Home

De zalen uit, de steden in: de Dag van de Componist brengt nieuwe muziek naar stationshallen en straten

Zaterdag, op de Dag van de Componist, brengen negen stadscomponisten hun muziek naar de burger. En ja, die stukken klinken tegenwoordig verrassend toegankelijk. De Volkskrant spreekt een van de initiatiefnemers en vier stadscomponisten.

schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera.

‘Hoe mooi zou het zijn’, zegt Esther Gottschalk (59), ‘als in elke gemeente een stadscomponist op de loonlijst staat. Zoals je ook stadsdichters hebt, stadsfilosofen en stadsbeiaardiers. Zover is het nog niet, maar de aandacht groeit.’

Dat komt mede door de stichting New Music Now, met Gottschalk aan het hoofd. Op zaterdag 20 juni vindt de vijfde Dag van de Componist plaats, met veelal gratis concerten in stationshallen en op straat. Van Groningen tot Maastricht brengen negen stadscomponisten verse klanken naar de burger, of het nu koorzang is, draaiorgel of een performance. ‘Iedereen kan meemaken hoe leuk en waardevol nieuw gecomponeerde muziek is’, aldus Gottschalk.

Je zou zeggen dat de stadscomponist aardig ingeburgerd raakt. Dat de inwoners van negen gemeenten toch maar mooi profiteren van nieuwe muziek bij een opening, jubileum of stadsfeest. Maar schijn bedriegt, zegt Gottschalk, tevens directeur van Nieuw Geneco, de beroepsvereniging van zo’n 350 Nederlandse componisten.

‘Zeven van de negen stadscomponisten zijn het maar voor één dag. Alleen Maastricht en Tilburg kennen een aanstelling voor twee jaar. Het zou fijn zijn als de financiering van stadscomponisten structureel wordt.’

Hoe wordt iemand stadscomponist?

‘Dat verschilt. Soms word je gevraagd, zoals Merlijn Twaalfhoven in 2006 door de gemeente Zaanstad, of vier Brabantse componisten in 2018 door de provincie. Voor de Dag van de Componist zoeken wij contact met lokale muziekorganisaties. In samenspraak maken we een lijst met kandidaten.’

Waaraan moet een componist voldoen?

‘De meesten hebben een conservatoriumopleiding, maar de stijl hoeft niet per se klassiek te zijn. We zoeken juist veelzijdigheid. Zo zijn er componisten die werken met improvisatie of elektronica. Bij de keuze wegen vragen mee als: kan iemand een ambassadeursrol spelen? En is er een logische band met de stad?’

Waarom is dat belangrijk?

‘Het helpt bij de acceptatie. Ik was bij een optreden in Arnhem, waar we ook een aantal niet-Arnhemse componisten presenteerden. Toen de stadscomponist werd voorgesteld, werd er luid gejuicht. Zo van: die Lucas Wiegerink is een van ons!’

Welke opdracht krijgt een stadscomponist?

‘Een stadslied schrijven dat tijdens de Dag van de Componist wordt uitgevoerd. Idealiter krijgt het publiek de kans om mee te doen. Ik herinner me het stadslied van Toon Hagen in Zwolle. Het werd begeleid door een bigband en iedereen zong het refrein uit volle borst mee.’

Bijzonder, want aan nieuwe muziek kleeft toch het imago van tuut-piep-krak.

‘Onterecht, al begrijp ik waar het vandaan komt. In het verleden zochten sommige avant-gardistische componisten de grenzen van de beluisterbaarheid op. Veel mensen realiseren het zich niet, maar wat ooit experimenteel was, horen we nu terug in muziek bij dans, theater, film en zelfs in pop. Nieuwe muziek is verrassend toegankelijk.’

‘Ik merk dat ook in de sector zelf het beeld kantelt. De radiozender NPO Klassiek haakt aan bij de Dag van de Componist, en steeds meer zalen, ensembles en orkesten willen meedoen. Dit jaar gaan we voor het eerst door op zondag, met een slotconcert in TivoliVredenburg in Utrecht.’

Nieuwe muziek gedijt dus?

‘Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. Als ik pessimistisch ben, waarschuw ik voor streamingdiensten en AI. Die bedreigen de veelzijdigheid van het aanbod en de inkomsten van de makers. Als ik optimistisch ben, denk ik dat muziekliefhebbers daar genoeg van krijgen. De aandacht voor echte creativiteit groeit, voor componisten van vlees en bloed, die de mooie en minder mooie kanten van het leven verklanken.’

Setareh Nafisi (39)
Groningen

‘Ik speel piano sinds mijn 4de. Later kwamen er viool, slagwerk en koorzang bij. Als kind componeerde en improviseerde ik al. Op m’n 23ste ben ik vanuit Teheran verhuisd naar Nederland. Ik heb de master compositie gedaan en geef nu les aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Ik werk aan een promotieonderzoek naar de relatie tussen muziek, de ruimte waarin die klinkt en gevoelens van hoop en rouw.

‘Als componist schrijf ik binnen de hedendaagse klassieke traditie. Daarnaast ben ik actief als improvisator en maak ik elektronische muziek. Ik gebruik zowel vooraf geproduceerde elektronische lagen als akoestische klanken die ik live bewerk.

‘Mijn vertrekpunt voor het stadslied Calling Their Names was een bezoek aan Kamp Westerbork. Ik schreef een gedicht over hoe ervaringen van onzekerheid, ontheemding en veerkracht door generaties heen kunnen resoneren. Tijden en omstandigheden verschillen uiteraard, maar je vindt het terug in hedendaags Gaza, Libanon of mijn thuisland Iran.

‘Het gedicht groeide uit tot een compositie voor vrouwenkoor en live-elektronica. Het wordt uitgevoerd in de stationshal van Groningen. Met het stuk tast ik ook de ruimtelijke verspreiding van geluid in de stationsomgeving af – voor zover de mogelijkheden en regelgeving van de NS dat toelaten.’

Kris Oelbrandt (53)
Zwolle

‘Ik ben opgeleid als violist en pianist. Het interesseerde me nooit zo om muziek perfect te leren spelen. Liever vroeg ik me af: hoe flikt een componist dat toch? Op m’n 29ste ben ik ingetreden in een klooster, waar ik mijn componeren verder heb ontwikkeld. In 2020 stapte ik over naar het Dominicanenklooster van Zwolle. Een jaar later ben ik uitgetreden, omdat ik merkte dat mijn muziek beklemd zat tussen de kloostermuren.

‘Aanvankelijk componeerde ik grootschalige kerkmuziek in neoromantische stijl. Met het groeien van mijn spiritualiteit is mijn muziek almaar eenvoudiger en stiller geworden. Tegenwoordig schrijf ik wat ik maar noem stiltemuziek. Ik ben niet zo radicaal als John Cage in zijn fameuze stuk 4’33”. Bij mij wisselen stilte en klank elkaar om de paar seconden af.

‘Bij het maken van het stadslied Mijn thuis, maak mij zacht heb ik me afgevraagd wat Zwolle voor mij betekent. De stad heeft een prettige omvang: niet te groot, niet te klein. Het wemelt er van de cultuurhuizen en podia. Wat ik ook ontdekte, is dat Zwolle verhoudingsgewijs de meeste vrijwilligers van Nederland telt. Voor het Overijssels Kamerkoor schreef ik muziek waarin die mildheid doorklinkt. De tekst is van mijn vrouw Anneke Grunder, emeritus pastor en theoloog. Het wordt een zacht wiegen waaraan het publiek kan meedoen. Een zachte meezinger zogezegd.’

Nicoline Soeter (51)
Tilburg

‘Ik heb viool gestudeerd aan het Brabants Conservatorium in Tilburg. Na mijn afstuderen begon ik te improviseren en vandaaruit heb ik het componeren ontdekt. Ik kwam erachter dat daar mijn liefde ligt. Al die mogelijkheden, al die kleuren!

‘Vaak schrijf ik voor zangers. Ik vind de relatie tussen tekst en klank interessant. In mijn muziek vertel ik ook graag een verhaal. Inspiratie haal ik vooral uit de natuur, met de gedachte dat de mens er eerder deel van uitmaakt dan erboven staat. Ik ben twee jaar lang stadscomponist. Tilburg is een van de weinige gemeenten waar er structureel aandacht voor is.

‘Ik lever geen stadslied, maar een stuk dat ik schreef voor draaiorgel. In Happy Little Accidents zitten drie soorten orgelinspiratie: het kerkorgel van Bach, het draaiorgel zelf en het theaterorgel dat vroeger in de bioscoop werd bespeeld bij zwijgende films. Ik heb mijn best gedaan er iets leuks van te maken. Soms lijkt het alsof het orgel vastloopt. Er zit ook een drumsolo in waarbij het poppetje fanatiek op zijn belletje tikt. In maart ging het in première op de Happy Bachdag in Tilburg. En gelukkig, het publiek schoot in de lach.’

Hans Leenders (60)
Maastricht

‘Ik ben begonnen als organist en heb later gregoriaans en muziektheorie gestudeerd. Het duurde even voordat ik ging componeren. Ik keek vooral met heilig ontzag naar het werk van andere componisten. Dat ontzag heb ik nog steeds, maar uiteindelijk bleek componeren toch ook gewoon werken met noten die je toevertrouwt aan papier. Ik ben cantor-organist van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht. Verder dirigeer ik twee koren en doceer ik op het conservatorium orgel en koordirectie.

‘Ik componeer in een laatromantisch, impressionistisch klankidioom, een hybride taal waaraan ik eigen kleuren toevoeg. Ik werk graag met tekst. Bij symbolistische dichters als Rimbaud en Maeterlinck komen de klanken als vanzelf. Koormuziek is mijn corebusiness. In coronatijd schreef ik Missa in Simplicitate, die over heel Europa is uitgezworven.

‘Op de Dag van de Componist haak ik aan bij het Maastrichtjaar 2026, met werk van de Maastrichtse componisten Gerard Franck, Rick de Bie en Jean Lambrechts. Van mezelf klinkt geen nieuw stadslied, maar onder meer het koorwerk Hope, op tekst van Emily Dickinson. Ze schreef een prachtig gedicht dat me uitdaagt om bij elke zin en elk woord te denken: welke toon, welk ritme, welke kleur past hierbij?’

Source: Volkskrant

Previous

Next