Vegter van Slooten is 100 jaar. De alleskunner denkt elke dag verlangend terug aan de drie jaar die hij door Afrika reisde in een dwergauto.
Vegter van Slooten leeft in het museum van zijn leven. De 100-jarige Drentenaar omringt zich in zijn woning met ontelbare tastbare herinneringen aan de vele ambachten die hij heeft vervuld, aan zijn liefhebberijen en de avonturen die hij heeft beleefd, zoals zijn reis door Afrika in zijn goggomobil, een dwergauto die in 1955 op de markt kwam. Tegenover zijn draaistoel in de woonkamer hangt een grote reliëfkaart van Afrika. Met zwarte viltstift is de 53 duizend kilometer lange route door 32 landen getekend die hij als begin dertiger aflegde met zijn reisgenoot Diny. Zijn ogen twinkelen bij alle verhalen die hij vertelt.
Vindt u het prettig om zo veel spullen om u heen te hebben?
‘Dat gaat automatisch als je zo oud wordt als ik. Het komt ook omdat ik niks weg kan doen.’ Lachend wijst hij naar een handgeschreven tekst op de schoorsteenmantel: Netheid is voor de dommen, het genie beheerst de chaos.
‘Ik heb veel beroepen gehad. Ik was instrumentmaker, brandweerman, freelance persfotograaf, offsetdrukker, kunstschilder en muzikant – ik speelde op straat gitaar, mondharmonica, trekzak en draaiorgel. Van al die bezigheden heb ik alles bewaard. Ook houd ik van verzamelingen, zoals miniatuurautootjes.’
Hij buigt voorover en trekt onder een volgeladen leunstoel een kistje vandaan. Er zitten onderdelen in van horloges en gereedschap. ‘Ik ben ook horlogemaker geweest.’
Wat is uw dierbaarste bezit?
‘Mijn gitaar. Ik heb veel gespeeld om mensen te vermaken, in Nederlands-Indië waar ik moest dienen als militair, in Afrika, op markten en braderieën door heel Nederland, op de naturistencamping waar ik in de zomer vaak kwam. Als mensen naar je luisteren, zijn ze ook in je geïnteresseerd.’
Hij pakt een van zijn gitaren, speelt een paar akkoorden, raakt op stoom en begint erbij te zingen.
Wie zijn nu de belangrijkste mensen in uw leven?
‘Kees en Henny. Kees ken ik van de Solexclub, hij is ver in de tachtig en doet de boodschappen. Als ik ergens heen moet, naar de tandarts of de voetspecialist, brengt hij mij.
‘Henny is al ruim veertig jaar mijn vriendin. Als je niet getrouwd bent, noem je dat verkering. Trouwen heeft mij nooit geïnteresseerd – ik ben een vrij mens. Henny en ik betekenen veel voor elkaar. Ze belt mij elke ochtend om 7 uur. Ze is ziek en bedlegerig. We kunnen alleen nog bellen, want ik kan haar niet meer opzoeken. Sinds een jaar heb ik geen rijbewijs meer. Kees zegt dat ik verdomde goed kan rijden, maar ik werd afgekeurd.’
In wat voor omstandigheden bent u opgegroeid?
‘Ik ben geboren in Groningen, met één broer. Mijn vader werkte op de gasfabriek, daar maakten ze gas uit kolen. Als kind was ik al handig, na de lagere school ging ik naar de ambachtsschool. Daarna ging ik meteen aan het werk, bij Gremi, Groninger Rijwiel en Motoren Industrie. Ik maakte instrumenten, zoals kilometertellers, snelheidsmeters en toerentellers. We maakten ook medische instrumenten voor artsen.’
Lijkt u meer op uw vader of op uw moeder?
‘Mijn vader zag ik weinig, ik kende hem niet zo goed. Mijn moeder was geen wereldreiziger.’
U was wel een wereldreiziger
‘Ik heb in drie jaar tijd 32 landen in Afrika doorkruist met mijn goggomobil. In maart 1959 vertrok ik met Diny Vrieling vanuit Groningen. Diny zat op dansles en vertelde haar danspartner Joop dat ze graag een wereldreis wilde maken. ‘Dan moet je Vegter van Slooten bellen’, zei hij. We spraken af en maakten twee proefreisjes, een naar België en een naar Denemarken.
‘Dat ging goed. We besloten een langere reis te maken en namen een zwervertje – een kleine tweepersoonstent – en twee slaapzakken mee, die we op het imperiaal vastbonden. Verder namen we wat kleding, conservenblikken, gereedschap, mijn gitaar, fototoestel, aquarelverf en -kwasten mee, en 300 gulden.’
Hoe bereidde u zich voor?
‘Niet, we gingen gewoon, zonder plan. Ik had alleen een grote kaart van Afrika meegenomen, waar niet alle wegen op stonden. Onderweg kregen we van iemand een kompas. Vanuit Algeciras in Zuid-Spanje staken we met de boot over naar Marokko. Inmiddels was ons geld op. Ik pakte mijn gitaar en ging spelen op straat, Diny zong. Ook maakte ik aquarellen om te verkopen. Het lukte om hiermee genoeg geld te verdienen om verder te reizen. Ik stelde Diny voor naar Port Elizabeth in Zuid-Afrika te gaan. Daar woonde Ada Meijer, een penvriendin uit mijn tijd in Nederlands-Indië; veel militairen schreven met een meisje in het buitenland. Ik liet Ada weten dat ik met de auto onderweg was om haar te komen opzoeken.
geboren: 11 april 1926 in Groningen
woont: zelfstandig, in Yde
beroep: instrumentmaker, horlogemaker, brandweerman, offsetdrukker, muzikant en kunstschilder
‘In een restaurant in Marokko zag Diny een leuk hondje, de eigenaar nam ons mee naar zijn huis, waar hij een nest vol puppy’s had. We mochten er een uitkiezen. Het eerste hondje dat op ons af kwam lopen, kozen we. Goggo, noemden we hem. Een heel leuk hondje, dat ons de hele reis gezelschap hield.
‘De ontmoeting met Ada, na een reis van bijna drie jaar, viel zwaar tegen. Ada was getrouwd en had twee kinderen. We mochten in de tuin onze tent opzetten. De ontvangst was wel hartelijk, maar het zakte snel af, we voelden dat we niet zo welkom waren en stapten na drie dagen weer op.’
Hoe kwam het dat de reis bijna drie jaar duurde?
‘Onderweg moesten we steeds geld zien te verdienen met optredens, kunst maken en verkopen. Ik ontwierp ook reclameposters voor winkels. En er waren zo wat problemen onderweg. We konden niet dwars door Congo, omdat het daar oorlog was, dus moesten we helemaal naar het oosten rijden om vanuit daar af te zakken naar Zuid-Afrika. Ook zijn we verschillende keren vast komen te zitten in de blubber. Er was in geen velden of wegen iemand te bekennen die ons kon helpen, dus moesten we alles zelf zien op te lossen. Het is wonderbaarlijk dat dat kleine autootje met zijn tweetaktmotor de eindstreep haalde. Ik had een engeltje op mijn rug.
‘Eén keer zei de goggomobil plotsklaps ‘BOEM’ en stond stil. We zaten midden in de bushbush. Ik ging kijken. De motor deed het nog, alleen kwamen we niet meer vooruit. Weet je hoe een auto in elkaar zit? Hoe zal ik het uitleggen? De kruiskop voor de aandrijving van de motor lag uit elkaar, omdat de pennetjes waarmee hij vastzat, waren losgeschoten. We gingen zoeken in het zand, maar vonden ze niet. Ik zei tegen Diny: ‘We moeten iets zien te vinden waarvan we stalen pennetjes kunnen maken. Onder de autostoel zag Diny een veer die exact 2,2 millimeter dik was, precies wat we nodig hadden. Ik knipte er een stuk of dertig stukjes op lengte van, bevestigde de pennetjes – en we konden weer rijden.
‘Ik weet niet hoe het met ons was afgelopen als Diny die veer niet had ontdekt. Onze samenwerking was ongelooflijk. Ze was rustig en had een goed temperament, als we in de problemen zaten, hielp zij ons er bovenop. We deden alles samen.
‘De terugreis was ook een avontuur. We wilden vanuit Kenia met de boot naar Italië, maar dat kostte een paar duizend gulden en die hadden we niet. Onze ouders en mijn werkgever leenden ons het geld. Het bleek een schip vol kamelen die onderweg in Saoedi-Arabië van boord gingen om geslacht te worden als voedsel voor bedevaartgangers. Onze goggomobil werd aan boord getakeld en stond tussen de kamelen in het ruim.’
Wat heeft deze reis u gebracht?
‘Heel veel plezier, en levenservaring. Onderweg werd ik automonteur en een betere tekenaar en kunstschilder. Na terugkeer in Nederland ging ik weer werken bij Gremi en meldde mij aan bij de Teeken Academie Minerva, in Groningen. Maar ik maakte de opleiding niet af, omdat er voor mij niet zoveel meer te leren bleek.’
Is het nog wat geworden tussen u en Diny?
‘Drie jaar na onze reis zijn we uit elkaar gegaan, ons hondje Goggo ging met haar mee. Ik denk dat ze mij niet sexy genoeg vond. Ze trouwde met een rijke man en kreeg twee kinderen. We hielden wel contact. Op een dag belde ze aan. Ze vertelde dat het slecht ging met Goggo. Ze had hem meegenomen, hij lag in haar auto.’ (Hij krijgt het te kwaad.) ‘Ik liep naar Goggo. Hij deed zijn koppie omhoog, keek mij aan, boog zijn koppie – en stierf.’
Vegter van Slooten staat op en zegt: ‘Kom, we gaan naar de garage, daar staat mijn goggomobil.’ Het is een rode sportcoupé met een wit dak. Een cadeau van zijn werkgever Gremi, destijds importeur van de dwergauto’s, nadat hij was teruggekeerd van zijn lange reis. De baas gaf Van Slooten een luxe uitvoering, omdat hij het dappere autootje waarmee hij Afrika doorkruiste, graag wilde hebben. Nu staat het in ’t Andere Museum in Leeuwarden.
Weer terug in de huiskamer gaat de telefoon. Henny aan de lijn. Vegter zegt dat de verslaggever met haar wil praten. Dus die vraagt:
Hoe zou u Vegter typeren?
Henny: ‘We kennen elkaar al sinds 1984. Vegter is heel lief en veelzijdig; hij is erg handig, artistiek en muzikaal. Ik vind hem eigengereid en eigenzinnig. Hij laat zich de kaas niet van het brood eten. En Vegter is knap, ook toen hij met Diny door Afrika reisde. Hij is heel geëmancipeerd, ook dat maakt het zo prettig met hem om te gaan.’
Vegter wordt er stil van, straalt en bloost een beetje.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant