De Haïtiaanse diaspora in Mexico-Stad incasseert vrijdag goal na goal. Toch voelt het goed om even een ander Haïti te laten zien aan de wereld. ‘Ook als we verliezen, hebben we toch een beetje gewonnen.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
‘Wat flik je me nou?! Mijn God, we worden hier afgemaakt. Nu is het 3-0!’ Bilandra Fucien (25) ziet op het grote scherm hoe de Braziliaanse sterspeler Vinicius Júnior het derde Braziliaanse doelpunt maakt tegen haar Haïti. Ze verstopt zich een moment onder haar Haïtiaanse vlag. In Philadelphia zijn net iets meer dan 45 minuten gespeeld, het is nog niet eens rust.
In Mexico-Stad kijkt Fucien de WK-wedstrijd op een groot scherm dat naast haar werk op een veld is opgetuigd door het stadsbestuur. Ze werkt in de enorme centrale markt van de Mexicaanse hoofdstad, waar 90 duizend mensen zo ongeveer al het voedsel dat vanaf het platteland de stad bereikt verwerken en verkopen.
Onder de marktwerkers zijn honderden Haïtianen die sinds de pandemie en de moord op hun laatste president Jovenel Moïse in juli 2021 richting de VS trokken, maar bleven hangen in Mexico. Op vrijdagavond, wanneer de tweede wedstrijd van Haïti tegen voetbalgigant Brazilië op de rol staat, zijn de lange passages van de markthallen grotendeels uitgestorven. De markt is dag en nacht in bedrijf, op een paar uur in de vroege avond na.
Toch zijn enkele tientallen Haïtianen blijven hangen omdat ze zijn uitgenodigd door het stadsbestuur van burgemeester Clara Brugada om hun elftal te zien spelen op het WK. Nu zitten ze op de voorste rij van een soort WK-festivalterrein, een van achttien plekken in de miljoenenstad waar voetbalfans de wedstrijden kunnen volgen. Een beetje ongemakkelijk is het wel, want de stad heeft pers en eigen fotografen meegenomen om de Haïtiaanse avond te registreren.
Na de drie Braziliaanse goals herpakt de vrolijke marktwerker Fucien zich snel. ‘We zijn trots dat we na meer dan vijftig jaar weer deelnemen aan een WK’, zegt ze. ‘Ook als we verliezen, hebben we toch een beetje gewonnen.’ Zoals alle Haïtianen heeft ze vanwege ‘de situatie’ haar land verlaten. ‘De economie, de bendes, het geweld, de angst.’ Nu verdient ze op de markt 50 peso (2,50 euro) per emmer fruit die ze schilt en van pit ontdoet.
De laatste gekozen president van Haïti werd vijf jaar geleden vermoord in zijn slaapkamer. De laatste verkiezingen vonden tien jaar geleden plaats. Sinds de moord op Moïse is het land en vooral hoofdstad Port-au-Prince onder de voet gelopen door straatbendes. Een extreem zwakke interim-regering moest dit voorjaar nieuwe verkiezingen opnieuw uitstellen.
‘Na de dictatuur in de vorige eeuw dachten we dat we een transitie konden maken naar democratie’, zegt Kely Rely (58), plaatsvervangend Haïtiaans ambassadeur in Mexico die vrijdagavond ook is uitgenodigd. Onder het jasje van zijn pak draagt hij het blauwe shirt van de Haïtiaanse selectie. ‘Maar er zijn zoveel dingen misgegaan, alle regeringen hebben gefaald en nu zitten we met criminele groepen die het land ontwrichten.’
Misschien was het, zoals Rely oppert, de dictatuur van vader en zoon Duvalier (1957-1986) die Haïti nooit echt te boven is gekomen. Of misschien begon het bij de herstelbetalingen die de verslagen kolonisator Frankrijk twee eeuwen geleden van de vrijgevochten kolonie eiste. Of recenter: de aardbeving die Port-au-Prince in 2010 in puin legde en naar schatting 200 duizend levens kostte. Aan de huidige Haïtiaanse crisis gingen talloze crises vooraf.
De diplomaat is al twee jaar niet in zijn land geweest omdat er amper nog vluchten gaan. De nationale ploeg speelde zijn thuisduels vooraf aan het WK op Curaçao. ‘Voor het eerst doet een selectie mee aan een WK dat niet in zijn eigen land kan spelen’, zegt Rely. Het nationale team is samengesteld uit Haïtianen uit de diaspora, jongens zoals Ruben Providence die in Nederland voor Almere speelt.
‘Eén goal zou mooi zijn’, zegt de plaatsvervangend ambassadeur. Bijna wordt zijn wens vervuld. 64ste minuut, hoekschop voor Haïti, verdediger Ricardo Adé staat op precies de goede plek en kopt hard op doel. De Braziliaanse keeper kan de bal nog net keren, waarna er een Braziliaanse omhaal nodig is om de bal weg te krijgen bij het doel.
De Haïtianen zakken terug in hun stoelen. Brazilië koerst onverbiddelijk op winst af. En toch is het mooi dat Haïti deelneemt, zegt ook Rely. ‘We zijn altijd negatief in het nieuws, nu krijgt de wereld een ander beeld te zien.’
In Philadelphia doet Haïti in de tweede helft een tijd niet onder voor de vijfvoudig wereldkampioen. Onder de grote tent op het festivalterrein, waar naast de Haïtianen een paar honderd mensen de wedstrijd volgen, wordt er nog even gehoopt dat Haïti zijn derde WK-doelpunt ooit kan scoren, na de twee goals in 1974.
Een Haïtiaanse fan draagt een voetbalshirt met het jaartal 1804 op de mouw. Aanvankelijk zou dat jaar, waarin Haïti na een bloedige onafhankelijkheidsstrijd zich definitief vrijvocht van Frankrijk, ook op het officiële shirt staan, maar de Fifa vond het te politiek en verbood het.
‘De wereld is nog steeds bang voor de eerste zwarte republiek’, zegt de 38-jarige Minerva Thibaud. Ze maakt dagen van ‘12, 13 uur’ op de markt. ‘Ik kan niet zeggen dat we goed betaald krijgen, het is genoeg om te overleven.’ Haar favoriete speler is Sunderland-spits Wilson Isidor, maar ook hij weet vanavond niet te scoren.
Dan fluit de scheidsrechter af en is het Haïtiaanse WK alweer voorbij. Na twee nederlagen wacht nog Marokko, maar zelfs als de Haïtianen die pot op miraculeuze wijze winnen, blijven ze vierde in de poule.
De in WK-shirt en hotpants gestoken Fucien rilt in de koele Mexicaanse avond. Snel vertrekt ze richting de bus. ‘Ik ben nog twee uur onderweg om thuis te komen en morgen moet ik weer werken.’
Source: Volkskrant