Van FKA Twigs en Thom Yorke tot Yung Lean – welke grote artiest wil er niet samenwerken met choreograaf en danser Damien Jalet? Tussen alle grote opdrachten door is hij onze Weekendgids.
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Waarschijnlijk gaat hij overal nee op zeggen, lacht de Brusselse choreograaf Damien Jalet (49) via een videoverbinding vanuit zijn geliefde Japan, waar hij werkt aan een zesde danskunstproject met beeldend kunstenaar Kōhei Nawa. Hij checkt zijn inbox: ‘Vandaag weer 22 verzoeken voor samenwerking, niet van de minsten. Zo gaat het continu sinds de videoclip bij Storm van de Franse artiest Gener8ion en de Zweedse rapper Yung Lean eind april viraal ging. De teller staat nu op 13 miljoen views.’
Internationaal succes is Jalet niet vreemd. De in Ukkel geboren choreograaf wordt geroemd om multidisciplinaire samenwerkingen met popsterren als Madonna (Celebration Tour) en FKA Twigs (Body High), filmregisseurs als Luca Guadagnino (horrorfilm Suspiria) en Jacques Audiard (het bekroonde Emilia Pérez), beeldend kunstenaars als Marina Abramović en Kōhei Nawa, componisten als Ryuichi Sakamoto en Radioheads Thom Yorke (muziekfilm Anima) en producers als Thomas Bangalter (Daft Punk) en Suskin.
Maar nu is de hype extreem. Jalet maakte voor Storm een knap getimede groepschoreografie vol dystopisch geweld op een jongensschool. De beklemmende groepsdruk interfereert met het duivelse gedrag van een pesterige vandaal, vertolkt door sad rapper Yung Lean (alias Jonatan Leandoer Håstad). Internationale muziekplatforms noemen Storm nu al dé videoclip van het jaar. De school in Eigenbrakel, waar de rauwe ontsporingen werden opgenomen, is er minder blij mee.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Op 19, 20 en 21 juni komt Jalet met zijn hypnotiserende dansvoorstelling Mirage (2025) naar het Holland Festival in Amsterdam. Daarin schept hij met kunstenaar Nawa en producer Bangalter een continu veranderende woestijnwereld vol luchtspiegelingen, meditaties en natuurkrachten, die inwerken op zestien dansers van Ballet du Grand Théâtre de Genève. Het is Jalets eerste avondvullende creatie voor het Zwitserse gezelschap van zijn goede vriend en voormalig levenspartner Sidi Larbi Cherkaoui.
Naast Japan tipt hij ook zijn ex als belangrijke inspiratiebron. ‘We kennen elkaar al sinds eind vorige eeuw, als dansers bij Les Ballets C de la B. Ik danste in zijn werk, we trokken samen op, maakten choreografieën en zijn nog steeds genereus naar elkaar.’
Jalet is zoon van een Franse vader, die werkte voor een ontwikkelingsorganisatie van de Belgische overheid, en een Belgische moeder, een bloemist. Hij begon als 11-jarige thuis te dansen op de iconische video’s van Madonna. Jaren later, toen hij met Madonna werkte aan de Madame X Tour, heeft hij haar jeugdopnamen laten zien van hoe hij opging in de motoriek van haar hit Who’s That Girl (1987), als tegengif voor de minder homovriendelijke omgeving waarin hij opgroeide.
‘Madonna opende mijn ogen door sensualiteit en spiritualiteit te koppelen aan erotiek en extase. Eindelijk iemand die het queer lichaam niet als zondig of afwijkend zag. We hebben net nog samengewerkt aan de video voor haar nieuwe album Confessions II. We delen de visie dat de dansvloer een ideale plek is voor rituelen, een plek waar je kunt bidden en praten zonder taal.’
Jalet heeft een voorliefde voor het samenbrengen van zoveel mogelijk kunstvormen. Hij vergelijkt het met polyfonie. Bij die compositiestijl zijn alle melodische lijnen even belangrijk; ze scheppen samen de illusie van een harmonische stem die er niet is. ‘Ik laat graag alle kunstvormen zo resoneren dat je iets voelt dat er niet is. Dat is magie.’
Als voorbeeld noemt hij de eenmalige performance Chiroptera (2023), op het plein voor de Parijse Opéra: 153 dansers bewogen individueel op muziek van Bangalter, in een gigantische grotinstallatie met nissen van visueel kunstenaar JR. ‘Ze zagen elkaar niet, maar creëerden cirkelend op synchrone ritmes een ongelooflijke spiritualiteit.’ Chiroptera was Jalets persoonlijke, geheime eerbetoon aan de 153 slachtoffers van de aanslagen in Parijs die plaatsvonden in november 2015.
Zelf keek Jalet die 13de november ook de dood in de ogen, toen een van de terroristen uit een auto stapte en naar hem lachte. Drie meter verder leegde hij zijn geweer op een caféterras. Jalet dankt zijn leven aan zijn instinctieve reactie, zegt hij: wegrennen, niet bevriezen. Na die gebeurtenis maakte hij meerdere voorstellingen over de mentale veerkracht van het lichaam en het thema dat stilstand voor hem gelijkstaat aan dood.
Om geen slaaf van zijn werk te worden, gaat Jalet nu selectiever om met samenwerkingsverzoeken. ‘Succes gaat gepaard met druk en verwachtingen. Ik wil tijd hebben om diep in een project te duiken en trouw te blijven aan de bron waaruit ik put.’ Dus zei hij ‘nee’ tegen internationale projecten van grootheden als The Rolling Stones, Kanye West, David Byrne en regisseur Ivo van Hove. ‘Bah, nu lijkt het namedropping, dat haat ik. Ik werk het liefst met vrouwen wier kracht ik kan versterken en mannen die zich kwetsbaar op durven stellen.’
‘Ik overweeg om naast Brussel ook in Kyoto te gaan wonen. Ik voel mij al twintig jaar thuis in Japan. In de Japanse cultuur ritualiseren ze alles. Van het luisteren naar elpees tot de relatie tussen mens en natuur. Alles stap voor stap, zo vertragen Japanners de tijd. Ze beginnen niet bij het individu, maar bij het collectief. Ze bouwen hun hele cultuur op het cyclische ritme van de natuur, daar herken ik mij in.
‘Het shintoïsme fascineert me, de Japanse natuurfilosofie die ook leven toekent aan rivieren, bergen, watervallen en objecten. Landschappen hebben een ziel. Alle krachten die de aarde en de kosmos in beweging houden, beschouwt deze animistische natuurreligie als goddelijk werk. De zwaartekracht is geen last, maar een natuurlijke stroom van energie. Dat zie je ook in mijn werk, bijvoorbeeld in Skid (2017) waarin vloeiende valpartijen van zeventien dansers een collectieve kracht vormen op een hellend wit vlak met een hoek van 34 graden. Ik leer veel van hoe Japanners met ruimte omgaan: alles staat op een precieze hoogte om respect te tonen voor de neerwaartse, aardende kracht en de opwaartse verbinding naar het goddelijke.’
‘Ik had in 2018 voor filmregisseur Luca Guadagnino allemaal huiveringwekkende heksendansscènes gechoreografeerd voor zijn remake van de horrorklassieker Suspiria. Kort na die filmrelease ontving ik een bericht van Madonna. Ik was in shock, ik dacht dat iemand mij in de maling nam. Vanaf mijn tienerjaren is Madonna mijn heldin, haar sensuele én spirituele optredens vonken zo sterk, met gendergrenzen die vervagen.
Een kinderdroom kwam uit: twee weken later ontmoetten we elkaar een op een in haar huis in Londen. In het begin was die samenwerking overigens nog knap lastig. Ik was starstruck en bang om haar teleur te stellen. Zij had tijd nodig om onze samenwerking te vertrouwen. Maar door samen keihard te werken, groeiden we naar elkaar toe.
Ik creëerde een deel van haar Madame X Tour en was creatief adviseur van de Celebration Tour, waarvoor ik verschillende nummers choreografeerde. Met dochter Lola maakten we een visueel pas de deux op het nummer Frozen. Ik begeleidde haar op een roadtrip door Japan met haar gezin. Zij vond het geweldig om in een listening bar naar elpees te luisteren. Niemand herkende haar. Maar haar kinderen vonden het saai, luisteren naar Beethoven in Japan.’
‘In 2016 werkte ik voor het eerst met componist en pianist Ryūichi Sakamoto. We maakten de film The Ferryman, een visueel en choreografisch essay over de animistische wortels van rituelen vol hybride figuren. Ik trek daarin als half hert, half jager door de bergen. Sakamoto attendeerde mij op een van de oudste en gevaarlijkste rituelen ter wereld: het Onbashira Festival, dat eens in de zes jaar plaatsvindt rond het Suwameer nabij Nagano. Om heilige, beschermende houten pilaren van de Suwa Taisha Tempel te vernieuwen, kappen mannen reusachtige dennenbomen in de bergen en rollen die handmatig naar beneden.
‘Het meest spectaculair en gevaarlijk zijn de momenten dat ze erop zitten terwijl de stammen met hoge snelheid naar beneden denderen. Ze riskeren hun ledematen, zelfs hun leven, om bescherming te vragen en de boomstammen bij de heiligdommen rechtop te kunnen zetten. Het is zo’n fysiek intelligent ritueel. Die overgave aan een extreme staat van gevaar, laverend op de grens van bewust en onbewust, inspireerde mij tot de voorstelling Thr(o)ugh (2016). Over twee jaar is het Onbashira Festival weer. Dan wil ik erbij zijn.’
‘Ik krijg nooit genoeg van vulkanische eilanden, of ze nu in IJsland, Indonesië of Japan zijn. Er hangt daar zo’n specifieke vibrerende, onvoorspelbare energie. Vanwege die onvoorspelbaarheid ontwikkelen ze daar culturen, dansen en geloofssystemen om een goede relatie met deze onzichtbare krachten te onderhouden. Ik ben gefascineerd door de trancerituelen, gamelanmuziek en heilige dansen die je in bijvoorbeeld Indonesië aantreft. Maar ook door traditionele rituelen van ascetisch levende Shugendo-monniken, die heilige Japanse bergen gebruiken als trainingsplaats.
‘Na zware beproevingen tijdens pelgrimstochten proberen ze herboren de top te bereiken. In Europa klinkt het altijd een beetje verdacht wanneer je zegt te geloven in een diepe verbinding met het landschap en het ritme van de natuur. Maar op vulkanische eilanden is dat vanzelfsprekend. Daar voel je dat alles bezield is. En kun je de energie van je eerste ademhaling ooit als het ware weer oproepen.’
‘Larbi en ik leerden elkaar kennen als dansers bij Les Ballets C de la B van de Vlaamse regisseur Alain Platel. We hadden direct een enorme klik. Larbi denkt altijd vanuit een overbrugging tussen culturen, talen, religies, identiteiten en filosofieën, en ik deel met hem mijn sterke fascinatie voor rituelen, mythologie en de fysieke relatie tussen het menselijk lichaam en zijn omgeving. We zuigen dat allemaal op.
‘Ik danste in 2000 in Larbi’s internationale doorbraak Rien De Rien. We bundelden later onze choreografische krachten in voorstellingen die zowel intellectueel en emotioneel zijn als diep spiritueel, zoals het bekroonde Babel (words) in 2010, met beeldend kunstenaar Antony Gormley. We blijven elkaar opzoeken, ook nadat onze liefdesrelatie eindigde. We hebben allebei het privilege om over heel de wereld met inspirerende kunstenaars en artiesten te werken, maar we weten ook hoe hard, competitief en veeleisend de creatieve industrie kan zijn. Daarin steunen we elkaar. We houden elkaar gegrond en helpen elkaar overeind als we struikelen.’
‘In maart 2011 was ik met Larbi in Tokio, tijdens de heftige aardbeving en tsunami. In plaats van getraumatiseerd te raken, werd ik nog meer aangetrokken door het land. Ik wilde er per se iets maken, dat werkt dan het best met een Japanse kunstenaar. In 2013 trad ik op tijdens de Aichi Triennale in Nagoya. Kort voordat het museum waar wij optraden sloot, ontdekte ik een werk van Kohei: een enorme wolk van schuim. Ik werd weggeblazen door hoe organisch dat niet-organische materiaal eruitzag. Ik moest hem leren kennen.
‘Kohei wilde toevallig ook met dans werken. We zijn beiden heel perfectionistisch en wilden een conceptuele installatie uitdenken, maar door taalbarrières zochten we naar iets anders dan woorden. Dat werden lichamen. In onze eerste voorstelling Vessel (2016) zie je van zeven naakte dansers nooit het gezicht. Door Kohei’s spel met licht, kleur, schaduw, mist, slijm, siliciumcarbidepoeder en een met vloeistof gevulde vloer lijken de koploze dansers materie in wording. We hebben nu al vijf projecten samen gemaakt. Zijn werk met vaste, vloeibare en gasvormen is diep meditatief. Dat merk je ook bij Mirage, nu te zien op het Holland Festival.’
‘Van hem heb ik geleerd om echt goed naar je omgeving te luisteren. Sakamoto huldigde het adagium dat alles muziek kan zijn en je altijd je oren moet openhouden voor iets onverwachts: een verkeerde noot kan aanleiding geven voor een nieuw muzikaal idee. Hij wist in muziek de energie te vangen van de mens in kosmische relatie tot tijd en ruimte. We hebben samen vaak over de klassieke composities van Claude Debussy gesproken.
‘Hij heeft soundtracks en soundscapes gemaakt voor veel van mijn werk. Van Vessel in 2015 en The Ferryman in 2016 tot Omphalos in 2018 in Mexico, over vergeten oude mythes. Sinds hij er niet meer is, luister ik vaak naar zijn muziek om zijn aanwezigheid te voelen.’
‘Al vanaf mijn theateropleiding ben ik gegrepen door de visuele vertelkracht van film. Ik maak ook zelf dansfilms. De Italiaanse Pier Paolo Pasolini is belangrijk voor mij geweest, vanwege zijn manier om rituelen, mythologie, sensualiteit en seksualiteit samen te smelten tot compromisloze werelden. Hij omarmde elk aspect van leven en liefde, inclusief armoede, geweld en dood.
‘Pasolini heeft mij bovendien mijn eerste dansjob bezorgd. Choreograaf Wim Vandekeybus maakte met zijn gezelschap Ultima Vez in 1998 The Day of Heaven and Hell, gebaseerd op Pasolini’s werk. Ik was door een van zijn dansers, Carlos de Haro, in een club gespot en mocht meedoen, ook omdat ik veel van de Italiaanse cineast wist.
‘Ik houd ook van de intuïtieve droomlogica van David Lynch, waarin grenzen tussen fantasie en werkelijkheid vervagen. En van de filmessays van de Franse cineast, documentairemaker, schrijver en fotograaf Chris Marker (1921-2012), waarin hij de ongrijpbare aard van het geheugen in kaart probeerde te brengen. Maar ik kies voor Pasolini. Als student werd ik door een docent, etnomusicoloog Giovanna Marini, al op zijn pad gezet. Zij kende hem persoonlijk.’
‘Aimilios is de persoon van wie ik het meeste houd in deze wereld. Hij inspireert mij continu. En hij staat altijd naast mij, bij alle hoogte- en dieptepunten. Ik ontmoette Aimilios in 2012, op een dansfestival in Griekenland. Daarna deed hij als danser mee aan mijn project Les Médusés in het Louvre in Parijs.
‘Zijn manier van dansen is volkomen uniek en baanbrekend. Zelden heb ik iemand ontmoet met zo’n enorme fysieke en emotionele intelligentie. Als ik hem niet had ontmoet, zou ik waarschijnlijk nooit de kunstenaar zijn geworden die ik nu ben. Zijn bijdragen aan mijn werk, als danser en als choreografisch adviseur, maken hem tot de belangrijkste persoon in mijn artistieke leven.’
Cv Damien Jalet
17 augustus 1976 Geboren in Ukkel, België.
1994 Studie theaterregie Institut Supérieur des Arts, Brussel.
1999 Moderne dansopleidingen, New York en Brussel.
2000-2007 Danser in Sidi Larbi Cherkaoui’s Rien de Rien (2000), Foi (2003), Tempus Fugit (2007) en Myth (2007).
2010/2011 Laurence Olivier Award en Benois de la Dance voor Babel (words), met Sidi Larbi Cherkaoui.
2013 Boléro met Larbi en Marina Abramović.
2015 Vessel met Kohei Nawa in Kyoto.
2018 Choreografie horrorfilm Suspiria.
2019 Film Anima met Thom Yorke.
2019 Choreografeert vier nummers voor Madonna’s Madame X Tour.
2021 Dansfilm Mist met Kohei Nawa bij Nederlands Dans Theater.
2023-2024 Creatief advies Madonna’s Celebration Tour.
2024 Choreografie film Emilia Pérez.
2025 Mirage bij Ballet van Grand Théâtre de Genève.
2026 Choreografie van videoclip Storm van Gener8ion en Yung Lean (regie Romain Gavras) en van Madonna’s Confessions II.
Damien Jalet woont in Brussel met zijn vriend, danser en choreograaf Aimilios Arapoglou.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant