Home

Bevrijd van blessureleed loopt Niels Laros naar zege op FBK Games

Negen maanden lang stond Niels Laros aan de kant met een kwetsuur aan zijn achillespees. Bij de FBK Games in Hengelo maakte hij zondag zijn comeback, én won de 800 meter. ‘Het is de langste periode dat ik überhaupt niet heb gelopen. Dat laat je het lopen wel waarderen.’

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Net onder het reepje schaduw dat de overkapping van de hoofdtribune in het FBK Stadion over de wedstrijdbaan biedt, loopt Niels Laros nog even heen en weer, heft de knieën, dribbelt, schudt de bovenbenen. Het is lang geleden dat hij applaus over de atletiekbaan hoorde rollen bij het omroepen van zijn naam: 275 dagen, om precies te zijn. Maar nu klinkt het weer, voor de start van de 800 meter.

Hij had er zin in, vertelde hij twee weken tevoren. Zin om de wedstrijdspanning weer te voelen, om voor publiek aan te treden, om te ‘racen’, zoals Laros het steevast noemt. En als het zover is trekt de spanning nadrukkelijker door zijn lijf dan normaal. Wat zijn zijn benen waard?

De uitslagenlijst van Laros was leeg sinds 19 september 2025, de voorronde van de 5.000 meter op de WK atletiek in Tokio. Daar stapte hij uit de wedstrijd en werd in een rolstoel het stadion uit gereden. Het probleem, dat al voorzichtig de kop op had gestoken bij de 1.500-meterfinale, twee dagen voor de 5.000 meter, bleek een scheurtje in zijn linkerachillespees.

Dat euvel hield hem lang bezig, langer dan hij en de begeleidingsstaf van tevoren hadden verwacht. ‘We waren in het begin al terughoudend om een datum te plakken voor het moment dat ik weer zou kunnen racen of volop kon gaan trainen, maar het is zeker niet snel gegaan.’ Die rolstoel, de revalidatie; het is allemaal vergeten als hij zondagmiddag de baan in Hengelo opkomt en naar het publiek zwaait.

Hoe voelen de passen aan?

De 800 meter is niet Laros’ beste onderdeel; zijn specialiteit is de 1.500 meter, maar de dubbele ronde is wel een mooie afstand om zijn gestel te testen. Hij loopt alweer bijna zoals vroeger, vertelde hij. Maar op zijn niveau zijn het de details die tellen. Het gaat niet alleen om wat hij aan training aankan, maar ook hoe zijn passen aanvoelen, of automatismen weer terugkeren.

‘Je lichaam moet opnieuw wennen aan het lopen en die efficiëntie vinden. Dat kost tijd. Dus het is niet zo dat nu ik weer een vol programma aan het lopen ben, dat ik even goed ben als waar ik was voordat ik geblesseerd raakte.’

Maar als het startschot – eindelijk weer – voor Laros geklonken heeft, blijkt van stroefheid geen enkele sprake. Bij de bel oogt hij kalm op de vierde positie en bij het ingaan van de laatste bocht zet hij zijn versnelling in en beent iedereen voorbij. Met een ruime voorsprong komt hij over de streep in 1.43,85. Het nationaal record van Bram Som (1.43,45) is niet eens zo ver weg en zelf was Laros nog nooit zó snel. ‘Stiekem wist ik wel dat ik dit in mijn benen had’, zegt hij, nog nahijgend met een bos bloemen in de handen.

Zo’n lange wedstrijdpauze had de 21-jarige Laros in zijn topsportcarrière nog nooit gehad. ‘Het is de langste periode dat ik überhaupt niet heb gelopen. Dus dat laat je het lopen wel waarderen’, zei hij.

‘Natuurlijk heb ik wel af en toe vakantie gehad, maar dan begon het na een week altijd weer te kriebelen. Dan bleef ik eigenlijk altijd wel bezig, ook omdat na het baanseizoen al zo snel het crossseizoen volgt, dan het indoorseizoen en vervolgens weer het outdoorseizoen. Het gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt. En nu had ik, tja, helemaal geen planning.’

Herstellen op de racefiets

Nu duurde het alleen al twee maanden om zijn pezen sterk genoeg te maken om pijnvrij te kunnen wandelen. Ondertussen moest hij uitkijken naar alternatieven om toch zijn conditie te behouden. Dat deed hij op de crosstrainer en op de racefiets. Dat laatste beviel hem goed. ‘Ik heb van het fietsen genoten. Ik deed het voorheen ook wel eens, maar ik had nooit eerder twintig uur in de week gemaakt. En waar het past, blijft het een alternatief in mijn programma. Het is een mooie manier om uren te maken, zonder het lichaam al te veel te belasten.’

Een ander belangrijk element in zijn herstel waren de trainingen in het krachthonk, waarmee hij de weerbaarheid van zijn tengere lijf probeerde te verhogen. Dat ging verder dan herstel alleen, het was ook met het oog op de toekomst; om met een lichaam dat sterker is, en meer in balans, dergelijke problemen te kunnen voorkomen. ‘Het probleem is ooit ontstaan en we moeten zorgen dat het niet opnieuw ontstaat.’

De WK waren een klap. Niet alleen door de blessure die hem dwong uit te stappen op de 5.000 meter, maar ook de vijfde plaats op de 1.500 meter, de afstand waarop hij als een van de kanshebbers op goud werd gezien. Ook mentaal had Laros een kleine revalidatie nodig. Hoeveel het hem deed, vindt hij moeilijk om onder woorden te brengen. ‘Een flinke mentale dreun’, zegt hij. En ‘lastig’, een woord dat hij een paar keer herhaalt om de maanden na de WK te duiden. ‘Lastig om niet te racen, want dat is wat ik het liefste doe.’

Bang dat het niet meer goed zou komen, is hij nooit geweest. Hij had zich bovendien scenario’s voorgesteld waarin het nog veel langer zou hebben geduurd dan negen maanden. Dat boezemde hem geen angst in. ‘Ik had de mentaliteit: als dit jaar tegenvalt of niet loopt zoals we gehoopt hadden, dan is dat natuurlijk niet prettig, maar nog geen ramp. De focus ligt op de komende twee jaar, met als hoofddoel de Olympische Spelen.’

Zak ijs

En toch koesterde hij stiekem hoop voor zijn rentree in Hengelo. ‘Als topatleet heb je altijd verwachtingen, van jezelf uit. Daar kun je niet omheen, maar je moet ermee uitkijken, want die verwachtingen moeten onderbouwd worden. Je kunt wel goed trainen, maar dat is zo anders dan een wedstrijd’, vertelt hij terwijl er een zak ijs tegen zijn met tape beplakte achillespees gehouden wordt.

Speelt die pees weer op? ‘Nu nog niet’, lacht hij. Het is bedoeld om een eventuele reactie van de pees te voorkomen. De grootste horde is genomen, de eerste race na zoveel maanden langs de kant. En zijn lichaam protesteert niet. ‘Nu voel ik me best wel oké. Beter dan voor de race.’ En weer klinkt zijn lach. Bevrijdend.

Femke Broeders-Bol ontbeert ‘tempogevoel’ op de 800 meter, vertelt ze net nadat ze dat onderdeel bij de FBK Games op haar naam heeft geschreven in 1.57,41.

Het was de tweede keer dat ze deze afstand in de buitenlucht liep en voor het eerst in eigen land. Ze moest rustig beginnen, voorkomen dat ze te vroeg al een ‘keiharde kick’ zou geven. En dus zocht ze na de eerste bocht niet de koppositie op, maar verschool zich tot de bel achter gangmaker Lisanne de Witte.

Vorige week dinsdag ging ze bij haar debuut in het Tsjechische Ostrava in de slotmeters helemaal kapot achter toploopster Audrey Werro en kwam tot 1.57,13. In Hengelo kon ze met een surplus aan energie de laatste 300 meter de concurrentie van zich afschudden.

Zo probeert ze elke race anders aan te vliegen, de 800 meter steeds verder te doorgronden. ‘Ik heb er weer veel ervaring aan overgehouden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next