De overstap naar de 800 meter was een flinke verandering voor Femke Broeders-Bol. Zondag loopt ze deze afstand voor het eerst voor Nederlands publiek, bij de FBK Games in Hengelo. En misschien is een snelle tijd daar niet eens haar enige doel.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Niets staat Femke Broeders-Bol nog in de weg: als ze zondag aantreedt bij de Fanny Blankers-Koen Games in Hengelo, ziet ze geen horden op de baan. Omgeschoold tot 800 meterloper hoeft ze niet langer over obstakels te springen en haar passen heel secuur af te meten. Maar vrij voelen de stappen die ze zet nog niet; het is allemaal nog wat onwennig.
Jarenlang boetseerde Femke Bol, die afgelopen februari trouwde met de Belgische polsstokhoogspringer Ben Broeders, haar lijf naar de 400 meter horden. Tot op de centimeter nauwkeurig stemde ze haar passen af om goed uit te komen tussen de hekjes: 2 meter en 27 centimeter per stap.
Op de 400 meter zonder horden wist ze exact welk tempo paste bij een toptijd: 100 metertijden van rond de 12 seconden. Nu zijn al die zekerheden niets meer waard. Maar, zegt ze, ‘ik ben aan het leren en dat vind ik heel leuk’.
Coach Laurent Meuwly constateerde de afgelopen jaren dat het zoeken was naar prikkels voor de atlete, die behalve individueel olympisch goud alles had gewonnen wat er te winnen viel: twee wereldtitels op de 400 meter horden, twee olympische bronzen medailles en een hele berg aan Europees eremetaal. En hoeveel sneller dan haar persoonlijk record van 50,95 zou ze nog kunnen?
Meuwly: ‘Je kunt wel doorgaan, maar ik merkte dat het in training en wedstrijden steeds lastiger werd om gemotiveerd te blijven.’
Zelf merkte Broeders-Bol dat ook, vertelt ze twee weken voor de FBK Games. ‘Na de Olympische Spelen in Parijs besefte ik hoeveel ik toen, als 24-jarige, op de 400 meter, de 400 meter horden en de 4x400 meter estafette al had bereikt. Ik wil altijd mijn grenzen verleggen en was altijd al heel benieuwd wat ik op de 800 meter zou kunnen.
‘Maar ik doe nooit iets half. Ik wil er volledig voor gaan en kijken tot waar ik mijn lijf kan pushen.’
Als hordenloper ging ze uitdagingen ook nooit uit de weg. In 2023 voerde ze een wijziging door in haar passenritme: ze wilde tussen de eerste vijf tot zeven hordes veertien in plaats van vijftien stappen zetten om meer snelheid te kunnen ontwikkelen. Dat was slijpen en schaven, want ze moest er 12 centimeter langere passen voor maken om telkens goed uit te komen bij de hekjes.
Vorig jaar deed ze nog een poging om haar tijden aan te scherpen; ze had gemerkt had dat de omschakeling van veertien naar vijftien passen bij horde nummer zeven vaak te laat kwam en bij horde vijf juist te vroeg. Om de switch bij het zesde obstakel te kunnen maken, en toch met haar voorkeursbeen vooruit de laatste horden te ronden, moest ze haar startpositie veranderen. Niet langer zette ze haar rechtervoet voor in het startblok, maar haar linker.
Zo’n motorische aanpassing vereist grote concentratie, inspanning en oefening. Een tijdje lang zette ze bij wedstrijden een kruisje op haar linkerenkel, als geheugensteuntje.
De overstap naar de 800 meter is een nog veel grotere uitdaging, zegt haar coach. Er is natuurlijk opnieuw een technisch aspect: ze moet een efficiëntere pas zien te vinden en leren een hoger ritme te lopen dat bij dit onderdeel past. Maar de moeilijkheid zit hem vooral in haar motorblok. Meuwly: ‘De 800 meter is fysiologisch echt heel anders.’
De afstand is twee keer zo lang en dat is een niet te onderschatten verandering. De voor Broeders-Bol zo vertrouwde volle ronde op de atletiekbaan was hoofdzakelijk een sprint, met een klein conditie-element. In de dubbele ronde zijn sprint en uithoudingsvermogen meer in balans.
Voor Broeders-Bol is dat verschil heel duidelijk te voelen: ‘Voorheen was op de 400 meter en de 400 meter horden snelheid altijd mijn zwakke punt. Mijn sterke punt was mijn uithoudingsvermogen. Nu is dat ineens heel anders.’
De 800 meter vereist veel meer kilometers in het trainingsschema. Broeders-Bol ging van ongeveer 30 kilometer naar 60 kilometer per week in de intensiefste loopweken. En ze merkte dat ze nu tijdens trainingen niet langer stilstaand mocht uitpuffen na een sprintje, maar moest blijven joggen. En ook dat ze zich in zulke explosieve blokken niet zoals voorheen helemaal leeg moest trekken.
‘Overdreven gezegd moest ze vroeger altijd zo snel als ze kon. Nu moet ze langzamer en dat was, zeker in het begin, best frustrerend voor haar’, vertelt Meuwly.
Haar geïnternaliseerde snelheidsmetertje was nog maar weinig waard. Dat was volledig afgesteld op de 400 meter. Wat hard en wat langzaam is in de context van een 800 meter kon ze moeilijk inschatten. ‘Het is heel makkelijk voor mij om 100 meter in 14 seconden te rennen’, zegt ze. Tijdens haar snelste 400 meters ontwikkelde ze immers een tempo van rond de 12 seconden per 100 meter.
Maar al voelt die 14 seconden per 100 meter als een makkie, het is geen tijd die ze acht keer achter elkaar kan neerzetten. Deed ze dat wel, dan kwam ze op de 800 meter tot een eindtijd van 1 minuut 52. Dat zou een forse verbetering zijn van het wereldrecord van 1.53,28 dat – gelopen tijdens de door doping vertroebelde jaren tachtig – al bijna 43 jaar op naam van Jarmila Kratochvílová staat.
Broeders-Bol moet nog zoeken naar een tempo dat past bij haar nieuwe afstand. Balans vinden in de combinatie van ‘langzaam’, in vergelijking tot wat ze vroeger deed, en snel genoeg. Want hoewel ze zichzelf de tijd gunt om er te komen, wil ze zich uiteindelijk wel mengen in de wereldtop.
Twee weken voor de FBK Games was ze nog heel terughoudend in haar ambities voor dit seizoen: ‘Het grootste doel van dit jaar is het ontdekken van de afstand.’ Die gereserveerdheid was te begrijpen. Haar eerste poging was indoor, in Metz. De vier rondes over de overdekte 200 meterbaan gingen begin februari in 1.59,07, een keurig resultaat. Ze verbrak het belegen nationaal record van 2.00,01, in 2001 door Ester Goossens gelopen.
Maar direct erna volgde een forse tegenslag: een blessure aan haar voet. Een scheurtje in de fascia plantaris, legt Broeders-Bol uit, de peesplaat die de voetboog ondersteunt. De oorzaak? Overbelasting was het niet, benadrukt ze. Eerder een aanpassingsprobleem van haar lijf.
‘Uiteindelijk denken we dat het komt doordat ik op een nieuwe manier door de verzuring heen moest lopen: trager, langer, en dat door al die grondcontacten de pees begon te irriteren.’
Wat volgde was een periode van ‘defensief’ trainen. Veel op de fiets en weinig lopen. En haar entree op de outdoorbanen werd uitgesteld tot juni. Dat is laat voor haar doen. Broeders-Bol had daarom geen idee hoe het zou zijn om voor het eerst van haar leven een 800 meter in de buitenlucht te lopen, en hoe ze zich zou verhouden tot de internationale concurrenten.
Inmiddels weet ze meer. Afgelopen dinsdag liep Broeders-Bol in het Tsjechische Ostrava achter de Zwitserse Audrey Werro naar 1.57,13. Dat stemde haar en haar coach Meuwly zeer tevreden. In de Nederlandse atletiekgeschiedenis waren alleen olympisch kampioen Ellen van Langen en Sifan Hassan sneller.
En misschien nog belangrijker: Broeders-Bol liet zien qua snelheid tot de mondiale top te behoren. Er waren dit seizoen maar drie vrouwen vlotter, onder wie Werro, die dit jaar de derde tijd ooit liep, en de Engelse olympisch kampioen Keely Hodgkinson.
Maar de 800 meter gaat niet alleen om tijd. Anders dan op de 400 meter blijven 800 meterlopers niet de hele wedstrijd in hun eigen baan, maar komen ze na de eerste bocht samen. Dan speelt strategie en soms zelfs duw- en trekwerk een grote rol. Ook dat zal Broeders-Bol moeten oefenen.
Misschien dat ze dat in Hengelo juist opzoekt, zegt Meuwly. Dat ze niet mikt op een goede tijd, maar probeert om met haar tegenstanders te spelen. Dat is ook een risico, zeker voor het Nederlandse publiek in het Fanny Blankers-Koen Stadion, dat na al die jaren 400 meterraces gewend is om Broeders-Bol te zien zegevieren.
Meuwly: ‘Je moet ook leren omgaan met de verwachtingen. Als je iets probeert en het mislukt, dan zullen de toeschouwers zich afvragen waarom Femke niet heeft gewonnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant