Home

Net nu de Colombiaanse boer de coca verruilt voor cacao, dreigt de ‘mano dura’ van ultrarechts terug te keren

Colombia kiest zondag een nieuwe president, de strijd gaat tussen de pacifistische Iván Cepeda en de extreemrechtse Abelardo ‘El Tigre’ de la Espriella. In het oerwoud van Nariño vrezen de cocaboeren ‘De Tijger’. ‘Hij staat voor landbouwgif, geweld en lijden.’

is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.

De Colombiaanse boer stuurt zijn stalen kano voorzichtig door de smalle rivier. Het water staat laag, drijvende boomstammen maken van de route een hindernisbaan. Hij geeft met de hendel van de buitenboordmotor korte dotten gas, voorin houdt zijn dorpsgenoot met een stevige peddel de obstakels af.

Vanaf het rivierdorp Pumbi, gelegen op de oever van de bredere rivier Patía, is het een kleine drie kwartier meanderen door de jungle naar de cocaplantage van Gabriel Ortiz, de donkere zestiger die de kano bestuurt. Uit het bladerdak hangen dikke lianen, een blauwe vlinder fladdert een stukje met de boot op.

Toen de Colombiaanse regering begin deze eeuw de teelt van coca – waaruit cocaïne wordt gewonnen – nog met geweld probeerde uit te roeien, verstopten de arme boeren uit de meest vergeten regio’s van Colombia hun illegale plantages diep in het oerwoud. Zo ook Ortiz, die hier in het zuidwesten van Colombia, in het tropische hart van het departement Nariño, een stuk grond heeft van vier hectare.

Het riviertje mondt uit in een meer omringd door riet. De boot snijdt door het spiegelende oppervlak van de Laguna Larga en glijdt dan met de voorsteven de modderige oever op. De mannen klimmen aan wal en komen uit op een open plek vol lichtgroene cocastruiken.

‘Voor de verkiezingen gaan ze er allemaal aan’, zegt de Afro-Colombiaanse boer. Waar nu nog de illegale coca groeit, wil hij cacaobomen planten. Dit is zijn laatste beetje coca, vertelt hij. ‘Minder dan een hectare.’ Het grootste deel van zijn land is al cocavrij. En achterin, op anderhalve hectare grond, groeit de toekomst: volwassen cacaobomen vol rode en bruine vruchten.

‘De coca brengt ons alleen maar ellende’, zegt Ortiz. ‘Alleen de narco profiteert ervan, de drugscriminelen.’ Maar dankzij president Gustavo Petro (66) durft hij te dromen van een ander, vredig bestaan. De linkse regering helpt hem bij de overstap van coca naar cacao.

Toch maakt de boer zich zorgen. Petro zit in de laatste maanden van zijn termijn en kan bij wet niet worden herkozen. Deze zondag kiest Colombia zijn opvolger. Als de linkse regeringskandidaat Iván Cepeda (63) wint – mensenrechtenactivist, vredesonderhandelaar en zoon van een vermoorde linkse politicus – dan is de cacao van Ortiz veilig.

Maar het zou zomaar kunnen dat de meeste stemmen gaan naar de ultrarechtse advocaat Abelardo de la Espriella (47), een outsider die zich spiegelt aan de Amerikaanse president Donald Trump en de autoritaire Salvadoraanse leider Nayib Bukele. De la Espriella belooft alle cocaplantages te vernietigen. ‘Als hij vliegtuigen met gif stuurt, dan gaat alles kapot’, zegt Ortiz. ‘Niet alleen de coca, ook de cacao, onze bananen, papaja’s en sinaasappels.’

Rode cacaovrucht

Onder Petro, die in augustus na vier jaar afzwaait, voelde de boer zich voor het eerst in zijn leven gehoord door een politicus. De eerste linkse president van Colombia koos voor een vriendelijkere aanpak van de cocateelt. De cocaboeren zijn volgens hem geen criminelen, ze worden door gewapende groepen gedwongen en missen een legaal alternatief waarmee ze hun gezinnen kunnen onderhouden.

Wanneer boeren de cocaplanten met wortel en al verwijderen en vervangen door cacao of koffie, dan is de overstap duurzaam, meent Petro. Zijn overheid helpt boeren bij die transitie door ze gereedschap, zaden en geld te geven (opgeteld zo’n 3.300 euro per deelnemende familie).

En dat werkt, meldde de president begin deze maand. Al 31 duizend families in regio’s als Nariño, Putumayo, Chocó en Catatumbo doen mee. Inmiddels zijn 8,5 duizend hectare coca vernietigd, een aantal dat werd geverifieerd door de Unodc, het VN-kantoor voor drugs en misdaad, dat over de schouders van de regering meekijkt.

Het succes is pril. In Petro’s eerste jaren groeide de cocateelt aanvankelijk naar een absoluut record van meer dan 260 duizend hectare. Pas sinds 2024 neemt het aantal cocaplantages iets af. De kentering komt bovendien helemaal aan het eind van zijn mandaat.

In de jungle van Nariño begon de tengere Ortiz als een van de eerste boeren met het verwijderen van coca. Nu hij zijn eerste cacao kan oogsten geldt hij als een voorbeeld in de zes rivierdorpen langs de Patía die samen één Afro-Colombiaanse gemeenschap vormen. Met een kapmes opent Ortiz een rode cacaovrucht en toont trots de bonen in een bedje van witte pulp. ‘Een van de beste cacao ter wereld.’

Maar die nieuwe rijkdom zou weleens van korte duur kunnen zijn. ‘El Tigre is een enorme bedreiging voor het platteland’, zegt Ortiz, die de extreemrechtse De la Espriella bij zijn bijnaam noemt. ‘De Tijger’ heeft voor de cocaboeren een keiharde boodschap: ‘De herbicidevluchten keren terug.’

De boer kijkt omhoog naar de hemel waar nu nog enkel wolken overdrijven. ‘Met De la Espriella krijgen we landbouwgif, geweld en lijden.’ De platgespoten coca groeit sneller terug dan cacao, weten de dorpelingen. Het maakt dat veel boeren zich intekenen op het landbouwprogramma van Petro, maar nog niet al hun coca verwijderen.

Ortiz wil niet wachten op de verkiezingsuitslag. Zijn besluit staat vast. Met hulp van enkele dorpsgenoten toont hij hoe je met de hand een cocaplant uitrukt. Een man zet een spade in de grond, een tweede man sjort aan de struik totdat de kluit omhoog komt. ‘De coca is hardnekkig’, zegt de boer. ‘Alleen als je de plant met wortel en al uitgraaft, keert ze niet meer terug.’

Guerrillagroepen

In de gewelddadige geschiedenis van Colombia hebben de arme inwoners van het platteland altijd het meest geleden onder de gewapende strijd tussen de guerrilla, drugsbendes en de staat. Zes decennia geleden namen guerrillagroepen als de Farc (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) en het ELN (het Nationale Bevrijdingsleger) de wapens op om landhervormingen af te dwingen. Hun revolutie moest de arme boeren verheffen.

Maar met de komst van cocaïne in de jaren tachtig veranderde alles. Het land groeide uit tot de grootste cocaïneproducent ter wereld. Het huidige Colombia telt tientallen gewapende groepen die zich voornamelijk bedruipen met drugshandel en vechten om controle over de cocateelt.

Petro trad in 2022 aan met de torenhoge ambitie om vrede te sluiten met al die gewapende groepen, maar hij slaagde er niet in het geweld te verminderen. Inmiddels verlangt een groot deel van de 54 miljoen Colombianen terug naar de mano dura, de harde hand van rechts.

Rechtse kiezers kunnen hun hart ophalen bij kandidaat De la Espriella. ‘Zodra ik president ben, gaan we weer bombardementen uitvoeren op de kampen van de narcoterroristen’, belooft hij. ‘En ik laat iedere drugsvlucht uit de lucht schieten en laat iedere drugsboot tot zinken brengen.’

Diep verdeeld gaat het land zondag naar de stembus. Vredesduif Cepeda, die sociaal beleid en dialoog met gewapende groepen belooft, heeft ruime steun op het arme platteland. Havik De la Espriella kan rekenen op grote steun in de steden. ‘De mensen uit de stad denken dat op het platteland alleen maar slechteriken wonen’, verzucht boer Ortiz. De laatste peilingen wijzen op een krappe meerderheid voor de havik.

‘Ferm voor het vaderland’

In het dorp Pumbi kunnen de inwoners zich de donkerste dagen van de oorlog tussen de staat en de guerrilla nog goed herinneren. Langs de rivier Patía staan honderdzestig eenvoudige huizen van hout en beton. Aan het eind van de broeierige dag zit een groepje mannen onder een afdakje op de kade. Tussen hen in staat een dambord, bierdopjes doen dienst als damstukken.

‘Toen president Uribe aan de macht was, dreven hier de lijken voorbij. Wel tien per dag’, zegt een van hen. De mannen vertellen over de jaren onder de rechtse president Álvaro Uribe, die tussen 2002 en 2010 een keiharde strijd voerde tegen de guerrilla. Hij kreeg daarbij hulp van extreemrechtse paramilitaire groepen die geen onderscheid maakten tussen onschuldige boeren en gewapende rebellen.

Tegelijkertijd liet president Uribe de cocavelden besproeien met glyfosaat, een landbouwgif dat de meeste gewassen doodt. ‘Het gif raakt de plant, maar niet de wortel’, zegt een man genaamd Aristóbulo. ‘Na de sproeivluchten snoeiden wij snel onze planten zodat de coca weer terug groeide.’

Politici zijn allemaal hetzelfde, moppert een vijftiger in wit hemd. ‘Ze beloven veel en maken weinig waar.’ Miguel Ángel Quiñones blijkt een van de enige twee inwoners van het dorp die stemmen op De la Espriella. ‘Ik houd van het nationalisme van El Tigre.’ Vol vuur herhaalt hij de slogan van de politicus. ‘Firrrrrme (ferm, red.) voor het vaderland!’ De andere mannen kijken meewarig toe.

Dan valt een korte regenbui uit de donkere hemel. Een moment later jagen dikke padden op vliegjes die boven de natte straat fladderen. Vrouwen en kinderen wandelen naar de avonddienst in de dorpskerk. Ze passeren een schuurtje met een paar grote tonnen benzine. De boeren gebruiken de brandstof om hun coca te ‘wassen’. Het residu, een pasta die de basis vormt voor cocaïne, verkopen ze aan de guerrilla.

Na Uribe trad in 2010 zijn protegé Juan Manuel Santos aan, die zich als president tot veler verrassing ontpopte tot vredestichter. Santos tekende in 2016 de vrede met de Farc, toen de grootste guerrillagroep van het land. De rebellen verlieten hun kampen in de jungle en leverden de wapens in. De staat zou met sociale programma’s de gaten opvullen die de Farc achterliet. Ook toen beloofde de overheid om cocaboeren te helpen over te stappen op andere gewassen.

Maar twee jaar later won de rechtse Iván Duque de verkiezingen. De nieuwe president had weinig op met de prille vrede en verzaakte de afspraken uit te voeren. Nieuwe gewapende groepen namen de Farc-territoria over.

‘Vrede is nodig’

In het oerwoud in Nariño maakt nu het ‘Bolivariaanse Leger’ de dienst uit, een afsplitsing van een afsplitsing van de voormalige Farc. Op de rivier Patía bemant de guerrillagroep een als benzineschip vermomd checkpoint waar inwoners in het voorbijgaan hun snelheid moeten minderen.

Hoewel Petro er niet in slaagde nieuwe vredesakkoorden te sluiten, hebben zijn onderhandelingspogingen met gewapende groepen wel degelijk een positieve impact, zegt Gloria Miranda via de telefoon. Ze is directeur van de overheidsdienst die het landbouwprogramma uitvoert.

‘Waar we in dialoog zijn met gewapende groepen, hebben we de meeste kans op succes’, vertelt ze. ‘In Nariño is de regering in onderhandeling met het Bolivariaanse Leger. Daardoor hebben we veel makkelijker toegang tot de cocaboeren.’

Als de linkse regering zou moeten plaatsmaken voor De la Espriella, komen de met veel moeite bereikte schaarse successen van Petro’s vredespolitiek op losse schroeven te staan, inclusief het landbouwprogramma. ‘Hetzelfde gebeurde met het vredesakkoord van 2016 toen Duque aantrad’, zegt de ambtenaar.

In Pumbi durft de 26-jarige Tania Prado niet aan een andere uitkomst te denken dan winst voor de linkse kandidaat Cepeda. ‘De coca heeft ons zoveel oorlog gebracht’, zegt ze. Al twee keer moest ze haar dorp ontvluchten toen de strijd losbarstte tussen rivaliserende gewapende groepen.

In haar stenen huisje toont ze de nieuwe snoeimachine en kunstmestpomp die ze kreeg van de overheid nadat ze intekende op het landbouwprogramma. Binnenkort wil ze haar cocaplanten vernietigen. ‘We hebben vrede nodig op het platteland.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next