Home

Waarom leren we niet veel meer over hoe mensen in elkaar zitten? Weet in elk geval dat we onszelf niet snappen

is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Ik heb een keer mensenhersens op schoot gehad. Ik was denk ik 15 en het was zo’n dag waarop scholieren mogen snuffelen aan vervolgopleidingen. Ik geloof niet dat ik medische ambities had, maar ik was toch terechtgekomen op de afdeling anatomie van een academisch ziekenhuis. We zaten op stoelen in een kring. De hersenen werden uit een blauwe emmer met vocht getild en doorgegeven. Er ging ook een geprepareerde arm rond.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het was wat overrompelend, maar ergens voelde de gang van zaken ook verrassend gewoon. En wat me altijd is bijgebleven, behalve de fysieke ervaring, is wat de arts zei. Na te hebben beschreven wat een verbijsterend fijnmazig stelsel van cellen en verbindingen de hersenen zijn, en hoe weinig de wetenschap daar eigenlijk nog van had ontrafeld, verzuchtte hij: ‘We denken weleens dat de hersenen niet zijn gemaakt om zichzelf te begrijpen.’

Sindsdien is heel wat tijd verstreken. Maar wat zei Dick Swaab laatst, na zestig jaar hersenonderzoek? ‘Als je er zo lang mee bezig bent, weet je precies hoe weinig je weet.’ Hij vergeleek het brein met het universum: ‘Ongekend ingewikkeld.’

Het is een ondergewaardeerd en te weinig genoemd gegeven. En mij laat het nooit helemaal los, als ik zie wat wij mensen allemaal voor elkaar proberen te krijgen en hoe onbeholpen dat gaat. We doen maar, zonder te weten hoe we zelf worden aangestuurd. Permanent in de weer met zware machinerie, maar zonder de gebruiksaanwijzing.

In NRC las ik over bibliotheken die een nieuwe bloei doormaken, mede omdat ze zijn veranderd van boekenuitleenplek in laagdrempelige ontmoetingsplaatsen. Daardoor krijgen de biebs nieuw publiek, aldus de krant, van bezoekers die op vol volume TikTok kijken tot mensen met onbegrepen of agressief gedrag.

Nu kan ik me geen bibliotheken van vroeger herinneren zonder een vast groepje gekken, zoals ze toen nog onbekommerd werden genoemd, maar die waren van het rustige type en meenden dat ze gewichtige zaken bestudeerden.

De bibliotheek nieuwe stijl zoekt nu een ander soort medewerker: iemand die niet alleen van lezen houdt, maar die ook goed met mensen kan omgaan, ook mensen die anders of lastig zijn.

En wat is het eigenlijk raar, dacht ik, dat we niet allemaal – ongeacht studiekeuze of soort baan – vooral les krijgen in de finesses van menselijke interactie. Hoe je anderen moet snappen. Hoe je jezelf kunt verklaren. Voor hoevelen van ons komt het niet neer op: een beetje om je heen kijken naar wat de rest doet, daar chocola van proberen te maken en wat aanrommelen.

Zelf kom ik deze lacune veel tegen bij de overheid. Die is er voor haar burgers, is het eerste wat de meeste ambtenaren zeggen. Maar er werken veel mensen die nooit getraind zijn in hoe ze met burgers omgaan die fors verschillen van henzelf. Al heel lang staat in vacatures dat je bestuurlijk sensitief moet zijn. Zelden wordt gevraagd om maatschappelijke sensitiviteit. Of simpelweg mensenkennis.

De menselijke factor wordt ook verwaarloosd in de manier waarop we problemen proberen op te lossen. Van de week mocht ik een bijeenkomst begeleiden met Kamerleden, beleidsambtenaren en ambtenaren van uitvoeringsorganisaties, om rustig bij te praten over een moeilijk vraagstuk. Van de tweeënhalf uur besteedde ik een half uur aan elkaar wat beter leren kennen.

Een bestuurder zei achteraf dat hem dat overdreven lang had geleken, maar dat hij had gemerkt dat het had geholpen. Bedenk even in hoeveel vergaderzaaltjes dagelijks mensen tegenover elkaar gaan zitten om elkaar direct met inhoud om de oren te slaan, zonder ook maar iets werkelijk van elkaar te doorgronden. Dat is heel mal en het is een wonder dat er nog zo veel goed gaat.

Terwijl er natuurlijk wel íéts bekend is over hoe wij mensen werken. Bijvoorbeeld dat we elkaar veel interpreteren, maar minder goed lezen dan we onszelf wijsmaken. En dat we op iemand met opvattingen die we verafschuwen kunnen reageren alsof we worden bedreigd, tot de fysieke stressreactie aan toe.

Wat ik mis, is dat we zoiets vaker expliciet maken. Vaker uitgaan van de onbetrouwbaarheid van eerste waarnemingen.

We zijn niet alleen op hersenwetenschappers aangewezen. Psychologie, filosofie, sociologie, geschiedenis, kunst, therapie, praktijkervaring – de rij is veel langer: als je ze allemaal tegelijk hun licht laat schijnen op dezelfde plek, zie je de contouren van de mens.

Dit wordt belangrijker nu de wereld nog sneller gaat dan hij al ging en complexer wordt dan hij al was. Ik ken het cliché dat dit gevoel van alle tijden is, maar er zijn objectieve gegevens. Laatst zag ik een statistiekje waarin stond hoelang apps erover deden om 100 miljoen gebruikers te krijgen. Twitter: vijfenhalf jaar. Instagram: tweeënhalf jaar. TikTok: negen maanden. ChatGPT: twee maanden.

Ons leger oefent voor droneoorlogen waarin je geen moment ongezien bent voor de vijand. De capaciteit van AI-modellen duizelt ons. Geproblematiseerd wordt dat mensen niet begrijpen wat machines doen. Maar we zijn eraan gewend om niet te begrijpen wat wij met die machines doen.

Ik hoop dat de omscholing bij de bieb goed verloopt. Want er is ook nog menselijk gedrag dat we kunnen waarnemen. En er is grote behoefte om ergens binnen te mogen lopen en samen te mogen komen. Zonder dat het uitmaakt waar dat precies voor is. Grote kans dat iemand dat zelf niet weet.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next