oude advies van de Gezondheidsraad is al behoorlijk sober: niet drinken of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. Veel (grootschalige) studies over alcohol en gezondheid komen met een soort ondergrens waarboven de risico’s toenemen: voor vrouwen zou dat gaan om gemiddeld een glas per dag, voor mannen om twee glazen. Toxicoloog Marieke Sturkenboom (UMC Groningen) is daar sceptisch over: er bestaat geen ‘veilige ondergrens’, zegt ze. De optelsom begint bij de eerste borrel, zegt ook de Wageningse hoogleraar voeding en ziekte Ellen Kampman op basis van het vele onderzoek: ‘Met ieder glas neemt het risico een beetje toe.’

Mond en keel

De narigheid begint al meteen in de mond, waar bacteriën een klein deel van de alcohol afbreken. Ethanol, de werkzame stof in alcoholische dranken, wordt omgezet in de stof aceetaldehyde, en dat is puur gif. Het vernielt onder meer het reparatiemechanisme in onze cellen, waardoor de monteurs daar de DNA-foutjes die soms ontstaan na een celdeling niet meer goed kunnen herstellen. Als bijproduct van die alcohol-omzetting ontstaan bovendien zogeheten vrije radicalen, schadelijke afvalstoffen die het lichaam niet meer kan neutraliseren als ze met te veel zijn. Dat verklaart waarom alcoholgebruik het risico op kanker in mond, keel, strottenhoofd en slokdarm verhoogt.

Maakt het drinkpatroon nog uit? Is het slechter om elke dag twee glazen te drinken dan om doordeweeks de alcohol te laten staan en in het weekend een beetje los te gaan? En hoelang moet je drinken om aan dat verhoogde risico te komen? De vele honderden studies die de afgelopen decennia zijn gedaan, zeggen daar niets over, weet Kampman.

Onderzoeksdeelnemers wordt alleen gevraagd om hun drankgebruik per week of maand door te geven. Dan jokken ze, dat is bekend, er vaak een paar glazen van af. Maar als iedereen dat doet, ontstaan er alsnog groepen drinkers die met elkaar te vergelijken zijn, aldus Kampman. De resultaten van al die onderzoeken zijn redelijk consistent; onderzoek bij dieren laat bovendien zien welke biologische mechanismen zich in cellen voordoen die aan alcohol worden blootgesteld.

Maag en dunne darm

Dat je na een met wijn besprenkeld diner de volgende ochtend de maaltijd terugproeft, is een direct gevolg van de alcohol: drank ontspant de spier die als een soort klepje fungeert tussen maag en slokdarm. Daardoor kan het eten makkelijker terugvloeien. Maag en darmen komen, net als de mond, rechtstreeks in contact met alcohol en het afbraakproduct aceetaldehyde, wat die organen gevoelig maakt voor beschadiging. Irritatie van het slijmvlies, infecties en nog ernstiger, ook in de darmen een verhoogd risico op kanker. Wie minstens twee glazen alcohol per dag drinkt, heeft 25 procent meer kans op darmkanker dan wie weinig tot niet drinkt.

Een stevige maaltijd helpt overigens wel om de opname van alcohol in het lichaam te vertragen. Met een volle maag duurt het iets langer voordat de vloeistof de dunne darm bereikt, waar de meeste alcohol in het bloed wordt opgenomen. Eenmaal in de darmen gaat het razendsnel: ethanol is een klein en eenvoudig molecuul dat niet eerst hoeft te worden afgebroken voordat het door de darmwand past. Zeker op een lege maag begint de drank al een paar minuten na de eerste slok aan een weg door het hele lichaam.

De mate en de snelheid van opname in het bloed kunnen van mens tot mens verschillen. Vrouwen worden over het algemeen eerder dronken dan mannen als ze dezelfde hoeveelheid alcohol drinken. Ze zijn gemiddeld genomen lichter en ze hebben in hun lichaam relatief meer vetweefsel, dus minder vocht. Omdat alcohol zich in water verdeelt, leidt eenzelfde dosis bij vrouwen tot een hoger promillage van alcohol in het bloed.

Lever

Eenmaal in de bloedbaan bereikt de alcohol al snel de lever, het orgaan dat het van drankgebruik het zwaarst te verduren krijgt. In de lever zit de filterinstallatie van het lichaam waar de alcohol via twee routes wordt omgezet.

De meeste alcohol passeert via de hoofdrijbaan, die echter een beperkte capaciteit heeft. Er ontstaat al snel een file die met een snelheid van ongeveer een glas per uur kan worden verwerkt. Wie tijdens een avondje stappen tien glazen bier drinkt, ligt allang te slapen als de lever nog aan het werk is om de alcohol te lozen en uiteindelijk om te zetten in azijnzuur dat we uitplassen.

De lever kent daarnaast een parallelle rijbaan die bij frequente drinkers wat meer capaciteit heeft, waardoor de alcohol iets sneller wordt omgezet. Die snelheid waarmee alcohol het lichaam wordt uitgewerkt, kan tussen mensen een factor drie verschillen. Dat heeft vooral te maken met de grote genetische variatie in de activiteit van leverenzymen.

Maar hoe snel een mens de alcohol ook afbreekt, een regelmatige innemer stelt het lichaam toch elke keer urenlang bloot aan schadelijke stoffen. Het bloed stroomt constant met hoge snelheid door de lever waar de filtermachine er steeds een deel van de alcohol uithaalt en omzet in het kankerverwekkende aceetaldehyde. Dat leidt op termijn tot een hoger risico op leverkanker.

Een groot deel van die gifstof wordt teruggeloosd in het bloed, waardoor het ook elders schade kan aanrichten. Zo hebben vrouwen die gemiddeld hooguit één glas per dag drinken al een ruim 10 procent hoger risico op borstkanker.

Levercellen reageren op de omzetting van alcohol door vet op te slaan. Dat gaat ongemerkt maar als de lever echt te vet wordt, kunnen ontstekingen ontstaan en in het ergste geval uiteindelijk stug littekenweefsel. Dan is de lever zo beschadigd dat het orgaan niet meer goed functioneert.

Hart en bloedvaten

Tijdens het drinken worden de bloedvaten tijdelijk iets wijder doordat alcohol de gladde spiercellen in de vaatwanden ontspant. Daardoor daalt de bloeddruk. Maar op de lange termijn treedt bij regelmatige drinkers het omgekeerde effect op: het schadelijke afbraakproduct aceetaldehyde richt ontstekingen aan in de vaatwanden die daardoor stijver kunnen worden. Het hart moet dan harder werken om het bloed rond te pompen. Dat kan leiden tot een hoger risico op beroertes en hartkwalen.

Artsen en verpleegkundigen op de spoedeisende hulp kennen het zogeheten vakantiehartsyndroom: zij zien in het weekend of in de vakantie patiënten, vaak jongeren, die normaal gesproken weinig drinken en opeens zijn losgeslagen. Zij komen dan met boezemfibrilleren (een hartritmestoornis) in het ziekenhuis terecht. Door een abrupte overvloed aan alcohol is bij hen de verwerking van calcium in de hartspiercellen ontregeld geraakt waardoor de elektrische geleiding is gaan haperen.

Hersenen

Om de hersenen ligt een soort hekwerk dat giftige stoffen buiten de deur moet houden, maar het alcoholmolecuul is zo klein dat het makkelijk door het hekwerk glipt. Een klein kwartier na de eerste slok zit de alcohol al in de hersenen waar het onmiddellijk de communicatie tussen zenuwcellen begint te beïnvloeden.

Zo neemt al vrij snel de concentratie van boodschapperstoffen als dopamine en serotonine toe, met als gevolg dat we ons het eerste halfuur plezierig voelen. Maar dat verandert snel. Alcohol remt de activiteit van glutamaat, de belangrijkste stimulerende boodschapperstof en stimuleert de activiteit van GABA, de belangrijkste remmende boodschapperstof. Voet op de rem en gas los, daar komt het op neer en dat leidt ertoe dat het plezierige, stimulerende gevoel plaats maakt voor een demping van lichaam en geest. We worden loom en sloom en slaan steeds minder op in ons geheugen.

‘Mensen herinneren zich dat geweldige gevoel van het begin en drinken daarom door, maar dat is een illusie, ons brein bedriegt ons’, zegt neuroloog Klaas Arts. Want naarmate we meer drinken en de remming van glutamaat en de stimulatie van GABA toenemen, hebben we steeds minder controle over ons gedrag en slaan we steeds minder herinneringen op. Dat laatste leidt soms tot een black-out: we weten de volgende dag niet meer wat we gedaan hebben. Ook de werking van de kleine hersenen, die een hoofdrol spelen bij de coördinatie van onze bewegingen, wordt door alcohol sterk geremd. Gevolg: zwalken en lallen.

Die effecten zijn tijdelijk en verdwijnen zodra de communicatie tussen zenuwcellen weer op gang komt. Verontrustender is het effect van alcoholgebruik op structuur en functie van de hersenen. Hersenscans van tienduizenden Britse 50-plussers laten zien dat er een verband bestaat tussen alcoholgebruik en het volume van de hersenen.

Bij oplopend drankgebruik neemt overal in de hersenen de hoeveelheid grijze stof (zenuwcellen) af, concludeerden de Britse wetenschappers in vakblad Nature Communications. Van de witte stof, het communicatienetwerk in de hersenen, raakt zowel het volume als de structuur aangetast. Dat kan leiden tot cognitieve problemen en gedragsverandering. Die effecten zijn weliswaar beperkt, maar ze kunnen al optreden bij een tot twee alcoholconsumpties per dag.

Huid

Door de alcohol worden bloedvaten tijdelijk wijder om daarna weer te vernauwen. Dat veroorzaakt een ongezonde schommeling in de bloeddruk, maar daar merkt een mens vaak niet meteen iets van. Het effect op de huid zou een waarschuwing moeten zijn. Als bloedvaten te vaak verwijden en weer vernauwen, hebben ze de neiging om uiteindelijk wijd open te blijven staan, als een uitgelubberd elastiek. En omdat de huid vol zit met bloedvaatjes, wordt dat zichtbaar. Mensen die veel drinken hebben vaak zichtbare rode adertjes op neus en kin.

Die openstaande vaatjes hebben nog een ander effect: je verliest sneller warmte en dat kan funest zijn op een terras in de zon. Dan merk je minder snel dat je verbrandt. Dat alcohol een licht verdovend effect heeft, draagt daar nog eens aan bij. Dat verklaart vermoedelijk waarom mensen die geregeld alcohol drinken een bijna 20 procent hoger risico hebben op een agressieve vorm van huidkanker.

Er is, tot slot, ook goed nieuws. Alcohol maakt veel kapot, maar wie stopt met drinken of minder gaat drinken kan veel lichamelijke schade verhelpen, zelfs in zwaar getroffen gebieden als de lever en de hersenen. Als zware drinkers minderen of stoppen, dan neemt hun hersenvolume weer toe en herstelt de isolatielaag rondom de zenuwuitlopers.

Ook leververvetting en een beginnende leverontsteking kunnen genezen, zelfs al binnen enkele maanden na de drooglegging. Voor het normaliseren van het risico op kanker is meer geduld nodig. De giftige stof die door de omzetting van alcohol vrijkomt, kan immers al DNA-schade hebben aangericht. Een individuele risico-analyse is niet te geven, internationaal onderzoek laat zien dat 5 procent van de kankersterfte te wijten is aan alcohol. Dat gaat in Nederland om zo’n 2.300 sterfgevallen per jaar. Wie stopt met drinken, ziet na vijf jaar het verhoogde risico op kanker langzaam dalen.

Zelfs het nadelige effect op de hartspiercellen is omkeerbaar. Soms moeten patiënten met een hartritmestoornis worden geopereerd om te voorkomen dat hun hart op hol blijft slaan. ‘Als ze stoppen met drinken, blijven die aanvallen na verloop van tijd vaak weg’, zegt hoogleraar cardiologie Rudolf de Boer. ‘Dan kunnen we ze van de wachtlijst voor de operatie afhalen.’

Met dank aan:

Ellen Kampman, hoogleraar voeding en ziekte aan Wageningen Universiteit. Marieke Sturkenboom, ziekenhuisapotheker en toxicoloog in het UMCG. Rudolf de Boer, hoogleraar cardiologie in het Erasmus MC. Renger Witkamp, emeritus hoogleraar voedingsbiologie aan Wageningen Universiteit. Klaas Arts, gedragsneuroloog, gespecialiseerd in korsakov. Tamar Nijsten, hoogleraar dermatologie in het Erasmus MC.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Source: Volkskrant

Previous

Next