Na de sensationele 0-0 tegen Spanje droomt Kaapverdië al van de volgende ronde op het WK. In Rotterdam-West krijgt verslaggever Bart Vlietstra een rondleiding langs locaties die belangrijk zijn voor Kaapverdische Nederlanders. ‘Het gaat om niet opgeven en de juiste keuzes maken.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
In de kantine van voetbalclub FC Maense liggen stoelen op de kop, de zittingen ervan zitten los of ontbreken helemaal. Op de ramen hangen schots en scheef velletjes met aankondigingen van toernooien en waarschuwingen (‘Gebruik je verstand!’). Blauwe, rode, witte en gouden ballonnen zijn naar beneden gekomen, net als de Kaapverdische vlag, in die dezelfde kleuren.
Ja, het clubhuis van Maense heeft heel wat te verduren gekregen, afgelopen maandag, toen debutant Kaapverdië op het WK topfavoriet Spanje in bedwang hield (0-0).
‘Het is hier aardig losgegaan. Je kon over de hoofden lopen, en die hoofden bewogen voortdurend’, zegt Maense-vrijwilliger Adilson Mota, beter bekend als DJ Mootz, glimlachend.
FC Maense (spreek uit: Ma-ènse), gelegen in Rotterdam-West om de hoek van het stadion van Sparta, werd in 1984 opgericht door Celso Evora, afkomstig uit het Kaapverdische dorp Maense. Samen met het Heemraadsplein geldt het sportcomplex van de club als dé verzamelplek voor Nederlanders met Kaapverdische roots. Want in Nederland wonen veruit de meeste van de ruim dertigduizend Cabo’s, zoals ze zichzelf noemen (de Portugese benaming voor Kaapverdië is Cabo Verde), in Rotterdam-West.
Maense drijft op vrijwilligers als de 36-jarige duizendpoot Mota. Hij is jeugdtrainer, coördinator, scheidsrechterregelaar en woordvoerder, draait soms een bardienstje en staat ook geregeld achter de rood-zwarte dj-booth, een ornament dat je in een voetbalkantine zelden treft.
Mota is een succesvolle dj en evenementenorganisator, maar vertoeft de halve week bij Maense, de enige overgebleven Nederlandse club van Kaapverdische signatuur. ‘Er is altijd iets wat moet gebeuren om de boel goed te laten draaien.’
Zeker dezer dagen. Ruim duizend man was er aanwezig op sportcomplex Nieuw-Vreelust tijdens Spanje - Kaapverdië, plus een batterij aan regionale en nationale journalisten. ‘Mooie reclame voor de gemeenschap en de club, al waren we daar niet specifiek naar op zoek, hoor’, zegt Mota.
Voor de tweede wedstrijd tegen Uruguay, zondagnacht om 0.00 uur, hebben ze bij de gemeente al aangevraagd of de kantine wat langer mag openblijven. ‘Dan wordt het een nog groter gekkenhuis, want iedereen heeft nu die beelden gezien.’
Het is al met al een bijzonder nieuw hoofdstuk in het verhaal van het kleine eilandenrijk Kaapverdië in de Atlantische Oceaan, op zo’n 500 kilometer van de westkust van Afrika. Veel inwoners ontvluchtten het land vanaf halverwege de vorige eeuw vanwege onderdrukking, hongersnood en de langdurige bittere onafhankelijkheidsstrijd tegen kolonisator Portugal. Duizenden kwamen naar Rotterdam om daar als havenarbeider, schoonmaker of zeeman een nieuw bestaan op te bouwen.
Ze staan bekend als ‘de stille migranten’. ‘We zijn niet stil als je tussen ons staat tijdens een feestje of een wedstrijd van Kaapverdië’, zegt Mota lachend. ‘Maar we regelen onze eigen dingen door elkaar te helpen.’ Hij tikt op de dj-booth. ‘Zoiets is zo in elkaar gezet, want voor elk klusje kennen we wel een Cabo.’
De kantinevloer plakt niet meer, en de koelkast is alweer aangevuld. Mota schenkt koffie en sportdrank in voor zijn bezoek. Hij is net klaar met een dj-cursus voor ontwerper Odair Pereira, kledingwinkeleigenaar en voormalig modeburgemeester van Rotterdam. Ook weer een vriendendienst.
Mota: ‘Iedereen voelt zich niet alleen familie, maar ís ook vaak familie. Bij Maense komen veel mensen van hetzelfde eiland, Santo Antão. Maar er spelen hier ook mensen uit andere culturen, zeker in de jeugd. Wij mengen graag.’
FC Maense is ook beroemd om de keuken, en dan vooral om de cachupa, het nationale gerecht van Kaapverdië: een bonenschotel met vis, kool, cassave of chorizo.
‘Sommige mensen komen puur hierheen om cachupa te halen’, zegt Mota. ‘De vereniging drijft op de keuken. We moeten het niet van sponsoring hebben. Maar daar zijn we ook mee bezig, want Kaapverdianen klimmen op de maatschappelijke ladder.’
Hij probeert daaraan bij te dragen, vooral door de jeugd waar nodig bij te sturen. ‘Ik wil dat iedereen zich hier gedraagt. Anders spreek ik ze aan. Niet autoritair, wel duidelijk. Ze kijken misschien tegen me op, vanwege mijn werk.’
Laatst schold een getalenteerde speler met een ernstige ziekte. Hij werd geschorst, moest een wedstrijdje fluiten en blaadjes ophangen met de tekst ‘stop schelden met KK’. ‘Nu is hij helemaal gedraaid in zijn gedrag, corrigeert hij de rest. Ajax scoutte hem. Mooi verhaal.’
Rotterdam-West is een dynamisch en gemengd stadsdeel. Deels verhipt, maar sommige volksbuurten kampen nog steeds met sociale uitdagingen en criminaliteit.
Mota: ‘Het gaat al beter. Maar sommige kinderen krijgen door allerlei oorzaken geen individuele aandacht. Er is nog steeds gevaar in West, en er zijn verleidingen. Dat houden we in de gaten, we kijken zelfs hoe de kinderen zich op sociale media bewegen. We hameren erop dat ze aan hun toekomst moeten denken.’
Ook buiten het hek van de club blijft Mota waken. ‘Ik woon in Spangen, ze zien mij in de wijk. Dan denken ze toch: oei, Mota, ik moet me gedragen. Ik geef ze ook aandacht, wil dat ze zich gezien voelen.’
Kaapverdianen kunnen goed voetballen. Veel jongens worden al op hun 6de of 7de bij Maense weggeplukt door Sparta, Ajax of een andere profclub. Befaamd zijn de Kaapverdische voetbaltoernooien, en dan vooral de strijd om de Celso Evora Cup. Daaraan doen ook veel profvoetballers mee. Mota: ‘Vanwege de gezelligheid, al is het niveau echt hoog. Kleine kinderen weten dat hier profs komen, dat stimuleert hen weer.’
Een volgende stap is het opzetten van maatschappelijke projecten en het organiseren van muzieklessen. Maar op dit moment draait alles om de Tubarões Azuis, de Blauwe Haaien, zoals de bijnaam van de nationale voetbalploeg luidt. Al sinds de kwalificatie voor de Afrika Cup in 2013 is dat eigenlijk het geval, maar het haaienvirus begon zich pas echt te verspreiden toen het land zich op 13 oktober 2025 voor het eerst kwalificeerde voor een WK.
De in Rotterdam geboren en getogen aanvaller Dailon Livramento scoorde die dag alweer een belangrijk doelpunt, en in de selectie van Kaapverdië zitten nog vijf Cabo’s uit West.
‘Dat is natuurlijk de beste motivatie’, zegt Mota. ‘Ze hebben vaak een flinke omweg moeten nemen om een goede carrière te krijgen. Daar kan ik onze jeugdspelers op wijzen. Het gaat om niet opgeven en de juiste keuzes maken.’
Hij weet nog dat hij zelf op een kruispunt stond: ging hij illegale dingen doen of niet? ‘Tuurlijk, die verleiding hebben we hier allemaal. Mijn ouders gingen uit elkaar, ik ging de strijd aan, wilde het populaire, lastige jongetje zijn op school. Je ziet het snelle geld, jongens die met merkkleding komen. Maar die spanning was niets voor mij.’
Kaapverdianen hebben ook altijd wel een familielid dat op ze let, dat ze een bepaalde richting opstuurt. ‘Maar je bent je eigen beleidsbepaler. Toen mijn dj-carrière stagneerde, ben ik zelf evenementen gaan organiseren en connecties aangegaan waardoor ik weer groeide en ineens optredens in binnen- en buitenland had.’
Hard werken zit verweven in de Cabo-cultuur. ‘De eerste generatie pakte alles aan. Maar we hebben nu ook voorbeelden die een ander beroep hebben: dokters, advocaten, sociale hulpverleners, gemeenteraadsleden, historici, dj’s, topvoetballers.’
Voetbal zit Kaapverdianen in het bloed. Daarover wil Jorge Oliveira Lizardo (56) graag wat vertellen. Maar dan wel bij het slavernijmonument. Op zijn zwarte omafiets komt hij aangereden, bosje zelfgeplukte bloemen in zijn hand. Elke week legt hij een verse bos bij het monument dat op een grasveld tussen de Lloydstraat en de Maas ligt, niet ver van de Euromast.
‘Ontworpen in 2013 door een Kaapverdiaan, Alex da Silva. Prachtig dat het aan de Maas ligt, hier hebben zo veel Kaapverdianen gewerkt.’
Het is het startschot van een enthousiaste, tikje dwingende geschiedenisles over Kaapverdië en Kaapverdianen. Lizardo, die er met zijn gekleurde sjaal en dreads uitziet als een nazaat van Bob Marley, zat onder meer in de begeleidingsband van reggaegroep Postmen, die in de jaren negentig succesvol was. Naast musicus is hij ook schrijver en verteller.
Waarom Kaapverdianen zulke goede voetballers zijn, verklaart hij als volgt: ‘Wij zijn vooral afstammelingen van Brazilianen en Portugezen. Wie was de beste voetballer? Pelé. En daarna? Eusebio. En daarna? Cristiano Ronaldo. Ronaldo had een Kaapverdische grootouder, ik zweer het je! En er zitten zes jongens uit Rotterdam bij de selectie; die zijn weer beïnvloed door Cruijff en Gullit.
‘En het zijn strijders door de onafhankelijkheidsoorlog, en werkers. Luister, onze opa’s en oma’s kwamen hier in 1950, er was niets over van Rotterdam na het bombardement; wij hebben geholpen de stad op te bouwen en weer rijk te maken. Maar aanvankelijk werkten we hier stiekem. Kaapverdië was geen kolonie van Nederland, wij waren eigenlijk de eerste vluchtelingen.
‘Maar we werkten zo hard, en waren zo bedreven in het werk in de haven, dat we toch werden aangenomen. Die havenbaronnen deden alsof we Surinamers waren. Wij deden alles in stilte.’
Tegenwoordig willen ‘de stille migranten’ best gezien worden. Lizardo hielp daar al aan mee als musicus. ‘En dit WK is een geweldige etalage. Nigeria heeft 242 miljoen inwoners, Ethiopië 138 miljoen en wij maar een half miljoen, maar wij staan daar en houden de Europees kampioen van scoren af.
‘En dat zonder een topspeler als Nuno Mendes, de beste linksback ter wereld; ook een Cabo, maar die koos voor Portugal. Jorrel Hato, die nu met Oranje mee is, is trouwens ook een halve Kaapverdiaan.’
Aan het begin van de 19de eeuw werd er op de eilanden al gevoetbald, dankzij Britten die Kaapverdië gebruikten als tussenstop. Lizardo: ‘Het was er lang arm, kommer en kwel. De emigranten die onder meer naar Rotterdam kwamen, waren alleen bezig met keihard werken om geld te kunnen sturen naar hen die achterbleven op de eilanden. Voor voetbal was geen tijd.’
Hij brengt zijn lange dreadlocks in een knot. ‘Kijk, zo zijn wij, wij delen alles. Door het geld van de emigranten is Kaapverdië opgebloeid, het is nu echt een vakantieparadijs. Op Kaapverdië noemen ze Nederland ‘Nirwana’, sommigen hebben een foto van Juliana in hun huis.
‘Kaapverdianen keken naar Oranje, naar Van de Kerkhof, Neeskens, Cruijff. En nu laten de Rotterdamse Cabo’s hun kinderen naar de voetbalclub en het conservatorium gaan, en ziet iedereen dat ze goed zijn.’
We rijden naar Schiemond, een wijk aan de Maas vlak bij Delfshaven waar veel Kaapverdische Nederlanders wonen. Hier werd in 2012 de 22-jarige rapper Anthony Fernandes vermoord na een drugsruzie. Huidige selectieleden van Kaapverdië als Dailon Livramento en Garry Mendes Rodrigues kenden hem goed, net als tal van andere voetbalprofs, want Fernandes was ook een groot voetbaltalent. De moord had een blijvende impact op hen.
In Schiemond groeide ook David Mendes da Silva op, de eerste Oranje-international van Kaapverdische komaf. Hij gaf de Volkskrant in 2019 nog een rondleiding door zijn oude buurt. Vier jaar later moest hij de gevangenis in vanwege betrokkenheid bij een drugsdeal.
Lizardo: ‘Een grote held voor de Cabo’s, David, nog steeds! Hij zette ons echt op de kaart. Iedereen maakt fouten, maar we laten hem niet vallen. En ook de moeder van Anthony niet.’
Georginio Wijnaldum woonde in Schiemond bij zijn oma en liet er een Cruyff Court aanleggen. Het wordt vandaag goed gebruikt door de jeugd. Dailon Livramento (25) voetbalde er ook vaak. ‘Met oudere kinderen vooral. Daar heb ik ongelooflijk veel geleerd’, vertelde de gevierde spits eerder vanuit de VS aan de telefoon.
Livramento op zijn beurt is inmiddels naamgever van een buurttoernooi, de Livramento Cup, dat hij organiseert met Underdogs, een groep begintwintigers uit West die de jongeren uit de buurt op alle mogelijke manieren proberen te helpen. De groep is opgezet door de 21-jarige Kaapverdische Nederlander Jaylaino van Gurp, die vanwege een gebrek aan begeleiding zijn eigen voetbalcarrière in rook zag opgaan.
Livramento: ‘Geweldig, wat Underdogs doet: ze organiseren evenementen, workshops, trainingen, stages, huiswerkbegeleiding. Heel inspirerend.’ De spits speelt nu in Portugal, maar terug in West gaat hij voortdurend in gesprek met jongeren.
De laatste halte is Verhalenhuis Belvédère in Katendrecht, alwaar ruimte is gemaakt voor de expositie Cartinha d’Holanda, over 75 jaar Kaapverdische Nederlanders in Rotterdam. De onvermoeibare Lizardo heeft bij elke foto, kunstobject of tekening, en dat zijn er nogal wat, een verhaal.
Aangesloten zijn Adilson Ben David Dos Santos en Francisco Ferreira. Dos Santos was in 1993 de eerste Kaapverdische Nederlander in de eredivisie, daarna werd hij succesvol muzikant, producer en manager.
‘Ik heb een heel nieuwe sound geïntroduceerd, ghetto-zouk. Daar ben ik trots op’, zegt hij. ‘Maar ik ben misschien nog wel trotser dat ik voetbalprof werd. Ik moest stoppen met school. Mijn moeder vond het moeilijk, het was niet gebruikelijk in onze cultuur. Je moest leren en werken. Maar veel jongens mochten daarna ook alles op profvoetbal zetten.’
Francisco Ferreira begeleidt enkele Kaapverdische internationals, samen met Jerzy Livramento, de oudere broer van Dailon en lid van muziekgroep Broederliefde. Hij vetelt over het toegenomen zelfbewustzijn van Kaapverdische voetballers. ‘Dat komt door de Kaapverdische toernooien waar profspelers aan meedoen. Daar zien jongens als Jamiro Monteiro ineens in: hé, ik kan goed spelen tegen profs. Nu is hij zelf prof en speelt hij op het WK.’
Ferreira belt voortdurend met spelers van Kaapverdië. Een dag eerder nog vrij lang met Vozinha, de 40-jarige doelman die leerde voetballen op blote voeten, pas op zijn 25ste prof werd en tegen Spanje een heldenrol vertolkte. ‘Hij is hot, nu. Zou mooi zijn als hij nog een mooie club kan krijgen. Hij verdient het.’
Ferreira kent ook bondscoach Bubista goed. ‘Eén brok liefde, hij ziet de spelers als zijn zonen. Hij straalt vertrouwen uit, hij zegt: wij gaan eerste worden in de poule.’
Lizardo, Dos Santos en Ferreira waren trouwens al trots vóór die 0-0 tegen Spanje. Ferreira: ‘Dat onze vlag werd uitgerold over dat halve veld, daar kreeg ik al kippenvel van. Niet normaal.’
Lizardo wijst naar een foto uit 1975 waarop een elftal op een gitzwart veldje staat. ‘Dit is ook voor deze mannen, onze vaders en ooms, die op een veldje van gebrande turf op het Schuttersveld speelden. En voor hún vaders en moeders. Zij hebben het harde werk gedaan om Kaapverdië een toekomst te geven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant