De komst van het Iraanse voetbalelftal naar Los Angeles maakt complexe emoties los bij de Iraans-Amerikaanse inwoners. Steunen zij de nationale ploeg bij het WK voetbal? Of is dat verraad aan de vrijheidsstrijd in Iran?
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
Huilend staat Bahar Hadjikhani (27) voor het Los Angeles Stadium. Ze heeft een lange stok in haar hand waaraan zowel de Iraanse, Israëlische als de Amerikaanse vlag wappert. De studente vertelt hoe trots ze is op de honderden Iraans-Amerikanen die hier protesteren tegen de komst van het Iraanse voetbalelftal.
‘Mijn vrienden in Iran zouden hun leven kunnen verliezen voor wat wij hier aan het doen zijn’, zegt ze, terwijl haar ogen gevuld zijn met tranen. ‘Zij worden geslagen en gedood als ze protesteren. Hier staan is het minste wat wij kunnen doen.’
Voor haar, achter haar, naast haar: overal lopen Iraanse Amerikanen met de Iraanse vlag met het symbool van de leeuw en de zon. Die is van vóór de Islamitische Revolutie, toen de sjah aan de macht was. De vlag van het huidige islamitische bewind ligt gespreid over de grond. Daar stampen ze op.
De komst van het Iraanse team naar het WK maakt complexe emoties los in Los Angeles. In deze metropool, die onder Iraniërs de bijnaam Tehrangeles heeft, wonen de meeste Iraniërs buiten Iran: zo’n kwart miljoen mensen. Hun familie kwam hier ooit voor studie, of streek neer op de vlucht voor het regime.
Hun nieuwe thuisland begon een oorlog met het land van hun voorvaderen, maar het voetbal gaat door. Zondag speelt Iran opnieuw in Los Angeles, tegen België. Steunen de Iraanse Amerikanen het Iraanse team? Of is hun komst op zichzelf al verraad?
‘Wie nu klapt voor dit team klapt voor een regime dat duizenden doden op zijn geweten heeft’, zegt Hadjikhani. Drie jaar geleden verruilde zij Iran voor Californië, waar ze met haar neus in de boter viel. In Los Angeles trof ze een eensgezinde gemeenschap van Iraniërs die het islamitische bewind spuugzat zijn.
Ze blijft staan tot de wedstrijd van zondag, en langer als Iran wint. ‘President Trump, finish the job’, schreeuwt ze in de brandende Californische zon. Zoals meer Iraanse Amerikanen op het protest is ze de laatste weken meer gaan houden van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die volgens haar ‘wel echt wil dat het regime valt’.
Tehrangeles ontstond in de jaren zestig, toen duizenden vluchtelingen, studenten en zakenlui zich in Los Angeles vestigden en Perzische restaurants en supermarkten openden.
Na de Islamitische Revolutie van 1979 vonden meer aanhangers van de verbannen sjah, de zogenoemde monarchisten, samen met Iraanse Joden, moslims en politieke vluchtelingen hun weg naar Los Angeles, met name de wijk Westwood. Daar kreeg een plein zelfs een officieel straatbord met de naam ‘Persian Square’.
De inwoners van de wijk zijn hoogopgeleid en staan erom bekend dat ze bij de vleet plastisch-chirurgische ingrepen ondergaan en rondzoeven in dure auto’s. De gemeenschap is in de loop van de jaren alleen maar gegroeid, met artsenpraktijken, makelaardijen en advocatenkantoren die in het Perzisch adverteren. Velen blijven zich verbonden voelen met Iran, het land dat ze tot de huidige oorlog konden bezoeken.
Dat kilometers verderop van dit plein het Iraanse voetbalelftal speelt, had een aantal WK’s geleden voor blijdschap gezorgd, maar dit zijn andere tijden.
Niet eerder is het WK gehouden in een land dat in oorlog is met een deelnemend land. Tot vlak voor de eerste wedstrijd, afgelopen maandag, was het onduidelijk of het Iraanse team een visum zou krijgen. Een aantal Iraanse voetbalfunctionarissen werd zelfs geweigerd. De Fifa trok de tickets in voor de fans van het Iraanse team, terwijl alle deelnemende landen recht hebben op toegangsbewijzen. Vervolgens verplaatste Iran zijn trainingsbasis van Arizona naar Mexico.
‘We spelen voor elke Iraniër, of die nu in de diaspora woont of in Iran zelf’, zei aanvoerder Mehdi Taremi vorig weekend tijdens een persconferentie. ‘We zijn hier om het Iraanse volk vreugde te brengen. We mengen ons niet in de politiek. We zijn hier om te voetballen.’
Maar voetbal is voor de Iraanse gemeenschap in Los Angeles op dit moment niet te onderscheiden van politiek.
In Los Angeles is alleen het kijken van de wedstrijden van Iran al onderwerp van controverse. Als Iran maandagavond tegen Nieuw-Zeeland speelt, vinden de meeste watch parties plaats achter gesloten deuren. Veel zaken durven geen journalisten binnen te laten ‘omdat de wedstrijd tot ruzies leidt’, vertelt een manager in een waterpijplounge.
Een Perzisch restaurant verderop sluit de deuren zelfs uit vrees dat ‘de emoties te hoog oplopen’, zeggen ze. ‘De Iran-deal zorgt voor verdeeldheid binnen de diaspora.’
‘Maar ik boycot de wedstrijden van Iran niet’, zegt Bahman Bennett, die de eerste wedstrijd op de voet volgt. Hij vertelt hoe hij vroeger, voor de revolutie, de WK-wedstrijden bijwoonde in een groot stadion in Teheran. Nu, voor de tv, ervaart hij dezelfde trots. ‘De spelers van het Iraanse elftal voelen als mijn eigen kinderen. Zij zijn getalenteerde voetballers die er niets aan kunnen doen dat de regering zo verschrikkelijk is.’
Op Westwood Boulevard runt Bennett al vele jaren de galerie Gallery Eshgh: het woord voor liefde in het Perzisch. Zijn hele zaak hangt vol met kunstwerken ‘die onze cultuur in leven moeten houden voor de volgende generaties’.
Net zoals de demonstranten voor het stadion, en de meeste Iraniërs in Los Angeles, is hij een aanhanger van president Trump. Hij ziet de president als enige leider die het Iraanse regime echt wil verslaan.
Op woensdag tekende Trump een principeakkoord met Iran, waarbij de Amerikanen er bekaaid van afkomen. Ze hebben afgesproken dat alle conflicten in de regio worden beëindigd, dat de Straat van Hormuz wordt geopend, dat de VS de sancties opheffen en een miljardenfonds opzetten voor de wederopbouw van Iran. Ook zal Iran, aldus de overeenkomst, beloven nooit kernwapens te ontwikkelen. De komende zestig dagen worden deze plannen verder uitgewerkt.
Toen eind februari de eerste bommen op Iran vielen, fantaseerden velen in de diaspora van een vrij Iran. Zeker toen Trump de woorden ‘regime change’ liet vallen. Maar terwijl het einde van de oorlog in zicht is, staat het islamitische bewind fier overeind. Bovendien komt er nu eenzelfde soort deal als oud-president Barack Obama in 2015 met Iran sloot, maar waar Trump in zijn eerste termijn met veel lawaai uitstapte.
Desondanks houden Iraanse aanhangers van Trump hoop. Ze denken dat de Iraanse regering zich toch niet aan de deal zal houden en de oorlog een vervolg krijgt. ‘De val van het regime heb je niet een, twee, drie geregeld’, zegt Bennett.
‘Een deel van de diaspora is de afgelopen jaren heel duidelijk naar rechts opgeschoven’, zegt antropoloog Amy Malek, docent aan de universiteit William & Mary, die al jarenlang onderzoek doet naar de Iraanse Amerikanen. ‘Deze groep slaat aan op de stevige taal die president Trump uitspreekt tegen het Iraanse regime. De val van het regime is voor hen een politieke prioriteit.’
Veel Iraniërs in Los Angeles dachten ooit te zullen terugkeren, na het vertrek van het islamitische bewind. Intussen is het land steeds onveiliger geworden voor Iraniërs, het leven onleefbaarder.
Veel winkels en restaurants in Westwood hangen vol met foto’s van Reza Pahlavi, de zoon van de verbannen sjah, die ze hier al ‘hun koning’ noemen. Hij sloot allianties met Netanyahu en de Maga-beweging van Trump. Zijn aanhangers gaan naar demonstraties, vallen critici aan op sociale media en zoeken de schijnwerpers op.
‘Het kan hierdoor lijken alsof de hele Iraanse gemeenschap in Los Angeles heel conservatief is, maar dat is een misvatting’, zegt Malek. ‘Iraniërs die anti-Trump en anti-oorlog zijn, kom je bijna niet tegen omdat zij delen van Los Angeles vermijden uit angst voor confrontaties.’
Nu de oorlog op zijn einde lijkt te komen en het regime niet is gevallen, kan de sfeer omslaan. Malek: ‘Ik ben benieuwd of de steun voor Trump afneemt als de deal is ingegaan.’
‘Is hier een watch party?’, roept Sohaila Rahimi, een schrijver die haar grijze auto stilzet naast een Perzisch restaurant. Het antwoord is nee. ‘Ik heb het al op zoveel plekken geprobeerd, maar we geven niet op.’
Op maandagavond rijdt ze met een vriendin door de stad, op zoek naar een plek om de wedstrijd Iran-Nieuw-Zeeland te bekijken. Het duel is allang begonnen, maar ze hebben nog niets gevonden. Na veel rondrijden houden ze stil bij Pink Orchid, een bakkerij waar enkele mensen gespannen naar een tv-scherm kijken.
Rahimi was vroeger een fan van Trump. Op Facebook stuurde ze hem berichten vol bewondering, vertelt ze. Maar de Amerikaanse aanslag op de meisjesschool in Iran, eind februari, veranderde haar gedachten over de president. Er vielen 169 doden – de Amerikanen hebben hun vermoedelijke fout nog altijd niet toegegeven.
‘Nu weet ik dat hij helemaal niet om Iraniërs geeft’, zegt ze met haar ogen op het tv-scherm. ‘Ik heb Trump ontvolgd en hem laten weten dat onze vriendschap voorbij is.’ Als de Iraniërs, die eerst 1-0 achterstaan, in de 64ste minuut van de wedstrijd 2-2 maken, wordt er voorzichtig gejuicht in de bakkerij, alsof de Iraanse-Amerikanen bang zijn dat iemand van buiten hen ziet klappen voor het Iraanse team.
‘Die mensen die voetbalsupporters verwarren met regime-aanhangers zijn leeghoofden’, zegt Rahimi. ‘Dat team is Iraans, wij zijn Iraans, die haters houden niet genoeg van zichzelf.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant