De wetenschapsredactie beantwoordt vragen van lezers. Deze keer: waarom zijn kinderen van dezelfde ouders soms toch zo anders?
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Een lezer van deze rubriek stuurde een handgeschreven, anonieme brief met tussen de regels een paar interessante vragen over erfelijkheid, opvoeding, aanleg en omgeving.
De eerste alinea van de brief lijkt een uit het leven gegrepen kwestie: ‘Piet is geboren als eerste kind van zijn ouders, die toen 35 en 38 jaar waren. Zij waren toen al elf jaar getrouwd. Piet zei vaak dat hij graag tien jaar eerder was geboren en dat hij wenste dat zijn ouders eerder aan kinderen waren begonnen. Daarop zei Karel dat hij er dan helemaal niet geweest zou zijn, want tien jaar eerder zou er een ander mens geboren zijn. Piet kon zich dat moeilijk voorstellen: ‘Ik ben het eerste kind van mijn ouders en dat zou ik tien jaar eerder ook geweest zijn.’’
Dat laatste klopt: Piet zou nog steeds het eerste kind zijn. Maar wel geboren onder andere omstandigheden, uit een andere zaadcel en een andere eicel. Zonder twijfel een ander kind.
De briefschrijver benoemt nog een paar punten, die, bij elkaar opgeteld neerkomen op de volgende vraag: hoe kan het dat kinderen van dezelfde ouders soms toch zo verschillend zijn?
De vraag is een beetje reductionistisch, omdat kinderen (of liever: mensen) worden teruggebracht tot hun DNA en het gezin waarin ze opgroeien. Die blik is te beperkt, waarschuwt Marcel van Aken, emeritus hoogleraar ontwikkelingspsychologie in Utrecht.
Allereerst hebben kinderen van dezelfde ouders maar voor de helft hetzelfde DNA. Anders gezegd: de helft van het erfelijk materiaal verschilt, en dat betekent dat aangeboren eigenschappen voor een deel ook verschillen. Die variatie wordt groter naarmate het temperament van de ouders verder uit elkaar ligt.
In de tweede plaatst is de gezinssituatie voor opeenvolgende kinderen alleen in theorie gelijk. Tussen eerste en tweede kind verschilt per definitie de gezinssamenstelling. Ouders reageren, ook onbedoeld en ongemerkt, anders op het tweede, derde, enzovoorts kind.
Tijd speelt daarbij ook een rol. Gezinnen kunnen verhuizen, de financiële situatie verandert, of er zijn echtscheidingen, ziekte of verlies. De manier waarop kinderen dat ervaren en de invloed die gebeurtenissen vervolgens hebben op hun ontwikkeling, is mede afhankelijk van leeftijd. Een kind van 15 ziet het gezin anders dan een broertje of zusje van 12, die het weer anders ziet dan het nakomertje van 7.
En dan is er nog een wereld buiten het gezin. Kinderen gaan naar school en voetbal en ze hebben vrienden. Wie zich bijvoorbeeld op de basisschool acht jaar lang staande moet houden in een moeilijke klas, ontwikkelt andere sociale strategieën en misschien ook wel een ander zelfbeeld dan een broer of zus in een plezierige schoolomgeving.
Tot slot benadrukt Van Aken nog dat mensen zich onder invloed van omgeving en persoonlijke gebeurtenissen ook blijven ontwikkelen ná hun kindertijd. Om het extra interessant te maken: de manier waarop dat gebeurt, wordt mede bepaald door eerder verworven karaktertrekken.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant