Home

Ik ben jaloers op mensen die kunnen kamperen

Hoe goed of slecht het met een land gaat kun je aflezen aan de Bruto Nationaal Geluk-index, het aantal doelpunten van dat land op het WK of het percentage inwoners dat gaat kamperen. „Kamperen steeds populairder”, berichtte Hart van Nederland dit voorjaar. En Trouw vroeg zich af: „Wordt 2026 het beste kampeerseizoen ooit?” Waarschijnlijk niet voor alle kampeerders die straks met de tent op elkaars lip zitten.

Voor die almaar toenemende populariteit worden verschillende verklaringen gegeven. Mensen zouden weer de natuur in willen, ook als ‘de natuur’ een grasveld met vergeelde plekken betekent. Ze hebben geen zin in een lange vlucht, of ze hebben er lucht van gekregen dat vliegen best slecht voor het milieu is. Sommigen beweren zelfs dat het iets met corona te maken heeft. Maar de meest voor de hand liggende verklaring is natuurlijk dat een tent opzetten in de achtertuin van een Gelderse boer doorgaans goedkoper is dan een villa huren in de Côte d’Azur.

Dit laatste punt werd afgelopen week uitgebreid toegelicht in het radioprogramma Villa VdB. Sonny Motké, journalist van het Financieele Dagblad, mocht komen uitleggen dat „de kampeersector in de lift zit”, omdat mensen geen geld voor andere vakanties hebben. Flexibel als een tentstok legde Motké uit dat er ook heel mooie kanten aan de inflatie zitten, of met andere woorden: dat er in deze moeilijke tijden ook ‘winnaars’ zijn (zoals camperverkopers, of mensen die hebben geïnvesteerd in kampeerterreinen). Zonder al die armoede had de campingbranche nooit zo kunnen floreren. Door de prijsstijgingen willen mensen „liever een tentje opzetten op een stukje grond dan bijvoorbeeld naar het buitenland”, aldus Motké. En om dezelfde reden gaan andere mensen liever helemaal niet meer op vakantie, of liever naar de voedselbank dan naar de supermarkt.

Natuurlijk heb je ook mensen die bulken van het geld en desondanks graag kamperen. Of mensen met minder geld die echt van kamperen houden, het kan allemaal. Sinds ik me kritisch uitliet over wintersport durf ik geen enkele kanttekening meer te plaatsen bij welke manier van vakantie vieren dan ook. Mannen met accountnamen als @Pieter_1973 lieten me massaal weten dat ik niet goed bij mijn hoofd was. In veel gevallen poseerden ze op hun profielfoto met zonnebril op in de sneeuw. Sindsdien weet ik dat je mensen niet harder kunt raken dan door ze aan te vallen op hun vrijetijdsinvulling.

Dus kamperen: hartstikke leuk. Moet je zeker doen. Ik ben zelfs jaloers op mensen die het kunnen: tevreden zijn met een klapstoel, luchtbed en een stuk stof om onder te liggen. Een paar jaar op rij heb ik het geprobeerd. De territoriale drift die je overvalt zodra je zo’n kampeerterrein oprijdt beviel me niet. „Ik leg het nog één keer uit”, zei mijn toenmalige vriend toen de tent weer moest worden opgezet. Op een zeker moment stond ik onder een douche met daarin een digitale klok die aftelde van drie minuten naar nul – al in de laatste dertig seconden werd het water kouder.

Dan is glampen (chic kamperen voor „luxepony’s”, aldus Motké) nog een optie. Dan heb je bijvoorbeeld een koelkast in je tent. Dat gaat al aardig richting een vakantiehuis, al moet je ook dan vrezen dat er een journalist je voortent in wandelt, op pad gestuurd om te bewijzen dat kamperen inderdaad ‘populairder dan ooit’ is.

Op tv krijgen geïnterviewde campinggasten altijd dezelfde drie vragen voorgeschoteld: of het niet te koud is om te kamperen, of niet te warm, of dat het niet jammer is van de regen. Nee hoor, zeggen ze dan terwijl ze een plas water van de luifel duwen, en ze lijken het nog te menen ook.

Reizen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next