Zijn samenvattingen van tientallen reisverslagen brengen de pelgrims (en de ellende) van weleer overtuigend tot leven.
is recensent non-fictie voor de Volkskrant.
Toen de bedrieglijke, wentelende hemel
Mijn hart doorsneed en mijn vriend, de adem van mijn leven,
Wegsleurde, werd rustgevende slaap aan mijn bed ontzegd,
En reizen was de enige remedie die in me opkwam
Aldus de anonieme vrouwelijke auteur van een Perzisch gedicht; ze besloot te vertrekken voor de hadj, de in de islam aanbevolen pelgrimage naar Mekka. Maar haar familie zag dat niet zitten en ze vertrok stiekem.
Niemand van mijn familie stond aan mijn kant
Toen ik de trouweloosheid van mijn familie zag,
Verliet ik Isfahan gezwind als de wind.
Het gedicht dateert van rond 1700 en is het vroegst bekende vrouwelijke verslag van de hadj. Verslagen van de hadj waren toen al een erkend literair genre, dat bestond uit een mengeling van religieuze overpeinzingen en nuttige tips (wat je moest meenemen, waar je wat kon kopen, welke mensen je moest ontwijken, et cetera) en verder veel anekdotes, met als onvermijdelijk hoogtepunt de aankomst bij de Kaäba, dat mysterieuze bouwsel in het hart van Mekka.
Persoonlijke ontboezemingen zoals in het Perzische gedicht zijn zeldzaam, zeker wanneer ze afkomstig zijn van een vrouw. Maar, zo laat Richard van Leeuwen zien, dat maakt die verslagen niet minder waardevol.
De hadj was levensgevaarlijk. Eenmaal op weg, voornamelijk door woestijngebied, kregen pelgrims te maken met honger en dorst, extreme hitte en kou, en, op het Arabisch schiereiland, overvallen door bedoeïenen. Wie per schip reisde, wat in de loop van de 19de eeuw populair werd, had het nauwelijks beter.
De steden langs de routes, zoals Djedda, Medina en Mekka, waren overvol, smerig en chaotisch. Alles was duur, water was schaars en zakenrollers en ziektes lagen constant op de loer.
Maar, zo lezen we ook steeds weer, alle ellende was in één klap vergeten op dat ene moment: die eerste blik op de Kaäba, het Huis van God, omringd door een rondwervelende massa in het wit geklede, biddende, in religieuze extase verkerende gelovigen. Een onvergetelijke aanblik. De huidige hadj-gangers zullen dat beamen.
Door de hadj groeide de Hidjaz, de streek waar de heilige steden zich bevinden, uit tot een ontmoetingsplaats van moslims uit alle windstreken. Op de markten kon je waren kopen uit alle delen van de wereld. Geleerden bleven er hangen, wetende dat andere geleerden zouden langskomen. En in de 19de eeuw werd de Hidjaz een ontmoetingsplaats voor revolutionairen die de islam wilden hervormen en de islamitische wereld verenigen, om zo een vuist te kunnen maken tegen het westerse imperialisme.
Na de Eerste Wereldoorlog en de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk werd de Hidjaz veroverd door de clan van de Saoeds, afkomstig uit Centraal-Arabië. Deze nieuwe heersers waren streng in de leer; Mekka en Medina verloren hun kosmopolitische karakter. Maar rustig werd het er niet. Om aan de macht te kunnen blijven, namen de Saoeds allerlei westerse technologieën over. En stiekem haalden ze Amerikanen binnen in hun zogenaamd zuivere islamitische koninkrijk, om olie uit de grond te halen.
Het gedrag van de zelfbenoemde ‘beheerders van de heilige plaatsen’ was en is velen een doorn in het oog. Nog in 1979 deden leden van een fundamentalistische sekte een gewelddadige poging om de Kaäba in handen te krijgen en de Saoeds ten val te brengen. Pas na twee weken slaagden (in het geheim ingevlogen) Franse commando’s erin de Grote Moskee te heroveren.
Sindsdien hebben architecten en planologen Mekka grondig onder handen genomen. Het eindresultaat is een unieke stad, volledig ingericht op het zo efficiënt mogelijk ‘verwerken’ van vijftien miljoen pelgrims die de stad jaarlijks bezoeken. (Dat is zo’n dertig keer het aantal dat jaarlijks Rome aandoet.) De Kaäba en de Grote Moskee worden tegenwoordig omringd door immense wolkenkrabbers die rijke pelgrims fraai en comfortabel uitzicht bieden op het heiligdom en de massa der gelovigen daarbeneden.
Het is jammer dat Van Leeuwen aan het slot van zijn Naar Mekka geen aandacht besteedt aan deze recente ontwikkelingen. Maar dat doet niets af aan zijn prestatie: Van Leeuwens gevoel voor nuance, zijn diepgang en liefde voor het onderwerp maken Naar Mekka een zeldzaam goed boek. Petje af voor de uitgever die dit levenswerk durfde uit te geven.
Van Leeuwens samenvattingen van tientallen reisverslagen brengen de pelgrims (en de ellende) van weleer tot leven. En en passant ontdekken we hoe de islam in al die eeuwen langzaam naar zeker grondig veranderde. We lezen hoe de zelfverzekerde arrogantie van de eerste eeuwen na 1800 omsloeg in twijfel. We voelen het verlangen naar islamitische eenheid. En ontelbare malen klinkt de oproep aan Allah om zijn gelovigen kracht te geven.
In het dagelijks leven, of straks tijdens de terugreis, maar ook: in de strijd tegen het arrogante Westen. Mekka was daarvoor de uitgelezen plek. En is dat nog steeds. Alles draait om de Kaäba.
Richard van Leeuwen: Naar Mekka. Van Oorschot; 543 pagina’s; € 39,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant