Agather Atuhaire | mensenrechtenactivist Oeganda De Oegandese mensenrechtenactivist Agather Atuhaire herbeleefde een heftig trauma, toen de marechaussee haar tegenhield op Schiphol en ze haar vlucht naar huis miste. Ze moest weer denken aan de thugs die haar hadden gemarteld. „Ik zei: als je wil dat ik zwijg, moet je me vermoorden.”
De Oegandese mensenrechtenactivist Agather Atuhaire laat in mei 2025 de verwondingen zien die ze opliep toen ze in Tanzania drie dagen werd vastgehouden en mishandeld.
Ze zit kalm te praten in de tuin van de bevriende activist Nico Schoonderwoerd, waar ze logeert. Maar Agather Atuhaire (38), in wit T-shirt met een grote gestileerde microfoon erop, voelt zich nog altijd „gestrest”. De grenswachter op Schiphol had vast niet gedacht dat een zwarte vrouw uit Oeganda zo veel stempels in haar paspoort kon hebben, zegt ze schamper over wat ze een „racistische” actie noemt van de marechaussee. Een avond eerder miste ze er haar vliegtuig naar huis door.
„Op Schiphol zeiden ze te willen onderzoeken of mijn paspoort niet vervalst was. Ze vroegen me niets, spraken Nederlands met elkaar, lieten me twintig minuten wachten. Terwijl ze wisten dat ik weinig overstaptijd had doordat mijn vlucht uit Oslo vertraagd was. Nadat ik mijn vlucht had gemist, en ze een nieuwe vlucht hadden geboekt voor de volgende dag, zei zo’n grenswachter, een jonge, arrogante vent, dat ik maar op het vliegveld moest slapen of zelf een hotel moest nemen. Op dat moment kreeg ik een stekende pijn in mijn borst. Ik zeeg neer op de grond, bevroor, kon niet meer ademen, begon te huilen, kon niet spreken. Het voelde als Tanzania all over again, het moet de posttraumatische stressstoornis zijn geweest. Toen dit was gezakt, belde ik Nico.” Haar onvrijwillige verblijf in Nederland begin deze maand biedt de kans voor een interview over moed en de mensenrechtensituatie in haar regio.
De jurist en journalist Atuhaire, die in Oeganda de mensenrechtenorganisatie Agora leidt, was een jaar geleden in buurland Tanzania om aanwezig te zijn bij het proces tegen Tundu Lissu, de leider van Chadema, de grootste oppositiepartij van het land. Die was in de cel gezet wegens „verraad”, een opgeklopte beschuldiging om te voorkomen dat hij zou deelnemen aan de verkiezingen van 29 oktober. Atuhaire wilde haar solidariteit tonen en de aandacht op Lissu’s lot vestigen. Ze had afgesproken met Boniface Mwangi, een bekende Keniaanse activist en presidentskandidaat voor de verkiezingen van 2027, die met hetzelfde doel was gekomen.
Op 19 mei, kort na aankomst, werden beiden uit hun hotel gehaald door de politie, waarna ze drie dagen zijn vastgehouden op een onbekende plek. Daar werden ze mishandeld – zo werden ze hard op hun voetzolen geslagen – en verkracht met een voorwerp in de anus, zoals ze beschrijven in hun aanklacht tegen Tanzania die ze bij het Oost-Afrikaanse Hof van Justitie indienden. Daarna zijn ze vlak over de grens gedumpt – Atuhaire in Oeganda en Mwangi, die weken later nog op krukken liep, in Kenia.
De geheime diensten van de drie buurlanden werken samen om elkaars activisten te intimideren, merkten Mwangi en Atuhaire. Ook de activisten in de drie buurlanden hebben onderling veel contact. Over Schiphol had ze ook contact met Mwange. „Boniface belde me en zei: waarom hebben ze je naam niet gegoogeld op Schiphol? Dan hadden ze meteen geweten wie ze voor zich hadden.” De marechaussee had dan gezien dat Atuhaire in 2023 de Human Rights Defenders Award had gekregen van de EU en een jaar later de International Women of Courage Award van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Helpt die bekendheid bij haar werk in Oeganda, waar critici van het bewind op veel repressie kunnen rekenen? Voelt ze zich er door beschermd? Ze schudt haar hoofd. „Ik las de memoires van [de Russische activist] Aleksej Navalny”, zegt ze over het na diens dood verschenen Patriot: A Memoir. „Hij dacht ook dat hij te beroemd was om te worden vermoord. Toch is het gebeurd. Dat boek was een eyeopener. Een jaar nadat ik het las werd ik ontvoerd in Tanzania.”
Na haar vrijlating toonde Agather Atuhaire haar verwondingen in een ziekenhuis in Kampala aan collega’s.
Hoewel de EU haar een prijs gaf, kwam er vanuit Brussel „geen enkele veroordeling” van wat haar en Mwangi was overkomen, zegt ze. „Mensenrechtenschendingen worden internationaal sowieso veel minder veroordeeld. Kijk naar Gaza. De dictators zien dat en weten dat ze ongestoord hun gang kunnen gaan.”
De VS reageerden uiteindelijk wel: op 22 mei kondigden ze „persoonlijke sancties” af tegen Faustine Jackson Mafwele, de politiecommandant die verantwoordelijk wordt gehouden voor de marteling en verkrachting van Atuhaire en Mwangi, en die „de thugs, de gangsters, liet komen die ons martelden. Mafwele is erg ongelukkig over de sancties, hoor ik van mijn Tanzaniaanse vrienden, hij zegt dat het regime hem ‘voor de bus’ heeft gegooid, als zondebok heeft gebruikt. Uiteraard voerde hij ook maar opdrachten uit.”
Haar organisatie Agora heeft desalniettemin ook last van het Amerikaanse beleid. Agora kreeg steun van USAID, waardoor ze betaalde krachten in dienst kon nemen. Sinds president Trump de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie ontmantelde, is haar werk steeds meer op vrijwilligers aangewezen. Desondanks blijft Agora met onthullingen over corruptie in Oeganda komen, een van de redenen dat ze de EU-prijs kreeg. Ook publiceerde de organisatie in april een uitgebreid rapport over het geweld in de aanloop naar en de nasleep van de oneerlijk verlopen verkiezingen van 15 januari in Oeganda.
Vooral politici en aanhangers van de grootste oppositiepartij, NUP, geleid door Robert Kyagulanyi Ssentamu, beter bekend als Bobi Wine, werden doelwit van buitengerechtelijke executies, arrestaties en ontvoeringen. Die worden uitgevoerd door militairen of de geheime politie, die zich verplaatsen in busjes zonder nummerplaat, die „drones” worden genoemd.
Op verkiezingsdag bestormde het leger het huis van Bobi Wine, die wist te ontkomen. Hij dook lange tijd onder en week daarna uit naar de VS omdat hij vreest voor zijn leven. Muhoozi Kainerugaba, de zoon van president Yoweri Museveni en hoofd van het Oegandese leger, twitterde in die tijd dat Wine werd gezocht, „dood of levend”. Ook dreigde hij Wine te „castreren” – in berichten op X die inmiddels zijn verwijderd.
Veel incidenten die Agora’s rapport beschrijft, vonden plaats op verkiezingsdag en de dagen erna, vertelt Atuhaire. „De autoriteiten waren bang dat mensen gingen protesteren tegen de uitslag. Er waren ongeveer duizend willekeurige arrestaties. Als je met vijf vrienden bij elkaar stond, kon je al opgepakt worden.” Het rapport geeft 374 namen van mensen die dit overkwam, en tegen wie beschuldigingen volgden als „verstoring van de openbare orde” of „oproepen tot geweld”.
Ernstiger zijn de 21 incidenten in het rapport waarbij doden vielen. Op de verkiezingsdag, beschrijft Atuhaire een van de voorbeelden, bestormden militairen de woning van Muwanga Kivumbi, vicevoorzitter van de NUP en kandidaat voor het parlement. Zijn huis in Butambala, tachtig kilometer ten zuiden van Kampala, zat vol met zijn aanhangers die er wilden wachten op de uitslag.
„De militairen openden het vuur op de aanwezigen, die wegrenden naar de garage van Kivumbi en de deur dicht deden. Maar de soldaten schoten daar dwars doorheen. Volgens sommige getuigen vielen er twaalf doden, anderen zeggen vijftien. Omdat we alleen feiten willen weergeven, op basis van interviews met familieleden, noemen we slechts zeven namen van dodelijke slachtoffers. Maar er waren er zeker meer.” De politie zei alleen „uit zelfverdediging” te hebben geschoten en gaven Kivumbi de schuld van het geweld. „Hij zit nog altijd vast, op beschuldiging van terrorisme.”
Het is belangrijk dat politieke gevangenen zoals hij vrij komen, zegt Atuahaire. „Dat is een van onze grootste prioriteiten. Toch kun je daarvan tenminste zeggen dat bekend is waar ze verblijven. Dat geldt niet voor de vermisten. Zeker achttien NUP-leden die verdwenen rond de vorige verkiezingen, van 2021, zijn nog altijd spoorloos.” Ze laat op haar telefoons kleine, via sociale media verspreide portretten van hen zien. „We blijven aandacht vragen voor hun lot.”
Mede-activisten leefden vorig jaar drie dagen in onzekerheid over Atuhaires eigen lot. Ze haalt een herinnering op aan de vijf Tanzaniaanse thugs die haar na haar gevangenschap en marteling naar de Oegandese grens brachten. „De vrouw in het gezelschap wilde dat ik niets zou vertellen over wat me was overkomen. ‘Wat in Tanzania is gebeurd, blijft in Tanzania’, zei ze. ‘Denk je echt dat je het recht hebt mij het zwijgen op te leggen over alles wat met mijn lichaam is gebeurd?’, antwoordde ik. ‘Als je dat wilt, moet je me vermoorden.’ Daar bleef het gelukkig bij.” Na een korte pauze: „Ik zal nooit zwijgen over mensenrechtenschendingen.”
De grenswachter die extra onderzoek liet doen naar Atuhaires paspoort achtte dit „op basis van zijn kennis” nodig, aldus een woordvoerder. De ongeveer twintig minuten die dit ‘tweedelijnsonderzoek’ duurde, was „nog heel snel”. „De maatschappelijke status, bekendheid of achtergrond van een reiziger speelt bij deze controle en de doorlooptijd ervan geen enkele rol”, voegt hij toe. Over haar bejegening doet de Marechaussee verder „geen uitspraken” omdat Atuhaire daar een klacht over indiende en het „interne onderzoek” daarnaar nog loopt.