Het Indonesische eiland Ambon stond zaterdagnacht op zijn kop na de gewonnen wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Zweden. ‘Belanda terbaik! (Nederland is de beste)’
is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont in Indonesië.
‘Hup Holland Hup!’, roept de Nederlandse ambassadeur Marc Gerritsen door een microfoon tegen zo’n tienduizend Indonesiërs die zich midden in de nacht hebben verzameld op het Onafhankelijkheidsveld in Ambon Stad. Hij deelt oranje shirts uit aan de hoogwaardigheidsbekleders die hem hebben uitgenodigd om samen te kijken naar de wedstrijd van Oranje tegen Zweden. ‘De relatie tussen Nederland en Ambon is altijd sterk geweest.’
Vaders, moeders, peuters, opa’s en oma’s, vrijwel allemaal gestoken in oranje voetbalshirts, zitten op de grond en juichen de Nederlandse vertegenwoordiger toe. Zelfs burgemeester Bodewin Wartimena, die – zoals alle Ambonezen weten – fan van het Engelse team is, draagt vannacht oranje. Hij verwacht geen problemen in zijn stad. ‘Het wordt chaos, maar dat is normaal als Nederland speelt.’ Veel van de 360.000 Ambonezen hebben namelijk familie in Nederland, stelt hij, en in hun elftal spelen vaak Ambonezen mee.
Zoals Tijjani Reijnders, die joelend wordt onthaald zodra hij in beeld verschijnt. De middenvelder staat op Ambon ook bekend als Tijjani Lekatompessy, naar zijn moeder, die op het eiland is geboren. Telkens als Nederland scoort, springt het hele plein op, mannen wapperen met enorme vlaggen, uitzinnige vrouwen juichen, oranje fakkels gaan aan en vuurwerk vliegt over het 5 meter hoge buitenscherm.
‘Belanda terbaik! (Nederland is de beste)’, zegt de 33-jarige Petra Titiheru die harder kan juichen dan iedereen. Ze wijst naar het KNVB-logo op haar borst: ‘Het is tijd dat hier een ster boven komt.’ Haar familie steunt het Nederlands team al generaties. ‘Mijn opa zat in het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger).’ Verderop staat de 44-jarige politieagent Adolf Tahapari. Hij heeft geen dienst vannacht, dus draagt hij een oranje pruik, een KNVB-voetbalshirt en wappert hij met een grote Nederlandse leeuw. ‘Dit niveau moeten ze vasthouden.’
Dat Nederland ooit kolonisator was in Indonesië, speelt vannacht geen rol. Agent Tahapari: ‘Dit is sport, dit is positief, dit heeft niks te maken met politiek of geschiedenis.’ Wat veel Indonesiërs eerder dwarszit: hun land doet niet mee aan het WK. Terwijl piepkleine landjes als Curaçao en Kaapverdië schitteren in de VS, wist het voetbalgekke Indonesië met bijna 300 miljoen inwoners zich weer niet te kwalificeren. Mocht dat ooit lukken, blijkt uit een rondgang, dan laten de Ambonezen het Nederlandse team niet zomaar vallen. ‘Koop ik gewoon twee vlaggen’, zegt Tahapari.
Nog voor het laatste fluitsignaal klinkt, loopt het grote plein al leeg. Opgetogen snellen de Ambonezen naar hun motoren voor de traditionele konvoi rakyat (volksoptocht). ‘Dat doen we altijd, of Nederland nu wint of verliest’, roept een glunderende student die nog maar net boven het geluid van zijn sportdemper uitkomt. Met brullende motoren en uitzinnig getoeter maken duizenden Ambonezen een overwinningsronde door hun stad. Samen op de scooter, gekleed in oranje, zittend op een autodak, zwaaiend met een grote Nederlandse vlag of half slapend in een rood-wit-blauw babypak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant