Nu de zomers in Europa steeds heter worden, is het hoog tijd om een einde te maken aan het taboe op airconditioning. Kom met een plan om die techniek breder in te zetten, want de afkeer van kunstmatige koeling kost jaarlijks duizenden mensenlevens.
Een quizvraag, nu de zomerhitte weer voelbaar is: op welk continent vallen per hoofd van de bevolking de meeste hittedoden te betreuren? Dat is met voorsprong… Europa. Zo stieven in de zomer van 2022 ruim 61 duizend Europeanen aan de gevolgen van hitte.
Voor het geval u aardrijkskundig even in de war bent: nee, de evenaar loopt niet door Brussel. In Europa hebben we door onze ligging juist minder hittedagen dan vrijwel overal ter wereld.
Over de auteur
Maarten Boudry is filosoof en auteur van Het verraad aan de verlichting (2025, Prometheus).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoe kunnen we dan toch recordhouder zijn? Heeft onze leeftijdspiramide er iets mee te maken? In Europa wonen inderdaad veel senioren, en die zijn veel gevoeliger voor extreme hitte. Toch is dat slechts een bescheiden deel van de verklaring. In de VS wonen eveneens veel senioren, en Japan telt zelfs meer ouderen per capita dan Europa. Toch is het risico om aan hitte te sterven daar veel lager.
Het echte antwoord bestaat uit twee letters: A/C, oftewel airconditioning. De mens beschikt al tienduizenden jaren over technologie om zijn omgeving kunstmatig te verwarmen, maar pas sinds de jaren zestig ontwikkelden we een efficiënte techniek voor kunstmatige koeling. In Europa is slechts een vijfde van de woningen uitgerust met airconditioning, tegenover zo’n 90 procent in de VS en Japan.
Wie eraan twijfelt dat airco het wondermiddel is, moet naar de historische data kijken. Onderzoek van econoom Alan Barreca toonde aan dat het sterfterisico op zeer hete dagen in de VS in de 20ste eeuw met ongeveer 75 procent is gedaald. Die daling ging in gelijke tred met de massale adoptie van airconditioning na 1960. In Texas, waar vrijwel iedereen airco heeft en het kwik regelmatig boven 40 graden Celsius uitkomt, is de kans om aan hitte te bezwijken tegenwoordig nauwelijks hoger dan op een doorsneedag. In Brussel of Parijs, waar bij 35 graden al hitteplannen worden afgekondigd, ligt het risico veel hoger.
Extreme hitte is niet alleen schadelijk voor oude mensen. Voor elke graad Celsius boven de 25 verminderen onze cognitieve prestaties met 2 procent. Ook de welvaart zelf boet erbij in. Aan de geestelijke vader van de tropische stadstaat Singapore, Lee Kuan Yew, vroeg men ooit wat het geheim was van zijn economische mirakel. Zijn antwoord bestond uit dezelfde twee magische letters. Dankzij airconditioning blijft de hitte buiten en kan Singapore het hele jaar door productief zijn.
Waarom hebben Europeanen een broertje dood aan airco? De oorzaak is deels historisch en cultureel. Met name Noord-Europa had lang minder behoefte aan koeling, door het koudere klimaat en de mildere temperatuurschommelingen. Dat argument kun je in 2026 niet meer hardmaken. De diepere verklaring schuilt in de groene ideologie van ‘minder, minder’, die in Europa meer aanhang heeft: wij zien kunstmatige koeling als een decadente luxe, iets voor spilzuchtige Amerikanen met privézwembaden en dikke SUV’s.
Hier in Europa vinden we dat je een hittegolf maar gewoon moet uitzweten. In Zwitserland moet je een medisch attest overleggen om een airconditioning te mogen installeren. Frankrijk sluit nog liever zijn scholen tijdens hittegolven dan simpele toestellen te installeren die leerprestaties gevoelig opkrikken. Spanje en Italië legden tijdens de energiecrisis bij wet vast dat publieke gebouwen niet tot lager dan 27 graden gekoeld mochten worden – een zwoele temperatuur waarbij onze breinkracht al met 5 procent afneemt.
De weerstand is ook institutioneel. Een vaste airco verslechtert in veel Europese landen je energielabel. Resultaat: eigenaars en verhuurders installeren er geen, of halen ze zelfs weg. Wie geen ingebouwde airco heeft, zoekt dan verkoeling bij een tochtende en inefficiënte mobiele eenheden die het kwik met moeite een paar graden naar beneden duwen. Zelf heb ik zo’n mobiele koeler met een dikke slurf naar buiten en een krakkemikkige afdekking van het raam. Dat is thermodynamisch dweilen met de kraan open, maar de regelgeving duwt mij actief naar de slechtste oplossing.
Die airco-allergie is doorgedrongen tot in de hoogste regionen van de progressieve elites. In haar infofiche over hitte vermeldt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) airco enkel zijdelings en voorwaardelijk (‘Als je dan toch airco gebruikt…’). In haar communicatie over de vele hittedoden in de ruimere Europese regio zwijgt ze er zelfs in alle talen over. In plaats daarvan krijgen we tips over gordijnen sluiten en water drinken, alsof we nog in de jaren vijftig leven.
Ook onze media bakken er wat van. Laatst las ik een uitgebreid artikel over hittedoden in Europa, met speculatieve projecties van diverse klimaatscenario’s tot 2100, en met halfslachtige remedies als ‘ontharding’, maar zonder één keer levensreddende airco’s te noemen.
Dat stigma rond airconditioning kost letterlijk mensenlevens, schrijft klimaatonderzoeker Hannah Ritchie in Not the End of the World. In 2020 en 2021 trokken we miljarden uit om kwetsbare ouderen tegen covid te beschermen. Waarom vertikken we het dan om diezelfde kwetsbare ouderen een koele kamer te geven tijdens een hittegolf?
Merkwaardig is ook de morele asymmetrie tussen verwarming en verkoeling. De gemiddelde Europeaan stoot veel meer CO₂ uit voor verwarming in de winter dan voor verkoeling in de zomer, maar geen politicus zou het in zijn hoofd halen om de thermostaat ’s winters op 15 graden te zetten of verwarming weg te zetten als een decadente luxe voor verwende watjes.
Toch ontsnapt ook verwarming niet helemaal aan de moralisering, zoals knullige initiatieven als ‘dikketruiendag’ aantonen. De gemene deler is een lightversie van de degrowth-ideologie: de misvatting dat energieverbruik iets zondigs is dat we zoveel mogelijk moeten beperken. Tot in de jaren zestig beloofden energiebedrijven de komst van overvloedige energie die ‘too cheap to meter’ zou zijn. Nu hebben Shell, Engie en EDF advertentiepagina’s met slogans als ‘De schoonste energie is de energie die je niet verbruikt’. Hoe bizar is het dat een privaat bedrijf zich zo schaamt voor zijn eigen product dat het klanten tips geeft om er mínder van te kopen?
De concrete oplossingen voor dodelijke hitte zijn niet ingewikkeld. Hervorm energielabels en stop met het bestraffen van vaste airco’s. Vereenvoudig en versoepel de aanvraag van geïntegreerde koeling, zodat je mensen niet dwingt verspillende mobiele units te kopen. Renoveer alle rusthuizen en zorginstellingen om ze hittebestendig te maken.
Voorzie in publiek toegankelijke koeltecentra waar iedereen naartoe kan tijdens hete dagen. En versnel de uitrol van schone en betrouwbare elektriciteit. De echte ecologische vraag is immers niet of we mogen koelen, maar waarmee. Een Fransman in een ruime villa met airco stoot dankzij kernenergie minder CO₂ uit dan een sobere Duitser op vuile bruinkoolstroom. Netbeheer werkt beter dan zelfkastijding.
Maar dat is allemaal symptoombestrijding. De lastigste opdracht is de mentale omslag: ophouden met energie als iets zondigs te zien. Energie is de bron van alle welvaart. De hele menselijke geschiedenis is een verhaal van hoe we energie inzetten om ons leven te verbeteren, en ons te beschermen tegen dodelijke natuurkrachten.
In dat verband nog een afsluitend quizvraagje: op welk continent vallen relatief de meeste koudedoden? Dat is niet Noord-Amerika of Europa, maar… Afrika. Welvaart zorgt voor adaptatie, en adaptatie beschermt ons tegen de onherbergzame natuur.
Een koele zomer gewenst!
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant