Er was discussie op de redactie, de afgelopen weken, over het woord ‘seks’ in berichtgeving die nauwelijks over seks, en vooral over misbruik ging. Dat is de korte samenvatting van een proces waarin NRC sinds begin mei zoekt naar gepaste termen voor (vermeend) seksueel misbruik. De redactie stuurde bij na kritische en boze reacties van lezers, maar de buitenwereld kreeg daar nauwelijks iets van mee.
Het begon met een eigen nieuwsverhaal, gepubliceerd op donderdag 7 mei. Onderwerp was de pornosite Motherless, waarop duizenden beelden te zien zijn van seksuele handelingen met ogenschijnlijk bewusteloze vrouwen. Als zij daadwerkelijk ‘onmachtig’ zijn – vrouwen worden hierom gedrogeerd – is dat verkrachting.
Het onderzoek van NRC liet zien dat de pornosite draaide op de servers van een Nederlands hostingbedrijf; en dat ook Nederlandse mannen er zulke ‘drogeerporno’ deelden. Daarbij kwam dat Offlimits, een expertisecentrum over online misbruik, meldingen had gekregen over beelden van seksueel kindermisbruik op de site. Een dag na de onthullingen – niet alleen van NRC, maar ook van de NOS en Nieuwsuur – haalde het OM de site offline. Er volgden tot begin juni nog meerdere artikelen van NRC-redacteuren Carola Houtekamer, Georgia Oost en Rik Wassens, die onder meer beschreven dat de omstreden site al na een week weer in de lucht was.
Vooral de kop van de eerste publicatie op donderdag 7 mei leidde tot verontwaardiging bij lezers. Website voor extreme ‘drogeerporno’ draait op Nederlandse servers. Ook Nederlandse mannen delen beelden van seks met bewusteloze vrouwen, luidde de kop. „De gehele titel normaliseert het idee dat ‘seks met bewusteloze vrouwen’ niet per se ‘verkrachting van bewusteloze vrouwen’ zou hoeven zijn”, schreef een lezer, en dat vat de kritiek goed samen.
De verontwaardiging bereikte de redactie via brieven, via meer dan tweehonderd reacties onder de bijbehorende Instagram-post, en via LinkedIn nadat schrijver-journalist Zoë Papaikonomou – die vanuit het oogpunt van diversiteit en inclusie dagelijks de rode pen in koppen zet – NRC de maat nam. „VERKRACHTING VAN BEWUSTELOZE VROUWEN Is een zeer ernstige vorm van seksueel geweld NRC.”
„We worstelden met de term ‘verkrachting’”, vertelt onderzoeksredacteur Carola Houtekamer. De auteurs gebruikten die term – die verwijst naar een misdrijf – niet onomwonden, omdat niet zéker is of op de beelden die de Nederlandse mannen op de pornosite deelden (waarnaar de kop verwees) bewusteloze vrouwen te zien waren. Mogelijk werd er (ook) geacteerd.
Houtekamer: „Lezers willen graag dat er niet vergoelijkend wordt geschreven over seksueel geweld, en terecht. Maar: je kunt veronderstellingen hebben over handelingen op een scherm, maar je kent de intentie niet.” De auteurs schreven daarom over ‘seks met bewusteloze vrouwen’, met als toelichting: „Seks met een onmachtig of bewusteloos persoon geldt in Nederland als verkrachting.” Die nuance paste niet in de kop.
Nog een dag na publicatie werd er op de redactie intens over gepraat. De hoofdredactie hakte die vrijdagmiddag de knoop door: de gewraakte zinsnede ‘seks met bewusteloze vrouwen’ werd uit de kop geschrapt. Sindsdien staat er: Website voor extreme ‘drogeer- en verkrachtingsporno’ draait op servers in Nederland. Ook Nederlandse mannen delen er materiaal.
Adjunct-hoofdredacteur Clara van de Wiel: „Ik dacht: dit roept zoveel ongemak op, ook bij onszelf. Waarom zouden we dan niet toch luisteren naar bepaalde kritiek?” Een toelichting onder het artikel vond ze niet nodig: „Het was feitelijk niet onjuist. Een toelichting zou nieuwe vragen oproepen. En we passen de hele dag koppen aan.”
Dat gebeurt inderdaad vaak, meestal niet om inhoudelijke redenen maar om meer lezers naar een stuk te trekken. De auteurs gingen akkoord met de wijziging, maar hadden liever gezien dat de kop was blijven staan. Carola Houtekamer: „Ik vind dat je heel terughoudend moet zijn met achteraf peuteren aan koppen.”
Hier had NRC, vind ik, transparanter moeten zijn. De NRC Code biedt ruimte voor het aanpassen van tekst, ruimer dan alleen het corrigeren van feitelijke onjuistheden – al is de code onduidelijk over het weghalen van informatie die tot misverstanden leidt. We „vullen onvolledige informatie ruimhartig aan”, staat er. Leg zo’n aanpassing dan ook aan lezers uit.
De auteurs maakten in hun volgende artikelen wel consequent andere keuzes. De woorden ‘seks met bewusteloze vrouwen’ maakten plaats voor ‘seksuele handelingen met schijnbaar bewusteloze vrouwen’. Het uitgangspunt, dat me volkomen terecht lijkt: met een bewusteloze vrouw is per definitie geen ‘seks’ mogelijk. Houtekamer: „‘Seks met’ gaat over wederkerigheid. Dat doet geen recht aan wat die beelden suggereerden.”
Ik vind dat de auteurs behoedzaam en betrokken zijn omgegaan met hun woordgebruik – ze voerden daarover na de eerste publicatie ook een gesprek met Fonds Slachtofferhulp. Maar dit gevoelige thema vergt overál op de redactie aandacht.
Op de sociale media van NRC ging er iets mis. De 213.000 Instagram-volgers van NRC lezen het eerste artikel van Houtekamer, Oost en Wassens na zes weken nog altijd onder een dérde versie van de kop, inclusief de omstreden zinsnede. ‘Seks met bewusteloze vrouwen en tips om hen te drogeren: het staat al jaren op een website, gehost door Nederlands bedrijf NForce’. Er kwamen tweehonderd kritische reacties op, maar die staan er niet meer bij.
Wat gebeurde hier? De online volgers van NRC kunnen koffie halen, ik praat de rest even bij over Instagram. Dagelijks publiceert NRC daar meerdere samenvattingen van artikelen, elk in de vorm van een ‘carrousel’: een korte tekst, fraai opgemaakt en opgedeeld in fragmenten (‘tegels’) waar je doorheen swipet. De kop is vaak de kop van het oorspronkelijke artikel.
Déze Instagram-kop was echter overgenomen uit een pushbericht, dat niet geschreven werd door de auteurs. Toen direct na publicatie de negatieve reacties op de Instagram-post zich ophoopten, vroeg het sociale-mediateam zich af: wat te doen? Zo’n post achteraf aanpassen is technisch niet mogelijk. Op eigen initiatief plaatste het team een toelichting tussen de reacties: „Ter aanvulling: seks met een onmachtig of bewusteloos persoon geldt in Nederland als verkrachting, waarop maximaal 12 jaar cel staat. In het artikel gaan we hier nog verder op in.”
De kritiek bleef komen, en een dag later nam het sociale-mediateam het besluit om de reactiemogelijkheid dan maar uit te schakelen. Daarmee werden alle tweehonderd reacties én de toelichting onzichtbaar. Het team opperde nog om een vermelding te plaatsen over de aangepaste artikelkop, maar dat vond de hoofdredactie geen goed idee. Het contrast met de terechte waakzaamheid van de auteurs was hier te groot.
Ik denk dat de redactie openlijker het gesprek moet aangaan over woordkeus over seksueel misbruik. Maatschappelijke opvattingen veranderen (zo is de term ‘kinderporno’ inmiddels omstreden omdat die geen recht zou doen aan de ernst van het misbruik) en door de opkomst van online misbruik raken nieuwe termen in zwang. Op dit moment biedt NRC zijn eigen redacteuren geen houvast, en het debat over woordkeus is niet redactiebreed gevoerd. Adjunct Clara van de Wiel erkent dat een gesprek nodig is. „Daar willen we na de zomer concreet werk van maken, door een nabespreking te organiseren, waar we ook experts van buiten in willen betrekken.”
Een lezer schreef de ombudsman over een passage in het NRC Magazine van juni die ze met „verbazing” had gelezen. Het ging om de rubriek ‘Top 10’ die in deze aflevering tien Franse restaurants uitlichtte. Sterrenkok Joris Bijdendijk, getrouwd met een Française, beschreef er tien restaurants langs de Autoroute du Soleil van Parijs naar Marseille.
Na 750 kilometer rijden, eten en aftellen was Bijdendijk aangekomen bij de nummer 2 in de top 10: visrestaurant ‘Chez François’ in het kustplaatsje Sète aan de Middellandse Zee. Je kunt er volgens de chef niet alleen oesters eten of een „heerlijk inktvisstoofpotje”, maar ook een bijzonder weekdier, aldus Bijdendijk: de ‘violet‘. Hij vertelt hoe de specialiteit genuttigd hoort te worden: „Als je erin knijpt zet het beestje zich schrap: hét moment om het middendoor te snijden.”
„Ik vind dit nogal shockerend”, schreef de lezer aan de ombudsman. „Ik wist niet dat de NRC dierenmishandeling promoot, ik ben benieuwd wat u hiervan vindt.”
Ik lees de passage niet als promotie van dierenmishandeling, maar als enthousiasme van kok Joris Bijdendijk voor een gerecht dat in Nederland zelden of nooit op de kaart staat, maar een traditie kent in de keukens van het Middellandse Zeegebied.
De violetzakpijp (Microcosmus sabatieri), een weekdier dat zo groot is als een aardappel, leeft op onderzeese riffen en rotsen, zoals zeeanemonen. Ze worden vers, rauw en dus levend opgediend en smaken sterk naar jodium.
Ik weet niet of Bijdendijk zich heeft afgevraagd of de violetzakpijp pijn voelt bij het aansnijden; de vorm van het artikel – waarin de kok in full quote vertelt over zijn culinaire ervaringen – leent zich er niet voor om daar dieper op in te gaan. Of een weekdier met zo’n andere anatomie dan gewervelde dieren ‘pijn’ voelt, is lastig te bepalen. In ieder geval heeft een zakpijp een zenuwstelsel, waarmee het dier licht en aanraking (zoals van Bijdendijks mes) waarneemt.
Omdat Bijdendijks culinaire voorkeur, zover ik kan overzien, in Frankrijk maatschappelijk geaccepteerd is, snap ik dat de auteur van het artikel hier geen punt van maakt. Ook in Nederland worden levende weekdieren (oesters) gegeten. Die keuze is persoonlijk.
De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Vragen en opmerkingen kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl
De ombudsman gaat met vakantie. Haar volgende bijdrage verschijnt over drie weken.