Home

Opinie: Waarom het Iraanse voetbalelftal zowel verbindt als verscheurt

Nu het Iraanse elftal op het WK onder een vergrootglas ligt, vraagt Sara Khosdelazad zich af of voetbal nog kan verbinden als een regime zelfs een ploeg probeert te gebruiken als decor van loyaliteit.

Voor veel landen is een WK een zeldzaam moment waarop verdeeldheid even mag oplossen in voetbal. Voor Iraniërs is het omgekeerde waar: elke pass, elk gezongen volkslied, elke vlag en elke camera kan een loyaliteitstest worden. Waar anderen een elftal zien, ziet de Iraanse diaspora ook een regime dat probeert mee te spelen.

Het Iraanse elftal speelt dit WK dinsdagnacht niet alleen tegen Nieuw-Zeeland en daarna nog groepswedstrijden tegen België en Egypte. De ploeg speelt onder een staat die elk beeld wil controleren. Iran dreigt wedstrijden stil te leggen als er in het stadion protesten klinken tegen de Islamitische Republiek. Volgens de Iraanse voetbalbond zijn tickets van supporters vlak voor het toernooi ingetrokken en moet het team de Verenigde Staten op dezelfde dag na wedstrijden verlaten.

Daarmee wordt het stadion geen neutrale plek, maar een verlengstuk van de strijd om beeldvorming. Wie mag er juichen? Wie mag er protesteren? Welke vlag verschijnt in beeld? Welke leus wordt weggefilterd? Zelfs de tribune wordt politiek terrein.

Over de auteur

Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot gz-psycholoog, postdoctoraal onderzoeker en activiste. In de maand april was zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Dit is een ingezonden bijdrage die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Diaspora

Veel Iraniërs herinneren zich nog de beelden van het vorige WK, in 2022, toen spelers bogen voor toenmalig president Ebrahim Raisi: niet zomaar een staatshoofd,
maar een man wiens naam voor velen verbonden is met executies, repressie en de bloedige onderdrukking van protesten. Nu, bij het vertrek naar Mexico, zagen we opnieuw beelden die bleven haken: spelers die de Koran kusten voor de camera. Voor buitenstaanders misschien een ritueel. Voor veel Iraniërs een politieke scène.

Wie familie verloor, vluchtte, zweeg uit angst of vanuit het buitenland machteloos toekeek hoe demonstranten werden opgepakt, kan zo’n elftal niet meer onbevangen zien. Dan is ‘Team Melli’ (de Perzische bijnaam van het Iraanse nationale voetbalelftal) niet alleen een team, maar een projectiescherm: voor het regime een bewijs van nationale eenheid, voor de diaspora een herinnering aan alles wat onder die eenheid wordt weggedrukt.

In de diaspora leidt dat tot discussies. Sommigen vinden dat het elftal zich zou moeten terugtrekken, juist omdat het regime elke wedstrijd kan gebruiken als bewijs van nationale normaliteit. Anderen blijven hopen dat ‘Team Melli’ niet volledig samenvalt met de Islamitische Republiek, dat je nog van spelers kunt houden zonder het regime te vergeven. Beide posities komen voort uit dezelfde wond: de angst dat zelfs voetbal, ooit een gedeelde taal, is afgepakt.

Morele moed

Wie buiten Iran leeft, kan makkelijker zeggen: weiger, protesteer, trek je terug. De speler die dat daadwerkelijk doet, heeft misschien ouders, broers, zussen, een carrière, een paspoort en een toekomst die allemaal binnen bereik liggen van dezelfde staat waartegen hij zich zou moeten uitspreken. Morele moed is bewonderenswaardig. Maar we moeten voorzichtig zijn met moed eisen van mensen die de represailles dragen die wij ons alleen kunnen verbeelden.

Dat betekent niet dat spelers geen verantwoordelijkheid hebben. Wie actief meeloopt in de staatschoreografie, wie lacht met machthebbers, wie demonstranten verraadt of propaganda helpt oppoetsen, mag daarop worden aangesproken. Maar tussen held en verrader ligt een groot, angstig gebied. Juist autoritaire regimes leven ervan dat wij elkaar daarin kwijtraken.

Diepe breuk

Misschien is dat de tragedie van Team Melli: het Iraanse elftal dat ooit miljoenen Iraniërs even hetzelfde liet voelen, laat nu vooral zien hoe diep de breuk is. Niet omdat voetbal tekortschiet, maar omdat zelfs vreugde kan worden geconfisqueerd.

Voetbal kan verbinden. Maar niet door te doen alsof politiek buiten het stadion blijft wanneer een regime de tribunes, vlaggen, spelers en stilte al heeft bezet. Verbinding begint hier niet met juichen. Zij begint met eerlijk benoemen wat er op het veld meespeelt.

En misschien ook met deze ongemakkelijke erkenning: je hoeft het Iraanse elftal niet te haten om pijn te voelen bij wat het vertegenwoordigt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next