is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Sinds tien jaar duiken steeds meer grote zeezoogdieren op in de Nederlandse wateren. Nu weer dolfijnen bij Lauwersoog.
Het is een jaren oude wens, die nu in vervulling gaat: als u dit stukje in het weekend leest, dobbert de auteur op een boot rond de Britse Farne-eilanden. Eindelijk ga ik die kolonies papegaaiduikers zien, tussen de cliffs met duizenden jan-van-genten, zeekoeten, alken en drieteenmeeuwen. Na jaren van corona en vogelgriep kon het er eindelijk van komen.
Ik vlieg niet de wereld af om soorten te scoren; een ritje naar de andere kant van het land voor een verdwaalde dwergooruil of blauwvleugeltaling is mij al een te grove schending van mijn eigen principe: een vogel die door mij gezien wil worden, komt maar naar me toe gevlogen, en niet andersom. Maar soms mag je principes overboord gooien. Dan moet je wel op een boot.
De reisbrochure van de Delta Safari Seabird Express 2026 beloofde niet alleen mijn geliefde zeevogels, maar (‘met wat geluk’) ook witsnuitdolfijnen, tuimelaars en mogelijk een dwergvinvis.
En daar doemden mijn calvinistische principes weer op. Want voor dolfijnen hoef je je hielen niet meer te lichten. Die komen tegenwoordig naar ons toe gezwommen. Afgelopen week nog doken twee dolfijnen op in de haven van Lauwersoog. Daar horen ze niet, want dolfijnen zijn van de diepe oceanen. Toch lijken moeder en kalf op het oog vrolijk rond de boeien van de haven te duikelen.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Niets nieuws onder de zon: sinds een jaar of tien worden steeds meer dolfijnen aan de kust gezien. In februari spoelde er bij Wierum (Friesland) ook al een aan. Toch bijzonder. Omdat het in de Waddenzee was. En omdat hij nog leefde.
De Noordzee lijkt steeds meer een beestenboel: afgelopen maart nog zwom een 4 meter lange witte beloega voor de kust van Nederland en België. Het was voor het eerst sinds 1966 dat er in deze contreien een gezien werd. In april spoelde een ‘gramper’ (een grijze dolfijn) aan op het strand bij het Zeeuwse dorp Kamperland. Dood. In mei een witsnuitdolfijn op het strand van Egmond aan Zee. De website van opvangorganisatie SOS Dolfijn staat vol met bruinvissen en andere patiënten. Welkom, Coco, Jantje, Roelof.
Als kustbewoner kijk je niet meer op van een bultruggetje meer of minder. Het zijn er veel, maar wetenschappers zien nog geen patroon. Verklaringen variëren van toevallige verdwalingen in de Noordzee (voor grote zeezoogdieren te ondiep om te overleven) tot verstoring door sonorapparatuur van vermeende Russische spionage-onderzeeërs. Ook vanuit oceanische diepten kunnen complottheorieën komen bovendrijven.
Zulke verschijningen trekken steevast drommen mensen, die het wereldwonder pas geloven wanneer ze het met eigen ogen hebben aanschouwd. Het ‘beloega-toerisme’ ontaardde eerder dit jaar in een dolle parade van bootjes vol fotografen en nieuwsgierigen. Boven de vis hingen drones en een politiehelikopter. Meer dan 650 kijkers plaatsten trots hun hoogst unieke waarneming op websites voor zeldzame waarnemingen.
Ook in Lauwersoog werd het deze week drukker nadat de dolfijnen er waren opgedoken. Terwijl moeder en kalf juist zijn gebaat bij rust. ‘Daarom vragen wij iedereen dringend om de dieren niet te benaderen en niet onnodig het water op te gaan’, meldt SOS Dolfijn. Zo ziet het dieren kijken eruit in moderne tijden.
Uit mijn reisbrochure: ‘We varen het laatste stuk naar de kust tussen de windmolenparken bij IJmuiden door. Hier worden met wat geluk nog bruinvissen gezien.’ Bruinvissen in het windmolenpark – al vóór vertrek was deze Seabird Express eigentijdser dan ooit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant