113 Zelfmoordpreventie slaat alarm over de mentale gezondheid van meisjes en jonge vrouwen in Nederland. In een samenleving met hoge prestatiedruk en een constante stroom aan prikkels kampen zij steeds vaker met angst, depressieve gevoelens en suïcidale gedachten. Zelfdoding onder tienermeisjes is in twintig jaar tijd ruim verdubbeld, terwijl ook het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp na zelfbeschadiging en suïcidepogingen duidelijk is toegenomen.
Uit recente onderzoeken blijkt dat een kwart van de vrouwen tussen de 18 en 25 jaar psychische klachten heeft, en dat 43 procent van de meisjes in het voortgezet onderwijs emotionele problemen ervaart. De coronapandemie zorgde voor een scherpe toename van mentale problemen, en die zijn sindsdien niet teruggezakt naar het oude niveau. Deskundigen benadrukken dat het met de meerderheid van de meisjes nog wel goed gaat, maar noemen de groeiende groep die vastloopt zorgwekkend.
Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Robert Vermeiren ziet een verband met wat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving de "hypernerveuze samenleving" noemt. Volgens hem leven jongeren in een ratrace waarin iedereen het beste uit zichzelf moet halen en alles steeds sneller moet. Tegelijkertijd is de maatschappij individualistischer geworden, terwijl tieners hun identiteit nog aan het vormen zijn en minder houvast hebben buiten het gezin en de school.
Klinisch psycholoog en hulpverleningsmanager Maryke Geerdink van 113 Zelfmoordpreventie wijst daarnaast op de "complexere wereld" waarin jongeren opgroeien. Via sociale media worden ze continu geconfronteerd met oorlog, geweld en leed, vaak in scherpe, realistische beelden en zonder pauze om dat te verwerken. Ook de opvoeding is veranderd, zegt Vermeiren: kinderen worden beschermder en minder zelfstandig grootgebracht, wat hen later kwetsbaarder kan maken als zij met tegenslag te maken krijgen.
Jongens nog steeds veruit grootste slachtoffergroep zelfmoord
Hoewel meisjes vaker aangeven dat ze het mentaal zwaar hebben, plegen jongens en jonge mannen nog steeds vaker suïcide. Vermeiren vermoedt dat traditionele ideeën over stoerheid en het wegstoppen van emoties daarbij een rol spelen, waardoor hun wanhoop minder zichtbaar is tot het misgaat. Bij meisjes en jonge vrouwen zien onderzoekers juist een ander risico: het zogenoemde corumineren, waarbij groepen meiden online eindeloos met elkaar blijven praten over hun sombere gevoelens.
Geerdink legt uit dat praten meestal helpt, maar dat het mis kan gaan als jongeren hun ellende alleen maar blijven "herkauwen" en daar online erkenning voor krijgen. Herstel kan dan paradoxaal aanvoelen als verlies, omdat het ook de aandacht en bevestiging uit de groep vermindert. Onderzoeker Saskia Mérelle van 113 stelt dat 86 procent van de jonge vrouwen die door zelfdoding om het leven kwam, iemand kende die ook met zelfdoding bezig was, en waarschuwt voor online community’s waar suïcidaal gedrag genormaliseerd of zelfs aangemoedigd wordt.
Volgens 113 ligt er ook een taak bij ouders, leraren, jeugdartsen en trainers om beter het gesprek aan te gaan. Niet elke jongere hoeft meteen naar de ggz; een betrokken mentor, decaan of coach die regelmatig vraagt hoe het echt gaat, kan al verlichting bieden en ruimte maken voor oplossingen. Geerdink roept volwassenen op hun onderbuikgevoel serieus te nemen en door te vragen, zelfs als een opmerking over zelfdoding als grap werd gebracht, en vooral vol te houden in het laten merken dat iemand er niet alleen voor staat.
Ter illustratie (Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)
Source: Fok frontpage