Home

Hoe de dranklobby de wetenschap gunstig probeert te stemmen: ‘Ik vind dat we in Nederland onvoorstelbaar naïef zijn’

Komende week presenteert de Gezondheidsraad een nieuw advies over alcoholgebruik. Op subtiele en niet zo subtiele manieren proberen drankproducenten het onderzoek naar de gezondheidseffecten van alcohol te beïnvloeden.

is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

Het is 2006 als kinderarts en hoogleraar Nico van der Lely een onverwachte ontmoeting heeft met een vertegenwoordiger van de Bond van Adverteerders. De man wil met hem praten.

Van der Lely heeft dan net zijn eerste ‘alcoholpoli’ opgericht. Op zijn afdeling belanden steeds meer comazuipende jongeren die huilen, braken, in hun broek plassen en alle controle kwijt zijn.

‘Hij zei dat ik zulk goed werk deed’, vertelt Van der Lely. ‘We praatten over mijn plan om ook van dat soort poli’s in de rest van het land te beginnen. Ik zei dat ik grote problemen had met VWS om subsidie te krijgen.’ Ineens komt de man met een voorstel. ‘Hij zei: joh, ik heb contact met een aantal bierbrouwers – als het ministerie niet wil helpen, dan willen wij wel voor je regelen dat je ook elders in het land kunt beginnen.’

Verbijsterd hoort de arts hem aan. ‘Ik zei: dat gaan we dus niet doen’, vertelt Van der Lely. ‘Ik dacht: ik sta nog liever in mijn onderbroek dan dat ik zoiets doe.’

Daarna gaan ze vriendelijk uit elkaar.

Maar het moment is hem altijd bijgebleven. ‘Zó gaat het dus, dacht ik toen. Dit is hoe de alcoholindustrie opereert. Geniepig. Via de achterdeur. Via wetenschappers of artsen die te maken hebben met een overheid die niet wil investeren in onderzoek of preventie.’

Uit de commissie gezet

In april dit jaar gebeurde er iets uitzonderlijks: de Gezondheidsraad zette de Amsterdamse hoogleraar Joline Beulens per direct uit de commissie Alcohol, een club van veertien experts die al twee jaar lang het nieuwe Nederlandse alcoholadvies voorbereidt. Aanleiding was onderzoek van Follow the Money (FTM), waaruit bleek dat Beulens niet transparant was geweest over haar banden met de alcoholindustrie.

De affaire was een blamage voor de Gezondheidsraad, die onafhankelijk zegt te opereren.

De Gezondheidsraad, die Beulens degradeerde tot adviseur, presenteert komende week zijn gezondheidsadvies over alcohol. Beulens had bij haar aanstelling opgebiecht dat ze tijdens haar promotie deels was betaald door de alcoholindustrie voor onderzoek naar de mogelijke voordelen van matig drinken voor hartziekten en diabetes – een jeugdzonde, zo vond ze achteraf. Ze stelde daarna alle banden met de industrie te hebben verbroken, maar volgens FTM bleef ze ermee samenwerken. Ook publiceerde ze meermaals samen met een omstreden Harvard-onderzoeker die de spil was in een geruchtmakende affaire rondom belangenverstrengeling.

Daarna roerden ook anderen zich. Zo trok het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) een publicatie van Beulens in, omdat ze haar belangen niet had gemeld én omdat het artikel ‘evident onjuiste feiten bevatte die mogelijk samenhingen met die belangen’. Volgens de hoofdredacteur stelde ze kleine onderzoeken groter voor dan ze in werkelijkheid waren. Het stuk eindigde bovendien met de aanbeveling: ‘A glass a day keeps the doctor away’. Medisch tijdschrift The Lancet overweegt ook een stuk van haar te verwijderen.

De ontwikkelingen roepen vragen op. Probeert de alcoholindustrie wetenschappers te beïnvloeden? En hoe doen ze dat?

‘In de media beschuldigden sommigen ons van een heksenjacht’, zegt hoofdredacteur en hoogleraar Marcel Olde Rikkert van het NTvG over de intrekking. ‘Maar ik zie dit als een signaal naar de beroepsgroep. Ik vind dat we in Nederland onvoorstelbaar naïef zijn op dit gebied. Wetenschappers denken vaak: ik blijf onafhankelijk, ik kan zaken prima van elkaar scheiden. Ten onrechte. We weten uit onderzoek dat zelfs kleine bedragen of gunsten invloed hebben.’

‘De industrie betaalt niet zomaar voor onderzoek’, zegt hij. ‘Het is effectief investeren – en daarna oogsten.’

Actief bemoeid met onderzoek

Het is wereldnieuws als The New York Times in 2018 een schandaal onthult rond een internationale alcoholstudie van 100 miljoen dollar van de National Institutes of Health, de belangrijkste organisatie voor medisch onderzoek in de VS. De onderzoekers willen achtduizend mensen volgen om te zien of matig drinken goed is voor het hart. Vijf drankproducenten, waaronder Heineken en Carlsberg, betalen mee.

Maar de krant toont aan dat de alcoholindustrie zich in het geheim actief bemoeide met de onderzoeksopzet. Hoofdonderzoeker Kenneth Mukamal van Harvard, die aanvankelijk beweerde dat hij ‘letterlijk geen enkel contact had met de alcoholindustrie’, communiceerde ‘vaak en intensief’ met leidinggevenden van grote drankproducenten.

Sterker nog: hij spiegelde hun positieve resultaten voor, zo blijkt uit documenten. ‘Een van de belangrijke uitkomsten zal zijn dat matig drinken veilig is’, staat er in een mail uit 2015 aan de industrie die Mukamal mede hielp opstellen. ‘Het is belangrijk definitief antwoord te geven op statements van de Wereldgezondheidsorganisatie dat ‘geen enkele hoeveelheid alcohol veilig is’’, aldus de mail.

Mukamal ontwierp de ‘MACH15 trial’ volgens de krant zo dat schadelijke effecten van alcohol, zoals het risico op borstkanker, waarschijnlijk onzichtbaar zouden blijven: de studie was relatief klein en kort, en proefpersonen met ernstig hartfalen of een verhoogde kans op borstkanker, leverziekten of dementie werden uitgesloten.

De onthullingen slaan in als een bom. Volgens de directeur van onderzoeksinstituut NIH, die het onderzoek stopzet, zijn er ‘zo veel grenzen’ overschreden dat ‘mensen oprecht geschokt’ zijn. Saillant is dat bij de beruchte studie ook Nederlanders betrokken zijn, zoals Beulens (Amsterdam UMC) en emeritus hoogleraar Rick Grobbee (UMC Utrecht).

Opmerkelijk: Beulens blijft ook na de onthullingen gewoon samen met Mukamal publiceren. De hoogleraar wil niet reageren op vragen van de Volkskrant. De Gezondheidsraad zegt dat ze dit schandaal kende, maar vindt dat Beulens dit zelf had moeten melden. Grobbee stelt dat zijn samenwerking in 2020 eindigde.

‘Technieken van tabaksindustrie’

‘Als wetenschapper’, zegt de Amsterdamse hoogleraar Reinout Wiers, gespecialiseerd in verslaving, ‘zou ik nooit rechtstreeks geld aannemen van Heineken of Philip Morris.’

Toch vroeg hij ooit twee keer een beurs aan bij de European Foundation for Alcohol Research (ERAB), een fonds gefinancierd door bierbrouwers. ‘We konden daar destijds relatief kleine bedragen krijgen’, zegt hij. ‘Het zat in een stichting met als doel onderzoek te doen naar biologische en gedragsmatige mechanismen om verslaving te voorkomen. Er zaten topwetenschappers in de jury. Ze verzekerden me dat ze onafhankelijk waren. Dus wat kon er op tegen zijn?’

‘Maar het punt is – achteraf bezien – dat zo tóch indirecte sturing plaatsvond’, zegt Wiers. ‘Want die juryleden waren allemaal experts in onderzoek gerelateerd aan het frame dat verslaving een individueel probleem is. Onderzoeken naar andere interventies, zoals hogere prijzen, waren natuurlijk niet populair bij de industrie.’

‘Ik zag het toen als extra mogelijkheid om onderzoeksgeld te krijgen in barre tijden. Nu zou ik daar voorzichtiger mee zijn.’

Het is een klassieke truc, zegt de Ierse hoogleraar Jim McCambridge, die al jaren onderzoek doet naar beïnvloeding door de alcoholindustrie. Hij ontdekte dat grote alcoholproducenten wereldwijd allerlei organisaties oprichtten die zich voordoen als clubs om alcoholschade te bestrijden, maar in werkelijkheid opereren als pr- en lobbyinstrumenten.

Via de financiering van onderzoek probeerden deze organisaties volgens hem de agenda van wetenschappers te sturen. ‘Die technieken zijn rechtstreeks gekopieerd van de tabaksindustrie’, zegt McCambridge. ‘Het doel was om het publiek en beleidsmakers ervan te overtuigen dat er een kleine groep onverantwoordelijke mensen is die te veel drinkt – alcoholisten – en dat zij het probleem vormen. Dáár moest onderzoek naar worden gedaan. En vooral niet naar de gevaren van hun product, de alcohol zelf.’

‘Daarin’, zegt hij, ‘zijn ze heel effectief geweest.’

De Tilburgse verslavingsexpert Rob Bovens zag met eigen ogen hoe de industrie dit narratief verspreidde. ‘Tijdens het opstellen van het preventieakkoord zat ik als wetenschapper maandenlang aan tafel met de alcoholindustrie’, zegt hij. ‘In de discussies bléven ze maar hameren op de term ‘problematisch alcoholgebruik’. Terwijl toen allang duidelijk was dat er geen veilige hoeveelheid alcohol bestaat. We hebben het toch ook niet over ‘problematisch roken’? Maar door er zo over te praten, plant je toch een zaadje.’

In Nederland richtte Heineken in de jaren tachtig samen met andere bier-, wijn- en sterke drankproducenten de Stichting Alcohol Research (SAR) op. De SAR, inmiddels niet meer actief, financierde vele studies naar alcohol en gezondheid bij universiteiten, en ook bij TNO.

‘De alcoholindustrie deed wat iedere industrie doet’, zegt emeritus hoogleraar en voedingswetenschapper Martijn Katan, ‘en dat is goede publiciteit zoeken voor hun product. Ze gingen op zoek naar bewijs voor de gezondheidsvoordelen van een of twee glazen alcohol voor het hart. Maar onderzoek naar alle narigheid die je van alcohol krijgt, zoals borstkanker, dat stimuleerden ze niet.’

Volgens Katan fungeerde de SAR als ‘kweekvijver’. ‘Daardoor zijn veel Nederlandse onderzoekers op het gebied van alcohol vooral expert in de gunstige effecten van drank’, schreef hij in NRC.

Deze fondsen richtten zich vaak op wetenschappers aan het begin van hun carrière, zegt McCambridge. ‘Voor jonge onderzoekers is geld ongelooflijk belangrijk. Ze kregen kleine beurzen, of reisgeld voor congressen. Doordat hun hoogleraren dat niet als probleem zagen – en soms zelf subsidies aanvroegen of hun promovendi bij de industrie introduceerden – werden deze geldstromen lange tijd als normaal gezien.’

Hij beschrijft een ‘sneeuwbaleffect’: jonge onderzoekers rollen na een subsidie steeds verder een netwerk in van wetenschappers die gunstig onderzoek voor de industrie doen. ‘Dat betekent overigens niet dat je hen kunt reduceren tot mensen die zich in laten huren’, zegt de hoogleraar. ‘Het is veel geraffineerder. Deze mensen geloven oprecht dat ze bezig zijn met nuttig werk. Dat maakt het ook zo slim. Een klein zetje kan al genoeg zijn om iemands overtuiging een bepaalde richting op te sturen. Dat zag je bij die Nederlandse hoogleraar.’ Volgens hem kan deze sturing nog tientallen jaren doorwerken. ‘Er zijn enkele generaties van mensen in dit systeem opgegroeid – die blijven nog lang beschikbaar.’

Hoogleraar Katan: ‘In die netwerken raak je betrokken bij mensen. Ze nodigen je uit om een hoofdstuk te schrijven voor een boek. Voor een etentje. Voor een congres op een warm eiland. Je zit met hen aan tafel. Je praat over je kinderen, zij over die van hen. En dan wordt het steeds moeilijker om in de wetenschappelijke literatuur te schrijven: ja, maar je krijgt er wel borstkanker van.’

Wetenschappers spreken elkaar zelden aan op zulke banden, zegt Katan. Zelf deed hij naar eigen zeggen weleens een voorzichtige poging. Dat leidde tot ‘onaangename gesprekken’. Die verliepen als volgt, vertelt hij: ‘‘Zeg Piet, is het wel een goed idee dat jij al dat onderzoek doet voor de bierindustrie, want we weten toch dat bier ongezond is?’ Daarop antwoordde Piet: ‘Je denkt toch niet dat ik vanwege dat geld íéts ga zeggen dat niet waar is? Hoe durf je mij hiervan te beschuldigen?”

Het is de reden, zegt hij, dat veel collega’s liever hun mond houden.

Er bestaan ook wetenschappers die zich wel degelijk laten ‘inhuren’, zegt McCambridge. ‘Vaak gebeurt dat rondom hun pensioen. Voor de industrie zijn deze mensen heel waardevol. Ze bieden hen grote sommen geld om onderzoek te doen, en leveren daar meteen de data voor aan. Het is niet moeilijk te begrijpen dat er een slag mensen is dat daar ja op zegt.’ Als een gerespecteerd wetenschapper eenmaal binnen is, zegt hij, geeft dat anderen het vertrouwen om ook samen te werken.

Omstreden J-curve

Opmerkelijk is de ontdekking van McCambridge in 2021 rond de omstreden ‘J-curve’. Volgens die curve zouden matige drinkers een lager risico lopen op hart- en vaatziekten dan geheelonthouders en zware drinkers: de grafiek waarin de risico’s worden afgezet tegen het aantal glazen alcohol, vertoont een ‘knik’ naar beneden en heeft de vorm van een J.

McCambridge ontdekte dat studies van auteurs met banden met de alcoholindustrie altijd uitkwamen op deze J-curve, terwijl onafhankelijke wetenschappers een gemengd beeld gaven. Een verklaring voor de ‘knik’ is overigens dat onder de niet-drinkers ook zwaar zieke mensen en ex-verslaafden zitten – de sick-quitter hypothese – terwijl matige drinkers relatief vaak hogeropgeleiden zijn met een gezonde leefstijl.

De alcoholindustrie hanteert volgens de experts ook nog wat ándere technieken die ze afkeek van de tabaksproducenten: twijfel zaaien. En aan stoelpoten zagen.

Zo laat de Amsterdamse universitair docent Luc Hagenaars in 2025 in zijn rapport over ‘framing’ zien hoe de industrie zich vóór de schermen verbindt aan mooie begrippen als traditie, innovatie, kwaliteit, smaak en gezelligheid.

Achter de schermen gaat het er heel anders aan toe. Daar valt de industrie kennisinstituten aan die kritisch zijn over alcohol, bewijst Hagenaars via onthullende documenten van de alcoholindustrie die via Woo-verzoeken naar buiten kwamen. ‘Trimbos (een onafhankelijk instituut op het gebied van drugs en alcohol, red.) heeft in de loop der tijd een andere rol aangenomen: van onafhankelijk raadgever naar partijdig lobbyist’, schrijft de branche bijvoorbeeld aan de overheid. Ook schilderen ze onderzoek van het RIVM af als onvolledig.

‘Dat was lelijk’, zegt Hagenaars. ‘De legitimiteit van betrouwbare organisaties in een kwaad daglicht stellen – dat is rechtstreeks uit het playbook.’

De tabaksindustrie werd aan banden gelegd nadat in de jaren negentig via rechtszaken interne documenten waren vrijgekomen waaruit bleek hoe verregaand hun beïnvloedingsstrategieën waren. ‘Toonaangevende bladen weigeren inmiddels publicaties van wetenschappers gelieerd aan de tabaksindustrie’, zegt Hagenaars. ‘Het British Medical Journal heeft dit expliciet in haar voorwaarden staan. Tabaksproducenten mogen ook niet meer aan tafel zitten met de overheid over nieuw beleid.’

Bij alcohol is hier nog geen sprake van, zegt hij.

Onder de radar gegaan

Sterker nog: alcoholproducenten pasten hun werkwijze aan doordat ze zagen wat er met de tabaksindustrie gebeurde, zegt McCambridge. ‘De afgelopen tien jaar zijn meerdere wetenschappelijke fondsen die onderzoek financierden, gestopt. De industrie is onder de radar gaan opereren. Ze komen niet meer weg met de manier waarop ze eerder handelden. Ze zijn minder transparant. We weten niet precies meer wat ze nu doen.’ Veel lobbyorganisaties publiceren nu eigen rapporten die gunstig zijn voor de industrie, zegt hij. ‘Ze zijn geschreven door wetenschappers – maar het is niet duidelijk wie. Hun namen blijven onbekend.’

‘De kwestie met de Nederlandse hoogleraar is het topje van een heel grote ijsberg’, voorspelt hij. ‘Al weet nog niemand hoe groot deze precies is.’

‘Met die rapporten proberen ze verwarring te zaaien’, zegt Wim van Dalen van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid Stap. ‘Als het ministerie een onderzoek uitzet, weten ze exact wanneer dat verschijnt. Vlak daarvoor komen ze dan met een ‘tegenrapport’.’

De alcoholindustrie investeert vanaf het begin in studenten, zegt hij. ‘Hun lobbyclubs praten jaarlijks met studentenverenigingen over ‘verantwoord’ alcoholgebruik – alsof dat echt bestaat. Die term is een contradictio in terminis. Het is onderdeel van een internationale strategie. Wij noemen dat corporate social responsibility: maatschappelijke verantwoordelijkheid tonen. De industrie doet álles om te voorkomen dat er meer regulering komt. Ze zijn als de dood dat er ooit een reclameverbod komt.’

In België zijn de relaties nog nauwer, zegt hij. ‘Daar hebben ze een hoogleraar bierbrouwen.’

Heinekenprijzen

De lobby van de alcoholindustrie is nog altijd heel sterk, zegt Hagenaars. Hij wijst op de Heinekenprijzen voor wetenschap à 250 duizend dollar. ‘Die prijzen kun je op allerlei manieren uitleggen’, zegt de universitair docent, ‘maar het gaat natuurlijk óók om de reputatie van het bedrijf. Als je voor de schermen werkt aan een positief imago en topwetenschappers aan de naam van je biermerk verbindt, dan heb je achter de schermen meer ruimte om gunstige regels voor de alcoholindustrie te bedingen. Ik vind dat raar, gezien de grote gezondheidsschade die alcohol veroorzaakt.’

‘Stel dat er een Philip Morris-wetenschapsprijs zou bestaan’, zegt hij. ‘Dat zou maatschappelijk gezien toch ondenkbaar zijn?’

De crème de la crème van de Nederlandse wetenschap verbindt zich niettemin graag aan de bierprijzen. In de adviesraad zitten voormalig minister en hoogleraar Robbert Dijkgraaf, voormalig KNAW-voorzitter en kankeronderzoeker Hans Clevers, en Nobelprijswinnaar Ben Feringa.

Het gaat om internationaal prestigieuze prijzen, verdedigen Dijkgraaf en Clevers zich. ‘Het geld komt van het familiefonds van Heineken’, zegt Dijkgraaf. ‘Dat is totaal gescheiden van de brouwerij. Ik vind het heel mooi dat de familie Heineken de wetenschap zo wil steunen.’ Clevers: ‘Voor zover ik kan nagaan maakt het bedrijf er geen misbruik van. Ik weet natuurlijk dat alcohol medische problemen veroorzaakt, maar wel veel minder dan roken. Tja, de Nobelprijs is ook opgericht door de uitvinder van het dynamiet.’ Feringa wil niet reageren.

Ook Heineken zelf zegt in antwoord op vragen dat de wetenschapsprijzen los staan van het bedrijf. Verder stelt de bierproducent dat zij ‘geen opdracht geeft tot of onderzoek financiert naar alcohol en gezondheid’. Heineken zegt actief lid te zijn van wereldwijde brancheorganisaties, IARD en WBA, maar stelt dat deze ‘evenmin onderzoek naar alcohol en gezondheid initiëren of financieren’. Op vragen over beïnvloeding van wetenschappers en hun onderzoeken geeft het bedrijf geen antwoord.

Vanuit het Amsterdam UMC vertelt maag-darm-leverarts Bart Takkenberg ondertussen hoe hij afgelopen week de zoveelste jonge dertiger binnenkreeg die zijn lever kapotdronk. Hij noemt de Heineken-wetenschapsprijzen ‘absurd’. ‘Als wetenschapper moet je altijd nagaan waar je je naam aan verbindt’, zegt hij. ‘Hoe mooi het ook klinkt, hoe goed het ook bedoeld is. De gelden van het Heinekenfonds komen deels van mensen die zijn overleden door hun product. Dat is gewoon niet uit te leggen.’

De Heinekenprijzen worden in het najaar van 2027 weer uitgereikt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next