Al ruim vijftig dagen houden wegblokkades Bolivia in hun greep, met als doel het aftreden van president Rodrigo Paz. Die peinst er niet over, en riep zaterdag de noodtoestand uit: hij kan nu het leger inzetten tegen de protesten.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Tot nu toe had Paz zich opvallend terughoudend opgesteld. Zijn regering leek erop te gokken dat de economische schade van de protesten uiteindelijk het draagvlak ervoor zou ondermijnen. Maar de blokkades houden al ruim zes weken stand.
In het bergachtige Zuid-Amerikaanse land zijn die blokkades bijzonder ontwrichtend: enkele belangrijke verkeersaders zijn cruciaal voor de bevoorrading van steden. Nu de meeste al weken zijn afgesloten, beginnen de gevolgen steeds zichtbaarder te worden.
Aan de voet van de hooggelegen hoofdstad La Paz staan de vrachtwagens opeengepakt; in de stad zelf zijn de supermarktschappen leeg en schieten de prijzen van basisproducten omhoog. Eind vorige maand werden al kippen ingevlogen.
Nog ernstiger is het tekort aan medicijnen. Volgens persbureau Reuters zijn inmiddels zeker veertien mensen overleden doordat medische hulp of medicijnen niet op tijd beschikbaar waren.
Het nieuwe decreet geeft Paz ruimere bevoegdheden om de blokkades te beëindigen. Waar de politie tot nu toe slechts beperkt optrad, kan nu ook het leger worden ingezet. Voor de demonstranten betekent dat de dreiging van een veel hardere confrontatie.
De protesten zijn het gevolg van een politieke en economische crisis die al langer sluimert. Toen Paz een kleine zes maanden geleden aantrad, erfde hij een economie die zwaar onder druk stond, na bijna twintig jaar bestuur door de socialistische partij van oud-president Evo Morales.
Paz beloofde de economische problemen op te lossen: voorzichtig liberaliseren, maar sociale voorzieningen behouden. Daarmee trok hij ook voormalige Morales-stemmers over de streep. Maar zijn beloftes bleken moeilijk waar te maken. De inflatie hield aan, brandstofprijzen stegen met 90 procent door het schrappen van subsidies en Paz voerde hervormingen door die vooral grote bedrijven leken te bevoordelen. Vakbonden, boeren en aanhangers van Morales gingen over tot massale wegblokkades.
Paz probeerde de onvrede via onderhandelingen te bezweren. Vrijdag sloot zijn regering nog een akkoord met de Boliviaanse Arbeidersconfederatie, de grootste vakbond van het land. Maar veel strategische wegen worden gecontroleerd door plattelandsorganisaties die loyaal zijn aan oud-president Morales. Zij namen niet deel aan de gesprekken en zetten hun acties voort.
Volgens Paz is de noodtoestand nu noodzakelijk om de ‘normaliteit te herstellen’ in een land waar volgens hem ‘georganiseerde groepen geweld blijven gebruiken om het land te verlammen’.
De noodtoestand dreigt ook de machtsstrijd met Morales verder op scherp te zetten. De oud-president houdt zich al bijna twee jaar schuil in de tropische coca-regio van Bolivia; tegen hem loopt een arrestatiebevel wegens de vermeende verkrachting van een minderjarige. Morales noemt die zaak politiek gemotiveerd.
Morales mengt zich nu dagelijks in de crisis, voornamelijk op X. Tegen Reuters zei hij in nauw contact te staan met de demonstranten, en dat de onrust hem doet nadenken over een terugkeer in de politiek, hoewel de Boliviaanse wet hem verbiedt opnieuw kandidaat te zijn na zijn eerdere ambtstermijnen.
De oud-president vreest dat de regering een gewelddadige confrontatie niet zal schuwen. ‘Als ze het niet met stemmen willen oplossen’, waarschuwde hij, ‘dan wordt het met kogels.’
De Verenigde Staten hebben zich al eerder achter Paz geschaard. De Trump-regering omschreef de demonstranten al als ‘narco-terroristen’, maar het blijft onduidelijk of Washington verdergaande steun wil bieden om de protesten te stoppen.
Opvallend is wel dat beide landen vrijdag een deal sloten waarbij de Verenigde Staten tot 20 miljoen dollar beschikbaar stellen voor de training en uitrusting van Boliviaanse veiligheidstroepen in de strijd tegen drugscriminaliteit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant