Excuses aan Molukse gemeenschap Voorafgaand aan de inhuldiging van een nationaal monument voor Molukkers aan de Rotterdamse Lloydkade, maakte premier Rob Jetten zondag excuses, waarop lang was gehoopt. De erkenning is „heel erg nodig”, zeggen aanwezigen. „Ons leven is hier, het is goed, maar wel ver van ons eiland, hè?”
Premier Rob Jetten schudt de hand van aanwezigen, voorafgaand aan de inhuldiging van een nationaal monument voor Molukkers. Hij bood de gemeenschap excuses aan.
„U wordt gezien”, hoort Emma Latulette Papilaja (89) premier Rob Jetten zeggen in een zaal voor driehonderd genodigden uit de Molukse gemeenschap. Zondagmiddag biedt de premier in Rotterdam zijn excuses aan voor het „harteloze en eerloze ontslag als militair” van de Molukse KNIL-soldaten, „voor de gebrekkige opvang en huisvesting, voor het niet gezien en in de steek gelaten worden, voor het onvervulde verlangen naar thuis en voor het verdriet en pijn in zoveel Molukse gezinnen”.
Dat Jetten excuses zou aanbieden „stond niet in het draaiboekje”, vertelt woordvoerder Nina Nussy van de Stichting Nationaal Moluks Monument, de organisatie achter het monument. In de eerste plaats is de dag, en de inhuldiging van het monument Ulu Kora, om de eerste generatie Molukkers te eren, vertelt Nussy. Vorige week werd pas bekend dat Jetten ook aanwezig zou zijn, waarop de mogelijkheid van een staatsexcuus opeens reëel werd.
De naam van het monument, Ulu Kora, verwijst naar de voorsteven van een kora-kora, een traditioneel Moluks schip dat eeuwenlang werd ingezet voor handelsreizen en oorlogsvoering. Tijdens de koloniale periode werden Molukkers door de VOC gedwongen roeiers en kora-kora te leveren om in te zetten tijdens militaire expedities tegen andere gemeenschappen.
De ontvangstruimte, op de dertiende verdieping van het Scheepvaart en Transport College, staat vol met vier generaties van de Molukse gemeenschap. Op de achtergrond zijn Molukse liederen als „Maluku Manise” van Corr Tetelepta te horen. Molukse zoetigheden als spekkoek en sponscake worden aangeboden.
In de zaal staat ook Latulette Papilaja, die haar rollator stevig vasthoudt. Ze is „erg gespannen”, zegt ze. Deels omdat de premier mogelijk zijn excuses aan zal bieden, iets waar ze al decennialang op heeft gewacht, maar vooral omdat haar overleden ouders en man deze dag niet kunnen meemaken. „Dat doet mij pijn”, vertelt ze.
Samen met haar ouders en haar broertje en zusje kwam ze 75 jaar geleden op het eerste schip, de Kota Inten, aan op diezelfde Lloydkade. Er volgden ruim 12.500 Molukkers die uiteindelijk de overtocht naar Nederland maakten, nadat een groot aantal voor het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) had gediend. Door de Nederlandse staat werd hen op het hart gedrukt dat het tijdelijk zou zijn. Maar door de jaren heen werd tijdelijk permanent: de meesten zouden nooit terugkeren.
Voorbereidingen voor de inhuldiging van een nationaal monument aan de Lloydkade voor Molukkers tijdens de herdenking van de Molukse gemeenschap die daar 75 jaar geleden aankwam, zondag in Rotterdam.
De afgelopen decennia heeft de Molukse gemeenschap meermaals pogingen gedaan om erkenning te krijgen voor hoe de Nederlandse staat Molukkers behandelde. Met uitbarstingen van geweld tot gevolg, zoals de treinkaping in het Drentse dorpje Wijster in 1975. Erkenning van de gemaakte fouten door de Nederlandse staat en rechtsherstel bleven uit. In 2021 leek een excuus dichtbij, toen Rutte na een aantal ontmoetingen met Molukse gemeenschappen bereid leek een betekenisvol gebaar te maken. Maar op het laatste moment krabbelde hij terug, na kritiek van Molukkers onderling.
Sheyenne Pattikaba (38) staat in de ontvangstzaal met een foto van haar grootouders in haar hand. Haar grootouders kwamen ook als eerste Molukkers in Nederland aan in de Kota Inten. „Ik hoop dat we eindelijk erkenning krijgen. Dat er bekendheid komt voor onze geschiedenis.” Ze heeft twee jonge kinderen en ziet dat ze niets over de Molukse geschiedenis meekrijgen op school. „Dat moet ik zelf aan hen uitleggen”.
Haar moeder, Diana Anakotta-Pattikaba (62) knikt instemmend. „Dat is zó nodig.” Ze is zelf docent in Rotterdam bij een mbo-school. „Leerlingen vragen bijvoorbeeld: ‘Mevrouw, wat zijn Molukkers?’ Ik leg het ze graag uit, maar ik denk ook: hebben jullie dan hierover nog niks geleerd in het voortgezet onderwijs?”
Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer riep afgelopen week het kabinet op tot een onafhankelijk onderzoek naar de rol van de staat als het gaat om de behandeling van Molukkers in Nederland. Alleen FVD gaf geen steun aan de oproep, die op initiatief van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder werd ingediend.
Ook Jetten noemt in zijn toespraak zondagmiddag dat onderzoek nodig is, zodat „met elkaar” bepaald kan worden welk gevolg nodig en wenselijk is om recht te doen aan de Molukse gemeenschap. „In goed overleg”, aldus Jetten. „En ik beloof u bij voorbaat dat u kunt rekenen op de volledige en positieve inzet van het voltallige kabinet en van mij persoonlijk.”
Na de toespraken wordt de genodigden verzocht de zaal te verlaten om beneden een stoet naar het nieuwe monument te vormen. Maar de 89-jarige Latulette Papilaja blijft nog even zitten. „Ik vind het voor mijzelf pijnlijk. Mijn man is al weg, mijn ouders. Ik vind het zo zielig”, vertelt ze met tranen in haar ogen. „Ik kan niet meer denken aan de toekomst. Wel voor mijn kinderen, maar niet voor mij.” Excuses kwamen te laat, vindt ze. Al was het nooit voldoende geweest om het gemis naar de Molukken te verzachten. „Ons leven is hier, het is goed, maar wel ver van ons eiland, hè?”
In de stoet met honderden mensen uit de Molukse gemeenschap, lopen ook broertjes Joaquin Anwar (18) en Xavier Anwar (20) uit Amersfoort. Hun moeder, Sharon Sourbag, is bestuursvoorzitter van het Museum Maluku en sprak bij de inhuldiging. De erkenning van de premier was iets dat „heel erg nodig was”, zegt Joaquin. „Ik zie het als: het was bijna te laat, maar fijn dat het er is”. Hij is inmiddels de vierde generatie. „Het leven dat we nu gaan leiden, zal heel anders zijn dan eerdere generaties.”