Home

Dit Nederlands elftal kan ‘ongelofelijk gevaarlijk’ zijn – maar in fases net zo makkelijk ver terugvallen

Nederland-Zweden Zelden toonde Oranje de afgelopen jaren de energie, drive en directheid die het tegen Zweden liet zien. Maar het duel onderstreepte ook dat de wisselvalligheid diep zit.

Brian Brobbey (rechts) met Denzel Dumfries na zijn tweede goal tegen Zweden (de 2-0).

Het was een herinnering aan wat het Nederlands elftal in goede vorm kan uitrichten op een WK – een podium waar het na 2014 in Brazilië zo schraal is geweest. Met de 5-1 overwinning op Zweden, in een voortreffelijk vermakelijk duel zaterdag in Houston, presenteerde Oranje zich overtuigend. Met veel power, inzicht, snelheid en techniek – de belangrijkste aspecten van het moderne topvoetbal – werd Zweden in fases kapot gespeeld.

Het optreden geeft de zo moeizame, kleurloze tweede termijn van Ronald Koeman als bondscoach – sinds begin 2023 – op de valreep elan. Het is zonder meer een duel om op door te bouwen, dit toernooi en op langere termijn. Want als zaterdag iets bewees, is dat de potentie groot is, dat de ploeg veel wapens heeft.

„Je kunt het vergelijken met een te korte deken. Als je koude schouders hebt, trek je ‘m omhoog”, zei Graham Potter, de bondscoach van Zweden. „Maar dan worden je voeten weer koud.” Hij wilde maar zeggen: het Nederlands elftal is „overal sterk”. Steeds doemden er nieuwe problemen op voor Zweden. Potter wilde enkele Nederlandse spelers uitlichten – „De Jong, Reijnders, Gravenberch, Van Dijk” – om vervolgens vrijwel het hele basisteam te noemen.

‘Total football’

„This is total football”, riep co-commentator en oud-profvoetballer Owen Hargreaves op de Amerikaanse tv na de 1-0 van spits Brian Brobbey. Met name qua opbouw was het een formidabele goal. De lange trap van doelman Bart Verbruggen, het controleren door Brobbey, zijn gevoelige tikje buitenkant voet op Tijjani Reijnders, de rush van Cody Gakpo op de linkerflank, zijn feilloze lage voorzet die Brobbey enkel binnen hoefde te tikken. „Binnen no time stonden we met vier, vijf man voor het doel”, zei Koeman. „Geweldige goal.”

Zelden toonde Oranje de afgelopen jaren deze energie, drive en directheid. Alleen de Nations League-kwartfinale tegen Spanje in het voorjaar van 2025 was van dit kaliber. In Houston was een licht verbaasde blik te zien van FIFA-baas Gianni Infantino bij de dansende Willem-Alexander naast hem op de tribune na de 4-0 van Gakpo, wanneer de koning de etiquette van de eretribune even laat voor wat die is. Het mocht even, na een voorbereiding vol twijfels en sluimerend chagrijn.    

De ontdekking van Koeman – een van weinige vondsten in zijn tweede periode – is zonder meer aanvaller Crysencio Summerville van West Ham United. Geen interland gespeeld tot de WK-campagne, en meteen krijgt hij een bijna grenzeloos vertrouwen van de bondscoach. In de basis in het eerste duel tegen Japan (2-2), meteen een goal. Tegen Zweden ijzersterk als invaller, met een assist en een doelpunt. En wat in jargon een ‘voorassist’ heet. Pas bij de derde of vierde herhaling zie je de technische klasse in zijn pirouette bij zijn passeeractie in aanloop naar de 3-0 van Gakpo. „Een genot om te zien”, zei Koeman, over Summerville.

Brobbey maakt potentie waar

Brobbey is al jaren de meest beloftevolle spits van Nederland. Maar succesvol is zijn tijd onder Koeman niet te noemen. De nadruk lag vaak op wat hij niet kon, dat hij niet fit was, dat Memphis Depay de eerste keus was. Maar op een vroege zaterdagmiddag in een bloedheet Houston gebeurde het opeens, de potentie die waargemaakt werd. Als sterk aanspeelpunt wint hij duels van de Zweedse mandekker Isak Hien. Twee keer scoren binnen zeventien minuten. Bij de tweede goal is zijn positionering uitgekiend, Brobbey sluipt uit de rug van Hien en glijdt met de punt van zijn rechtervoet de bal binnen.    

De offensief ingestelde spelers leken zich op te trekken aan Brobbey, als kapstok van de aanvalsopbouw. Met name middenvelders Reijnders en Ryan Gravenberch profiteerden hiervan, door de balvastheid en duelkracht van Brobbey kregen zij meer tijd en ruimte voor hun dynamische diepteloopjes. „Zweden kon simpelweg geen weerstand bieden tegen de power” van Brobbey, schrijft Michael Cox, auteur van Zonal Marking en tactisch expert voor The Athletic, de sporttak van The New York Times.  

Het leek soms een belegering, zo agressief als Oranje naar voren vloog bij uitbraken. Het heerste op de flanken. Dumfries was vanaf de rechterzijde de motor zoals hij die de afgelopen jaren zo vaak was bij Oranje, na een vormdipje in de WK-voorbereiding. Met twee strakke, lage voorzetten die tot goals leidden was hij bepalend.

Maar het duel onderstreepte ook dat de wisselvalligheid diep zit bij Oranje. Dit was „tactisch de meest interessante wedstrijd van het WK tot nu toe”, schrijft Cox. Door de verplichte waterpauzes dit WK is voetbal een sport van vier kwarten geworden, en de Zweedse bondscoach Potter maakte daar optimaal gebruik van. Na de snelle achterstand paste hij zijn formatie aan, Zweden ging met vier in plaats van drie verdedigers opbouwen. En Potter versterkte het middenveld door spits Alexander Isak meer vanaf de linkerflank te laten komen.

Oranje raakt grip kwijt

Het spelbeeld kantelde volledig. Waar Oranje vóór de eerste break leidde in het aantal schoten op doel met vier tegen één, was het acht tegen één in het voordeel van Zweden in de periode na de drinkpauze tot aan rust, schrijft Cox. In die fase raakte Oranje de grip kwijt en oogde bijzonder kwetsbaar. Na opnieuw een grote kans voor Zweden, kort voor rust, ontstond er een felle discussie tussen Dumfries, Frenkie de Jong en Gravenberch, ogenschijnlijk over wie welke tegenstander moet oppakken.

„Dan zie je dat wij [in het veld] niet snel herkennen wat zij anders doen”, zei Koeman. Hij zegt dat ze vaker „momenten” hebben in een wedstrijd hebben dat ze „terugvallen”. „Dat we meer achteruitlopen in plaats van doordekken achterin. Dat je het klein maakt verdedigend, dat kan compacter.” Hij noemt linksback Micky van de Ven, die in de tweede helft problemen heeft met de snelheid van invaller Anthony Elanga aan de rechterkant. Daaruit ontstaat ook de tegengoal.

Maar, had Koeman kort daarvoor gezegd: „Voor de rest heb ik wel genoten van mijn team”. Hoe de doelpunten van Oranje tot stand kwamen zal volgens hem voor „angst” zorgen bij tegenstanders. „In de omschakeling, met veel snelheid en veel kwaliteit, kunnen we ongelofelijk gevaarlijk zijn.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next