Home

Hoe winnen we het WK? Of ik een programma over voetbal en wiskunde kon bedenken, vroegen ze. Natuurlijk, zei ik

is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden en columnist voor de Volkskrant.

‘U bent toch diegene van dat geweldige televisieprogramma? Ik kijk het nog elk jaar terug met mijn leerlingen. Over voetbal en wiskunde.’ Tijdens een avondwandeling werd ik ineens aangesproken over Hoe winnen we het WK?, uitgezonden in 2013.

Dat programma kende een bijzondere aanloop. In 2012 mocht ik Sofie van den Enk tijdens haar zwangerschapsverlof vervangen als presentator in het KRO-programma De Rekenkamer. Toen de opnamen klaar waren, werd ik uitgenodigd voor een gesprek bij de omroep. Mijn fantasie sloeg op hol. Zou ik een vaste rol krijgen in De Rekenkamer? Zochten ze een opvolger voor Yvon Jaspers in Boer zoekt vrouw? Of (dit was de droom) zouden ze me een eigen populairwetenschappelijk programma aanbieden?

Het gesprek bleek even vriendelijk als kort: ze bedankten mij voor de prettige samenwerking en wensten me veel succes in de toekomst. Ze schoven hun stoel naar achteren om om weer door te gaan, maar eerst vroegen ze: ‘Of wilde jij nog iets zeggen?’ ‘Nu ja, als jullie ooit een programma over wiskunde willen maken, dan mogen jullie me altijd bellen’, zei ik quasi-nonchalant. Ze schoven hun stoelen terug. Wiskunde? Na even nadenken vroegen ze of ik een programma over voetbal en wiskunde zou kunnen bedenken. ‘Natuurlijk’, antwoordde ik.

Lezer, ik wist níéts van voetbal. Maar ik wist wel dat je bij elk onderwerp iets interessants qua wiskunde kunt vinden. En ik begreep ook dat er meer mensen geïnteresseerd waren in een programma over voetbal dan in een programma over wiskunde. Dus ik ging aan de slag en las me in over speltheorie van penalty’s, netwerkanalyses van passes en optimalisatie van opstellingen. Ik stuurde een pitch naar de KRO. Het antwoord was wederom even vriendelijk als kort: ze gingen ernaar kijken.

Daarna hoorde ik heel lang niets. Tot ik bijna een jaar later een telefoontje kreeg. Kon ik dat programma over voetbal en wiskunde nog maken? En wilde ik dan gelijk nog drie afleveringen bedenken en maken? Dat wilde ik wel. Al wist ik vooral veel van wiskunde en niets van hoe je televisie maakt. Gelukkig kwam ik terecht in een geweldig team dat dit wel wist. ‘Hoe moeilijker de wiskunde is, hoe mooier we het in beeld gaan brengen’, zei de regisseur. We pakten uit met visuele metaforen, persoonlijke verhaallijnen en spectaculaire droneshots (in 2013 was dit pionieren). Ik presenteerde het samen met de ervaren Sofie van den Enk en de lijst dingen die ik daarbij van haar leerde past niet in de kantlijn van deze column.

Gisteren keek ik het programma voor het eerst in ruim tien jaar terug. Wat waren Sofie en ik nog jong! Wat niet verouderd was, was de wiskunde. Dat je uit een selectie van 23 spelers maar liefst 53.970.627.110.400 verschillende opstellingen kunt maken. Hoe je met twee keer de stelling van Pythagoras laat zien dat een penalty strak in de kruising niet te stoppen is. Hoe het beste team maar zo’n 28 procent kans heeft om de wereldbeker te winnen, omdat er maar zo weinig doelkansen zijn. Sommige statistieken kunnen misschien een update gebruiken, maar de principes blijven hetzelfde. En er zijn dus mensen die deze aflevering elk jaar bekijken. Ik hoop dat Ronald Koeman een van hen is.

Tips, vragen, dromen: ionica@volkskrant.nl

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next