Home

Laat je huisbaas maar eens werken voor zijn geld

Het is bijna 1 juli. Naast dat het jaar dan doormidden is en we stilstaan bij de afschaffing van de slavernij met Ketikoti, is het voor verhuurders óók een nationale feestdag: de jaarlijkse huurverhoging gaat dan in.

Als het goed is – of minder goed is, net hoe je het bekijkt – heb je als tot huurder gemaakte in dat geval vóór 1 mei een bericht van je huisbaas ontvangen met daarin een voorstel tot huurverhoging. In de praktijk betreft dat meestal een mededeling. In het geval je in de sociale sector huurt kun je die als niet-ontvankelijk beschouwen.

Huur je in de a-sociale, pardon ‘vrije’ sector, dan gelden er mogelijk andere regels en ben je minder beschermd tegen de grijpgrage handjes van je verhuurder. Check vooral wat voor jou van toepassing is. In mijn geval betrof het, net als vorig jaar, een mededeling die ik naast mij neer kon leggen. Dank voor de moeite! Doen we wederom niets mee.

Over de auteur

Mischa Daanen is redacteur. In de maand juni is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Een kleine vijf jaar terug tekende ik het huurcontract voor mijn huidige woning. Een nederig onderkomen in een gedeeld appartement in Amsterdam. Onderhuur, inschrijven op adres niet mogelijk, tijdelijk contract. Geen gemekker, geen gemaar. Uiteraard ging ik blindelings akkoord: ik moest toch wat hebben, daar ik niet veel later met mijn nieuwe eerste baan zou starten in diezelfde stad, om vervolgens maandelijks een aanzienlijk deel van mijn startersloon direct door te sluizen naar mijn landheer.

Op 1 juli 2024 werd de Wet betaalbare huur van kracht. Nadat daar in het nieuws veelvuldig aandacht aan werd besteed, besloot ik om mijn huurcontract – dat ik tweeënhalf jaar ervoor enigszins achteloos had doorgenomen en ondertekend – er toch nog eens kritisch op na te slaan. In eerste instantie niet uit achterdocht, maar vooral uit nieuwsgierigheid: zou de nieuwe wetgeving nog gevolgen hebben voor mijn overeenkomst met de verhuurder?

Dat bleek het geval te zijn. Het contract was totaal onsamenhangend en amateuristisch opgesteld en leek regelrecht van het internet geplukt, getuige de clausule over gebruik en onderhoud van de tuin. Terwijl ik op drie hoog woon…

Ik waagde het erop, besloot de strijd aan te gaan en liet mij bijstaan door de bijzonder behulpzame medewerkers van de lokale huurdersvereniging Stichting !Woon, gerund door een stel rooie rakkers zoals je ze nog zelden ziet. Types die nog haast geld zouden bijleggen om malafide verhuurders een poot uit te trekken – bij wijzen van spreken dan. Goed volk.

In november dat jaar begon ik drie zaken tegen mijn verhuurder. In april volgde de uitspraak. De huurcommissie stelde mij in alle zaken in het gelijk, sommeerde mijn verhuurder om de huur fors te verlagen, met terugwerkende kracht de te veel betaalde huur aan mij terug te betalen en achterstallige servicekosten met mij af te rekenen – in mijn voordeel.

Dat ik juridische stappen had ondernomen werd mij niet in dank afgenomen door mijn verhuurder. Ik had ook niet anders verwacht.

Waar mijn huisbaas voorheen de voorkeur gaf aan communicatie uitsluitend per e-mail en bankoverschrijving – voornamelijk dat laatste – stelde hij plots voor om tóch eens nader kennis te maken met elkaar. ij zou wel even langskomen, om met elkaar om tafel te gaan, ergens een kop koffie te drinken samen. Hij trakteerde.

Nieuwsgierig naar de verschijning van de reddende engel mij volslagen belangeloos onder zijn vleugels had genomen voor het schamele bedrag van grofweg een half maandsalaris, kon ik het niet laten om het retouradres achterop de brief eens op te zoeken. Je raakt toch benieuwd voor wie je nu maandelijks 0,5 fte werkt, niet waar?

Google Street View bood weinig soelaas: een beschuttende heg ontneemt mij het zicht op het optrekje van de beste man. Op basis van satellietbeelden weet ik mij echter een redelijk beeld te vormen: ergens in de oostelijke provincies, landelijk gelegen, diep verscholen in een bos. Geheel toevallig niet erg ver van mijn ouderlijk huis vandaan, hoewel wat rianter, wat vrijstaander, en met wat meer auto’s op de oprit. Waar ik opgroeide moesten we het helaas stellen zonder oprijlaan voor onze tweedehands Opel Astra, en vochten we dagelijks om een parkeerplek met de drie huizen naast ons. Een jeugdtrauma waar ik nog steeds liever niet over praat.

Ik vraag een woningrapport op bij het Kadaster. Een woning van 319 vierkante meter op een perceel van 2,5 hectare, met bijhuis. Niet mis. Ik beeld mij in hoe mijn verhuurder op een druilerige zaterdagmorgen in zijn Porsche stapt om vanuit de provincie twee uur richting Amsterdam te rijden, om daar een huurder die hem drie tientjes per maand op huurinkomsten heeft gekort eens streng toe te spreken. Aan benzine ben je dan al meer kwijt.

Ik glimlach. Ik ben dan wel niet rijk, bezit geen grond, huis of Porsche, maar ik heb wel fatsoen – en betere dingen te doen.

Hoewel ik voorzien in primaire levensbehoeftes van je medeburgers een buitengewoon nobele onderneming vind, bedank ik vriendelijk voor de uitnodiging. Indien noodzakelijk kan hij mij per aangetekende brief bereiken. Hij weet immers waar ik woon.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next